Eerste versie 18 januari 2010.
Bijgewerkt 23 juli 2010.
Nederlandse benamingen: antichambre (idem in het Frans), voorkamer, voorvertrek, wachtkamer.
Engelse benamingen: antechamber, anteroom.

De koningskamer, de antichambre en de grote galerij.
Verklaring bij de tekening:
0. De hoek van de hoge stoep wordt meestal als het nulpunt genomen voor het noteren van de afstanden tot de antichambre en de koningskamer, dit punt 0 ligt in het loodvlak dat door de top van de piramide gaat. 1. De koningskamer. - 2. De granietmuren van de koningskamer lopen nog een stuk door onder het niveau van de vloer waar ze op kalksteenblokken rusten. Aan de buitenkant van de grafkamer staan zware kalkstenen muren die geen verbinding hebben met het graniet. De koningskamer staat dus mogelijk los in de piramide. - 3. De vloer in de koningskamer bestaat eveneens uit grote granietblokken. - 4. De eerste laag granietbalken vormen het plafond van de koningskamer en meteen ook de vloer van de eerste "drukontlastingskamer". - 5. De lage doorgang van de antichambre naar de grafkamer. - 6. De doorgang 5 wordt gevormd door een grote granieten monoliet. - 7. De antichambre. - 8. De lage doorgang van de antichambre naar de grote galerij. - 9. De verhoogde drempel (granietblok in de vloer). - 10. De hoge stoep in de grote galerij, dit is een groot kalksteenblok dat tussen de muren zit van de grote galerij zit. - 11. De grote galerij. - 12. Drie paar gootjes in de vloerblokken, 1é paar in de hoge stoep, 2é paar in de granieten verhoogde drempel en 3é paar in het granieten vloerblok dat gedeeltelijk in de antichambre zit en gedeeltelijk in de doorgang naar de grafkamer.
De ingang tot de koningskamer is eigenlijk een lage doorgang in de wand tussen de antichambre en de koningskamer zelf. Deze doorgang is in feite niets meer dan een gat in een reusachtige roodgranieten monoliet, dit zou dus een heel simpel gegeven moeten zijn. Maar, dit gegeven wordt een moeilijk vraagstuk indien we ervan uitgaan dat de koningskamer origineel lager stond en meerdere cubit naar omhoog is geschoven. Die monoliet lijkt op het eerste zicht totaal overbodig, houden we echter rekening met de mogelijkheid dat de koningskamer, met inbegrip van die monoliet, naar omhoog is geschoven dan wordt die extra versterking omheen de ingang opeens de logica zelve.

De “naakte” antichambre met de granieten monoliet als zuidelijke wand.
Volgens Petrie [1] zijn de gemiddelde afmetingen van de Antichambre als volgt:
De lengte 116,30 inch, dit is 295,4 cm of 5,64 cubit.
De breedte 65 inch, dit is 165,1 cm of 3,15 cubit.
De hoogte 149,35 inch, dit is 379,4 cm of 7,25 cubit.
Onvermijdelijk komen we tot de vraag of het nu werkelijk om één reusachtige monoliet gaat of om meerdere grote blokken en welke van die granietblokken er nu al dan niet mee naar omhoog zijn geschoven. Om de oplossing te vinden is het noodzakelijk de “werking” van de antichambre goed te begrijpen, na enkele maanden extra zoekwerk zijn er wel een paar details duidelijker geworden maar spijtig genoeg is het geheel nog steeds een groot mysterie gebleven. De voorkamer is in “naakte” toestand niets meer dan een kleine, maar in verhouding vrij hoge, doorgang die zich situeert tussen de grote galerij en de koningskamer zelf. De antichambre is opgetrokken uit kalksteenblokken, anders uitgelegd is het een ruimte die werd uitgespaard in de kalksteenblokken van de massieve kern van de piramide. De zuidelijke wand daarentegen bestaat niet uit kalksteen maar uit graniet, de gehele zuidelijke wand wordt gevormd door een reusachtige monoliet.
Waar we in vorig hoofdstuk nog spraken over de koningskamer met een muurdikte van 3,25 cubit moeten we hier vaststellen dat dit niet nauwkeurig genoeg is, in de realiteit is die muurdikte 172 cm of 3,28 cubit, dit komt exact overeen met 3 cubit + 2 palmen (3+2/7 cubit). In de antichambre werd er blijkbaar meer gerekend met palmen dan met cubit [1 cubit = 52,36 cm, 1 (hand)palm is 1/7 cubit of ook 0,14 cubit, dit komt overeen met 7,48 cm]. Om ook maar iets te kunnen begrijpen van de ingewikkelde opzet van de antichambre is het echt noodzakelijk dat ook wij gaan rekenen met diezelfde nauwkeurigheid, pas dan worden enkele details duidelijk.
Afgaand op die afmetingen mogen we gerust besluiten dat het nog niet eens om een klein kamertje gaat maar dat het eerder een doorgang is. Toch valt het op dat deze "kamer" vrij hoog is (3,8 m), op het eerste zicht was dit nergens voor nodig aangezien zowel de ingang als de uitgang van de voorkamer slechts een tweetal cubit hoog zijn.

De hoge stoep bovenaan de grote galerij.
Bovenaan de grote galerij zit een hoge stoep, het verticale vlak ervan valt exact samen met het loodvlak dat door de top van de piramide gaat. Het horizontale vlak van die stoep ligt op een hoogte van ong. 82,18 cubit (43,03 meter) boven het vlak van de funderingslaag. Dit punt, wat we steeds aanduiden met een cijfer 0, wordt vrijwel altijd gebruikt als referentiepunt voor het opmeten van de afstanden tot de voorkamer en koningskamer. Indien in volgende tekeningen een cijfer 0 te zien is refereren we daarbij naar de tophoek van die drempel bovenaan de grote galerij.

