Eerste versie 24 januari 2011.
De huidige algemene visie in verband met Cheops’ piramide is dat de zogenaamde koningskamer de graftombe is geweest van de farao. Volgens de meeste Egyptologen werden, nadat Cheops’ mummie in de sarcofaag was gelegd, drie granietplaten neergelaten in de antichambre waardoor de doorgang naar de koningskamer definitief werd afgesloten. Nadien zouden de piramidebouwers de opgaande gang hebben geblokkeerd door drie granietpluggen vanaf de grote galerij naar beneden te schuiven tot helemaal onderaan de opgaande gang.

De onderkant van de onderste granietplug gezien vanaf de afdalende gang.
Hier werd origineel een groot blok kalksteen aangebracht om de opgaande gang
alsook de pluggen te verbergen.
Picture Jon Bodsworth [1]
Die granietblokken werden op hun beurt dan weer gecamoufleerd met een groot stuk kalksteen waardoor er, in de afdalende gang, absoluut niets meer te zien was van de opgaande gang noch van die granietpluggen.

De opening onderaan de afdalende gang naar de bronnenschacht
zat origineel verborgen achter een steenblok. Foto Edgar Brothers [1]
Helemaal onderaan de afdalende gang begint de vrijwel verticale bronnenschacht, ook die werd aan het oog ontrokken door deze eveneens af te sluiten met een steenblok. Het komt er dus op neer dat de koningskamer “voor eeuwig en altijd” afgesloten en verborgen werd.

Werd de koningskamer afgesloten door drie granieten valluiken in de antichambre te plaatsen?

Drie granietpluggen blokkeren de opgaande gang.
Een draaideur aan de ingang van Cheops’ piramide?
Omstreeks het begin van de Christelijke jaartelling beschreef de Grieks-Romeinse geograaf Strabo in zijn Geographica de ingang van de piramide als volgt: “Iets omhoog aan één kant bevat de piramide een steen die kan worden weggehaald en zo een hellende doorgang naar de fundamenten laat zien. Strabo geeft een duidelijke beschrijving van de afdalende gang en de grote onderaardse kamer waarop deze uitkwam. Ook werd er graffiti uit de tijd van de Romeinse bezetting van Egypte aangetroffen, een bevestiging van regelmatig bezoek. In de opgaande gang, de grote galerij en de koningskamer is er echter geen enkel spoor te vinden van dergelijke graffiti. Dit doet vermoeden dat de opgaande gang, de grote galerij en de koningskamer ten tijde van Strabo nog niet ontdekt waren, zo niet had hij deze zeker uitvoerig beschreven.

