Logo Godendom  


Een Zoektocht Naar De Oudste Beschavingen.


 
WWW.DJEDFORCE.NET
 
  Home
 

6 – Godendom.

Over goden en halfgoden die ooit op aarde hebben geleefd.

Eerste versie september 2008.
Bijgewerkt 28 maart 2009.

Goden, halfgoden, stervelingen en reuzen.

In dit hoofdstuk is het enkel de bedoeling aan te tonen dat de intelligente wezens uit  mythische verhalen de heren van God waren, mannen en vrouwen die door God werden geschapen die wel degelijk op aarde geleefd hebben. Dit heeft dus absoluut niets te maken met ruimtewezens die van andere sterrenstelsels naar de aarde zijn gekomen. De volgende tekst is een eigen interpretatie van Genesis, het is nooit de bedoeling ook maar iets negatief te schrijven over het Christelijk geloof of enig ander geloof. Indien er in de tekst toch blunders staan wil ik me daarvoor al op voorhand verontschuldigen, aanvaard dat het uit onwetendheid is indien ik bepaalde zaken verkeerd interpreteer.

Genesis deel I [1] gaat over Gods Schepping, het is dus logisch dat alleen Zijn naam wordt genoemd. God creëerde de mens, man en vrouw naar Zijn evenbeeld. Die Creatie gaat niet over ons maar over de “Heren van God”, dit waren de goden uit de mythische tijden. In Genesis deel II krijgen we te horen hoe wij op aarde zijn gekomen. Het begin van deel II is een opsomming van de werken die God verricht heeft in de eerste zes dagen van Zijn Schepping. Het is een eerbetoon aan God. Het vervolg handelt al onmiddellijk over de tuin van Eden.

Er moet zeer goed onderscheid gemaakt worden of het gaat om God of de “heren van God”. Alleen de naam God slaat op de Éne en Ware God, bij alle andere benamingen gaat het over een heer van God. De heren Gods werden door God geschapen in het begin van de zesde dag, het was toen ijstijd en alleen relatief dicht tegen de evenaar was het goed om leven. De goden bereikten een gemiddelde levensduur van 6.300 jaar en voedden zich uitsluitend met vruchten, granen en wellicht ook de daarvan afgeleidde producten zoals brood etc.

Na verloop van tijd bevolkten zij alle continenten van onze planeet. Na 36.000 jaar, in de overgang van de ijstijd naar de warme periode van de zesde dag ondervonden ze voor de eerste keer de gevolgen van het ondersteboven keren van de aarde. Alles was verwoest en diende opnieuw opgebouwd te worden. Weer 36.000 jaar later, in de overgang van de zesde naar de zevende dag was het weer zover. De aarde belandde opnieuw in een ijstijd en terug was alles verwoest, op aarde heerste er een totale chaos.

Het verhaal over de tuin van Eden start in de zevende dag, de heren van God zagen zich verplicht om nogmaals te herbeginnen en om alles opnieuw op te bouwen. Het verhaal staat bol van de genetische manipulaties, men moet enkel willen zien wat er tussen de regels staat geschreven. De heren van God waren het waarschijnlijk beu om steeds maar alles opnieuw te moeten heropbouwen en dus besloten zij mensachtige wezens te klonen die voor hen het werk zouden verrichten. Die wezens mochten niet niet al te slim anders hadden zij wel eens kunnen weigeren hen te dienen. Nergens is er in deel II nog sprake van “Creatie” of “Schepping”, steeds gaat het over maken en boetseren. Ook is er sprake van de “levensadem in de neus blazen” om die wezens levend te maken. Dit alles zou kunnen duidelijk maken dat het om genetische manipulatie gaat.

De heren van God zijn vertrokken van genetisch materiaal van een mensachtige, waarvan de oorspronkelijke levensduur waarschijnlijk 90 jaar bedroeg. Wellicht mogen we er van uitgaan dat de bestaande mensachtigen die toen op aarde leefden genetisch werden aangepast, mogelijks spreken we hier over de missing link van de mensachtigen naar de moderne mens.

In Genesis 2-5 lezen we:“ ….. en er was nog geen mens om de om de grond te bebouwen.” (begin zevende dag).
De homo sapiens sapiens verscheen zo’n 50.000 geleden op het toneel. De meningen onder de wetenschappers in verband met die jaartallen zijn nogal sterk verdeeld en verschillen nogal van de data die wij hier voor ogen hebben. Maken deze gegevens onze theorie onmogelijk? Eerlijk gezegd, wij weten het ook niet.        

