Logo Cheops Automatics
 


Een Zoektocht Naar De Oudste Beschavingen.


 
WWW.DJEDFORCE.NET
 
  Home
 

27 – Cheops Automatics.

De Piramide van Cheops, automatische werking door waterdruk?

Eerste versie 08 juni 2009.
Bijgewerkt 16 juli 2010.

 

In het vorige hoofdstuk hebben we de mogelijkheid aangetoond dat de piramide, tot op een hoogte van 100 cubit (ong. 52 meter), helemaal gevuld werd met water. De druk die ontstond door die 52 meter hoge waterkolom werd wellicht benut in hydraulische toepassingen binnenin de piramide om bepaalde acties automatisch te laten verlopen.

Zolang de piramide niet gevuld werd met water konden de arbeiders de piramide binnengaan en bepaalde taken manueel uitvoeren. Vanaf het moment echter dat de piramide vol water stond was het voor de arbeiders onmogelijk om deze nog te betreden en dienden er bepaalde mechanismen automatisch in werking te treden.

Na vele omwegen zijn we uiteindelijk tot het besef gekomen dat de koninginnekamer tijdens het vullen van de piramide helemaal droog moest blijven. Nog voor er water de piramide begon binnen te stromen werd de koninginnekamer potdicht gemaakt. Feit is dat de horizontale gang vrij eenvoudig door de arbeiders zelf waterdicht kon worden afgesloten, lange tijd vóór de eerste druppel water de piramide binnenstroomde.

1 - De brug onderaan de grote galerij.

Zoals reeds eerder werd aangehaald zijn we van mening dat er, tijdens het opvullen van de piramide, in de koninginnekamer géén water mocht binnenstromen, deze moest zo goed als droog blijven. Onderaan de grote galerij is er een opening, de brug genoemd, vanwaar de horizontale gang vertrekt die naar de koninginnekamer leidt.     


Onderaan de grote galerij en de brug. De horizontale passage naar de koninginnekamer
is afgesloten met een hek. Links en rechts zijn de gaten te zien die ooit gediend hebben
om de opening in de grote galerij te overbruggen.
Foto Jon Bodsworth - zie ook zijn website
[1]

Iedereen is het er wel over eens dat het gat van de horizontale gang naar de koninginnekamer ooit overbrugd is geweest, dit kan nog steeds zonder enige twijfel duidelijk vastgesteld worden aan de constructie in het onderste gedeelte van de grote galerij. Alleen kan niet meer met zekerheid achterhaald worden hoe die brug er nu juist heeft uitgezien.

Home 

Laagste punt van de grote galerij
De brug, de opening van de horizontale gang naar de koninginnekamer.

Verklaring bij de tekening: 1. In de grote galerij worden de wanden gevormd door zeven lagen stenen die overkragen zodat de ruimte naar het plafond toe steeds smaller wordt. – 2. In de balustrade (4) bevinden zich, steeds tegenover elkaar, achtentwintig gaten op een regelmatige afstand van elkaar. Juist daarboven in de zijwanden werden rechthoekige gaten gemaakt, dit met uitzondering van de onderste twee, in totaal zijn er zesentwintig gaten in elke zijwand. De gaten zijn zorgvuldig met stenen opgevuld en nadien ruw bijgehakt. - 3. Plafond van de grote galerij. – 4. De balustrade. – 5. De vloer van de grote galerij. – 6. Onderste, verdiepte einde van de vloer van de galerij. – 7. Vijf gaten (voor balken?) aan beide zijden van het begin van de horizontale gang. – 8. Het begin van de horizontale gang naar de koninginnekamer. – 9. De stijgende gang. - 10. Smalle sleuven die aan een eventuele vloer aansluiten. - 11. Scheef verlopende stoep.

Sommige archeologen hadden (en hebben nog steeds?) het idee dat de gaten (7) hebben gediend om houten balken in te schuiven waarop planken rustten.

De granieten afsluitpluggen die nu nog steeds in het onderste deel van de opgaande gang zitten waren, vóór de piramide afgesloten werd, op een andere locatie gestockeerd. Welke theorie daaromtrent men ook beschouwd, steeds is het zo dat die granietblokken over die brug dienden te worden geschoven. Bovenstaand idee, om de opening te overbruggen met houten balken en planken, moeten we verwerpen omdat deze constructie niet sterk genoeg zou geweest zijn om de granieten afsluitpluggen te dragen. Wat wellicht correct is aan deze voorstelling is dat het om een uitneembare constructie gaat, de opening naar de horizontale gang werd waarschijnlijk pas overbrugd juist vóór het afsluiten van de piramide.     

Wijzelf veronderstellen dat de pluggen origineel enkele meters beneden de brug hebben gelegen, deze dienden over de brug geduwd te worden om zo in de grote monoliet te worden geschoven. Nadien gleed de monoliet over de richels (balustraden) naar beneden waarbij de granieten pluggen opnieuw over de brug naar beneden schoven. Dit vereiste uiteraard een zeer stevige constructie van de brug, houten balken waren daarvoor niet stevig genoeg. Bovendien moest, in onze hypothese, die brug er ook nog voor zorgen dat de horizontale gang en de koninginnekamer (zo goed als) waterdicht bleef, tijdens het vullen van de piramide mocht daar geen water binnenstromen.