Tekening van antichambre en de passages. Schaal: 300 inch = 14,55 cubit.
Tekening op de correcte schaal geïmporteerd in Autocad®
Originele tekening Charles Piazzi Smyth (1819-1900)- Zie ook [2]
Nog volgens Petrie [1] zijn de afmetingen vanaf het loodvlak dat door de top van de piramide gaat de volgende:
Vanaf de hoge stoep in de grote galerij: 0,4 inch 1 cm (wij nemen 0 voor dit punt )
Tot de Zuidelijke muur van de grote galerij: 61,7 inch 156,7 cm 3,00 cubit of 21 palmen.
Tot het Noordeinde van de antichambre: 113,7 inch 288,8 cm 5,50 cubit of 38,5 palmen.
Tot het Zuideinde van de antichambre: 229,8 inch 583,7 cm 11,14 cubit of 78 palmen.
Tot het begin van de muur koningskamer: 330,6 inch 839,7 cm 16,00 cubit of 112 palmen.
De lengte van de antichambre is (11,14 – 5,5) = 5,64 cubit of 39,5 palmen.
De dikte van de granieten monoliet is: (16 – 11,14) = 4,86 cubit = 4+6/7 cubit of 34 palmen.
De dikte van de granieten monoliet bedraagt 4,86 cubit (4+6/7 cubit of 34 palmen), dit is meteen ook de lengte van de lage doorgang van de antichambre naar de koningskamer. De totale afstand vanaf het begin van de hoge drempel in de grote galerij tot het begin van de koningskamer is exact gelijk aan 16 cubit (112 palmen). Op deze locatie hebben de ontwerpers van de piramide zitten goochelen met palmen en zelfs halve palmen, ze hebben dit zeker en vast om een heel specifieke reden gedaan. Door de jaren heen hebben we geleerd dat we heel alert moeten zijn voor dergelijke opvallende details, eens deze worden begrepen kunnen ze enorm veel vertellen over de opzet van een dergelijke constructie.
We gaan ervan uit dat de koningskamer als een lift in een liftkoker staat en dat de 3,28 cubit (172 cm) dikke granietwanden van de koningskamer niet in contact komen met de zware kalkstenen muren die er omheen staan. Meer nog, we nemen aan dat er zelfs een kleine spouw van 0,28 cubit (2 palmen of 15 cm) tussen beide wanden bestaat. Om het geheim van de piramide niet prijs te geven was van het allergrootste belang dat die spouw totaal onzichtbaar was en dat ook bleef. Hoewel de koningskamer naar omhoog werd geduwd was het een vereiste dat de verbinding tussen de koningskamer en de antichambre perfect naadloos aansloot zodat de spouw volledig verborgen bleef. Dit kan de reden zijn geweest waarom er zo’n reusachtige monoliet gebruikt werd.
We zien twee mogelijke oplossingen, met elk hun voor- en tegenargumenten. Om echt uitsluitsel te kunnen geven zou de antichambre ter plaatse grondig moeten bestudeerd worden.
Oplossing 1: Indien de doorgang naar de koningskamer zou bestaan uit 1 immense monoliet.
In dat geval moet die ene grote monoliet deel uitmaken van de muren van de koningskamer. De doorgang heeft een lengte van 4,86 cubit, het kan niet anders dan dat die 4,86 cubit tevens de dikte zou zijn van die monoliet.

Bovenaanzicht op de koningskamer, de voorkamer en de grote galerij.
Een 4,86 cubit dikke monoliet zit volledig ingewerkt in de muren van de koningskamer.
Bovenstaande tekening geeft de doorgang naar de koningskamer weer indien deze zou bestaan uit één reusachtige monoliet, deze zou dus integraal deel uitmaken van de muren in de koningskamer die origineel enkele cubit lager zou gestaan hebben. De scheidingslijn zou dus zitten tussen het bewegend gedeelte (de monoliet) en het vast gedeelte (de kalksteenmuren van de antichambre), de voegnaad (spatie) tussen beide diende zo klein mogelijk te zijn om totaal onzichtbaar blijven vanaf de doorgang.
Argumenten vóór:
Indien we de zuidelijke muur van de antichambre bestuderen dan stellen we iets zeer eigenaardig vast.

De wanden van de Antichambre, tekening opengevouwen in het vlak van de oostelijke wand.
Delen aangeduid met een L zijn van kalksteen (Lime Stone), de rest is graniet.
Tekening omgezet naar de correcte schaal en geïmporteerd in Autocad®
Originele tekening Charles Piazzi Smyth (1819-1900)- Zie ook [2]
De zuidelijke wand van de voorkamer, die monoliet dus, reikt niet tot aan het plafond maar komt slechts tot op een hoogte van ongeveer 6,64 cubit. Daarboven, tot tegen het plafond, zit een stuk kalksteen met een hoogte van ong. 0,64 cubit (33,5 cm). In dat stuk kalksteen zijn er eveneens 4 groeven gemaakt zoals dat het geval is in de monoliet er juist onder. Het geheel geeft de indruk dat de monoliet naar omhoog is geschoven maar niet helemaal tot tegen het plafond kwam, alsof men daar in de hoogte een zekere reserve heeft willen voorzien. Waarschijnlijk werd dat stuk kalksteen aangebracht nadat de koningskamer tot op zijn hoogste positie was gestegen. Deze opening werd wellicht afgedicht om bepaalde zaken die daarachter te zien waren, zoals b.v. de spouw, te verbergen.

De opening tussen de monoliet en het plafond werd dichtgemaakt met een stuk kalksteen.
Originele foto van Jon Bodsworth – Zie ook [2]
In een eerder hoofdstuk zijn we tot de veronderstelling gekomen dat de koningskamer in theorie maximaal 7,66 cubit naar omhoog kon geduwd worden. We moeten ons de vraag stellen hoe groot de verticale verplaatsing nu werkelijk is geweest en hoe hoog de bovenkant van de monoliet zou gestaan hebben vóór die omhoog werd geduwd. De ontwerpers van de piramide waren echte perfectionisten, we durven dan ook te stellen dat die bovenkant van de monoliet in zijn laagste stand meer dan waarschijnlijk op gelijke hoogte kwam met de andere granietblokken in de vloer. Dit zou kunnen betekenen dat die monoliet, alsook de koningskamer uiteraard, in realiteit 6,64 cubit naar omhoog werden geduwd. Dit zou ook meteen de reden kunnen zijn waarom zo’n klein lokaal (1,65 bij 3 meter) in verhouding zo hoog werd gemaakt (3,8 meter).
Op het eerste zicht ziet deze oplossing er best aanvaardbaar uit, er zijn echter een paar argumenten die deze sterk lijken tegen te spreken. Toch willen we deze oplossing nog niet helemaal naar de prullenmand verwijzen.
Argumenten tegen:
Zoals wellicht algemeen bekend is staat er in de “naakte” antichambre, aan beide lange zijden, een granieten plaat vóór de kalksteenmuur. Het is alsof er een lambrisering in graniet werd aangebracht tegen de kalksteenwanden. Die granietplaten lopen niet over de gehele lengte van de voorkamer en reiken ook al niet tot aan het plafond. Beide platen zijn bovendien ook niet even hoog en in de hoogste granietplaat (richel) zijn er zelfs drie halronde uitsparingen. Het is lang niet duidelijk wat daar ooit de bedoeling van geweest is. Hoe dan ook, die granietplaten tegen de lange wanden van de antichambre vormen het eerste “zwaar” tegenargument, een foto maakt dit meteen al duidelijk.

