Logo Genesis  


Een Zoektocht Naar De Oudste Beschavingen.


 
WWW.DJEDFORCE.NET
 
  Home
 

5 – Genesis.

De heren van God uit het oude testament, waren zij de mythische goden?

Eerste versie september 2008.
Herwerkt op 27 maart 2009.

In hoofdstuk 1 hebben we aangetoond dat de 432.000 jaar van de Kali Yuga blijkbaar kon onderverdeeld worden in 6 etmalen van 72.000 jaar met dag- en nachtperioden van elk 36.000 jaar. Alles lijkt er op te wijzen dat die nachten moeten gezien worden als glacialen (ijstijden) van 36.000 jaar en warmere perioden of interglacialen ook met een lengte van 36.000 jaar. In Genesis, het Scheppingsverhaal uit de Bijbel, vinden we hetzelfde terug. Het valt op dat ook daar nacht- en dagperioden voorkomen en het is dus aannemelijk dat het om dezelfde era’s zou kunnen gaan als in de Kali Yuga. Mogelijk duurde iedere dag van de Schepping eveneens 72.000 jaar, ook al met nacht- en dagperioden van elk 36.000 jaar. In Genesis gaat het echter over 7 dagen waar het in de Kaliyuga maar om zes dagen gaat. Toch kunnen die beide era’s vrij eenvoudig aan mekaar gekoppeld worden. Ieder etmaal in de Kali Yuga begint met een dagperiode, een warme cyclus. In het Scheppingsverhaal begint ieder etmaal met een nachtperiode, een ijstijd.

“Het was nacht geweest en het was dag geweest, de eerste dag”.

Genesis
Is de Schepping een periode van 504.000 jaar?

Genesis begint 36.000 jaar eerder omdat de voorgaande grote ijstijd erbij gerekend wordt. De kali Yuga laat ons min of meer in het ongewisse omtrent de periode waar wij nu in leven. Genesis gaat verder in de tijd en neemt de huidige warme periode er ook bij. Het wordt in Genesis ook al duidelijk, we leven momenteel in de 2é helft van de 7é dag uit de Schepping. Dit is het laatste tijdperk van de Schepping dat begon op het einde van de vorige glaciaal ong. 16.000 jaar geleden. Indien deze periode eveneens 36.000 jaar duurt hebben we dus nog zo’n 20.000 jaar tegoed. Of er al dan nog een vervolg komt voor de mensheid zal voor het grootste deel afhangen van ons gedrag maar zeker ook van Gods laatste oordeel.

Samengevat kunnen we dus stellen dat Genesis waarschijnlijk een periode is van zeven etmalen van elk 72.000 jaar met glacialen en interglacialen van 36.000 jaar. Het totaal aantal jaren van Genesis zou dus kunnen neerkomen op 7 X 72.000 = 504.000 jaar. Momenteel zitten we op 20.000 jaar van het einde van de zevende dag, de 2é helft ervan is ongeveer 16.000 jaar geleden begonnen wat maakt dat de Schepping zo’n 484.000 jaar geleden kan gestart zijn.

Zoals we in een eerdere hypothese hebben vooropgesteld worden die perioden van telkens 10 sar (36.000 jaar) scherp afgebakend omdat op het einde van elke cyclus de aarde ondersteboven kantelt over een hoek tot wel 150°. Deze cyclus zou kunnen veroorzaakt worden door een speciale stand van enkele planeten in ons zonnestelsel samen met Nibiru die op dat moment ons zonnestelsel kruist en op dat moment deel uitmaakt van die speciale uitlijning. Na iedere sar (3.600 jaar) is Nibiru er terug maar dit heeft meestal niet zoveel impact op de aarde. Het is pas bij iedere tiende passage van Nibiru dat het verkeerd loopt, het is enkel dan dat die conjunctie zich voor doet en zeer zware gevolgen heeft voor de aarde.