Een valdeur aan de ingang van Cheops’ piramide? Tekening Petrie [2]
[3] Strabo c. 24 BC. Taken from 'The geography of Strabo' (Trans. By H. L. Jones) (New York: G. P. Putnam's Sons) Vol. III, p. 84-5).
Zie website:
http://www.ancient-wisdom.co.uk/Ghizppendices.htm#strabo
The section concerning the 'moveable stone' has been variously translated. The following is a modern translation (ref lost), which supports the idea that the stone 'door' was a similar mechanism as that found in the 'South pyramid of Dashur' (See Petrie). "The Greater (Pyramid), a little way up one side, has a stone that may be taken out , (exairesimon, exemptilem) which being raised up (arqentoV, sublato) there is a sloping passage to the foundations."
An original translation of Strabo's Geographica dating to 1857, says: "…a stone, which may be taken out; when that is removed"—not "raised up". The translation of the original Greek is clearly important.
Naar gelang de interpretatie en vertaling van Strabo’s werk zou het zowel kunnen gaan om een hangdeur alsook om een steen die kon weggenomen worden. Hoe dan ook, die steen of hangdeur aan de ingang van de piramide kon blijkbaar op een relatief makkelijke manier verwijderd worden. Dit wekt het vermoeden dat het inwendige van de piramide achteraf nog kon betreden worden, toch op zijn minst de afdalende gang en de ondergrondse kamer. Dit feit werd op latere datum dan weer sterk in tijfel getrokken door Edwards.
[4] I.E.S Edwards: [citaat] Er is enige speculatie ontstaan omtrent de manier waarop de toegang tot de piramide was afgesloten, door een uiteenzetting van Strabo. In zijn Geographica, dat ongeveer aan het begin van de christelijke jaartelling geschreven werd, stelt hij dat de piramide, “iets omhoog aan één kant, een steen bevat die kan worden weggehaald en zo een hellende doorgang naar de fundamenten laat zien”. Petrie interpreteerde deze uiteenzetting als had de grote piramide een hangdeur bestaande uit één stuk, die aan draaipennen aan weerszijden van de bovenkant opende en sloot. Ter ondersteuning van zijn theorie kon hij onder de aandacht brengen dat zowel in de noordelijk ingang van de knikpiramide als in de piramide van Meidoem holtes waren uitgehakt in de zijmuren bij de ingang die blijkbaar bedoeld waren voor de plaatsing van deurpennen. Doordat de buitenlaag verloren is gegaan, is het onmogelijk te zeggen of de ingang naar de grote piramide ook van dergelijke holtes voorzien was. Het is echter moeilijk te geloven dat de deur die Strabo beschreef, als men zijn woorden goed heeft begrepen, dateerde uit de tijd waarin de piramide gebouwd werd. Als verdere toegang tot de inwendige kamers was overwogen, zou men zeker geen gebruik gemaakt hebben van afsluitblokken en valblokken; een hangdeur zou een dergelijke toegang hebben verondersteld. [einde citaat]
Het zijn inderdaad twee argumenten die mekaar lijken tegen te spreken, enerzijds werd de koningskamer voor altijd afgesloten maar anderzijds doet een draaideur veronderstellen dat de piramide steeds toegankelijk is gebleven. Dit valt dus niet zomaar te verklaren, toch niet indien we van de veronderstelling uitgaan dat de koningskamer de graftombe van Cheops is geweest en dat er verder in de piramide hoegenaamd niets meer te ontdekken valt. En, er zijn meer verwarrende feiten.
Antieke restauraties in de koningskamer.
Beschrijving van de koningskamer door Petrie:
[2] Petrie Ch 51: These openings or cracks are but the milder signs of the great injury that the whole chamber has sustained, probably by an earthquake, when every roof beam was broken across near the South side; and since which the whole of the granite ceiling (weighing some 400 tons), is upheld solely by sticking and thrusting. Not only has this wreck overtaken the chamber itself, but in every one of the spaces above it are the massive roof–beams either cracked across or torn out of the wall, more or less, at the South side; and the great Eastern and Western walls of limestone, between, and independent of which, the whole of these construction chambers are built, have sunk bodily. All these motions are yet but small–only a matter of an inch or two–but enough to wreck the theoretical strength and stability of these chambers, and to make their downfall a mere question of time and earthquakes.
Benaderende vertaling: Deze openingen of scheuren [in de dakbalken] zijn slechts de mildere symptomen van de grote schade die de hele [konings]kamer heeft opgelopen. Waarschijnlijk door een aardbeving is elke dakbalk aan de zuidkant gebroken, sindsdien wordt het geheel van het granieten plafond (met een gewicht van ongeveer 400 ton) uitsluitend op zijn plaats gehouden door steek- en plakwerk. Die beschadigingen beperken zich niet tot de koningskamer alleen, in elk van de ruimtes erboven zijn de massieve dakbalken hetzij gekraakt of in meer of mindere mate uit de muur gescheurd. Aan de zuidkant van de grote oost -en westwand van kalksteen waartussen, geheel losstaand ervan, de constructiekamers zijn gebouwd is een verzakking vast te stellen. Al deze verplaatsingen bedragen slechts een paar inches, maar dit is genoeg om de theoretische sterkte en stabiliteit ervan te verzwakken, het instorten van deze constructie is slechts een kwestie van tijd en aardbevingen.