De granietplaat van de lambrisering zit in een uitsparing van de monoliet.
Originele foto van Jon Bodsworth – Zie ook [2]
Op de foto is duidelijk te zien dat de granietplaat (lambrisering) die tegen de oostelijke kalksteenmuur staat in een uitsparing van de monoliet zit. Hetzelfde scenario is te zien aan de westelijke wand van de antichambre. Het spreekt voor zich dat de grote granieten monoliet niet naar beneden kan schuiven, hij zou blijven steken op beide granietplaten van de lambrisering. Het omgekeerde zal ook wel niet mogelijk geweest zijn. We moeten dus toegeven dat die monoliet nooit lager heeft gestaan, tenzij… Tenzij we zouden bereid zijn aan te nemen dat ook die lambrisering meerdere cubit lager stond, dat eerst de monoliet naar omhoog werd geduwd en nadien de granietplaten van de lambrisering. Dit wordt wellicht te veel van het goede, we moeten dus aanvaarden dat dit een zwaar tegenargument is.
Er is nog meer slecht nieuws, als we de vloerblokken van de doorgangen en van de antichambre bestuderen stuiten we op een tweede tegenargument dat al even sterk in ons nadeel spreekt als het vorige.

De rode lijn stelt het scheidingsvlak voor tussen de monoliet en de antichambre.
Originele tekening Charles Piazzi Smyth (1819-1900)- Zie ook [2]
Op bovenstaande tekening stelt de rode lijn het vlak voor waar de antichambre eindigt en de granieten monoliet begint, in het begin zou de monoliet dus 6 à 7 cubit lager gestaan hebben. Langs dat vlak (rode lijn) zou de monoliet naar omhoog zijn geschoven en daar zou er dan ook een voegnaad moeten te zien zijn tussen twee vloerblokken. Dat is hier duidelijk niet het geval, noch op het boven- of zijaanzicht van de tekening is een voegnaad te zien die samenvalt met de rode lijn, het vloerblok in de doorgang loopt nog 2,82 cubit verder door in de antichambre. Een verticale beweging is hier dus uitgesloten, tenzij… Tenzij we weeral zouden aannemen dat ook dat vloerblok in het begin veel lager zou gestaan hebben of dat het vloerblok pas op een later tijdstip werd aangebracht. Ook nu weer is dit wellicht te ver gezocht, we moeten toegeven dat ook dit weeral een zwaar tegenargument is. Bij deze oplossing is te veel het woord “tenzij” gevallen, tenzij we dit…tenzij we dat. Het wordt tijd dat we aanvaarden dat dit niet de correcte oplossing kan zijn.
Oplossing 2: De doorgang naar de koningskamer bestaat uit 2 hoofddelen.
In dit geval gaan we ervan uit dat die reusachtige monoliet in werkelijkheid uit twee delen bestaat. Deel A is de monoliet die de zuidelijke wand vormt van de antichambre en deel B bestaat uit enkele immense granietblokken die verwerkt zitten in de muren van de koningskamer.

In dit voorbeeld wordt verondersteld dat de monoliet uit 2 delen bestaat.
We vertrekken dus vanuit het standpunt dat er over de gehele omtrek, aan de buitenkant van de granietwanden van de koningskamer, een spouw zit van 2 palmen (2/7 cubit). Dit betekent dat de muren van de koningskamer overal even dik zouden zijn, namelijk 3,29 cubit (3+2/7 cubit of ook 3 cubit + 2 palmen). De granieten monoliet in de zuidelijke wand van de antichambre zou dan slechts een dikte hebben van 1,29 cubit (1+2/7 cubit of ook 1 cubit + 2 palmen). Er zit een zekere symmetrie in die afmetingen, de spouw is 2/7 cubit, de muren in de koningskamer en de granieten monoliet hebben als dikte een bepaald geheel aantal cubit (resp. 1 en 3 cubit) plus telkens 2/7 cubit. Er staat daar dus drie maal 2/7 cubit naast elkaar, wellicht is dit een specifieke keuze van de ontwerpers geweest om een bepaald probleem op te lossen. Het ontdekken van dergelijke details is als een bevestiging dat we op het goede spoor zitten, zo voelt het tenminste toch aan.

Detailtekening van deel A, deel B en de spouw.
De muren van de koningskamer hebben een dikte van 3,29 cubit (3+2/7 cubit) en de granieten monoliet in de zuidelijke wand van de voorkamer 1,29 cubit (1+2/7 cubit). De spouw tussen de muren bedraagt 0,29 cubit (2/7 cubit). Zoals reeds eerder aangehaald diende die spouw zeer goed verborgen te blijven, zeker in de doorgang van de voorkamer naar de koningskamer. Om die reden was het een vereiste dat deel A en deel B perfect op mekaar aansloten.

Deel A en B sluiten op mekaar aan in het midden van de spouw.
De simpelste manier om die spouw weg te werken en te verbergen moet erin bestaan hebben die granietblokken rond de doorgang wat te laten uitspringen zodat ze tegen mekaar kwamen. De piramidebouwers hielden enorm van symmetrie, zoveel is duidelijk. Indien ze elk deel rond de doorgang precies 1/7 cubit lieten uitspringen kwam de voegnaad precies in het midden van de spouw te liggen. Op bovenstaande tekening wordt duidelijk dat die voegnaad op 3,43 cubit zou moeten liggen, dit gemeten vanaf de granietwand in de koningskamer. Laat dit nu net de exacte afmeting zijn van het vloerblok, zoveel details die perfect overeenkomen kunnen toch geen toeval meer zijn?