Enoema Elisj is een nog ouder epos dan Genesis in de Bijbel. Dit verhaal gaat nog verder terug in de tijd, het begint met de botsing van maantjes van planeet X met Tiamat en het in twee splitsen van die planeet. Indien we een vergelijk maken met de grote cyclus, de Catar Yuga uit de Hindu traditie, is het wellicht niet zo gek aan te nemen dat Enoema Elisj eveneens teruggaat tot datzelfde tijdstip. De Catar Yuga is een era met een lengte van 10 Yuga of 4.320.000 jaar. Niet dat het hier zó belangrijk is maar we zouden er kunnen van uitgaan dat de planeet X zo’n 4.320.000 jaar geleden in ons zonnestelsel is gekomen. Enoema Elisj is het verhaal van planeet X waarop alle leven was uitgestorven maar die “het zaad van het leven” naar ons zonnestelsel heeft gebracht. Vanaf het tijdstip van de botsing behoorde planeet X tot ons zonnestelsel en werd de aarde. Nibiru moet hier wellicht vertaald worden als "plaats van de overgang", de plaats waar planeet X onze Aarde werd en waar uit de intacte helft van Tiamat een nieuw hemellichaam werd geboren die mogelijks omheen Jupiter draait. Wij behouden de naam Nibiru voor die nieuwe maan van Jupiter die om de 3.600 jaar de omloopbanen van de aarde en Mars kruiste..   

Het verhaal Genesis daarentegen begint op een later tijdstip met de eerste dag van Gods Schepping. Zoals reeds eerder vermeld zou Genesis 484.000 jaar geleden kunnen begonnen zijn. God heeft vast wél het heelal geschapen maar Genesis is daar niet het verhaal van. Genesis beschrijft eerder het brengen van nieuw leven op de aarde, van een herstart van onze planeet. Waarschijnlijk tot 65 miljoen jaar geleden is er op aarde leven geweest dat om een nog ongekende reden (bijna?) volledig is uitgestorven. Mogelijks behoorde onze Aarde vroeger toe aan een andere zon die een witte dwerg is geworden. God heeft nieuw leven gebracht door Zijn Schepping, de eerste dag van Gods Schepping op aarde zou 484.000 jaar geleden kunnen begonnen zijn.

In de inleiding van de Bijbel [1] staat te lezen dat Genesis delen 1 tot 11 een aantal mythische verhalen bevatten die op symbolische wijze tot uitdrukking brengen welke de fundamentele beginselen zijn waarop het gelovige bestaan van de mens berust. Hier willen we de nadruk leggen op die mythische geschiedenis omdat deze ons zéér belangrijke gegevens kan verschaffen omtrent de vroegste beschavingen. De Bijbel bevat geschiedkundige feiten, oeroude feiten worden zoals altijd beschreven in mythische verhalen maar daar kan meer waarheid in steken dan we vermoeden.

Home  

Persoonlijke interpretaties van Bijbelteksten of teksten uit andere geloofsboeken zijn altijd een delicate kwestie. Ik heb hier zeker niet de bedoeling het geloof in vraag te stellen of in een negatief daglicht te plaatsen. Alles wat hier nog wordt geschreven gebeurt met het grootste respect voor God en voor het geloof in het algemeen, welk geloof dit ook moge wezen. Ik ga ervan uit dat ieders Heilig Boek evenwaardig is en evenveel respect verdient. Dat ik de Bijbel hier als uitgangspunt neem is omdat ik tot mijn spijt met de andere Heilige Boeken niet vertrouwd ben. Nooit worden hier de woorden van de Bijbel in twijfel getrokken, soms worden wél vragen gesteld bij de interpretaties die in de voetnoten van de Bijbel staan. Deze interpretaties zijn het werk van mensen zoals u en ik en zijn voor wijzigingen vatbaar. Dat gebeurt trouwens regelmatig, naarmate de mens meer inzicht krijgt in onze geschiedenis zal men er inderdaad andere interpretaties gaan op nahouden en zonodig die voetnoten aanpassen. 

Steeds weer, in bijna iedere mythische tekst, botsen we op het gegeven van goden, halfgoden en stervelingen. Uit alles wordt duidelijk dat er vóór ons nog veel intelligentere beschavingen moeten bestaan hebben op aarde. Continu botsen we op hooggeavanceerde wetenschap die wij stervelingen niet kunnen gehad hebben op dat tijdstip van onze geschiedenis. Sommige, zoniet de meeste schrijvers die een licht willen werpen op die mythische verhalen worden voortdurend met dit probleem geconfronteerd. Dat er maar één God bestaat is voor iedereen duidelijk, maar hoe kan er een verklaring gevonden worden voor beschrijvingen van goden, halfgoden, reuzen en stervelingen? Schrijvers nemen meestal hun toevlucht tot ruimtewezens, aliens komende van andere zonnestelsels. Misschien zouden we er beter aan doen Genesis eens grondig te bestuderen, alle antwoorden die we zoeken zijn daarin te vinden.