De gebroken dakbalken in de koningskamer. Picture Jon Bodsworth [1]
Petrie Ch 53: These roofing–beams are not of "polished granite", as they have been described; on the contrary, they have rough–dressed surfaces, very fair and true so far as they go, but without any pretence to polish. Round the S.E. corner, for about five feet on each side, the joint is all daubed up with cement laid on by fingers. The crack across the Eastern roof–beam has been also daubed with cement, looking, therefore, as if it had cracked before the chamber was finished. At the S.W corner, plaster is freely spread over the granite, covering about a square foot altogether.
Benaderende vertaling: De granieten dakbalken die het plafond van de koningskamer vormen zijn niet van "gepolijst graniet", zoals ze worden beschreven. Integendeel, ze hebben onderaan een ruw oppervlak dat zeer vlak uitgehakt werd maar zonder de pretentie gehad te hebben deze te polijsten. In de zuidoostelijke hoek, tot ongeveer vijf voet aan elke kant, werden de scheuren dichtgestopt met cement die er met de vingers werd opgelegd, ook de scheur in de Oostelijke granietbalk is beklad met cement. In de zuidwestelijke hoek werd het gips vrij verspreid over het graniet, in het totaal op een oppervlakte van ongeveer een vierkante voet.
Petrie Ch 62: All these chambers over the King's Chamber are floored with horizontal beams of granite, rough dressed on the under sides which form the ceilings, but wholly unwrought above. These successive floors are blocked apart along the N. and S. sides, by blocks of granite in the lower, and of limestone in the upper chambers, the blocks being two or three feet high, and forming the N. and S. sides of the chambers. On the E. and W. are two immense limestone walls wholly outside of; and independent of; all the granite floors and supporting blocks. Between these great walls all the chambers stand, unbonded, and capable of yielding freely to settlement. This is exactly the construction of the Pyramid of Pepi at Sakkara, where the end walls E. and W. of the sepulchral chamber are wholly clear of the sides, and also clear of the sloping roof–beams, which are laid three layers thick; thus these end walls extend with smooth surfaces far beyond the chamber, and even beyond all the walls and roofing of it, into the general masonry of the Pyramid.
Benaderende vertaling: Van alle constructiekamers boven de koningskamer bestaat de vloer uit horizontale balken van graniet, vrij ruw gevlakt aan de onderkanten die de plafonds vormen, maar geheel ruw aan de bovenkant. Deze opeenvolgende vloeren worden ondersteund door muren aan Noord -en Zuidkant bestaande uit granietblokken in de onderste- en uit kalksteen in de bovenste kamers. Die blokken zijn twee à drie voet hoog en vormen de Noord -en Zuidzijden van de constructiekamers. Aan de oost- en westzijde van de tussenkamers staan twee enorme kalkstenen muren geheel buiten en onafhankelijk van alle granieten vloeren en ondersteunende blokken. Tussen deze grote muren staan alle constructiekamers ongebonden waardoor ze vrij kunnen uitzetten of verschuiven. Dit is precies zoals bij de piramide van Pepi te Sakkara, waar de oostelijke- en westelijke eindwanden van de grafkamer geheel vrij staan van de zijkanten en duidelijk ook van de schuin hellende, in drie lagen boven elkaar aangebrachte, dakbalken. De eindwanden, met hun glad oppervlak, reiken dus tot ver buiten de kamer en zelfs tot voorbij de muren en het plafond ervan, ze maken deel uit van de massieve kern van de piramide.
Petrie Ch 63: In the first chamber the S. wall has fallen outwards, dragging past some of the roof-beams, and breaking other beams at the S.E. corner. The E. and W. end walls have sunk, carrying down with them the plaster which had been daubed into the top angle, and which cracked freely off the granite roofing.
Benaderende vertaling: In de eerste tussenkamer (Davison kamer) zijn de granietblokken die de zuidelijke muur vormen naar buiten geschoven, zelfs tot voorbij het uiteinde van een aantal van de dakbalken en enkele ervan, in de zuidoostelijke hoek, zijn gebroken. De oostelijke- en westelijke zijwand is gezakt waardoor het pleisterwerk uit de hoeken van het plafond werd gescheurd.
Bovenstaande gegevens doen enkele vraagtekens rijzen:
- Hoe komt het dat de granieten dakbalken zijn gebroken en de blokken van de
tussenmuren in de eerste constructiekamer naar buiten zijn geschoven?
- Wanneer en door wie werden die restauraties uitgevoerd?
- Hoe en wanneer is men tot in de koningskamer gekomen om de restauraties
uit te voeren?
Beweging binnenin de piramide.
De koningskamer heeft het uizicht alsof ze is uitgezet of verschoven. Er werd door sommige archeologen verondersteld dat dit mogelijks werd veroorzaakt door een explosie. Gezien buskruit in de Arabische wereld ten vroegste begin 13é eeuw bekend werd mogen we ervan uitgaan dat Machmoen, en eventuele eerdere indringers, daar geen gebruik hebben van gemaakt. Van Vyse is bekend dat hij wél explosieven heeft gebruikt, indien hij ooit buskruit heeft laten exploderen in de koningskamer dan zouden daarvan ook sporen moeten te zien zijn op de granietwanden alsook op de sarcofaag, dit is echter niet het geval. Davison, die Vyse voorafging, kwam reeds tot de conclusie dat er beweging is geweest binnenin de piramide, dus nog vóór Vyse en nog vóór er kon sprake zijn van buskruit.
Die beweging beperkt zich bovendien uitsluitend tot de koningskamer en de erboven liggende constructiekamers, in geen enkele andere kamer of gang binnen de piramide zijn er sporen van dergelijke verplaatsingen. Als die barsten niet werden veroorzaakt door een explosie wat kan dan wél de oorzaak geweest zijn? Le-Mesurier noemt twee aardbevingen als kandidaten, een in 908 AD en een andere in 1301 AD. Bij de laatste aardbeving zijn de mantelstenen van de piramide gevallen maar het staat niet vast dat een van deze aardbevingen ook de scheuren in de plafondbalken en het verschuiven van de muren in de koningskamer heeft veroorzaakt.
Restauraties in de oudheid.
De plafondbalken van de koningkamer zijn bepleisterd en de barsten erin werden “met de vingers” dichtgestopt, deze feiten wijzen in de richting van een restauratie. Het is vrijwel ondenkbaar dat deze herstellingen zouden zijn uitgevoerd door Machmoen of eventuele eerdere indringers, ook Vyse heeft dit niet gedaan. Dat deze herstellingen zouden uitgevoerd zijn door indringers is dus geen aanvaardbare optie. Alles wijst erop dat dit reeds gebeurde tijdens de bouw van de piramide zelf of slechts zeer korte tijd erna.
Maar, indien de herstellingen in zo’n vroeg stadium werden aangebracht dan moeten die beschadigingen ook hebben plaatsgevonden in diezelfde periode en kunnen dus niets te maken hebben met de aardbevingen die eerder werden genoemd. Die beschadigingen en de daaropvolgende restauratie van de koningskamer is een mysterie dat, volgens de huidige visie in verband met de koningskamer, niet afdoende verklaard kan worden.
Zoals reeds eerder uit de doeken werd gedaan veronderstellen we dat alle tot nu toe gekende kamers en schachten behoren tot de technische ruimten van de piramide die hoegenaamd niets te maken hebben met de echt geheime en nog steeds verborgen locaties in de piramide. We durven te stellen dat die beschadigingen zijn ontstaan tijdens het naar omhoog duwen van de koningskamer. Om het geheel, de koningskamer met drie van de daarboven liggende constructiekamers, naar omhoog te duwen waren enorme krachten nodig. Het omhoog duwen van een dergelijk groot gewicht heeft ongetwijfeld trillingen en torsiekrachten veroorzaakt waardoor de muren iets naar buiten zijn geschoven en waardoor meerdere plafondbalken barstten. Dit is meteen ook een verklaring waarom de koningskamer de enige ruimte is die sporen van een verplaatsing vertoont en grote beschadigingen heeft opgelopen.
In het concept van technische ruimten is het niet meer dan normaal dat er een draaideur aan de ingang van de piramide zat. Nadat het hydraulisch systeem zijn taak had volbracht was het noodzakelijk dat de arbeiders de piramide opnieuw konden betreden om na te gaan of dat systeem naar behoren had gewerkt. Bovendien waren er nog enkele punten die gecamoufleerd dienden te worden. De granietpluggen onderaan de opgaande gang werden verborgen achter een stuk kalksteen en wellicht ook de verticale schacht naar de grot, onderaan de afdalende gang, werd op dat moment afgedicht.
Zoals eerder werd aangehaald is het mogelijk dat er helemaal bovenaan de afdalende gang, aan de ingang van de piramide, een granietplaat zat die het inwendige van de piramide waterdicht kon afsluiten. Die plaat kon wellicht op een vrij eenvoudige wijze verwijderd en ook weer teruggeplaatst worden. Het moet dus vrij makkelijk geweest zijn om de piramide binnen te gaan en via de afdalende gang tot in de ondergrondse kamer te komen. Het zal dus niet zo moeilijk geweest zijn om de opgaande gang en de bronnenschacht met kalksteenblokken te camoufleren.
Werden de herstellingen uitgevoerd tijdens de bouw van de piramide?
De nu volgende bedenkingen worden uitvoerig besproken op onderstaande website (zie het punt “The granite plugs”).
http://www.ancient-wisdom.co.uk/Ghizaarchitecture.htm

