Eerste versie december 2008.
Aanvulling op 10 juni 2011.
In het vorig hoofdstuk hebben we de veronderstelling naar voor gebracht dat er zich “een hal der verslagen” bevindt in het middelpunt van de piramide van Cheops. Dat de piramide van Cheops veel meer is dan de graftombe van de farao zou reeds in dit hoofdstuk moeten duidelijk worden.
In de omgeving van Caïro staan de grootste en veruit de belangrijkste piramiden uit de Egyptische oudheid. Deze drie piramiden werden gebouwd op het Gizeh plateau, dit is een vlakke kalksteenformatie die zo’n twintig meter uitsteekt boven het Nijldal. De grootste piramide was van farao Choefoe (Chufu), de tweede van Chafre en de derde en kleinste behoorde toe aan Menkaure, dit zijn hun Egyptische namen. Bij ons zijn hun Griekse namen, zoals ze ook vermeld werden door onder andere Herodotos, beter bekend en zijn resp. Cheops, Chefren en Mycerinus.

© De drie piramiden op het Gizeh plateau in Egypte
Zoals de titel van dit hoofdstuk het al laat vermoeden gaat onze interesse uit naar de piramide van Cheops, dit is niet alleen de grootste van de drie maar deze heeft tevens enkele zeer opmerkelijke constructies. Wij gaan het hier vooral hebben om de zogenaamde “luchtschachten” in die piramide.

De inwendige kamers en gangen in de piramide van Cheops.
1 – De koningskamer.
2 – De koninginnekamer
3 – De ondergrondse kamer
4 – De grote galerij
5 – De “luchtschachten” in de koningskamer
6 – De “luchtschachten” in de koninginnekamer
In feite slaan de benamingen voor de kamers en gangen in de piramide van Cheops nergens op, dit is evenzo het geval voor de nauwe zogenaamde “luchtschachten”. De exacte bedoeling voor die schachten is tot op heden nog niet duidelijk geworden, hun doorsnede is amper 20 bij 20 cm en dus véél te klein voor een mens om daar door te kruipen, ze kunnen dus nooit gediend hebben als een doorgang. De bovenste schachten vertrekken uit de koningskamer en gaan schuin door de massieve piramide helemaal tot buiten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze door sommigen als verluchtingskanalen worden aanzien. Er is echter een groot probleem, de onderste kanalen vertrekken uit de koninginnekamer en waren in den beginne afgesloten. De grote kalksteenblokken in de muren waar de schachten in de koninginnekamer uitmonden waren niet volledig uitgehakt, tussen de schachten en deze kamer was er een wand van zo’n 10 cm gelaten.
Oorspronkelijk was er dus van die kanalen niets te zien in de koninginnekamer, het was pas in 1872 dat de Engelse ingenieur Waynman Dixon deze heeft ontdekt en geopend werden. Deze schachten lopen eerst een paar meter horizontaal om dan schuin naar boven af te buigen. Vanwege hun kleine afmetingen was het vrijwel onmogelijk om deze te onderzoeken. Aan de buitenkant van Cheops’ piramide werden nooit uitgangen gevonden van deze onderste schachten, men is er steeds van uitgegaan dat deze laatste slechts enkele meters in het massieve gedeelte van de piramide verder liepen. Dit konden dus onmogelijk verluchtingskanalen geweest zijn, vandaar dat veel archeologen de mening zijn toegedaan dat deze enkel een rituele functie hadden. Het waren schachten waarlangs de ziel van de farao kon opstijgen naar de sterren.
Het inwendige van de piramide is zeer moeilijk te verluchten, door de vele toeristen die de binnenste kamers bezochten was de luchtvochtigheid steeds veel te hoog. Men zocht naar een oplossing en daarom werd Rudolf Gantenbrink, een Duitse robotica ingenieur, erbij gehaald om wat te doen aan de veel te hoge vochtigheidsgraad. Het was de bedoeling om de “luchtschachten” in de koningskamer echt als zodanig te gaan gebruiken. In 1992 is Gantenbrink aan dat werk begonnen, de schachten dienden over de gehele lengte onderzocht te worden en het puin diende te worden geruimd. Daarom bouwde hij een kleine robot die door de luchtschachten kon, deze kreeg de welpassende naam UPUAUT. Na het overwinnen van vele obstakels werd dat werk tot een goed einde gebracht en werd er ten slotte een krachtige ventilator geïnstalleerd. De luchtvochtigheid daalde tot 53%, de resultaten waren dus zeer bevredigend en het project was ten volle geslaagd.
In 1993 keerde Rudolf nogmaals terug naar de piramiden, deze keer voor de onderste schachten van de koninginnekamer. Deze waren nog nooit over de gehele lengte onderzocht en niemand wist hoe ver deze eigenlijk doorliepen in de massieve steenmassa van de piramide. Ook Rudolf zelf had aan de buitenzijde van de piramide nergens een uitgang van deze kanalen kunnen ontdekken, het stond nu wel vast dat die niet tot buiten de piramide kwamen.
Vanwege obstakels en scherpe bochten, omheen de grote galerij, in de noordelijke schacht heeft Rudolf zijn onderzoek daar stopgezet.