Genetisch materiaal van mensachtigen werd gemanipuleerd met het DNA van de goden zelf, de bedoeling was volgzame werkers te maken die begrepen wat er van hen verlangd werd maar die dan ook weer niet te slim waren zodat ze niet in opstand zouden komen. De gekloonde experimenten werden in de tuin van Eden geplaatst. De planeet kan dan wel een aards paradijs geweest zijn voor de heren van God, de tuin in het Oosten van Eden was dat zeker niet voor de mensachtige wezens die daarin geplaatst werden om die tuin “te bewerken en te beheren”. In Genesis deel I is in Gods Schepping sprake van man en vrouw, in deel II daarentegen gaat het over een man en een mannin. Vergelijk mannin met de woorden apin, ezelin etc. Dit moet duidelijk maken dat deze gekloonde wezens lager stonden op de genetische ranglijst. Het ging hem zeg maar over dezelfde naamgeving als bij dieren, duidelijk een lagere rang dan de man en vrouw uit Gods Schepping.           

Uit die genetische experimenten door de heren van God zijn halfgoden, stervelingen en reuzen voortgekomen. Het verhaal zoals in Genesis staat vermeld laat ons niet toe een sluitende verklaring te geven voor het ontstaan ervan. In het boek der Jubileeën wordt vermeld dat Adam en Eva 9 kinderen hadden waaronder 4 dochters, met name Azûra, Awân, Lebuda en Qelimath. Drie zonen van Adam en Eva zijn gekend uit de Bijbel, namelijk Kaïn, Abel en Set. Er ontbreekt dus nog één zoon waarvan in de Bijbel niets gezegd wordt. We moeten daarbij wél bedenken dat Genesis in hoofdzaak het verhaal is van goden en halfgoden, stervelingen komen er zelden of zelfs niet ter sprake.

Home

Adam en Eva, de eerste gekloonde generatie, waren halfgoden. Het genetisch DNA van de heren moet straf spul geweest zijn want Adam en Eva werden véél te slim. Dit staat verbloemd te lezen als de boom van goed en kwaad, zeg maar de boom van kennis. Kinderen kregen de laagste genetische rang van beide ouders. De laagste rang van Adam en Eva was halfgod, dus hun kinderen waren ook halfgoden.

Van die negen kinderen van Adam en Eva moeten er meerdere zonen en/of dochters halfgod geweest zijn. De heren van God waren zeker niet tevreden met het resultaat van hun genetisch experiment, Adam, Eva en zelfs hun kinderen waren veel te intelligent om dit type van mensen te gebruiken als dienaars. Alleen Adam werd verbannen uit de tuin van Eden, Eva werd in de tuin van Eden gehouden. Adam kwam terecht in de wereld van de goden, van de heren van God. Hij was niet bang dat hij buiten de tuin van Eden zou gedood worden, hij zag er blijkbaar uit zoals de heren van God en zij zouden hem aanvaarden als bijna een van hen.

Genesis is een jongere versie van het scheppingsverhaal " Enoema Elisj" uit de oud Sumerische beschaving. In antiek Sumerië komt Adam uit de Bijbel overeen met Adapa en meer dan waarschijnlijk gaat het over dezelfde persoon. Volgens oude teksten was Enki de grootste wetenschapper onder de heren van God. Adapa’s beheersing van de wijsheid was bijna even groot als die van Enki. Adapa bezocht het heiligdom van Enki in Eridu dagelijks. De Bijbel spreekt van verbanning van Adam uit de tuin van Eden, het ziet er eerder naar uit dat Adapa tussen de goden kon leven en bijna als een van hen werd.