Nog vóór de piramide werd afgesloten was het eenvoudig de koningskamer te betreden.
Ook de afdalende gang en de ondergrondse kamer waren nog toegankelijk.
We nemen aan dat de granietpluggen in de opgaande gang niet van in het begin op hun huidige plaats stonden maar dat deze op een later tijdstip naar beneden werden geschoven. Indien de herstellingen reeds tijdens de bouw van de piramide werden uitgevoerd dan zaten de granietpluggen dus nog niet op hun definitieve plaats en ook de eventuele granieten valluiken in de antichambre waren nog niet neergelaten. De koningskamer betreden op dat tijdstip was dus vrij eenvoudig. Er is echter een argument dat deze oplossing onmogelijk maakt.
Petrie: 'The present top one is not the original end; it is roughly broken, and there is a bit of granite still cemented to the floor some way farther south of it. From appearances there I estimated that originally the plug was 24 inches beyond its present end'
Benaderende vertaling: 'De huidige bovenkant van de hoogste granietplug is niet het originele einde, de plug werd grof afgebroken. Een stukje graniet ervan zit nog steeds vast gecementeerd aan de vloer, iets hogerop [iets meer zuidwaarts] in de opgaande gang. Origineel moet de bovenste granietplug zo’n 24 inches langer geweest zijn.