De zuidelijke schacht van de koninginnekamer komt bijna tot aan de buitenkant van de piramide.
CAD tekening door Rudolf Gantenbrink. © Drawing May be Copyrighted.
Hij heeft dan zijn onderzoek verder gezet in de zuidelijke schacht van de koninginnekamer. Groot was de verrassing toen hij ontdekte dat die zuidelijke schacht wel zo’n 60 meter ver door de piramide loopt, de schacht stopt op amper 12,5 meter van de buitenste steenblokken (in het verlengde van de schacht gezien) of 15,4 meter mét inbegrip van de originele mantelplaten die reeds lang verdwenen zijn.
Bovendien ontdekte hij ook dat deze schacht afgesloten was met een steen waarin metalen “handvatten” waren bevestigd. Men ging al vlug spreken over een deurtje en omdat het Rudolf’s ontdekking was werd het al snel Gantenbrink’s deur genoemd.
Het was en is eigenlijk nog steeds niet helemaal duidelijk wat het nut was van die metalen strips. Waren het echt handvatten om de steen te plaatsen of waren het eerder haken om de steen te blokkeren? Het is eigenlijk tot op heden nog niet helemaal duidelijk.

Een deur op het einde van de zuidelijke schacht van de koninginnekamer?
Metalen handvatten of grendels in de deur?
© Foto Rudolf Gantenbrink – zie www.cheops.org
Indien u het volledige verhaal wenst na te lezen dan kan dit best op de website van Rudolf Gantenbrink zelf, zie daarvoor www.cheops.org Het is een zeer verzorgde website met tal van foto’s en zeer gedetailleerde CAD tekeningen. De tekst en uitleg zijn zeer verhelderend, een echte aanrader.
Rudolf heeft ons inziens met zijn visie voor 99% gelijk, alleen in verband met die “handvatten” op die deur hebben we enige twijfels over zijn uitleg. De vraag is echter of hij wel alles wat hij heeft ontdekt ook in zijn website heeft vermeld. Het was nu juist om die reden dat we die stenen “deur” eens van dichtbij wensten te bekijken.

Het “deurtje” op het einde van de zuidelijke schacht.
© Foto Rudolf Gantenbrink – zie www.cheops.org
De zuidelijke schacht van de koninginnekamer meet ongeveer 20 bij 20 cm, het zichtbare gedeelte van het deurtje op het einde van de schacht is dus even groot. Hoe groot die stenen plaat in werkelijkheid is weten we (nog) niet. Metingen met een “grondradar” in een later onderzoek hebben uitgewezen dat die steen een dikte heeft van ongeveer 7,5 cm. Voor die meting was een druk op de steen nodig van 18 kg en bij die druk heeft de “deur” niet bewogen. Ofwel is die steen dus groter zodat hij meer weegt dan die 18 kg ofwel zit hij verankerd in een sleuf in de schacht.
Bekijken we die metalen “grendels” in close-up dan zijn er nog meer details te zien.