1 - Kaïn, het eerste kind van Eva, was hoogst waarschijnlijk het resultaat van het volgend experiment in de tuin van Eden. Eva kreeg een zoon en noemde hem Kaïn. In de Bijbel staat: Eva sprak: ”Door de gunst van de heer heb ik een mannelijk kind voortgebracht”. Een Engelstalige versie [2] is nog explicieter : “I have gotten a man from the lord”. Laat ons aannemen dat het ging om een kunstmatige bevruchting van Eva met zaad van een god, dit was dus een kruising van een heer met een genetisch gekloond wezen. Dat ging fout, Kaïn moet zichtbaar verschillend geweest zijn van Eva of de goden. Denken wij hierbij bijv. aan een zeer grote schedel. Het bleek dat Kaïn ook al een halfgod was en ook véél te slim. Bovendien kwam aan het licht dat het met kruisingen van goden en gekloonde wezens totaal verkeerd afliep. Ook Kaïn diende de tuin in Eden te verlaten, hij had wél schrik om in de wereld van de goden te komen en vreesde dat men hem zou doden. Er moet toch iets aan zijn uiterlijk geweest zijn waardoor hij voor zijn leven vreesde. Kaïn kreeg een teken van de goden zodat andere goden hem niet zouden doden, hij verliet Eden en trok met zijn vrouw naar het Oosten.

2 - Kaïn was niet wat de goden wensten, hij was niet geschikt als volgzame werkkracht voor de goden. De oplossing was een tweede genetische generatie te klonen, met genetisch materiaal van Eva. Waarschijnlijk was Abel, de 2é zoon van Eva, daarvan het resultaat. Hij was een sterfelijke met de gewenste eigenschappen voor de goden. Adam, Eva en Kaïn waren halfgoden, Abel was wellicht de eerste sterfelijke en stond tevens een rang lager op de genetische schaal.

3 - Later werd Set geboren, waarschijnlijk als een natuurlijk kind van Adam en Eva. Ook Set was een halfgod en blijkbaar was daar niets verkeerd mee, hij was wel niet geschikt als hulpje voor de goden omdat alle halfgoden te slim werden.

4 - Het liep niet alleen verkeerd af met Kaïn, het werd nog veel erger toen de Goden gemeenschap hadden met de mensendochters, de vrouwelijke stervelingen. Hun  nakomelingen waren reuzen, zij waren de befaamde geweldenaars uit die tijd. Dat waren wellicht creaturen zoals de basis waarvan men vertokken was om te klonen, de wilde mensachtige uit de oertijd.

Uiteindelijk bereikten de goden hun doel en hadden nu gekloonden van de 2é generatie, sterfelijke wezens met een levensduur van 90 jaar. Blijkbaar kregen kinderen steeds de laagste rang van beide ouders, sterfelijke ouders brachten een ras voort van weer stervelingen. Dat was hetgeen de goden wensten, namelijk stervelingen zoals Abel.

Home

Kaïn en Abel.

Eerder werd vermeld dat Kaïn een halfgod was en Abel een sterveling, Kaïn zou dus een hogere genetische rang gehad hebben dan zijn broer Abel. Dit zou uit het verhaal in Genesis ook duidelijk moeten worden. 

Genesis 4-3 “Na verloop van tijd bracht Kaïn een offer aan de Heer van de vruchten van de grond.”
Genesis 4-4 "Ook Abel bracht een offer, de eerstgeborenen van zijn beste schapen."
In een Engelstalige versie staat:And Abel, he also brought of the firstlings of his flock and of the fat thereof.

Een dierenoffer, het vet van de schapen is een totaal verkeerd offer voor de heren van God. Zij aten uitsluitend vruchten en granen en zeker géén vlees, zelfs de gekloonde mensachtige had vóór de zondvloed nog geen toestemming gekregen van God om vlees te eten. De heren van God prefereerden Abel boven Kaïn, zelfs al bracht hij een verkeerd offer. Kaïn was meer dan slim genoeg om perfect te weten wat de heren van God aten en dus kon hij een passend offer aanbieden. Abel was niet zo intelligent en bracht een verkeerd offer, toch gaven de goden de voorkeur aan hem omdat hij en zijn nakomelingen volgzame dienaars zouden zijn. Dit zou er kunnen op wijzen dat Kaïn en Abel genetisch niet dezelfde rang hadden.

Genesis 4-9 De heer zei tegen Kaïn: “Waar is uw broer Abel?”
Kaïn antwoordde: “Ik weet het niet. Ben ik dan de hoeder van mijn broeder?”