De lengte van het vloerblok bedraagt exact 3,43 cubit (Petrie).
|
Along floor
on E. side |
South from centre
of Pyramid ± .9 |
Level over virtual
end of Gallery
± .2 |
Level over pavement
± .6 |
Joint of wall |
134.17 |
195.9 |
|
|
S. end of Antechamber |
168.10 |
229.8 |
|
|
Joint of floor |
198.41 |
260.1 |
2.9 and 2.8 |
1691.9 and 1691.8 |
Base of King's ch. wall |
268.9 |
330.6 |
– .5 |
1688.5 |
End of passage floor |
269.04 |
330.7 |
3.0 |
1692.0 |
Raised floor, King's ch |
269.17 |
330.9 |
3.8 |
1692.8 |
Lengtes zoals opgemeten door Petrie [1] in de antichambre.
Voor de lengte van dat vloerblok (lengteverschil) vinden we twee waarden, namelijk (269,04 – 198,41) inch = 70,63 inch en (330,7 – 260,1) inch = 70,6 inch. Omgerekend komt dit resp. neer op 179,4 en 179,324 cm of ook op 3,426 en 3,425 cubit. De waarde die voorop werd gesteld was 3,43 cubit en de nauwkeurig gemeten waarden zijn 3,425 en 3,426 cubit, we zitten er dus maximaal 0,005 cubit (0,26 cm) naast. Sta ons toe dit als heel correct te beschouwen. Dat is nu net wat we bedoelden met verborgen details in de piramide, om ze te kunnen proeven moet er wel héél nauwkeurig gerekend worden.
Merk tevens op in de tabel dat er geen verbinding is tussen dat vloerblok in de doorgang en de vloer van de koningskamer, daar zit een voeg van 0,2 inch (0,5 cm) en tussen beide bestaat een hoogteverschil van 0,8 inch (2 cm). Het moet vast de bedoeling geweest zijn om alle vloervlakken perfect even hoog te laten komen, dit in praktijk brengen moet een vrijwel onmogelijke klus geweest zijn. Nadat de koningskamer naar de hoogste positie was gestegen is er een hoogteverschil ontstaan van slechts 2 cm, dat een dergelijke precisie werd bereikt mag gerust als een heksentoer beschouwd worden.
Indien het scheidingsvlak tussen de koningskamer en de antichambre werkelijk op die locatie zit en dus beide granietblokken daar tegen mekaar komen moet die voeg uiteraard niet alleen in de vloer te zien zijn maar ook in de zijwanden en in het plafond van de doorgang. Dit is echter een punt waar we niet voldoende gegevens van terugvinden.

Stelt het gele vlak het scheidingsvlak voor tussen de antichambre en de koningskamer?
Originele foto van Jon Bodsworth – Zie ook [2]
Van het gele vlak veronderstellen we dat dit het scheidingsvlak voorstelt tussen de antichambre en de koningskamer, daar zouden de granietblokken tegen elkaar liggen en ten opzichte van elkaar kunnen verschuiven. De koningskamer stond origineel lager en werd omhoog geduwd, dit met inbegrip van de granietblokken die achter het gele vlak zitten, de voeg daarachter is het begin van de vloer van de koningskamer zelf en daar begint ook de binnenkant van de muren in de koningskamer. Het graniet dat te zien is vóór het gele vlak zou dus de monoliet moeten zijn die de zuidelijke wand van de antichambre vormt.

Foto van de doorgang, zicht vanaf de antichambre naar de koningskamer.
Foto van Jon Bodsworth – Zie ook [2]
Bovenstaand nogmaals dezelfde foto, zonder dat gele vlak erop getekend. De voeg in de vloer is maar al te duidelijk aanwezig, ook in de linker zijwand van de doorgang is een voeg zichtbaar. Indien de foto sterk wordt uitvergroot is er precies, maar met veel moeite, ook een voeg in de rechter zijwand zichtbaar. Hier zijn we op een punt gekomen waar we vallen over kleine details waarvan we niet voldoende informatie terugvinden, de rechter voeg is onzeker en van een voeg in het plafond weten we helemaal niets. Toch durven we te veronderstellen dat die voeg wel volledig zal rondlopen, dat het scheidingsvlak zich inderdaad op deze plaats situeert.
Merk ook op dat de voegnaad in de vloer nogal afgebrokkeld is, aan de linkerkant is er zelfs een hoek afgebroken of is er minstens een scheur ontstaan. Ook valt het op dat in de linker voegnaad beide granietblokken zeer nauw aansluiten, de voeg is zeer fijn zodat ze bijna niet te zien is. In feite sluit het geheel op die plaats zeer goed aan mekaar en het vloerniveau van beide blokken komt perfect gelijk van hoogte. Van de monoliet die de zuidelijke wand van de antichambre vormt is niet meteen duidelijk waar de voegen zitten, het ontbreekt ons aan de nodige detailfoto’s om daar een sluitend antwoord op te vinden. We nemen aan dat die wand bestaat uit één grote granieten monoliet waarin ongeveer in het midden een rechthoekig gat zit van zo’n twee cubit breed en zo'n drie à vier cubit hoog. Deze monoliet zou dus best kunnen vergeleken worden met een volledige gordelsteen (girdle stone) waarin een opening zit (de doorgang) van zo’n 2 bij 2 cubit.

In de muur van de koningskamer zijn twee afzonderlijke granietblokken te zien.
Foto van Jon Bodsworth – Zie ook [2]
Kijken we vanaf de koningskamer naar de doorgang dan wordt het duidelijk dat het hier niet om één grote monoliet gaat maar om meerdere immense granietblokken. Het gebruik van dergelijke grote blokken zal vast wel een grondige reden gehad hebben, dat er een opening zit in de wand van een kamer die opwaarts kon bewegen zal er wellicht een van zijn. Het gaat hem langs de kant van de koningskamer dus niet over één grote gordelsteen maar om minstens twee enorme granietblokken.
Het eerste vloerblok in de doorgang heeft dus een lengte van 3,43 cubit en is in feite niets meer dan de dikte van de muur in de koningskamer (3,29 cubit) plus een verlenging van 1/7 cubit om de helft van de spouw te overbruggen. Het tweede vloerblok sluit daar nauw op aan en loopt nog verder door in de antichambre. Het derde blok in de doorgang is eveneens van graniet en vormt de verhoogde drempel in de voorkamer, boven die drempel hangt het granieten “valluik”.