Home

Een idee van Borchardt
Detailtekening van de brug volgens een idee van Borchardt.

Verklaring bij de tekening: 9. Onderaan in de westelijke balustrade zat een steen die de “put” verborgen hield, door deze steen was er in de galerij niets van te zien. – 11. Vijf horizontale stenen balken zaten in de gaten geschoven. – 12. Als valdeuren geplaatste steenblokken sloten de ingang van de horizontale gang af die naar de koninginnekamer gaat.

We denken dat een mogelijke oplossing een combinatie kan geweest zijn van beide voorgaande ideeën, mits een kleine aanpassing wordt het zelfs mogelijk daar een waterdichte versie van te bedenken die er als volgt zou kunnen uitgezien hebben:

Granieten dwarsbalken?
Horizontale stenen balken in de gaten van de zijwanden.

We behouden voor die balken hetzelfde principe als in het eerste voorbeeld maar in plaats van houten balken veronderstellen we stevige stenen balken, bij voorkeur van graniet dus. Om het geheel waterdicht te kunnen afsluiten nemen we aan dat die granietbalken onderaan trapeziumvormig waren. De gaten (rood) waren iets breder en ook een stuk hoger dan de balken die er moesten ingeschoven worden. Dit liet toe deze granietbalken vrij makkelijk heen en weer te schuiven in de gaten, bovendien konden ze ook iets opgetild worden waardoor het plaatsen en het achteraf terug wegnemen van die balken mogelijk werd.

Home     

Kalkstenen steunblokken?
(Kalk)steenblokken (12) die op de vloer rusten en gaten (7) voor dwarsbalken.

Voor de stevigheid van het geheel behouden we het idee van Borchardt, (kalk)steenblokken die op de vloer rusten en de overbrugging ondersteunen. Het enige wat we daar aan toevoegen is de afgeschuinde kant bovenaan die kalkstenen, trapeziumvormig afgeschuind zodat de granieten dwarsbalken daar perfect tussen passen.

Gaten groter dan dwarsbalken
De dwarsbalken (11) passen perfect tussen de steunblokken (12).

Met de steunblokken (12) in positie was het nog steeds mogelijk om de granieten dwarsbalken te plaatsen. Door het feit dat die gaten (rood) een stuk hoger zijn dan die dwarsbalken (11) zelf was het mogelijk deze schuin in de gaten te schuiven, de gaten waren tevens diep genoeg zodat die balken eerst in één zijwand tot op het einde van de gaten werden geduwd waardoor ze tussen beide zijwanden konden naar omlaag gelaten worden. Door die granieten dwarsbalken vervolgens heen en weer te schuiven kwam het andere uiteinde van die balken in de gaten van de andere zijwand zitten waardoor het geheel vrij stevig verkankerd zat.
Om de dwarsbalken te kunnen manipuleren was het onvermijdelijk dat de gaten in de zijwanden een stuk hoger dienden gemaakt te worden dan de hoogte van de balk zelf. Het moment dat deze dwarsbalken op hun plaats zaten bleef er onvermijdelijk nog een opening boven die balken (rode pijl).

Plaatsen dwarsbalk 1
Het achteraf plaatsen van de dwarsbalken.

Indien de dwarsbalken achteraf, na het voltooien van de piramide, dienden geplaatst te worden dan kon dit nooit lukken indien de gaten in de zijwanden slechts dezelfde hoogte hadden als de dwarsbalken zelf. Gezien het feit dat die balken voor een stuk in de zijwanden moesten zitten waren die uiteraard langer dan de breedte van de horizontale gang.

Men kon de ene kant van zo’n balk in een gat leggen en de andere kant op de bovenzijde van de balustrade in de grote galerij. Dan moest men de balk verder dat gat induwen, reeds van in het begin moest dat gat hoger zijn dan de hoogte van de dwarsbalk zelf.

Plaatsen dwarsbalk 02
Deze positie van de dwarsbalk was bepalend voor de minimumhoogte van de gaten.

Daarna kon die balk verder het gat inschuiven zonder dat die aan de andere kant kon zakken tussen de zijwanden. Op bovenstaande tekening is de dwarsbalk getekend in een stand waar ongeveer de grootste hoogte bereikt wordt dat het gat moet hebben om die balk tot op het einde te kunnen schuiven, eens dat punt voorbij kan de dwarsbalk zakken tussen de zijwanden en verkleint opnieuw de vereiste hoogte voor dat gat.

Home

Plaatsen dwarsbalk 03
De balk ligt nu horizontaal en uiterst rechts.

De balk kan nu verder tussen de zijwanden zakken tot hij horizontaal ligt, tijdens diezelfde beweging is die (bijna) tot op het einde van het rechtse gat geschoven.