De hoeder zijn van zijn broeder, zoiets zegt men toch niet van zijn broer. Het klinkt als het hoeden van schapen, alsof Abel een dier was. Ook dit zou er kunnen op wijzen dat Abel een sterveling was en Kaïn een halfgod. Kaïn heeft Abel gedood, wij mogen echter niet spreken van moord. Indien Kaïn zijn gelijke had omgebracht dan was dat zeker moord geweest en zou hij ook een veel zwaardere straf gekregen hebben, misschien wel de doodstraf. Maar de enige straf was de uitwijzing uit de tuin van Eden en dan nog met de belofte dat niemand van de goden hem kwaad zou berokkenen. Kaïn heeft zich waarschijnlijk verzet tegen de genetische experimenten van de goden en heeft hun experiment vernietigd. Kaïn was het slachtoffer van die genetische manipulatie, zijn vader was wel een god maar hij daarentegen was sterfelijk. Nogal logisch toch dat hij daardoor gekant was tegen die experimenten. Abel was dan nog een stap verder in die manipulatie, hij was nóg een rang lager, Kaïn wou daar waarschijnlijk een eind aan maken. De heren van God beschouwden dit niet als een moord en dus werd Kaïn ook niet in die zin gestraft, door het feit dat hij zich verzette tegen de experimenten zagen de heren van God zich verplicht hem uit de tuin van Eden weg te sturen.

In onze huidige moderne tijd steekt een identiek probleem terug de kop op, zitten nu ook wij niet terug met het probleem van genetische manipulatie? Nu toch ook zijn er verhitte discussies omtrent klonen. Er zijn mensen die al hevig gekant zijn tegen het genetisch manipuleren van voedingsgewassen, deze mensen zijn nog feller gekant tegen het klonen van dieren. Als genetici op een bepaald tijdstip gaan denken dat ze voor God moeten spelen en mensen gaan klonen, welke acties gaan die tegenstanders op dat moment ondernemen? Stel dat die mensen op een bepaald moment dat genetisch geklungel een halt toeroepen en daarbij zo’n gekloonde mens doden, zijn zij dan moordenaars?

Kaïn moest de tuin van Eden verlaten maar hij was bang dat de heren van God hem zouden doden (buiten de tuin waren de heren van God de enigen die op de aarde leefden). Maar de heer antwoordde: “Wie het ook is die Kaïn doodt, hij zal zevenvoudig boeten!”. Zevenvoudig boeten” is wel een eigenaardige opmerking. Het is alsof bedoeld wordt dat Kaïn slechts één zevende was van een heer van God. Diegene die Kaïn zou doden zou zevenvoudig boeten, hij zou dus boeten juist alsof hij een heer van God had gedood. Indien we aannemen dat één zevende ook slaat op de levensduur en intelligentie van Kaïn of een andere halfgod in het algemeen, dan zou dit betekenen dat de gemiddelde levensduur van een god zeven maal hoger lag. Van Kaïn staat in Genesis niet vermeld hoe oud hij is geworden, hij was echter een halfgod zoals Adam dat ook was. De gehele stamboom van Adam is een opeenvolging van halfgoden. Geteld vanaf Adam tot en met Noach, met uitzondering van Enoch, is de gemiddelde ouderdom die ze hebben bereikt gelijk aan 912 jaar, laten we aannemen minstens 900 jaar. De goden zouden dus een gemiddelde ouderdom kunnen bereikt hebben van 7 x 900 = 6.300 jaar.

Opdat de kinderen van Kaïn zelf ook halfgoden zouden zijn moest hij er voor zorgen dat zijn vrouw ook een halfgod was. Kaïn huwde met Awân een dochter van Adam en Eva, zij moet dus een halfgod geweest zijn. Dit feit op zich kan ook al een aanwijzing zijn dat Kaïn niet mag gezien worden als een moordenaar, zoniet hadden ze hem wellicht verstoten zonder hem een vrouw te gunnen. In de stamboom van Kaïn worden geen leeftijden genoemd maar meer dan waarschijnlijk gaat het steeds om halfgoden tot aan de kinderen van Lamech.