De “grendels” op het “deurtje”.
Uitleg volgens de visie van Rudolf Gantenbrink.
© Foto Rudolf Gantenbrink – zie www.cheops.org
Volgens Rudolf Gantenbrink (en anderen) werden er in het deurtje bovenaan twee gaten gemaakt waar de metalen strips werden ingestoken of zelfs doorgestoken. Deze metalen strips zijn van ofwel rood koper of van brons. Wijzelf gaan er van uit, afgaand op de kleur, dat het bronzen strips zijn. Deze verklaring op zich ligt al wat moeilijk voor archeologen omdat ten tijde van de bouw van de piramide er nog geen brons zou bestaan hebben, dit zal echter niet de enige tegenstrijdigheid zijn die we gaan tegenkomen. Nog volgens Rudolf werden die metalen strips vastgezet in die gaten met een teerachtige stof, deze zijn bovenaan te zien als die zwarte vlekken. Wat lager zijn er twee bijna cirkelvormige blekere vlekken te zien, dit zouden restanten zijn van twee witte zegels. Wit materiaal zoals bijv. kalkmortel, in de plaats van klei, is zeer ongewoon voor het verzegelen van toegangen in het antieke Egypte maar het zou kunnen, blijkbaar zijn daar een paar voorbeelden van terug te vinden.
We kunnen ons niet vinden in deze visie, door de foto’s heel nauwkeurig te bekijken zien wij daar helemaal iets anders in. Om te beginnen werden die witte “kalkstenen” zegels nergens teruggevonden in de schacht, men zou er kunnen van uitgaan dat deze volledig zijn vergaan maar dat is toch wat flauw als uitleg.

Er was al een stuk van de linker “fitting” afgebroken toen Gantenbrink het deurtje ontdekte.
Dat afgebroken stuk lag een paar meter lager in de schacht.
© Foto Rudolf Gantenbrink – zie www.cheops.org

Op deze foto is het afgebroken stuk grendel te zien.
© Foto Rudolf Gantenbrink – zie www.cheops.org
Wij vragen ons af waarom dat metalen stuk halfweg breekt en niet bovenaan waar het vastgezet is in het gat. Meer nog, tijdens een later onderzoek van de schacht en het deurtje is van de andere hendel ook een stuk afgebroken op het moment dat een grondradar met een druk van 18 kg op het deurtje werd gedrukt. Dit was nodig om de dikte van die steen te bepalen, door die test is men tot de vaststelling gekomen dat die steen ong. 7,5 cm dik was en dat er nog een holle ruimte zat achter die “deur”. Daarop werd dan besloten om een gat te boren in die deur om de ruimte erachter te kunnen verkennen.

In de documentaire van National Geographic is in het begin van het onderzoek
het stuk onderaan van de rechtse hendel nog aanwezig (gele pijl).
Foto National Geographic. © Picture May be Copyrighted.
Op bovenstaande foto is op de voorgrond de grondradar te zien waarmee men de dikte van de deur wou bepalen, hiervoor moest een druk van 18 kg uitgeoefend worden. Hierbij brak een stuk af van de rechtse metalen hendel.
Rechts onderaan is een stuk van de metalen hendel afgebroken (rode pijl).
Foto National Geographic. © Picture May be Copyrighted.