Verticale doorsnede door het midden van de lage doorgang.
Bovenstaande tekening is een verticale doorsnede van de koningskamer en de antichambre die door het midden van de lage doorgang gaat. Het is een voorbeeld van hoe de spouw kon verborgen worden door omheen de opening van de lage doorgang de muren 1/7 cubit te laten uitspringen. Alles wel beschouwd denken we dat deze oplossing de meeste kans maakt de realiteit te benaderen.
Is het vraagstuk nu volledig opgelost?
Waarschijnlijk niet, er zijn nog enkele details die om een antwoord vragen.
Op voorgaande foto’s was duidelijk te zien dat de voegnaad in de doorgang van de koningskamer naar de antichambre zeer fijn was en dat beide delen nauw op mekaar aansloten. Daaruit mogen we wellicht besluiten dat beide granietblokken in de doorgang niet gewoon tegen mekaar liggen maar daarentegen mooi aansluitend in mekaar zijn geschoven. Dit doet ons automatisch denken aan een soort zwaluwstaartverbinding.
In onze huidige samenleving zijn zwaluwstaartverbindingen meestal terug te vinden in kwaliteitsmeubelen. Ze worden toegepast voor het maken van stevige verbindingen en ook, maar in veel mindere mate, om geleidingen (van bijv. kastladen, schuiven) te vervaardigen.

In de houtbewerking worden zwaluwstaarten meestal toegepast
voor het vervaardigen van stevige hoekverbindingen.

Zwaluwstaartgeleidingen in de metaalbewerking
Bij machines voor metaalbewerking ligt dat heel anders, zwaluwstaartverbindingen worden daar veelvuldig toegepast voor zowel horizontale- als verticale geleidingen. Deze hebben de eigenschap dat het heel sterke verbindingen zijn en dat beide delen in mekaar kunnen schuiven zonder de minste speling.

Twee delen kunnen zonder enige speling over mekaar schuiven.
Hoewel bijv. een horizontale zwaluwstaartverbinding een zeer soepele horizontale beweging toelaat is een verticale verplaatsing onmogelijk. Dat men in de oudheid de zwaluwstaartverbinding kende en daadwerkelijk ook heeft toegepast, daar maken we niet veel woorden meer aan vuil. We hebben het dan wel over het gebruik van zwaluwstaarten voor rechte- en hoekverbindingen van twee granieten balken (bijv. horizontaal geplaatste lateien). Wereldwijd zijn er bewijzen te vinden dat deze techniek inderdaad werd toegepast. Typerend voor de sites is het gebruik van enorme monolieten in graniet of andere soorten hardsteen en het feit dat de gebouwen totaal naamloos zijn. Als voorbeeld kunnen locaties opsommen zoals Puma Punka, Tihuanaca, de daltempel van Chefren, het Osirion in Abydos etc. Het vreemde hieraan is dat deze verbindingen in de oudheid werden toegepast in hardsteen, dit is nu net wat hedendaags niet gebeurt. “In de oudheid kon men de moeilijkste vormen uitsnijden in de hardste steensoorten alsof het slechts om een pakje boter ging” (citaat Erich von Däniken), blijkbaar is deze technologie verloren gegaan.
We hebben zo het idee dat er ook in de piramide van Cheops gebruik werd gemaakt van zwaluwstaartverbindingen. Toen de koningskamer naar omhoog werd geduwd schoven vermoedelijk de zwaluwstaarten, van de granietblokken omheen de ingang, in de monoliet die de zuidelijke wand van de antichambre vormt. De nauwsluitende verbinding zorgde er voor dat slechts een heel fijne voegnaad te zien was, mogelijks was de spanning op beide blokken zo groot dat er reeds vanaf het begin een scheur in de vloer is ontstaan. Indien de zwaluwstaarten niet over de volledige hoogte werden aangebracht dan waren deze niet te zien in de vloer, we noemen dit hedendaags een verdekte zwaluwstaart. Het ziet er naar uit dat men ten alle tijde wou vermijden dat iemand de spouw zou kunnen zien en zo de constructie van de koningskamer zou doorgronden.

Bovenaanzicht op de antichambre met de veronderstelde verticale zwaluwstaartgeleiding.
Bovenstaande oplossing geeft nog steeds geen afdoende antwoord op alle details. Één enkele verticale zwaluwstaartgeleiding waarvan de tanden slechts een dikte konden hebben van 2 palmen (2/7 cubit = 0,29 cubit of 15 cm) kan onmogelijk voldoende mechanische sterkte gehad hebben om de koningskamer op zijn plaats te houden.
We hebben eerder al de koningskamer vergeleken met een moderne liftkooi die kan op en neer bewegen in de liftkoker.

Een liftkooi loopt in verticale geleiders in de liftkoker.
Een liftkooi kan zomaar niet vrij rondslingeren in de liftschacht maar loopt in verticale geleiders om deze in de juiste positie te houden, idem voor het tegengewicht. Afhankelijk van de grootte van de lift kunnen we twee, vier of zelfs nog meer verticale geleiders aantreffen. Dat zal bij de koningskamer niet anders zijn, om deze “lift” in de juiste positie te houden kunnen we waarschijnlijk ook daar geleiders ontdekken. Er is slechts één zwaluwstaartgeleiding te verwachten, namelijk deze in de doorgang van de antichambre naar de koningskamer. De rest van de geleiders kan maar hoeft niet echt een zwaluwstaart te zijn, de overige geleiders dienden om de koningskamer in de juiste positie te houden maar hoefden niet zo nauw aan te sluiten, vanwege de grotere wrijvingskracht was het zelfs beter om geen zwaluwstaart toe te passen.
Laat ons alle details nog eens op een rijtje zetten.
De veronderstelde spouw van 2/7 cubit laat slechts heel kleine zwaluwstaarten toe, deze zijn mechanisch wellicht niet sterk genoeg om die paar duizend ton zware koningskamer op zijn plaats te houden, deze zouden vast zijn afgebroken.
De muren van de koningskamer zouden een dikte hebben van 3+2/7 cubit, dit is op zich een vreemd gegeven, waarom komt de dikte van die granietblokken niet op een exact aantal cubit uit?
Bij de granieten monoliet die de zuidelijke wand van de antichambre vormt zien we identiek hetzelfde. Waarom is die 1+2/7 cubit dik en niet exact 1 cubit?
De spouw heeft een veronderstelde breedte van 2/7 cubit. Samen staat daar 3 maal 2/7 naast elkaar, dat maakt een totaal van 6/7 cubit en slechts 1/7 minder dan een hele cubit. Juist voor die 1/7 cubit diende men de antichambre 1/7 cubit groter te maken en de lage doorgang 1/7 korter. Waarom toch die ingewikkelde structuur?
Het is uiteraard puur gokwerk maar alle voorgaande eigenaardigheden tezamen genomen doen ons denken aan een spouw met een breedte van 6 palmen waartussen zwaardere geleiders zitten die dezelfde dikte hebben als die spouw.