In verband met Lamech staat in de Bijbel opnieuw een eigenaardige uitdrukking in verband met gewroken worden, net zoals bij Kaïn. We moeten dit wellicht zien alsof het de genetische experimenten zijn die zich wreken, eerst op Kaïn en daarna nog meer op twee kinderen van Lamech. Lamech huwde eerst met Ada en zij kreeg twee kinderen, Jabal werd de stamvader van allen die in veehoederstenten wonen en Jubal werd de stamvader van allen die op de citer en de fluit spelen. Op zich niets verkeerd met die beroepen, maar geef toe dat het gewone beroepen zijn die konden uitgeoefend worden door stervelingen. Jabal en Jubal kunnen dus stervelingen geweest zijn. Daar Kaïn een halfgod was betekent dit dat zijn eerste vrouw Ada een sterveling was. Indien Lamech kinderen wou die zelf ook halfgod waren moest hij die kinderen hebben bij een vrouw die eveneens halfgod was. Dat Lamech een tweede vrouw huwde kan dus gezien worden dat hij handelde uit noodzaak.
Zijn tweede vrouw was Silla en ook zij kreeg twee kinderen, Tubal-Kaïn en een dochter Naäma. Weeral omdat het om een vrouw gaat wordt van Naäma spijtig genoeg niets gezegd. Maar van Tubal-Kaïn staat te lezen dat hij de stamvader werd van de smeden, van allen die het brons en het ijzer bewerkten. In een Engelstalige versie van de Bijbel staat: “An instructer of every artificer in brass and iron”. In die tijd grote kennis hebben over brons en ijzer was niet evident en dan nog instructeur zijn van allen die brons en ijzer bewerken was duidelijk géén simpel of alledaags beroep. Juist ja, in die tijd zeker géén klusje voor de stervelingen. Dit doet het vermoeden rijzen dat Lamech’s tweede vrouw een halfgod was en haar kinderen eveneens.

Dan volgt er een tekst die Lamech spreekt tot zijn twee vrouwen:
In de Engelstalige versie: Genesis 4-24
“If Cain shall be avenged sevenfold, truly Lamech seventy and sevenfold”
In de Nederlandstalige versie staat er foutief:
“Wordt Kaïn zevenvoudig gewroken, Lamech zevenenzeventigvoudig!”
Dit is duidelijk een kleine drukfout, hieruit blijkt nogmaals hoe belangrijk het altijd al is geweest om de Bijbel zeer nauwkeurig en woord voor woord te kopiëren. De tekst had moeten zijn: “zeven- en zeventigvoudig” of beter nog “zevenvoudig en zeventigvoudig”. Dat het een drukfout is in die Nederlandstalige Bijbel wordt duidelijk uit de voetnoot: 4-23. word ik gewond…. : Dit geeft aan hoe het geweld op aarde toeneemt; van één broedermoord naar een zevenvoudige en zeventigvoudige bloedwraak. De tekst in voetnoot 23 is uiteraard de interpretatie uit standpunt van het Christelijk geloof en is veel belangrijker voor gelovigen dan de uitleg die wij tussen de regels van die mythische tekst denken te herkennen. Ons gaat het er uitsluitend om aan te tonen dat er wel degelijk “zevenvoudig en zeventigvoudig” moet staan.                          

De kinderen van Silla waren halfgoden, de experimenten van de goden wraakten zich eveneens zevenmaal op Lamech, Silla en haar kinderen. Zij waren allen halfgoden en hadden een levensverwachting van 6.300:7=900 jaar. De kinderen van Ada daarentegen werden zeventigmaal gewroken, bij hen was het dus nog 10 keer erger, zij waren stervelingen en hun gemiddelde levensduur zou 6.300:70=90 jaar bedragen.

In het verhaal van de zondvloed lezen wij het volgende:
Genesis 6-3 Maar de heer zei: “Mijn levensgeest zal niet altijd bij de mens blijven, want hij is maar een nietig wezen; de duur van zijn leven zal honderdtwintig jaar bedragen”. Een heer van God verklaart dat de halfgoden die gemiddelde levensduur van 900 jaar niet kunnen behouden. Het was een waarschuwing dat de mens de genetische eigenschappen van de heer zou verliezen, zijn gemiddelde levensduur zou dalen tot 120 jaar. Dit komt duidelijk tot uiting in de geslachtslijsten, een levensduur van 600 tot 200 jaar van Noach tot Abraham en tussen de 200 en 100 jaar voor de patriarchen na Abraham. Wij stervelingen hadden "slechts" een levensverwachting van 90 jaar, dit is zelfs een leeftijd die velen onder ons niet eens bereiken.