Uit de meting kon bepaald worden dat de deur een dikte had van ong. 7,5 cm.
Er werd besloten om een klein gat te boren in de deur voor verder onderzoek
van de holle ruimte erachter. Foto National Geographic.
© Picture May be Copyrighted.
Het bizarre is dat ook de rechtse hendel in het midden afbreekt en niet bovenaan waar die metalen strips zouden vastgehecht zitten met die zwarte teerachtige sustantie. Op het einde van de andere schacht van de koninginnekamer, de noordelijke schacht, zit er eveneens een deurtje. Dat zit op zowat dezelfde hoogte en afstand als in de zuidelijke schacht. Er zijn bitter weinig foto's te vinden van dat deurtje maar toch is te zien dat ook op dat deurtje 2 hendels zitten. Hier zijn echter géén zwarte vlekken te bespeuren van een teerachtige stof.
Wij gaan er daarom van uit dat die zienswijze verkeerd is, dat die hendels niet bovenaan werden vastgezet met teermassa. Het is logischer ervan uit te gaan dat de witte cirkels in het midden géén afdrukken zijn van zegels maar dat dit de gaten zijn waar de metalen strips in bevestigd zitten met een soort witte kalkmortel of iets dergelijks.
Link naar een artikel van Dr. Hawass waarin foto's staan van het deurtje in de noordelijke schacht van de koninginnekamer, op de twee foto's (afdrukken van beeldscherm) is het deurtje met de twee hendels te zien maar géén spoor van zwarte teermassa.
http://www.guardians.net/hawass/articles/secret_doors_inside_the_great_pyramid.htm

Zoals in bovenstaande tekening te zien is gaan wij uit van de veronderstelling dat beide witte cirkels gaten zijn in de deursteen en dat daar de koperen (of bronzen?) strips ingezet werden. Hoe de achterzijde van het deurtje er uitziet weten we niet, of die gaten nu al dan niet doorlopen tot aan de achterzijde kunnen we niet zeggen. Zijaanzicht 1 ofwel 2 zou kunnen correct zijn, in het tweede geval doen die metalen strips echt dienst als handvatten om vanaf de achterzijde te steen vast te houden of zelfs in deze positie vast te klemmen.