In de doorgang een verticale zwaluwstaartgeleiding,
op de drie andere hoeken een getande geleider.
Op bovenstaande tekening hebben we voor de dikte van de granietwanden exact 3 cubit genomen en voor de monoliet in de zuidelijke wand van de antichambre exact 1 cubit, voor de spouw zelf is er dan 0,86 cubit beschikbaar (6 palmen). In de doorgang naar de koningskamer, exact in het midden van de spouw, schoven de zwaluwstaarten van beide delen perfect in mekaar waardoor er slechts een zeer fijne voegnaad is te zien. Door de grotere spouw kunnen de tanden van de zwaluwstaart een dikte hebben tot 0,86 cubit, deze hadden wellicht wél de vereiste mechanische sterkte. Op de drie overige hoeken kan een geleider zitten, al dan niet met rechthoekige tanden, om de koningskamer in zijn geheel op de juiste positie te houden. Theoretisch kunnen deze rechthoekige tanden uitgehakt zijn in de granietblokken (A) die in de muren van de koningskamer verwerkt zitten maar het zouden eveneens afzonderlijke hardstenen platen (B) kunnen zijn die aan de buitenkant van de muren werden bevestigd.

De zuidelijke luchtschacht van de koningskamer passeert waarschijnlijk door
een van de verticale geleiders om de spouw verborgen te houden.
Op deze tekening staat een geleiding van het type A.
De zuidelijke luchtschacht gaat eerst over een afstand van 172 cm door het graniet, dit werd nauwkeurig opgemeten door Rudolf Gantenbrink [3]. Die 172 cm komt overeen met 3,29 cubit of ook 3+2/7 cubit. Waarschijnlijk bedraagt de dikte van de muren van de koningskamer exact 3 cubit maar gaat de luchtschacht door een van de verticale geleiders die de koningskamer in de juiste positie hielden. Dat de luchtschacht nu juist daar passeert kan met opzet zijn gedaan om de spouw tussen de muren verborgen te houden.

Bovenaanzicht op de spouwmuur. Zitten er verticale geleiders in de spouw?
Dat men voor die spouw nu precies 6/7 cubit heeft genomen moet wellicht te maken gehad hebben met de deelbaarheid door 3. Indien hedendaags losse geleiders worden vervaardigd met rechte tanden of zwaluwstaarten is het zowat een routine om de dikte te verdelen in drie gelijke stukken. Voor de spouw werd niet voor een volledige cubit gekozen maar werd blijkbaar opzettelijk 6 palmen (6/7 cubit) genomen, dit zou dus wel eens kunnen te maken gehad hebben met het soort van geleiders dat in die spouw gebruikt werd.

Een idee voor verticale geleiders bevestigd aan de buitenwanden van de koningskamer.
Een dergelijke oplossing zou bovendien nog het voordeel gehad hebben dat de granietbalken die in horizontale lagen werden opgestapeld konden vastgehecht worden aan de verticale geleiders.
Hoe? Weten wij veel… met superlijm misschien.
De bevestiging van de monoliet.

Een granieten monoliet vormt de zuidelijke wand van de antichambre.
Werd die met nokken opgehangen aan de granieten lambrisering?
Op de tekening zijn de muren van de koningskamer niet te zien, we gaan uit van de veronderstelling dat die in de laagste positie staan. Indien de monoliet aan de achterzijde een zwaluwstaartgeleiding heeft die in de muren van de koningskamer schoven dan moeten we ervan uitgaan dat de monoliet met een kleine speling werd opgesteld, dat de monoliet in beperkte mate zowel horizontaal als verticaal kon verschuiven. Het is zelfs mogelijk dat die monoliet een weinig mee naar omhoog is geschoven op het moment dat de koningskamer in zijn hoogste stand kwam, dit liet een perfecte aansluiting toe van de vloerblokken. Het gevolg van dit alles is dat die monoliet in het begin, met de koningskamer in de laagste positie, helemaal vrij stond en naar beneden kon donderen in de liftkoker. Om dit te verhinderen werd de monoliet misschien wel voorzien van nokken die ingrijpen op de granietplaten van de lambrisering in de antichambre, de monoliet had op die manier een zekere bewegingsvrijheid maar werd toch in positie gehouden zodat hij niet kon vallen.
Het zou dus best kunnen dat die monoliet enkele centimeters mee naar omhoog werd geduwd, tussen de bovenkant van die monoliet en het plafond van de antichambre was echter de nodige reserve voorzien. We denken dat achteraf, toen de koningskamer in de hoogste positie was geduwd en alle water uit de piramide was weggestroomd, de werklieden de piramide opnieuw zijn binnengedrongen, dit niet alleen voor inspectie en restauratie van de piramide maar ook om nog enkele belangrijke punten te camoufleren.
Een van die punten die aan de aandacht diende onttrokken te worden was wellicht de opening boven de monoliet. Indien men boven en achter die granietwand kon kijken zou de constructie van de koningskamer wellicht veel te vlug achterhaald zijn. Waarschijnlijk werd om die reden de opening afgedicht met een kalksteen waarin zelfs vier groeven werden gehakt net zoals die er ook zijn in de monoliet, dit alles om de indruk te wekken dat het om één geheel ging. Dat de bouwers daarvoor een blok kalksteen hebben gebruikt in plaats van graniet is toch wel vreemd.