Als we de teksten van Genesis aandachtig doornemen valt het op dat bepaalde fragmenten op het eerste zicht niet blijken te kloppen, dat er dingen verteld worden die niet kunnen. En toch, indien we die tekst steeds maar opnieuw lezen gaat op een bepaald moment toch een lichtje branden. Pas dan gaan we beseffen dat Genesis helemaal correct is, van het eerste tot het laatste woord. Merk op dat deel 1 van Genesis stopt op het einde van de zesde dag. God heeft Zijn Schepping voltooid op zes dagen. Ook aan de zesde dag van de Schepping kwam een einde op dezelfde manier als de vijf voorafgaande:

“Het was nacht geweest en het was dag geweest, de zesde dag”.

Ieder etmaal van de Schepping vangt aan met een nachtperiode, een ijstijd van 36.000 jaar, gevolgd door een dagperiode, een warme periode van 36.000 jaar.

Deel 2 van Genesis begint met de zevende dag, God rustte op die dag van al het werk dat Hij had verricht in de eerste zes dagen van de Schepping. In de zevende dag, terwijl God rustte, was het de beurt aan de mensen die God had geschapen om te genieten van Zijn Schepping en om Zijn werk verder te zetten. Deel 2 begint met de opsomming van Gods Schepping van de voorbije zes dagen als eerbetoon aan Hem. De zevende dag is nog niet ten einde, nergens staat er iets in de zin van “Het was nacht geweest en het was dag geweest, de zevende dag”. De nachtperiode van de zevende dag is wél voorbij, dat was de vorige glaciaal die zo’n 16.000 jaar geleden eindigde. Wij leven nu in de warme dagperiode van de zevende dag.

Genesis – Eerste en Tweede dag van de Schepping.

In tegenstelling tot de Kali Yuga begint Genesis met een ijstijd, een glaciale periode. Het kan niet met zekerheid worden gezegd maar het lijkt erop dat de tekst er ons op wijst dat vóór de aanvang van de eerste dag de aarde zich in een nog veel koudere toestand bevond. Tot hier toe hebben we het steeds gehad over glacialen en interglacialen. De aarde heeft echter ook een grote ijstijd gekend, wetenschappers plaatsen die zo’n 650.000 jaar terug in de tijd. De grote ijstijd was veel extremer en duurde zo'n 50.000 jaar (tot 600.000 jaar geleden). Tot op heden werd nog steeds geen afdoende verklaring gevonden voor die extreme koude. Sommige wetenschappers omschrijven de aarde in die periode als één grote sneeuwbal.

(1) In het begin schiep God de hemel en de aarde.
(2) De aarde was woest en leeg, duisternis lag over de diepte,
     en de geest van God zweefde over de wateren.    
(3) Toen zei God: “Er moet licht zijn!” En er was licht.
(4) En God zag dat het licht goed was.
     God scheidde het licht van de duisternis.
(5) Het licht noemde God dag, en de duisternis noemde hij nacht.
      Het was nacht geweest en het was dag geweest, de eerste dag.

(6) En God zei: “Er moet een uitspansel zijn tussen de wateren,
     een afscheiding tussen het ene water en het andere.
(7) En God maakte het uitspansel;
     Hij scheidde het water onder het uitspansel van het water erboven.
     Zo gebeurde het.
(8) Het uitspansel noemde God hemel.
      Het was nacht geweest en het was dag geweest, de tweede dag.

Home

De Nachtperiode (glaciaal) van dag 1 geeft blijkbaar een zicht op onze planeet zoals hij er zou uitzien indien hij véél verder van de zon zou staan, er zou een grote ijstijd heersen en het zou er ook veel donkerder zijn. Een atmosfeer zou er dan niet bestaan hebben of zou toch minstens sterk gereduceerd geweest zijn. Indien al het water uit de atmosfeer in de vorm van sneeuw en ijs op het aardoppervlak lag kan onze planeet er inderdaad uitgezien hebben als één grote sneeuwbal.

Dag 1 en 2 van Genesis zou dus een omschrijving kunnen zijn van de diepgevroren Aarde die op de plaats van Mars stond en met deze planeet planeet van plaats wisselde waardoor de Aarde veel dichter bij de zon kwam staan. Enorm veel ijs ging smelten en alle land kwam onder water te staan, de geest van God zweefde over de wateren. Met het uitspansel wordt in Genesis waarschijnlijk de aardse atmosfeer bedoeld die het het water onder het uitspansel scheidde van het water erboven. Het woord hemel zou in Genesis kunnen slaan op de atmosfeer van onze planeet, later werd dit in een bredere zin gezien.