Corrosie aan de koperen hendels.
De gaten zijn achteraf terug opgevuld met witte kalkachtige mortel. Op die manier is het normaal dat de metalen strips op die exacte plaats afbreken, het is een plooilijn en de enige lijn die zowel met de vochtige lucht als met de kalkachtige mortel in aanraking komt. Door de inwerking van het vocht en de enigszins agressieve bestanddelen van de kalkmortel is het vrij logisch dat er op die plooilijn de meeste corrosie kan optreden en dat de strip juist daar afbreekt.
Aanvulling van 10 juni 2011.
Rob Richardson en collega’s van de universiteit van Leeds in het Verenigd Koninkrijk hebben een nieuwe (een derde) robot ontwikkeld waarmee de achterkant van dat deurtje en het achterliggend “kamertje” gedetailleerder kon gefilmd worden. Ze noemen zichzelf het Djedi team naar het verhaal dat Cheops voor de bouw van zijn graftombe de magiër Djedi zou bezocht hebben met het verzoek hem het geheim van de god Thoth te onthullen hoe een grafkamer afdoend kon worden verborgen.
Het woord kamertje is wellicht overdreven voor deze kleine holte, de luchtschachten hebben een doorsnede van ongeveer 20 bij 20 cm, achter dat 7,5 cm dikke deurtje zit nog een heel klein stukje schacht van wellicht nog geen 15 cm lang. Verderop lijkt de schacht afgestopt te zijn met een groot, ruw stuk kalksteen. Momenteel gaat men ervan uit dat de schacht hier stopt en dat het kalkblok zou kunnen behoren tot de massieve kern van de piramide, met andere woorden dat er zich hogerop geen kamer, gang of schacht meer zou bevinden.
Met een kleine camera, gemonteerd op een zeer flexibele dunne buis, is dit team erin geslaagd foto’s te nemen van dat “kamertje” alsook van de achterzijde van dat deurtje. Die foto’s werden onlangs vrijgegeven en werden gepubliceerd op 25 mei 2011 in onderstaand artikel op de website van newscientist.
http://www.newscientist.com/article/mg21028144.500-first-images-from-great-pyramids-chamber-of-secrets.html
Op 26 mei 2011 werd er eveneens een artikel geplaatst op de Nederlandstalige website scientias.
http://www.scientias.nl/eerste-beelden-uit-geheime-kamer-van-piramide/31898
Uit de foto’s en ook uit bovenstaande artikels wordt duidelijk dat de “hendels” helemaal door het deurtje gaan. Achteraan zijn de metalen strips omgeplooid zodat ze aan die kant een mooie lus vormen, het is dus exact zoals zijaanzicht 2 op bovenstaande tekeningen. Veel valt er niet op te maken uit die kleine, vrij onduidelijke foto’s. Wanneer we die foto van de achterzijde uitvergroten zijn er echter geen zwarte vlekken te zien rond de metalen strips, die zijn wel te zien op de voorkant van het deurtje. Die zwarte vlekken werden eerder omschreven als zijnde resten van zwarte teer die zou zijn gebruikt om de “hendels” mee vast te zetten in het deurtje. Maar, als die zwarte vlekken geen restanten teer zijn, wat is het dan wel? Zijn het dan toch zegels zoals we eerder hebben vermeld?
Hoewel details slechts zeer vaag te zien zijn, lijkt het er op dat die metalen strip aan de linkerkant werd vastgezet met witte kalkmortel waarvan nog een kleine restant aan de achterzijde kleeft. Nogmaals, die foto’s zijn veel te onduidelijk om daar iets met zekerheid te kunnen in herkennen. De vrij gedetailleerde beschrijving in bovenstaand artikel maakt duidelijk dat de originele foto’s vast een veel hogere resolutie moeten hebben, hoe zou men anders dergelijke details kunnen beschrijven.
Het deurtje zelf is aan de achterzijde glad gepolijst, het kan dus niet dat het hier om een stom stuk kalksteen zou gaan dat daar werd geplaatst om te verhinderen dat er steenpuin in de schacht zou vallen. Het deurtje wordt daarom meer als iets decoratief gezien, als een ornament. Dat het een zegelplaat zou kunnen zijn, zoals we veronderstellen, wordt nergens anders vernoemd.
De lussen aan de achterzijde doen vermoeden dat ze ooit dienst hebben gedaan als handvatten om de kleine kalkplaat (deurtje) in de juiste positie te plaatsen. Om de dikte te kunnen bepalen werd er eerder een grondradar met een kracht van 18 kg’ tegen de onderzijde van het deurtje gedrukt, deze kracht was wellicht groter dan het gewicht van het deurtje zelf maar toch bleef het mooi op zijn plaats zitten. Het kan bijna niet anders dan dat die kalkplaat verankerd zit in de schacht, hiervoor zien we slechts één mogelijkheid.
Het deurtje is een platte stenen plaat die groter is dan de doorsnede van de schacht. Stel dat er in de kalkblokken die de schacht vormen uitsparingen (gleuven) werden gemaakt om het deurtje in te schuiven. Vanwege de metalen lussen aan de achterkant en ook vanwege de pinnen aan de voorkant zou het deurtje slechts op zijn plaats kunnen geschoven worden indien er zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde openingen werden voorzien zodat zowel die pinnen aan de voorzijde als de lussen aan de achterzijde konden passeren. Wat de achterkant betreft weten we niet of er ergens openingen zitten in de zijwanden of het plafond die het mogelijk maakten het deurtje te verschuiven zonder dat die metalen ogen dit verhinderen. Van de voorkant weten we dit wel, daar zijn geen gaten te zien waar die pinnen kunnen passeren, we mogen vrijwel zeker zijn dat het deurtje niet in uitsparingen werd geschoven. Deze stenen plaat werd dus op de schacht gelegd om die af te sluiten (verzegelen?). Bovenop die plaat werd een omgekeerd U-vormig stuk kalksteen aangebracht