Plaatsen dwarsbalk 04
De dwarsbalk op zijn definitieve plaats.

Door de balk nu horizontaal naar links te verplaatsen komt die op zijn definitieve plaats, de ruimte achter het rechtse gat kon eventueel opgevuld worden met stukken steen om te voorkomen dat de dwarsbalk nog naar rechts kon verschuiven en op die manier terug uit het linkse gat zou vallen.

Nogal wat mensen hebben zich afgevraagd waarom die gaten tot helemaal boven aan de zijrand kwamen, waarom die gaten in feite zichtbaar een stuk hoger waren dan de hoogte van de dwarsbalken die er werden ingeschoven. Maar, dit is toch de logica zelve?

Tenminste, indien men ervan uitgaat dat die dwarsbalken er achteraf, nadat de piramide af was, werden aangebracht. In feite zijn het juist die “te hoge” gaten in de zijwanden die als bewijs zouden kunnen dienen dat die balken pas werden geplaatst toen die locatie reeds helemaal voltooid was. Bovendien toont dit eveneens aan dat die hele “constructie van de brug” opnieuw verwijderd kon worden.

       
Vloerplaten op de brug?
Stenen platen (10) dekken de hele constructie af.

Uit de constructie, of wat er nog van rest, mag vrijwel zeker worden aangenomen dat de gehele lengte van de opening werd overbrugd met planken of stenen platen, vanwege de vereiste stevigheid waren dit waarschijnlijk granietplaten. Door het aanbrengen van die (granieten?) vloerplaten werden de openingen boven de dwarsbalken onzichtbaar.

Brug waterdicht?
De watermassa oefent druk uit op de brug (blauwe pijlen). 

Eens de piramide vol water stond kwam er een vrij grote druk te staan op de brug (blauwe pijlen), door de trapeziumvormige dwarsbalken werd het geheel potdicht in elkaar gedrukt waardoor een waterdichte constructie ontstond. In de horizontale gang en in de koninginnekamer kon (zo goed als) geen water binnendringen (rode pijl).

Home

2 - De put, de bronnenschacht en de grot.

De grot
De grot (3) in Cheops' piramide.

De “put” (1) is eigenlijk het begin van de “bronnenschacht” (2) die eerst over een kort stuk horizontaal loopt en daarna vrijwel verticaal afdaalt door de massieve kern van de piramide en uitmondt in de zogenaamde “bron” of “grot” (3). Vanaf de grot gaat die schacht nog verder naar beneden en mondt uit in de afdalende gang (4), daar zat deze schacht verborgen achter een steenblok.

We gaan hier deze schacht niet in detail bestuderen, dat volgt nog in een later hoofdstuk. Het enige wat we hier kwijt willen is dat deze tijdens het vullen van de piramide ook helemaal onder water kwam te staan. Het maakt nu nog niets uit of die schacht in punt 4 nu al dan niet verborgen zat achter een stenen plug, we gaan er gewoon van uit dat er langs daar water kon binnenstromen en dat die schacht en eventueel ook de grot helemaal onder water kwam te staan.

Bovenaan was die tunnel, in punt 1, afgesloten door een sluitsteen. Indien die steen de schacht potdicht afsloot dan zou er ongetwijfeld een zekere hoeveelheid samengeperste lucht zijn blijven steken en het water zou niet tot helemaal bovenaan de schacht gekomen zijn. Dit was echter zeer simpel op te lossen door een paar kleine gaten aan te brengen in die sluitsteen, dit is althans wat wij vermoeden. De lucht ontsnapte door die gaten en het water kon de schacht helemaal vullen.

De bronnenschacht
De put in de grote galerij, een luchtgat en/of ontsnappingsroute voor de arbeiders?

Van de grot wordt tot op heden nog altijd verondersteld dat het een graf uit de tijd van vóór de bouw van de piramide kan geweest zijn, zekerheid daaromtrent is er niet. De put in de grote galerij en de bronnenschacht zelf ziet men nog steeds als een luchtgat en/of een mogelijke ontsnappingsroute voor de arbeiders. Archeologen gaan er nog steeds van uit dat de granieten afsluitpluggen ergens in de grote galerij waren gestockeerd tot ze nodig waren om de stijgende gang te blokkeren. De veronderstelling is dat een groep arbeiders de granieten pluggen vanaf de grote galerij door de opgaande gang helemaal naar beneden hebben geduwd om deze zo te blokkeren (1). Hierdoor konden de arbeiders de piramide niet meer verlaten langs de gewone weg (2) en om die reden wordt aangenomen dat de put in de grote galerij een ontsnappingstunnel was voor die arbeiders, langs deze omweg konden ze wel nog uit de piramide raken (3). [Edwards pagina 138] [3].

Home

De werking van de piramide.

De werking van de piramide
De opeenvolgende werkingsfasen in de piramide.