De totale periode in de Hindu traditie is de Catar Yuga en deze omvat 10 Yuga’s of 4.320.000 jaar, de botsing met Tiamat dateren we 4.320.000 jaar geleden. We veronderstellen dat Nibiru reeds 4,32 miljoen jaar tussen de omloopbanen van Mars en de Aarde passeert. De zeven dagen van de Schepping (504.000 jaar) omvat één dag meer dan de Kali Yuga (432.000 jaar).

Genesis – Derde dag van de Schepping.

(9)  En God zei: “Het water onder de hemel moet naar één plaats samenvloeien,
     zodat het droge zichtbaar wordt”. Zo gebeurde het.
(10) Het droge noemde God land, en het samengevloeide water noemde Hij zee.
       En God zag dat het goed was.
--------------
(11 en 12) – Schepping van alle plantaardig leven.
--------------
(13) Het was nacht geweest en het was dag geweest, de derde dag.

In het begin van de derde dag is er blijkbaar al heel veel water opgenomen in de atmosfeer en het vasteland wordt zichtbaar, droogt op en wordt vruchtbaar. Er komt plantengroei, zaadvormend gewas en vruchtbomen. Er is een frappante gelijkenis met de zondvloed, onophoudende regens gedurende 40 dagen zouden er dus kunnen op wijzen dat de aardrotatie om haar eigen as tijdens de zondvloed sterk vertraagd was en dat de aarde mogelijks zelfs enkele dagen in het geheel niet meer ronddraaide. Dit had waarschijnlijk als gevolg dat er weinig of geen centrifugale krachten meer waren waardoor al het water terugviel op de oppervlakte van de aarde en alle land overstroomde. Op het moment dat de aarde terug normaal roteerde moest al dat water opnieuw verdampen om in de atmosfeer te kunnen komen. Dit zou best wel een jaar kunnen geduurd hebben, er kan in het verhaal van Noach dus meer waarheid schuilen dan we denken.

Genesis – Vierde dag van de Schepping.
(14 – 18) – Schepping van de sterren en de lichten aan de hemel.
(19) – En het was nacht geweest en het was dag geweest, de vierde dag.

Dit is op het eerste zicht in het geheel niet te verklaren, zeker niet vanuit ons standpunt. God heeft wel de sterren en planeten geschapen, maar we zijn we er van uit gegaan dat Genesis niet het verhaal is van de Schepping van het heelal. Ofwel is dit de beschrijving van een satelliet van Tiamat die onze maan wordt ofwel is dag vier de Schepping van de tijd zelf, van tijdrekening en van kalenders. Het zou de Schepping kunnen zijn van in de hemel waarneembare tekens die een tijdsbepaling mogelijk maken. Wij opteren voor deze laatste mogelijkheid.

Genesis – Vijfde dag van de Schepping.
(20 – 22) – Schepping van alle dierlijk leven in de zeeën en in de lucht.
(23) – En het was nacht geweest en het was dag geweest, de vijfde dag.

Genesis – Zesde dag van de Schepping.
(24-25) – Schepping van alle landdieren.

Wij stervelingen zien de zesde dag van Gods Schepping als het hoogtepunt omdat op die dag de mens zelf werd geschapen. De mens kreeg de toestemming om te heersen over alle planten en dieren op aarde.

(27) – En God schiep de mens als zijn beeld;
          Als het beeld van God schiep Hij hem;
          Mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen.

(29) – En God zei:” Hierbij geef Ik alle zaadvormende
          gewassen op de hele aardbodem aan jullie,
          en alle bomen met zaaddragende vruchten;
          zij zullen jullie tot voedsel dienen”.

(30) – “Maar aan alle wilde beesten, aan alle vogels van de lucht
           en aan alles wat over de grond kruipt, aan alles wat dierlijk leven heeft,
           geef Ik al het groene gewas als voedsel”. Zo gebeurde het.
 
(31) – God bekeek alles wat Hij gemaakt had, en Hij zag dat het heel goed was.
          En het was nacht geweest en het was dag geweest, de zesde dag.