en daarbovenop werd een nog groter blok gelegd, dit laatste al dan niet behorend tot de massieve kern van de piramide. Dat omgekeerd U-vormig blok maakt dat er boven het deurtje een kleine holte, een kleine nis is ontstaan dat momenteel een klein kamertje wordt genoemd. Een kamertje? Het is slechts een kleine holte met een doorsnede van 20 bij 20 cm en met een lengte van hooguit 15cm. Waarom die uitsparing? Wellicht waren die metalen lussen zelf al een eerste reden waarom men daar geen massief stuk kalksteen wou of kon aanbrengen, een tweede reden zou kunnen zijn dat men wou verhinderen dat de bovenliggende steenblokken een te grote druk zouden uitoefenen op dat deel van het deurtje boven de schacht dat niet ondersteund werd en waar er bovendien juist op die plaats twee gaten in het deurtje zaten die de stenen plaat nog verzwakte.
Archeologen zijn de mening toegedaan dat hogerop, boven het einde van de schacht, er zich geen enkele gang of kamer meer bevindt. Het deurtje, dat ze als ornament beschouwen, moet dus tijdens de bouw van de piramide aangebracht zijn omdat dit nadien gewoonweg niet meer bereikbaar was. Mogelijks werd het aan de achterzijde vastgehouden aan die omgebogen lussen om het op die manier in een nauw passende holte te plaatsen.
Wijzelf zijn daar nog niet zo zeker van, het zijn de Egyptologen zelf die verklaren dat het om een mooi gepolijst deurtje gaat en het zien als een ornament. Het is bovendien de enige locatie in de piramide waar er enig metaal werd aangetroffen. Maar, stel dat we gelijk hebben en dat het inderdaad een kalkstenen zegelplaat is waar er aan de voorzijde twee zegels zitten. We hebben kunnen vaststellen dat de sarcofaag van Toetanchamon met een touw was dichtgebonden en verzegeld was met een kleizegel. De aanwezigheid van die zegels maakt duidelijk dat men zich voor het allerheiligste bevindt waar men moet afblijven, wil men het allerheiligste dan toch betreden dan moeten de zegels verbroken worden. Passen we dit toe op de piramide van Cheops dan zouden we er kunnen van uitgaan dat alle mogelijke toegangen tot het allerheiligste, hoe klein ze ook waren, werden verzegeld. Indien daar echt zegels zitten betekent dit dat er wel een doorgang bestaat tot het belangrijkste deel van de piramide en hoewel de geheime kamers onmogelijk bereikbaar zijn langs die schachten, uit principe werden die toch verzegeld.
De schachten stoppen ongeveer op de hoogte waar we, in het middelpunt, een eerste geheime kamer verwachten, het is dan ook niet zo moeilijk zich een paar smalle gangen voor te stellen die op hetzelfde hoogteniveau zitten en doorlopen tot aan de deurtjes van beide schachten. We durven dus te stellen dat beide deurtjes bereikbaar zijn vanaf de achterzijde, er zal daar vast geen geheime kamer zijn doch slechts een vrij kleine gang waardoor die deurtjes toch bereikbaar waren. We hebben zo het idee dat het deurtje daar pas geplaatst werd bij het sluiten en het verzegelen van de piramide, wellicht enkele jaren na het beëindigen van de bouwwerken (voor de conservatieven: tijdens of kort na de begrafenis van Cheops). Waarschijnlijk dus pas tijdens het verzegelen van de piramide werd die zegelplaat aangebracht, werd er een U-vormig blok kalksteen over gelegd met daar bovenop nog eens een veel groter massief kalkblok om het geheel heel goed af te sluiten.
Het belangrijkste echter in dit artikel is de verklaring van Dr. Zahi Hawass. Het is volgens hem mogelijk dat er nog een geheime kamer bestaat in de piramide, het zou kunnen dat de koningskamer een “dummy” is en dat de echte grafkamer nog steeds verborgen zit in de piramide. Dat is een heel opmerkelijke uitspraak zeker als die van Dr. Hawass komt, in zijn positie en als vermaard Egyptoloog kan hij het zich niet permitteren om wilde veronderstellingen de wereld in te sturen. Indien hij dergelijke beweringen durft te uiten dan weet hij vast meer of heeft hij toch minstens enkele belangrijke aanwijzingen gevonden. Pakweg vijftien jaar geleden stond het voor hem vast dat de koningskamer de graftombe was van Cheops, punt uit..geen discussie mogelijk. Naar onze mening kwam er enkele jaren geleden plots een ommekeer nadat hij de Osiris schacht grondig heeft onderzocht. Die schacht was reeds gekend sedert de jaren ’30 maar omdat die put continue onder water stond en men er indertijd maar niet in slaagde om hem leeg te pompen werd die schacht slechts gedeeltelijk onderzocht. Niettegenstaande de uiterst moeilijke omstandigheden werd die toch opnieuw onderzocht door Dr. Hawass, hij slaagde er wél in die put helemaal droog te krijgen. Het vreemde aan heel dit onderzoek is dat Dr. Hawass zich waagde een vergelijk te maken van deze schacht met een verklaring uit het werk van Herodotus waarin staat dat de farao werd begraven in ondergrondse kamers onder de piramide. Het kwam over alsof hij het mogelijk achtte dat de Osiris schacht de graftombe kon geweest zijn van Cheops. Die verklaring was wel totaal onverwacht, al die jaren was Dr. Hawass nooit afgeweken van het idee dat de koningskamer de graftombe van Cheops was. Dat hij nu verklaard heeft dat de koningskamer wel eens een valse (dummy) grafkamer zou kunnen zijn is dus heel opmerkelijk. Voor de echte grafkamer heeft hij het daarbij vast niet over een extra kamer achter het einde van de schacht, nee hij moet vast een andere locatie voor ogen hebben.
Zegels op het deurtje?