Hoe ver staan we nu eigenlijk in de piramide ? Een samenvatting:

1 – De (kalk)stenen steunblokken, granieten dwarsbalken alsmede vloerplaten werden onderaan de grote galerij (9) aangebracht om de opening tot de horizontale gang te overbruggen. Op die manier werd het mogelijk om de granieten afsluitpluggen (10), die enkele meters lager opgestapeld lagen, naar omhoog te schuiven.

2 - Die granieten pluggen (10) werden tot in de grote monoliet geschoven en daarin vastgezet. Alle arbeiders konden de piramide verlaten langs de normale weg (van 8 via 6 naar 7).

3 – De ingang van de piramide (7) werd afgesloten met een granietplaat (Petrie’s Granite Block?). Die plaat bleef mogelijk nog een klein beetje openstaan, dit om tijdens het vullen van de piramide de lucht uit de afdalende gang te laten ontsnappen.  

4 - Ergens buiten de piramide werd een soort kraan geopend en het water kon binnenstromen (1), waarschijnlijk was het water afkomstig uit de Osiris schacht vanwaar het via een ondergrondse “pijpleiding” in de ondergrondse kamer (2) van de piramide terecht kwam. Het water vulde deze kamer en stroomde verder de afdalende gang in (3). Hogerop stroomde het water eerst in de bronnenschacht (4), in de grot (5) en dan nog hogerop tot in het onderste punt van de grote galerij (8). Ook in de opgaande gang (6) kwam water binnen en steeg het verder tot het op het niveau kwam van de ingang van de piramide (7).    

5 - Toen het water langs de ingang van de piramide begon naar buiten te stromen werd de granietplaat helemaal naar beneden gelaten zodat vanaf nu de ingang waterdicht was afgesloten.  

6 – Het water kon nu nog hoger stijgen, de grote galerij (8) liep helemaal vol water en de aanwezige lucht werd naar boven gestuwd tot in het hoogste topje van de grote galerij.

7 - Langs een kleine tunnel (11), in de top van de grote galerij, kon de lucht tot in de ruimten boven de koningskamer komen en via de “verluchtingsschachten” tot buiten de piramide gestuwd worden. Het water steeg nog iets hoger, waarschijnlijk tot een maximale hoogte van 100 cubit (52,36 meter). Dit was de totale hoogte van de beschikbare waterkolom.

8 - Hoe moet het nu verder? Stroomde het water ook de koningskamer (12) binnen of niet? Kijken we naar de voorkamer dan valt het al onmiddellijk op dat dit de meest complexe ruimte is van de hele piramide, het is een zeer ingewikkelde constructie die we waarschijnlijk nooit helemaal gaan begrijpen.

Home

De Antechamber.


De antechamber
De voorkamer (antechamber) tot de koningskamer in Cheops’ piramide.


Juist omdat het om zo’n ingewikkelde kamer gaat is het wellicht interessant de “antechamber” wat verder toe te lichten eer we verder gaan met ons verhaal.

Details antechamber
De onderdelen van de voorkamer (antechamber) in Cheops’ piramide.

De voorkamer: De zuidelijke, oostelijke en westelijke wand zijn van graniet, die naar de grote galerij van kalksteen. 1. Halfronde sleuven in de zuidwand. - 2. Ingang naar de koningskamer, daarboven zit één enorme monoliet waarin 4 halfronde sleuven (1) werden aangebracht. - 3. Halfronde uithollingen aan de westwand. - 4. Een sleuf voor de valdeur (6 en 6A) in situ. - 5. Brede stenen posten. - 5A. Smallere stenen post. - 6 en 6A. Deze vormen samen de granieten valdeur, de nog in situ zijnde valdeur in twee delen heeft nooit tot helemaal beneden gekund. Het bovenste deel van deze valdeur (6A) is ruw afgerond langs de bovenkant en heeft een “handvat” aan de noordzijde.

Dit handvat is beroemd bij “piramidioten” die er een wereldstandaard in zien, de “piramide-inch”! Eigenlijk was dit oorspronkelijk een idee van dominee John Taylor dat verder werd uitgewerkt door Charles Piazzi Smyth, hij bedacht de piramide-inch die gelijk was aan 1,001 gewone inches. Hij had deze waarde afgeleid van het handvat. Later ging ook Davidson nog verder op dit thema.
[4] Bron Wikipedia - Zie ook http://en.wikipedia.org/wiki/Charles_Piazzi_Smyth