Werd de monoliet enkele centimeters naar omhoog geduwd?
Foto van Jon Bodsworth – Zie ook [2]

Wat zou er achter dat klein stuk kalksteen te zien zijn?
Foto van Jon Bodsworth – Zie ook [2]
Om zekerheid te hebben zou het relatief klein stuk kalksteen boven de monoliet moeten verwijderd worden, daarachter een blik kunnen werpen zou al heel veel kunnen verduidelijken. Twee eeuwen geleden was men van plan de piramide af te breken om de stenen te gebruiken voor de bouw van een dam op de Nijl. Geef ons dus hamer en beitel en we hakken dat stuk kalksteen eruit…. Nou ja, de tijden zijn blijkbaar sterk veranderd.
De ware functie van de antichambre.
De antichambre is uiteraard in eerste instantie een doorgang naar de grafkamer van de farao, beter gezegd hebben de piramidebouwers hier de indruk willen wekken dat de “koningskamer” een grafkamer is. Om die illusie helemaal compleet te maken werd er zelfs een granieten bak in geplaatst die een sarcofaag kon voorstellen. Hun opzet moet zonder meer briljant worden genoemd, nog steeds is vrijwel iedereen er vast van overtuigd dat het inderdaad om de grafkamer van de farao gaat en dus moet de antichambre wel de doorgang zijn om die kamer te betreden. Volgens de vrijwel algemene aanvaarde visie was die doorgang origineel afgesloten met granieten valblokken die tussen de groeven van de zijwanden werden geplaatst en als doel hadden de eventuele rovers tegen te houden. De vierde granietplaat, die nog steeds in de antichambre aanwezig is, kan onmogelijk een valblok geweest zijn aangezien dit blok nooit tot op de vloer kon komen.
Maar, als het om die gootjes in de antichambre gaat dan zwijgt iedereen in alle talen, tot op heden hebben we daaromtrent nog geen enkele zinnige uitleg gehoord. Blijkbaar is vrijwel iedereen ervan overtuigd dat het slechts ondiepe kuiltjes zijn en niets meer, op de vraag waarom die er zijn en waarom nu juist op die plaatsen is er nog steeds geen afdoend antwoord gegeven. Wijzelf zijn eerder de mening toegedaan dat die kleine gootjes als zeer belangrijk moeten beschouwd worden, die hebben wellicht gefungeerd als een tijdsmechanisme voor de automatische bediening van het hydraulisch systeem in de piramide.

Water stroomt de piramide binnen, tot de maximum hoogte van zo'n 100 cubit.
Nu we denken een hydraulische pers te herkennen in het binnenste van de piramide zitten we met twee schachten waarlangs het water kon opstijgen. De weg via de afdalende gang en de grote galerij hebben we reeds in eerdere hoofdstukken proberen uit de doeken te doen, blijft nu nog enkel de verticale schacht over die tot onder de muren van de koningskamer komt.
We hebben reeds meerdere malen aangehaald dat er bij een hydraulisch systeem ten allen tijde moet vermeden worden dat er lucht in de drukleidingen blijft zitten. Indien water binnenstroomde in de ondergrondse kamer zou nochtans de grootste hoeveelheid lucht zich in het bovenste gedeelte van die kamer opstapelen, uiteindelijk zou al die lucht in de verticale schacht geperst worden en juist onder de koningskamer blijven steken. Met dergelijke grote hoeveelheden lucht in de “drukleidingen” kon dit systeem onmogelijk functioneren, dus het kan gewoonweg niet anders dan er was in de omgeving van de koningskamer een voorziening om de leidingen te ontluchten.
Dit beschouwen we als een van de taken die automatisch werden uitgevoerd in de antichambre, bovendien moet de constructie ervan zodanig zijn geweest dat alle bewerkingen in de correcte volgorde werden uitgevoerd. We trachten dit duidelijk te maken.

De afmetingen van de antichambre en van de doorgangen naar de koningskamer.
Plan volgens de gegevens genoteerd door Petrie, wat er onder de vloerblokken zit is niet bekend.
Link naar dezelfde tekening maar in groter formaat.
Met de piramiden op het Gizeh plateau bereikten de Oud Egyptenaren (4é dynatsie) ongetwijfeld hun hoogtepunt in de bouwkunst. Toch wordt vrijwel algemeen aangenomen dat in die periode hun technologische kennis eigenlijk nog in haar kinderschoenen stond. Maar, de constructie van de antichambre is zo complex dat wij, zelfs na al die jaren, er nog steeds niet in geslaagd zijn deze ten volle te ontcijferen. Dit zijn feiten die niet te rijmen vallen, als wij dan toch zoveel slimmer zijn dan zouden we met hun constructies toch niet de minste moeite mogen hebben om die te doorgronden? De antichambre echter dwingt ons daar heel anders over te denken.

Detailtekening van de antichambre, drie paar gootjes in de vloer.
De paarse delen zijn van graniet, de bruine van kalksteen.
Link naar dezelfde tekening maar in groter formaat.
Waarschijnlijk vormen die drie paar gootjes in de hoge stoep en in de vloer van de antichambre de sleutel voor het doorgronden van deze ingewikkelde constructie. Zoals wel vaker het geval is kunnen er meerdere scenario’s bedacht worden om de werking van deze constructie uit te leggen. Onderstaand is een van de vele mogelijkheden, zonder garantie dat deze versie de correcte is.
Ieder vloerblok, waarin een paar gootjes zitten, beschouwen we als een afsluitkraan. Als het steenblok hoger staat dan is de kraan open, staat dat blok beneden dan is de kraan dicht. Zo simpel kan dit uitgelegd worden, maar wat er nu exact gebeurde en in welke volgorde is al zo duidelijk niet meer. Steeds moet het iets te maken gehad hebben met het ontluchten en laten vollopen van de “drukleidingen” van het hydraulisch systeem.
Waarschijnlijk stond ieder vloerblok, waarin er een paar gootjes werden uitgespaard, origineel een heel stuk hoger waardoor alle kranen open stonden. Daar kon dus zowel lucht alsook water doorstromen. Op een bepaald moment zakten die steenblokken in de vloer, uiteraard in de correcte volgorde, tot in hun huidige positie waardoor die gootjes werden afgesloten.