Indien we een close-up van de linkse hendel ondersteboven bekijken
zijn er blijkbaar restanten te zien van kalkmortel.
© Foto Rudolf Gantenbrink – zie www.cheops.org
Het ziet er naar uit dat het stenen deurtje ondersteboven stond toen de bronzen strips in de steen werden vastgezet, indien men de close-up van de linkse grendel ondersteboven bekijkt dan zijn blijkbaar restanten van kalkmortel te zien die uit het gat naar beneden zijn gelopen. Wij zijn er van overtuigd dat de bronzen strips niet helemaal bovenaan zijn vastgezet met zwarte teer of dergelijke maar dat deze daarentegen in die witte gaten vastgezet zijn met een soort witte kalkmortel of iets dergelijks. Blijft dan nog de vraag wat die zwarte “vlekken” helemaal bovenaan het deurtje wel kunnen zijn, het moet de moeite lonen dit eens nader te onderzoeken.

Foto van “grendels” ondersteboven gedraaid.
© Foto Rudolf Gantenbrink – zie www.cheops.org
Het is gebleken dat het beter is de foto ondersteboven te draaien om die zwarte vlekken verder te onderzoeken. Volgens Gantenbrink zou het om een teerachtige materie gaan waarmee de metalen “hendels” werden vastgezet.
Origineel werd bovenstaande foto eigenlijk genomen met een videocamera, meer dan waarschijnlijk had die een oplossend vermogen van 625 lijnen, naar Europese normen. Die foto’s kunnen dus een resolutie gehad hebben van 600 pixels vertikaal en 800 pixels horizontaal (beeldformaat 4 op 3). Deze foto op Rudolf’s website heeft een resolutie van 400 bij 327 pixels, foto’s op het internet en worden meestal in lagere resolutie op de website geplaatst om webspace uit te sparen. We moeten het dus stellen met afbeeldingen waarvan de resolutie niet bijster groot meer is. We gaan deze foto verder bewerken met Photoshop, software van Adobe. Er is nooit sprake van enige trucage, het enige wat we gaan doen is proberen die zwarte “vlekken” wat duidelijker weer te geven. In eerste instantie hebben we de foto dus ondersteboven gedraaid. Dan hebben we de linkse zwarte “vlek” uitgesneden, gezien er slechts een klein stukje van de foto meer overblijft zijn we het aantal pixels kunstmatig gaan verhogen zodat we dat stukje foto groter kunnen weergeven. Photoshop heeft daarbij automatisch tussenliggende pixels berekend, dit is géén trucage maar een manier om grove blokken in het beeld te vermijden. In het positief beeld dat we verkregen zat zo weinig contrast dat er niets kon uit opgemaakt worden, het leek wel op een beeldje maar het was verre van duidelijk. Daarom maakten we een negatief van de foto in de hoop dat er dan meer contrast zou inkomen.
Om u ervan te overtuigen dat er geen trucage aan te pas komt kunt u zelf die foto van Rudolf’s website halen en deze zelf bewerken. U zet de foto in negatief en u dient ook wat de experimenteren met lichtsterkte en contrast om het beste resultaat te behalen.
 