Indringers hebben zowat de helft van de bovenste granietplug weggebroken.
Petrie : 'The broken end of the upper block, and a chip of granite still remaining cemented to the floor of the passage a little above that, showing that it was probably 24 inches longer than it is now, judging by marks on the passage. Thus the total length of plug-blocks would be about 203 inches, or very probably 206 inches, or 10 cubits, like so many lengths marked out in that passage.....the plug-blocks cannot have stood in any place except on the sloping floor of the gallery'.
Benaderende vertaling: 'Uit het gebroken uiteinde van de bovenste granietplug, een scherf graniet nog steeds vastgelijmd aan de vloer van de doorgang een beetje hogerop en te oordelen naar markeringen op de passage blijkt dat die plug waarschijnlijk 24 inches langer was dan die nu is. De totale lengte van de drie granietpluggen was dus ongeveer 203 inches, meer waarschijnlijk 206 inches of exact uitkomend op 10 cubits, zoals zo vele lengtes uitgezet in deze passage ..... de granietpluggen kunnen op geen enkele andere plaats gestaan hebben dan op de hellende vloer van de grote galerij. "

Van de bovenste granietplug zijn stukken weggebroken,
de bovenkant van de plug moet ongeveer 24 inches hoger hebben gezeten.
Volgens Petrie zat er nog steeds een stuk graniet aan de vloer gecementeerd,
bij nader onderzoek door de Edgar brothers
bleek het echter te gaan om een klomp roze pleister die daar gemorst werd.

Detail van de gemorste roze pleister.
Voor zover ons bekend werden daarvan geen tekeningen of foto’s gemaakt.
Bovenstaande detailtekening berust dus louter op een veronderstelling.
The Edgar Brothers : (Vol II) - 'The Granite plug is composed of three blocks of red granite. There is a space of a few inches between the lowermost and middle blocks (Petrie says 4 inches). The top end of the uppermost block is much fractured in appearance…Professor Petrie says he saw a bit of granite still cemented to the floor two feet further up the passage. We, also, saw what for some time we took to be a piece of granite at the place indicated; but on more careful examination it proved to be a lump of coarse red plaster. We saw several similar pieces of plaster adhering to the angles of the floor and walls throughout the length of the passage, and we required to clear some of them away as they hindered careful measuring. We also saw at least one such piece of plaster in the Grand Gallery. This coarse red, or, rather, pink plaster was very extensively used by the ancient workmen in the core masonry of the building, and some of it can be seen in certain wide joints in the dilapidated portion of the First Ascending Passage.
Benaderende vertaling: “De granietplug is samengesteld uit drie blokken van rood graniet. Er is een ruimte van een paar inches tussen het onderste en middelste blok (Petrie zegt 4 inch). Van de bovenkant van het bovenste blok is veel afgebroken. ... Professor Petrie zegt dat hij, 2 voet verderop in de gang, een stuk graniet vond dat nog vastgelijmd zat aan de vloer. Wat ook wij, net zoals Petrie, in het begin voor een stuk graniet hielden, bleek na een meer zorgvuldige bestudering een brok van grof rood gips te zijn. Over de gehele lengte van de passage [opgaande gang] zagen we meerdere gelijksoortige stukjes van gips vastgekleefd aan de hoeken van de vloer en aan de wanden, we zagen ons zelfs verplicht om een aantal ervan te verwijderen omdat ze een zorgvuldige opmeting verhinderden. We zagen ook ten minste één stuk van dergelijk gips in de Grote Galerij. Deze grove rode, of liever gezegd, roze gips werd zeer intensief gebruikt door de werklieden in de kern metselwerk van de piramide. Dergelijk gips is ook te zien in bepaalde brede voegen in het vervallen gedeelte van de opgaande passage”.