God schiep de mens naar zijn evenbeeld, man en vrouw schiep Hij hen. Wij zijn zo ijdel dat we er uiteraard van uitgaan dat wij de vrouw of man zijn in Gods Schepping, we denken dat wij stervelingen de Schepping Gods zouden zijn. Hoe kunnen stervelingen de heersers zijn over alle planten en dieren op aarde? Ons werd een levensduur van 90 jaar toebedeeld, een stomme papegaai kan ouder worden om nog maar te zwijgen over bomen die makkelijk vijfduizend jaar en ouder worden. Voor ons stervelingen geldt maar al te goed de spreuk “Boompje groot, plantertje dood”. Dit kan toch niet, als wij de heersers over de natuur zouden zijn dan moeten we toch alle diersoorten, planten en bomen kunnen overleven. Dan hadden we toch een levensduur moeten hebben van 5.000 jaar of meer? Nee, de heersers over alle dieren en planten op aarde dat zijn wij niet maar we willen dit niet inzien.

In de voetnoten van de Bijbel staat uitgelegd dat “de Heer Gods” een andere titel is voor God. Indien we Genesis bestuderen, rekening houdend met deze verklaring, dan gaan we er wellicht niets van begrijpen. In Genesis staat dat de Heer spijt kreeg dat hij mensen gemaakt had. Deze uitleg zorgt er zelfs voor dat we zouden durven twijfelen aan de volmaaktheid van God. Als God perfect is hoe kan Hij dan beginnen twijfelen aan Zijn Schepping? God is onfeilbaar, het zijn wij mensen die Genesis verkeerd begrijpen. Omdat we de waarheid niet willen zien gaan we uit van het idee dat “de Heer van God” gewoon een andere naam is voor God zelf. We zijn zo overtuigd dat we dit zelfs in de voetnoten van de Bijbel noteren. Maar, zijn wij daar niet totaal verkeerd? Zouden we niet beter accepteren dat “de Heren van God” een naam is voor de mens die God heeft gecreëerd en dat het bovendien niet over ons gaat?

De mannen en vrouwen die God heeft gecreëerd in de zesde dag van de Schepping waren de “Kinderen van God”, de “Zonen van God”, de “Heren van God”. Indien één van die Kinderen Gods wordt genoemd dan is er sprake van de “Heer van God”, de “Heer Gods” of de “Heer”. Die voetnoot in de Bijbel zou dus best verkeerd kunnen zijn, nogmaals, voetnoten behoren niet tot de originele tekst van de Bijbel maar zijn aantekeningen die gemaakt werden door stervelingen zoals u en ik. Op géén enkel moment trekken wij de woorden van de Bijbel zelf in twijfel.

U zoekt naar de Goden die de aarde bevolkten in mythische tijden? Wel u heeft ze gevonden, het waren de Heren van God. Zij leefden al op onze planeet vanaf de zesde dag van de Schepping en hadden een gemiddelde levensduur van 6.300 aardse jaren. Ze kregen van God zaden en vruchten toegewezen als voedsel, er was absoluut nog géén sprake van het eten van dierlijk voedsel. Alle diersoorten kregen het groen gebladerte als voedsel, zelfs de wilde dieren. Waarschijnlijk waren de goden ten tijde van de Schepping niet zo talrijk en groeiden wellicht ook niet vlug in aantal. In die tijd moet de aarde echt een aards paradijs geweest zijn, de goden konden leven van wat de natuur uit zichzelf voortbracht aan zaden en wilde vruchten. De aarde zou door de goden nooit overbevolkt raken of een tekort aan voedsel opbrengen. In oude mythische teksten valt niet alleen de hoge levensduur op van de goden maar ze zijn ook herkenbaar in wat ze eten. Dat kan de reden zijn waarom daar zo veel belang aan gehecht wordt in mythische verhalen, dikwijls wordt vermeld van de goden wat ze aten.   

In Genesis deel 1 wordt altijd de naam God genoemd, nooit is er sprake van de “Heren van God”, van de “Heer God” of van de “Heer”. Dat is logisch, de zes dagen van de Schepping handelen over de Creaties van God en het is pas op de zesde dag dat God de “Heren van God” heeft geschapen. Het verhaal van goden, halfgoden, reuzen en stervelingen staat in Genesis deel 2. Onze aanwezigheid op aarde moet dus niet toegeschreven worden aan vreemde wezens komende van andere zonnestelsels. Hoe wij er gekomen zijn staat bijna letterlijk in Genesis deel 2.

Home

------------------------------------------------------------------
Verwijzingen bij hoofdstuk 5.

[1] – De Bijbel
        Uit de grondtekst vertaald – Willibrordvertaling.
        Geheel herziene uitgave 1995.
        Katholieke Bijbelstichting ‘s – Hertogenbosch.
           

Home