Mondt er een ontluchtingskanaal uit in het 1é paar gootjes?
Bovenstaande tekening toont de koningskamer in zijn laagste stand, zonder extra maatregelen zou de lucht blijven steken onder de afdichting van de koningskamer. Mogelijks werd er een klein kanaal voorzien voor de ontluchting, dit zou eventueel kunnen uitmonden in het eerste paar gootjes. In het begin stond dat vloerblok hoger en de “kraan” was open, de opgestapelde lucht kon er vrij doorstromen. Vanaf het moment dat er water door de gootjes stroomde was men er zeker van dat de verticale schacht onder de koningskamer volledig ontlucht was en vol water zat, nu kon de kraan “dichtgedraaid” worden. Waarschijnlijk bestaat zo’n “kraan” uit twee steenblokken die in mekaar schuiven waardoor de gootjes dichtgaan, daarvoor moest dat steenblok dus dalen tot op het huidige niveau van de vloer. De arbeiders hebben deze taak zeker niet manueel uitgevoerd omdat ze op dat moment de piramide niet meer konden betreden. Welk mechanisme heeft er dan voor gezorgd dat het sluiten van die kraan automatisch gebeurde?

Een mogelijke verklaring voor de werking van de antichambre?
Overzicht van de werking: De vloerblokken A, B en C kunnen origineel dus een heel stuk hoger gestaan hebben waarbij de groeven in de granieten zijwanden van de antichambre wellicht als verticale geleiders hebben gediend. Toen de verticale schacht onder de muren van de koningskamer werd gevuld met water kon de samengeperste lucht door de gootjes in vloerblok A tot in de antichambre komen, de lucht kon verder via (1) de ontluchtingsschachten bereiken en de piramide uitstromen. Uiteindelijk vloeide er ook water door die gootjes, dit was een teken dat de verticale schacht helemaal gevuld was, de gootjes konden nu gesloten worden. Het water dat in de antichambre vloeide kon via de gootjes in vloerblok B terug wegstromen (2) tot in de holte onder de vloerblokken. Die blokken werden in hun hoogste positie gehouden door stutten die eronder waren geplaatst. De simpelste oplossing zou er kunnen in bestaan hebben om bijv. zoutblokken te gebruiken als stutten, het water dat er langs stroomde zou deze hebben opgelost waardoor de vloerblokken konden zakken tot in hun huidige positie.
Zoals reeds meerdere malen aangehaald denken we dat de stutten onder de vloerblokken bestonden uit kalksteen en dat het binnenstromende water ergens onder die vloerblokken in contact kwam met een kristallijnen samenstelling die, eens opgelost in water, deze kalkstenen stutten kon oplossen. Die smurrie van gesmolten kalksteen kwam in de koninginnekamer terecht (via 5), die kamer was aan het begin van de horizontale gang potdicht afgesloten van de “drukleidingen” waardoor deze kamer nooit onder druk kwam te staan. De kalkbrij werd opgevangen in een met kwartszand gevulde bak (trechter) en de oplossing van water met die chemische samenstelling sijpelde door het kwartszand en kon vanaf de koninginnekamer via een kleine schacht direct tot buiten de piramide geleid worden.
De volgorde van de automatische acties uit te voeren in de antichambre:
1 – Het ontluchten en volledig vullen met water van de verticale schacht onder de koningskamer.
2 – De watertoevoer afsluiten, dit kon door het vloerblok A te laten zakken. Door het sluiten van die “kraan” kon langs daar geen druk meer ontsnappen op het moment dat de hydraulische pers in werking trad.
3 – Nadat vloerblok A beneden stond kon wellicht ook het vloerblok B naar beneden komen.
4 – Het binnenstromende water, nu komende via de afdalende gang, vulde gelijktijdig ook de grote galerij, toen deze helemaal gevuld was stroomde het water verder via de gootjes (3) in de hoge stoep (C) tot achter de wanden van de grote galerij. Ook de stutten onder die hoge stoep werden weggesmolten zodat ook de hoge stoep kon zakken tot zijn huidig niveau.
5 – De stutten in de grote monoliet smolten weg en na verloop van tijd kwam de grote monoliet los, deze schoof naar beneden waardoor er waterdruk ontstond en er ook een grote watermassa werd verplaatst (kleine cilinder & zuiger).
6 – De verplaatsing van deze watermassa duwde de koningskamer (grote cilinder & zuiger) enkele cubit naar omhoog waardoor de toegang tot de echt geheime kamers werd verborgen.
Enkel het water dat uit de gootjes van vloerblok A kwam mocht een mechanisme in werking zetten om diezelfde gootjes A te sluiten, daarom diende er dus voor gezorgd worden dat het water uit de grote galerij niet tot in de gootjes B kon stromen. Wellicht heeft die granietplaat in de antichambre gediend als waterdicht tussenschot om de waterstroom (4) te verhinderen. Mogelijks was die granietplaat ooit bekleed met een soort dichtingmateriaal.
Verklaring: Vrijwel alles heeft te maken met een juiste timing, met de correcte volgorde van acties. Indien er water vanuit de grote galerij in de gootjes B kon stromen dan werden daardoor de gootjes A afgesloten, dit mogelijks nog voor de verticale schacht helemaal gevuld was met water. Dit had de werking van de hydraulische pers totaal onmogelijk gemaakt. Het was dus enkel en alleen het water dat uit de gootjes A stroomde dat het mechanisme kon activeren om diezelfde gootjes A af te sluiten, enkel dan kon men er zeker van zijn dat de verticale schacht helemaal gevuld was.
_____________________________________________________________
Verwijzingen bij hoofdstuk 31.
[1] - Petrie W.M. Flinders - The Pyramids and Temples of Gizeh - 1883.
http://nl.wikipedia.org/wiki/William_Flinders_Petrie
Dit boek kan online geraadpleegd worden op onderstaande link.
http://www.ronaldbirdsall.com/gizeh/index.htm
[2] -Website van Jon Bodsworth
Jon’s eigen foto’s van de piramiden en omgeving.
Foto’s uit het boek van John & Morton Edgar (1910).
Tekeningen uit de boeken van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
http://www.egyptarchive.co.uk/index.htm
[3] - Upuaut Project - Cheops Pyramid airshaft investigation.
by Rudolf Gantenbrink
Zie zijn website www.cheops.org
|