De zuidzijde van de stenen 6 en 6A hebben in het midden twee vrij diepe gaatjes (ongeveer 14 cm). In de bovenste steen zitten de gaatjes aan de onderkant en in de onderste steen zitten ze aan de bovenkant. 7. Het handvat waarop men de “piramide-inch” zou kunnen afmeten. 8. Einde van de sleuf (4), de “valdeur” kon nooit tot op de grond komen! – 9. “Gootjes” in de vloer van de voorkamer. - 9A. Oostelijk gootje op de hoge stoep in de grote galerij. – 9B. Westelijk gootje. – 10. In het midden van de vloer van de voorkamer bevindt zich een brede drempel. 11. Achter de westelijke muur van de voorkamer gaat het noordelijk luchtkanaal eerst horizontaal en dan schuin omhoog. – 12. Ingang naar de voorkamer, hoogte 112 cm en breedte 105 cm. - 13. Hoge stoep aan het einde van de grote galerij. – 14. Ruw gehakte gleuf in de (beide) lange zijwand(en) over de gehele lengte van de grote galerij. – 15. plaats van de lagere richel in de oostwand. - 16. Hogere richel in de westelijke wand. - 17. Bovenzijde van de balustrade in de grote galerij. 18. Gaten in de balustrade en in de wand van de grote galerij. - 19. Groeven in de vloer van de grote galerij, voor houvast (?). – 20. In de grote galerij worden de zijwanden gevormd door de onderste muur en zeven lagen stenen die telkens 7,5 cm (1 palm) overkragen zodat de ruimte naar het plafond toe steeds smaller wordt.

Wat ons eigenlijk het meest interesseert zijn de gootjes 9A en 9B en ook de hoge stoep 13. Nu zijn deze gootjes dicht en de doorgang van de grote galerij naar de voorkamer is open, dus is het logisch te veronderstellen dat het water tot in de koningskamer kon lopen.

Verhoogde stoep
De hoge stoep in de grote galerij, stond die origineel nog hoger om de ingang af te sluiten?

Home

Een foute veronderstelling, de hoge stoep stond origineel wellicht nog veel hoger en sloot de doorgang naar de voorkamer waterdicht af. De gootjes zelf, die waren open en het water kon er vrij doorstromen.

Het verhaal splitst hier verder op in twee richtingen, we kunnen ons afvragen hoe die stoep zo hoog kwam te staan of we kunnen uitzoeken waar het water naartoe stroomde. Vanaf het moment dat de piramide helemaal vol water stond was het voor de arbeiders onmogelijk om het inwendige van de piramide nog te betreden, vanaf hier diende de verdere werking van de piramide volledig automatisch te gebeuren. Dit hoofdstuk noemt niet voor niets “Cheops Automatics” en dus volgen we het spoor van het water.

 

Gootjes in de hoge stoep
Water kon via de gootjes in de schachten stromen achter de zijwanden van de grote galerij.

In het hoofdstuk “de grote monoliet” hebben we hopelijk voldoende aangetoond dat die monoliet werd verankerd door 50 kalkstenen klampen, 25 stuks langs beide zijden. Die klampen zaten gedeeltelijk in de monoliet zelf en ten dele in de zijwand van de grote galerij. Enerzijds zat er in die monoliet een mechanisme die de klampen naar buiten wilde duwen, anderzijds werden die klampen aan de achterzijde van de zijwanden van de grote galerij tegengehouden door stutten. Werden de stutten verwijderd dan kon het mechanisme de klampen uit de monoliet en in de wand van de grote galerij duwen waardoor de monoliet vrij kwam te staan en naar beneden kon schuiven.

kleine schachten
Ook de kleine schachten achter de zijwanden van de grote galerij liepen vol water.

We hadden eerder het idee naar voor gebracht dat arbeiders, die aan de achterkant van de wanden van de grote galerij in een tunnel zaten, die stutten op het gepaste moment wegsloegen. Het was toen al een vrij absurd idee maar nu, met de piramide vol water, is het zelfs een totaal onmogelijk idee geworden. Het water stroomde ook door de gootjes en kwam terecht in die tunnels aan de achterkant van beide zijwanden van de grote galerij. En dan?

Daar zijn die groene kristallen weer!
De piramide was volledig afgesloten en stond bovendien vol water, alle stappen in de piramide dienden dus volledig automatisch te verlopen en geen enkele taak kon nog door arbeiders worden verricht. Die stutten dienden daarom op een of andere manier automatisch verwijderd te worden, ook nu weer gebeurde dit door het toedoen van water. We hadden kunnen aannemen dat die stutblokken niet uit kalksteen bestonden maar bijv. uit zout, deze stutten zouden opgelost zijn in het water. Het is echter iets ingewikkelder geweest want de stutten waren vrijwel zeker van kalksteen, zoutklompen waren vast niet stevig genoeg voor deze taak. Wat was dan de oplossing?

We hebben reeds enkele keren verwezen naar de mogelijkheid dat de Oud Egyptenaren wellicht een chemische samenstelling kenden waarmee ze kalksteen op een gemakkelijke manier konden oplossen en vloeibaar maken. Het mooiste voorbeeld, misschien wel het bewijs, is de toepassing ervan in de grote piramide. Hier werd die chemische samenstelling gebruikt voor het “wegsmelten” van de kalkstenen stutten. We herhalen er nog eens de werking ervan:

De “groene kristallen” waren een natuurlijke chemische samenstelling, wellicht in kristallijne vorm die vrij gemakkelijk kon opgelost worden in water. Die samenstelling had de eigenschap kalksteen vrij vlug te kunnen “afsmelten” tot een vloeibare kalkbrij, de brij werd vervolgens in een vorm gegoten die onderaan open was en op een zandbed werd geplaatst. De kalkbrij werd uitgewassen door het water dat door de brij drong, de chemische stof werd er terug uitgespoeld en vloeide door het zand. De brij zelf kon er niet doorheen en bleef bovenop het zand liggen. De uitgewassen kalkbrij kon opnieuw verharden tot kalksteen.