In de opgaande gang werden, door de Edgar brothers, meerdere resten roze pleister gevonden die,
ten tijde van hun onderzoek, nog aan de vloer en wanden kleefden.
Van wat Petrie beschouwde als een stuk graniet afkomstig van de bovenste plug, dat nog steeds aan de vloer van de opgaande gang kleefde, bleek later dat het een brok roze plaaster was. Diezelfde specie werd eveneens gebruikt voor het herstellen van de granietbalken in het plafond van de koningskamer en het is bekend dat deze specie veelvuldig gebruikt werd bij de bouw van de piramide. We mogen er dus gerust van uitgaan dat de herstellingen in de koningskamer werden uitgevoerd door de piramidebouwers zelf.

Nog vóór het afsluiten van de piramide, de granietpluggen liggen nog ergens hogerop.
Het kan niet anders dan dat deze brokken pleister daar zijn terecht gekomen nadat de granietpluggen reeds op hun definitieve plaats waren geschoven, zo niet zouden deze zeker zijn weggeschuurd door de granietpluggen op het moment dat ze in de opgaande gang naar omlaag schoven. We mogen dus besluiten dat die roze pleister daar gemorst werden nadat de granietpluggen al beneden stonden, dat de herstellingen dus uitgevoerd werden op een moment dat de opgaande gang reeds afgesloten was.

Die restanten roze pleister kunnen daar pas zijn gemorst nadat
de granietpluggen reeds beneden stonden, dus nadat de piramide was afgesloten.
Dat is een heel vreemd gegeven, waarom zouden arbeiders nog in een graftombe binnendringen om herstellingen uit te voeren nadat deze al afgesloten was? Indien we ervan uitgaan dat de koningskamer inderdaad een graftombe is dan valt dit zeer moeilijk te verklaren.

Door de granietpluggen was de opgaande gang versperd,
de koningskamer kon via deze weg niet meer bereikt worden.
Nemen we echter aan dat het inwendige van de piramide een hydraulisch systeem is dat heeft gediend om de echt geheime kamers af te sluiten dan is het niet meer dan logisch dat er achteraf nog arbeiders in de piramide zijn geweest om de correcte werking van dat systeem te controleren. Het zijn deze arbeiders die tijdens hun inspectie de beschadigingen hebben vastgesteld en de nodige herstellingen hebben uitgevoerd. Hoewel, we spreken wellicht beter over camouflage dan over herstelling, een beetje pleister op de granietbalken zal bitter weinig invloed gehad hebben op de sterkte ervan.
Maar, hoe konden de arbeiders nog tot in de koningskamer komen nadat de granietpluggen onderaan de opgaande gang verankerd zaten? De vrijwel algemeen aanvaarde visie is dat de arbeiders via de bronnenschacht, helemaal onderaan de afdalende gang, naar omhoog zijn geklauterd waardoor ze onderaan de galerij zijn uitgekomen. Vanaf dat punt konden ze de antichambre bereiken.