Home

Uit het gehele verhaal kunnen we volgende gegevens distilleren:

1 - De heren van God zijn Gods Schepping en hadden een gemiddelde levensduur van 6.300 jaar. Het waren de heren van God die de volgende generaties kloonden.
2 - De volgende en lagere rang op de genetische ladder waren de halfgoden, zij hadden een levensduur van gemiddeld 900 jaar. De eerste soort halfgoden ontstond door klonen (zoals Adam en Eva). Kinderen kregen de laagste rang van beide ouders, kinderen van twee halfgoden waren eveneens halfgoden. De tweede soort halfgoden (zoals Kaïn) ontstonden door natuurlijke of kunstmatige bevruchting van een vrouwelijke gekloonde halfgod met een heer van God. Bij kruisingen van natuurlijke wezens met klonen ging het fout. De kinderen waren eveneens halfgoden maar hadden een afwijking, wij denken dat het ging om een veel te grote schedel. Kaïn zou dus zo’n halfgod kunnen geweest zijn.
3 - Ging men een gekloonde halfgod nogmaals klonen, dan kreeg men stervelingen zoals wij, ook nog de doden genaamd vanwege de korte levensduur van gemiddeld 90 jaar. Kinderen van twee stervelingen waren het ook zelf.
4 - Genesis 6-4 "In die dagen [vóór de zondvloed] – en ook nog daarna – leefden er reuzen op de aarde, doordat de zonen van God gemeenschap hadden gehad met de dochters van de mensen die hun zonen hadden gebaard. Zij waren de befaamde geweldenaars van de oude tijd." Bij de kinderen echter van een heer van God en een vrouwelijke sterveling ging het helemaal fout. Stervelingen zijn klonen van de tweede generatie, tussen hen en heren van God zijn was er een verschil van 2 genetische rangen. Die kinderen werden de befaamde geweldenaars uit die tijd, hun gemiddelde levensduur was wellicht ook 90 jaar.

Na verloop van tijd moeten er op aarde al vrij veel goden, halfgoden, stervelingen en "befaamde geweldenaars" geleefd hebben. Indien een levencyclus bij de goden en halfgoden evenredig was aan die van de stervelingen dan zal de aangroei van de goden het kleinst geweest zijn, gevolgd door de halfgoden. Van de stervelingen zal het aantal wel het vlugst zijn aangegroeid. Tegen de tijd van de zondvloed moet er dus al een vrij behoorlijk aantal stervelingen geleefd hebben op aarde, het is vrij aannemelijk dat goden en halfgoden zich reeds over de gehele wereld hadden verspreid en dat er ook al overal ter wereld stervelingen waren om de goden te dienen.

Het getal zeven, een genetische code?

Eigenlijk zijn we verbaasd dat de tweede genetische rang een factor 10 lager staat in plaats van zeven keer. We zien die factor zeven als een code in het DNA materiaal, dat telkens men in de genetische manipulatie een rang verder gaat het resultaat steeds maar één zevende meer zou zijn van het originele materiaal. Dat getal 7 komt ook tot uiting in het verhaal van Noach en de zondvloed (zie verder). Het Oude testament wordt hier zeker niet in twijfel getrokken, we stellen ons enkel de vraag of die tekst werkelijk ook zo in de originele grondtekst van het Oude Testament vermeld staat.
We hadden een uitdrukking verwacht in de zin van:

“Wordt Kaïn zevenvoudig gewroken, Lamech zeven keer zevenvoudig!”
“If Cain shall be avenged sevenfold, truly Lamech seven times sevenfold”

Zo uitgelegd zouden de stervelingen een gemiddelde levensduur hebben van 900 jaar / 7=128 jaar, zeg maar 120 jaar wat dan dezelfde levensduur zou zijn die de halfgoden nog konden bereiken nadat “de geest van de heer uit hun lichaam was verdwenen”. Die 120 jaar zou de levensduur kunnen geweest van de mensachtige (of DNA materiaal ervan) waarvan men was vertrokken om stervelingen te klonen. Het Oude Testament ons komt vertellen dat zelfs de goden niets goeds hebben kunnen bereiken met hun genetische manipulaties, het is dus niet te verwonderen dat ze relatief kort na het ontstaan van Adam spijt kregen dat ze “mensen hadden geboetseerd”. Als goden zichzelf in de problemen hebben gewerkt met genetische manipulaties dan is dit nog veel meer het geval geweest voor de halfgoden. Als we een reden moeten vinden waarom de halfgoden werden gestraft en uitgeroeid dan moeten we het wellicht gaan zoeken in hun wandaden met genetische manipulaties. Uit alles en nog wat wordt duidelijk dat we ons best volledig  onthouden van genetisch geklungel, zo niet zou ons wel eens hetzelfde kunnen overkomen als de halfgoden.             
 