Dit principe werd wellicht in de piramide toegepast: Op het moment dat water, via de kleine gootjes in de hoge stoep, binnenstroomde in de schachten achter de zijwanden van de grote galerij kwam het in contact met vrij grote blokken van die chemische samenstelling, deze losten op in het water waardoor een mengsel werd verkregen die de kalksteenblokken kon “afsmelten”. Indien de tunnels ook uit kalksteenblokken waren opgetrokken dan werden zij ook aangevreten. We zouden dus verwachten dat voor de constructie van die tunnels granietblokken werden gebruikt maar dit is waarschijnlijk toch niet het geval geweest, indien de muren van die schachten dik genoeg waren was dit niet echt zo’n groot probleem.

Na verloop van tijd waren de kalkstenen stutten helemaal weggesmolten, er restte alleen nog een goed vloeibare kalkbrij. Dan kwam het er op aan om dat mengsel ergens af te voeren, die kalkbrij zou vrijwel zeker de kleine afvoerkanalen direct verstopt hebben en dus werd er voor geopteerd om de kalkbrij eerst te filteren. Het water met de chemische stoffen dienden zo vlug mogelijk uit de piramide te worden verwijderd maar de kalkbrij werd daar eerst uitgefilterd en bleef achter in de piramide. Net zoals bij het gieten van (synthetische) kalksteen gebruikte men ook hier zand om de kalkbrij uit het water te filteren. In de Cheops piramide werd er inderdaad zand in vrij grote hoeveelheden aangetroffen en niet toevallig op de plaats waar we het zouden verwachten. Deze ontdekking gebeurde in 1986 door een Frans onderzoeksteam.

3 kleine boorgaten
Drie kleine boorgaten gemaakt door het Franse onderzoeksteam.

[Erich von Däniken] [5]: “In de zomer van 1986 ontdekten de beide Franse architecten Jean-Patrice Dormion en Gilles Goidin met hun elektronische detectoren holle ruimten in de piramide van Cheops. Met hulp van het Egyptische departement van oudheden werden vervolgens microsondes door de tweeënhalf meter dikke steen gedreven. Onder de gang naar de koninginnekamer stuitten de Fransen op een 3 meter brede en 5,5 meter hoge holle ruimte, gevuld met kristallijn kwartszand.” 

In 1987 werd de piramide nogmaals doorgelicht en grondig bestudeerd door een Japans team van de Waseda universiteit [8]. Zij hebben de ruimte achter en onder de westwand van de horizontale gang bevestigd en ook zij hebben daar kwartszand gevonden in die holle ruimte. Volgens hen is er geen holte meer achter het boorgat 3 en verder noordwaarts, de holle ruimte zou wel voorbij boorgat 1 nog verder zuidelijk doorlopen.

trechter met kwartszand
Een trechter of een verticale schacht gevuld met kwartszand?

Home

Al die gegevens samengevat zou het kunnen dat er onder de grote galerij een verticale schacht of een soort van stenen trechter bestaat die gevuld werd met kwartszand, de kalkbrij bleef ergens juist onder de grote galerij steken maar het water met daarin de, voor kalksteen vrij agressieve, chemische oplossing werd afgevoerd naar een lager gelegen locatie in de piramide. Het is vrij duidelijk dat het water met die chemische oplossing uiteindelijk in de ondergrondse kamer moest terecht komen en op de een of andere manier tot buiten de piramide moest stromen. Hoe of langs waar exact dit gebeurde weten we (nog) niet maar het staat vast dat dit in deze werkingsfase van de piramide (nog) niet kon omdat de ondergrondse kamer zelf ook al volledig vol water zat.

Muziek voor de farao.
Indien we een tekst onder ogen krijgen in verband met het kristallijne kwartszand in de piramide, die nota bene in de woestijn staat, dan denken we daar niet verder bij na omdat daar toch zand in overvloed is. We waren dan ook zeer verbaasd toen we het verslag van het Waseda team onder ogen kregen [6]. Het is een tekst geschreven door Dr. Shoji Tonouchi (geophygics) en we hebben de tekst zo goed mogelijk proberen te vertalen:

Fysieke eigenschappen en microscopische waarneming van het zand in de grote piramide:
Dr. Shoji Tonouchi: [Begin citaat] “Uit het onderzoek van de Franse missie kregen we het belangrijke feit dat het zand in de grote piramide heel anders is dan dat van het Gizeh plateau of uit het Sakkara district. Het zand in de grote piramide bevat hoofdzakelijk kwarts en zeer weinig plagioklaas, het is voor meer dan 99% samengesteld uit kwarts en wordt daarom kwartszand genoemd. De zandkorrels zijn groot, met afmetingen tussen de 100 en 400 micron.

kwartszand
Microscopisch beeld van het kwartszand gevonden in de piramide.
Voor bijna 100% bestaande uit grote afgeronde kwartskorrels (100 tot 400 micron).
Foto Waseda university – Tokyo – Japan.
[6] ©Picture May be Copyrighted.