Via de afdalende gang, de bronnenschacht en de grote galerij kon men toch nog tot in de koningskamer komen,
tenminste als de eventuele granieten valluiken in de antichambre niet beneden stonden of
…indien daar nooit valluiken hebben gestaan!
Helemaal onderaan echter was de bronnenschacht gevuld met steenslag die uit de grot afkomstig was. In 1638 daalde de astronoom John Greaves vanuit de grote galerij de put in. Hij kwam echter slechts tot een diepte van achttien meter. In 1765 drong een andere Brit, Nathaniël Davison, door tot een diepte van ongeveer vijfendertig meter, maar vond zijn weg geblokkeerd door een ondoordringbare massa van zand en steen. Omstreeks 1830 bereikte een Italiaanse avonturier, kapitein G.B. Caviglia, dezelfde diepte en stootte op hetzelfde obstakel. Vasthoudender dan zijn voorgangers huurde hij Arabische arbeiders om het puin te ruimen. Pas na dagen graven onder claustrofobische omstandigheden werd de verbinding met de afdalende gang ontdekt. Niettegenstaande voorgaande feiten kunnen we niet anders dan ervan uitgaan dat, toen de piramide werd afgesloten, de bronnenschacht nog steeds toegankelijk was en dat het steenslag, afkomstig uit de grot, daar pas veel later is terecht gekomen.

Pas in 1830 werd het zand en steenslag verwijderd uit de bronnenschacht.
Vanaf wanneer zat die schacht verstopt?
Indien er in de antichambre werkelijk drie granietplaten hebben gestaan dan werden die logisch gezien het eerst neergelaten, nog voor de granietpluggen in de opgaande gang werden geschoven. De restauraties daarentegen zouden hebben plaats gevonden nadat de granietpluggen op hun definitieve locatie zaten. Dit maakt het bestaan van granieten valluiken in de antichambre vrij ongeloofwaardig, wijzelf gaan er eerder van uit dat de gleuven in de wanden van de antichambre hebben gediend om de vloerblokken van die kamer in een hogere positie te houden. Die vloerblokken stonden wellicht eerst veel hoger en zijn tijdens de werking van het hydraulisch systeem naar beneden gezakt tot in hun huidige positie. Zonder granieten valluiken in de antichambre zou het dus inderdaad mogelijk zijn geweest voor de arbeiders, om via de eerder genoemde weg, de koningskamer nog te betreden nadat de opgaande gang was afgesloten met drie granietpluggen.
We mogen dus wellicht aannemen dat de arbeiders die pleister, in emmers of iets dergelijks, via de bronnenschacht naar boven zeulden en met die “emmers” onderaan in de grote galerij belandden. Het bizarre aan dit verhaal is dat er resten roze pleister gevonden werden juist boven de granietpluggen en ook over de gehele lengte van de opgaande gang, op die locatie werd er echter geen enkele restauratie uitgevoerd. Maar, hoe komt het dan dat er restanten pleister werden gevonden over de gehele lengte van de opgaande gang? We hebben daaromtrent te weinig gegevens zodat we simpelweg moeten aannemen dat mogelijks een van hun “emmers” in de opgaande gang naar beneden is gedonderd waardoor er over de gehele lengte pleister werd gemorst.
We durven te besluiten dat alle voorgaande gegevens er inderdaad kunnen op wijzen dat de verplaatsing, alsook de beschadigingen aan de koningskamer en de daarboven liggende granietbalken, niet het gevolg zijn van een aardbeving. De oorzaak moet naar onze mening eerder worden toegeschreven aan de werking van het hydraulisch systeem waarbij het geheel van de koningskamer met drie van de daarboven liggende constructiekamers naar omhoog werd geduwd.
________________________________________________________________
Verwijzingen bij hoofdstuk 34.
[1] - Website van Jon Bodsworth
Jon’s eigen foto’s van de piramiden en omgeving.
Foto’s uit het boek van John & Morton Edgar (1910).
Tekeningen uit de boeken van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
http://www.egyptarchive.co.uk/index.htm
[2] - W.M. Flinders Petrie
The Pyramids and Temples of Gizeh - 1883.
http://nl.wikipedia.org/wiki/William_Flinders_Petrie
Dit boek kan online geraadpleegd worden op onderstaande link.
http://www.ronaldbirdsall.com/gizeh/index.htm
[3] - Website van Alex Whitaker
http://www.ancient-wisdom.co.uk/Ghizaarchitecture.htm
[4] - Edwards I.E.S
The Pyramids of Egypt, Penguin books, London 1949.
De piramiden van Egypte (1947).
Uitgeverij Hollandia – Nederlandse vertaling
Derde druk - 1985 - ISBN 90 6045 559 2
|