© Positief beeld © Negatief beeld
Dit is volgens ons geen gezichtbedrog, daarvoor lijkt het te duidelijk op de afbeelding van een man met een baard in een lang gewaad dat tot op de grond komt. Deze man lijkt bovendien een kroon te dragen die bovenaan boogvormig is en met horizontale strepen in het midden. Zo te zien hebben we hier te maken met een zegel in de vorm van een klein beeldje. De metalen strips hebben de kleur van koper of brons, het beeldje daarentegen is helemaal zwart en daarom zou het wel eens kunnen gemaakt zijn van zilver. Dit metaal is altijd al schaars geweest in antiek Egypte maar werd wel sporadisch gebruikt, juist vanwege de schaarste was zilver in antiek Egypte eigenlijk nog waardevoller dan goud. We moeten echter wel bedenken dat dit figuurtje slechts een viertal cm hoog is en amper een paar cm breed.

De linkse grendel of handvat ondersteboven bekeken.
© Foto Rudolf Gantenbrink – zie www.cheops.org
Ook de linkse grendel lijkt veel meer op een metalen strip die uit het gat erboven komt en werd vastgezet met een soort witte kalkachtige mortelspecie. Het lijkt erop dat ook hier een zegel, een klein figuurtje, op de metalen strip bevestigd zit. Ook hier is er een gedeelte dat helemaal zwart is en verschilt met de kleur van de koperen of bronzen strip boven het figuurtje. Het zou dus terug om zilver kunnen gaan, het gedeelte in V-vorm daarboven heeft een heel andere kleur en lijkt het licht van de cameraspot te weerkaatsen, metaal dat na al die eeuwen nog blinkt zou erop kunnen wijzen dat het goud is. Dit figuurtje moet zo’n 3 cm hoog en 1,5 à 2 cm breed zijn.
 
© De linkse hendel uitvergroot (links) en contrast bijgewerkt (rechts).
Hier is het veel moeilijker om iets duidelijk te kunnen onderscheiden. Het ziet eruit als de torso van een man. De kleur van de kledij of uniform is zwart en daarboven is er een soort harnas in de vorm van een V die over de schouders ligt. Het lijkt op een soort borstplaat waarin mannelijke spieren en beenderen in reliëf zijn afgebeeld, metalen borstplaten zoals de Romeinse veldheren droegen. Onder die borstplaat zijn er lichtere stippen te zien, alsof er een soort ketting onder dat harnas hangt.
De foto is niet duidelijk genoeg om echt details van het hoofd te kunnen onderscheiden, we moeten er zeker rekening mee houden dat gezichtsbedrog een mens lelijke parten kan spelen. In het begin gaat men trachten in die foto een menselijk hoofd te onderscheiden en dat wil maar niet lukken, zelfs niet als men die foto dagenlang bestudeert. Opeens wordt het dan wél duidelijk, het is een vrij verrassende ervaring.
------------------------------------------------------------------
Verwijzingen bij hoofdstuk 12.
Foto's door Rudolf Gantenbrink - zie zijn website www.cheops.org
Pictures by Rudolf Gantenbrink - see his website www.cheops.org
© Pictures Copyright Rudolf Gantenbrink.
Permission for using these pictures asked via Mr. Andrew Bayuk
contact moderator of the
Guardians's Ancient Egypt Bulletin Board.
Because the pictures of the shafts are the property of Mr. Rudolf Gantenbrink
we do consider this entire chapter as his property.
If Mr. Gantenbrink takes this subject over onto his website
we will remove this chapter from ours.
|