Het zand dat werd verzameld aan de zuidzijde van de piramide bevat hoofdzakelijk calsiet, kwarts en plagioklaas. Het karakteristieke aan dit zand is dat de korrels veel kleiner zijn, tussen de 10 en 100 micron, bovendien is iedere korrel hoekig. De zandkorrels zijn autochtoon, wat wil zeggen dat ze op dezelfde plaats, in de omgeving van de piramide, werden gevormd. Het zand aan de oostzijde van de sfinx, in de woestijn achter de piramide en zelfs uit het district Sakkara heeft ongeveer dezelfde eigenschappen als het zand aan de zuidzijde van de piramide, het verschilt zeer duidelijk van het kwartszand dat werd gevonden in de piramide.

woestijnzand
Microscopisch beeld van woestijnzand gevonden ten zuiden van de piramide.
Zand bestaande uit kleinere hoekige korrels (10 tot 100 micron).
Foto Waseda university – Tokyo – Japan.
[6] ©Picture May be Copyrighted.

Van het zand dat in de piramide zit vertonen de kwartskorrels lijntjes op het oppervlak, dit zijn sporen van erosie door de wind. Het is belangrijk te weten waarom deze specifieke soort zand werd gebruikt in de piramide, er wordt aangenomen dat het werd gebruikt voor de bouw of het onderhoud van de piramide. Ik [Dr. Shoji Tonouchi] denk dat dit feit van grote betekenis is, het is de sleutel tot de constructie van de piramide.

De vraag is waar dit zand kon worden gevonden. In de literatuur vond ik dat er enkele vindplaatsen zijn in de wereld waaronder een paar in Japan, het wordt daar wenend zand genoemd omdat het een gelijkaardig geluid maakt als de wind erover blaast of als men erover loopt. Er wordt aangenomen dat het geluid maakt omdat de korrels tegen mekaar schuren. In andere delen van de wereld wordt het ook muziekzand genoemd, het bestaat voor bijna 100 % uit kwartskorrels met relatief grote afmetingen. Zelfs met de modernste technieken is het nog zeer moeilijk deze korrels te scheiden van de rest van het zand, het is buiten beschouwing te laten dat de Oud Egyptenaren deze techniek zouden gekend hebben of dat ze uit de literatuur zouden gehaald hebben (??) dat het muziekzand kon gevonden worden in Abswella, in de omgeving van Tur op het Sinaï-shiereiland. Dit zand werd wel onderzocht en blijkt dezelfde eigenschappen te vertonen als het zand in de piramide. Aangenomen wordt dat graniet in het Sinaï gebergte verweerde en naar zee werd gevoerd, het kwarts werd afgezonderd van de andere mineralen vanwege de verschillende grootte en densiteit. Door het stijgen van de zeebodem kwam het sediment boven water te liggen en erodeerde het opnieuw, de kleinere deeltjes werden meegevoerd met de wind en de zwaardere kwartskorrels bleven achter.” [Einde citaat].


Uit bovenstaande tekst wordt niet duidelijk of de Oud Egyptenaren nu al dan niet dat zand in Abswella bij Tur hebben gehaald. Feit is dat er wel degelijk gelijksoortig en vrij zeldzaam kwartszand in de piramide werd aangetroffen. We moeten ons eerder de vraag stellen waarom nu juist deze soort kwartszand nodig was. Dr. Shoji Tonouchi geeft ons wel mee dat het de sleutel kan zijn tot (het begrijpen van) de constructie van de piramide maar daar blijft het bij, hijzelf heeft in zijn verslag geen enkele mogelijkheid vermeld.

Wat vaststaat is dat het zand niet werd gebruikt om zijn muzikale eigenschappen. Dan toch geen muziek voor de farao! We weten het ook niet exact, maar vanuit ons standpunt gezien zijn er slechts een paar mogelijkheden. Het zou kunnen dat de zandkorrels zo groot moesten zijn omdat de ruimte ertussen dan ook groter is waardoor het water en vooral de mineralen die erin opgelost waren er vlot zouden door kunnen. Een andere mogelijkheid is het feit dat gewoon zand uit de omgeving van het Gizeh plateau vrij veel calciet bevat, dit is een mineraal (ook wel kalkspaat genoemd) dat voornamelijk bestaat uit het zout calciumcarbonaat (CaCO3). Indien de chemische oplossing in het water kalksteen kon afsmelten dan kon het zeker en vast ook het calciet in het zand oplossen. Het gevaar bestond dat het calciet werd meegevoerd met het water en dat het zich ergens anders zou gaan ophopen waardoor de schacht helemaal dicht kon slibben zodat er verder geen water meer door kon. Dit diende uiteraard zeker vermeden worden, een verstopte schacht kon de werking van het hele systeem in de war sturen.

Home

 

granieten valdeur
6 en 6A - De granieten valdeur in de voorkamer.
 Foto Jon Bodsworth - Zie ook zijn website.
[1]

Op bovenstaande foto is de granieten valdeur te zien welke na al die jaren nog steeds op zijn plaats zit, de valdeur bestaat eigenlijk uit twee stukken. Het is langs de andere zijde dat het “handvat” zit en waar men volgens Charles Piazzi Smyth de piramide-inch kon afmeten. Hoewel er nog enkelingen zijn die aan deze theorie vasthouden werd deze lang geleden weerlegd en aangetoond dat deze werkelijk kant noch wal raakt.

de verhoogde drempel
Foto genomen vanuit de voorkamer in de richting van de grote galerij.
De verhoogde drempel in de voorkamer, daarachter de hoge stoep in de grote galerij.
De granieten valdeur hangt boven de verhoogde drempel, links naast de drempel is een gootje te zien. 
Foto Jon Bodsworth - Zie ook zijn website.
[1]

Op deze foto is zeer duidelijk te zien dat de valdeur boven het eerste granieten vloerstuk hangt en niet boven de kalksteen. Dit blok graniet zit wat hoger en noemt men de drempel in de voorkamer. Onderaan de foto, links naast die drempel, is tevens een van beide gootjes te zien.

Achter dat blok graniet, meer naar de grote galerij toe, bestaat de vloer uit kalksteen. Juist onder de valdeur is de hoge stoep in de grote galerij te zien, daarin werd de metalen balustrade vastgezet die in een recent verleden werd aangebracht.

de verhoogde drempel & gootje
Een van de Edgar Brothers staat met zijn linker voet op de granieten verhoogde drempel,
daarboven hangt de granieten valdeur. Bemerk ook het gootje rechts van de drempel.
Foto John & Morton Edgar (Edgar Brothers) - 1910
Zie ook website van Jon Bodsworth.
[1]

Samengevat hebben we dus de verhoogde granieten drempel in de antechamber met daarboven de uit twee delen bestaande granieten valdeur. Die valdeur kon (en kan) nooit lager komen dan waar ze nu nog steeds hangt, dit om de simpele reden dat de gleuven in de zijwanden slechts tot op die hoogte werden uitgehakt. Aan beide zijden van de verhoogde drempel in de vloer zitten een gootje. Al bij al is dit ongeveer een gelijkaardig verhaal als met de hoge stoep in de grote galerij, we houden het voor mogelijk dat die drempel in de vloer ooit nog veel hoger heeft gestaan waardoor de antechamber volledig was afgesloten. Vanwege die gootjes kan ook hier weer sprake zijn van een automatische werking, mogelijks is ook hier water in de gootjes gestroomd waardoor die drempel op het gepaste tijdstip in de vloer is gezakt. Wellicht is het de bedoeling geweest dat die steen op exact dezelfde hoogte kwam als de rest van de vloer maar door onvoorziene omstandigheden een weinig hoger is blijven steken zodat we nu spreken van een verhoogde drempel.

We mogen naar onze mening gerust besluiten dat het de bedoeling is geweest de koningskamer af te sluiten, waarschijnlijk was ze zo goed als waterdicht. Zowel de koningskamer alsook de koninginnekamer bleven in eerste instantie droog tijdens het vullen van de piramide, er mocht in beide kamers geen water binnenstromen.               

Home

------------------------------------------------------------------

Verwijzingen bij hoofdstuk 27.

[1] - Website van Jon Bodsworth
       Jon’s eigen foto’s van de piramiden en omgeving.
       Foto’s uit het boek van John & Morton Edgar (1910).  
       Tekeningen uit de boeken van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
       http://www.egyptarchive.co.uk/index.htm

[3] - Edwards I.E.S – De piramiden van Egypte (1947).
        Uitgeverij Hollandia – Nederlandse vertaling
        Derde druk - 1985 - ISBN 90 6045 559 2

[4] -  Wikipedia, de vrije encyclopedie.
        Teksten, tekeningen en afbeeldingen onder GNU Licentie.  
         http://nl.wikipedia.org/wiki/Wikimedia_Commons
         http://nl.wikipedia.org/wiki/Creative_Commons
         http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.nl

[5]Däniken, Erich von
         De ogen van de sfinx
         Luitingh-Sijthoff 2é druk 1990
         ISBN 90 218 0192 2

[6] - Waseda University Tokyo Japan.

        Studies in Egyptian Culture N° 6
        Non-Destructive Pyramid Investigation
        by Electromagnetic Wave Method 1 - 1987.

        Studies in Egyptian Culture N° 8
        Non-Destructive Pyramid Investigation
        by Electromagnetic Wave Method 2 - 1988.

       Website: http://www.waseda.jp/top/index-e.html

Home