Nemen we nu Dolly, het eerste gekloonde schaap [3]. Genetici hebben dit dier vroegtijdig, op zesjarige leeftijd, doen inslapen vanwege een longontsteking en voortijdige artritis. Volgens genetici heeft Dolly deze ziekte mogelijks zo vroeg gekregen omdat de cel waaruit ze gekloond was al bij haar geboorte beschadigd was. Ze zouden er beter aan doen nog eens de Bijbel erbij te nemen. Wat zij ook mogen beweren, die gekloonde schapen gaan uiteindelijk evolueren naar één zevende van de stamcel en met een levensduur van eveneens één zevende.
Op een mooie dag, als die ondertussen al niet in het verleden ligt, gaan wij voor God spelen en onszelf klonen. Dit gaan uiteindelijk creaturen worden met een levensduur van 120/7=17 jaar. Ooit zal dit wel verkeerd aflopen en gaan die klonen zich aan een immense snelheid voortplanten. Zou het niet beter zijn eerst eens de gevolgen te overwegen?

Home

De zondvloed.

Indien we nu het verhaal van de zondvloed opnieuw lezen, met deze bedenkingen in het achterhoofd, dan stellen we vast dat dit verhaal niet over ons gaat. De levensduur van Noach bedroeg 950 jaar toen hij stierf, het moet duidelijk zijn dat Noach een halfgod was. Het gaat in het 2é deel van Genesis dus uitsluitend over halfgoden, Noach en zijn familie waren de enige overlevenden na de zondvloed. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat er enkel sprake is van halfgoden, stervelingen waren vóór de zondvloed al vrij talrijk en er waren vast heel wat overlevenden na de vloed. Stervelingen worden op dit punt in de Bijbel helemaal niet vernoemd. Na de zondvloed groeit hun aantal opnieuw vrij vlug. Een god heeft Noach van de komende ramp op de hoogte gesteld om alleen hem en zijn familie te redden. In het verhaal van de zondvloed komen de verschillen tussen God en de heren van God duidelijk tot uiting. De Ware God sluit een verbond met Noach, een heer van God is fysiek aanwezig op aarde en sluit de deur van de ark. De goden zelf hebben wellicht zeer kort daarna andere oorden opgezocht om die ramp te overleven, neem maar aan dat zij de aarde hebben verlaten. De halfgoden en de stervelingen lieten ze achter, waarschijnlijk konden (wilden) ze niet iedereen meenemen. Het verhaal van de zondvloed wordt als een straf van de goden uitgelegd, het zou best wel eens een natuurramp kunnen geweest zijn.

Na de zondvloed, één jaar later dus, is Noach met zijn familie terug aan land gegaan. Dit is het begin van de enige stamboom van halfgoden op aarde, tenminste indien er nergens anders in de wereld goden zijn geweest die een andere familie halfgoden gered hebben. God de Vader sluit een verbond met Noach en blijkbaar zijn de goden kort na de zondvloed teruggekeerd naar de aarde, het vervolg van het verhaal lijkt dat te bevestigen. Noach verliet de ark, ging aan land en richtte een altaar op voor de goden en offerde  een brandoffer van dieren aan de goden. Een dierlijk offer is niet het correcte, goden aten geen vlees en hielden waarschijnlijk nog minder van de verbrande geur van vlees. De goden aten fruit en granen en hielden van de aroma's van kruiden etc. In Enoema Elisj, een oudere versie dan de bijbel, staat dat er wierook en andere geurige kruiden werden geofferd en dat is wél het correcte offer. Hoe dan ook in het vervolg van het verhaal staat te lezen dat de heer (of meerdere goden in Enoema Elisj) afkwamen op de geur. We gaan er van uit dat de goden op dat moment al terug op aarde waren.

Genesis 9, 20-27 is een zeer vreemd verhaal, in het kort komt het hier op neer:
Noach drinkt van zijn wijn (de allereerste wijn op aarde, na de zondvloed?), hij wordt dronken en valt [naakt] in slaap. Cham, een zoon van Noach en vader van Kanaän gaat de tent binnen en ziet de naaktheid van zijn vader. De andere twee zonen van Noach, namelijk Sem en Jafet, hebben zijn “naaktheid” niet aanschouwd. Noach komt dit te weten en hij vervloekt Kanaän, de zoon van Cham. Waarom wordt Cham zelf niet vervloekt maar zijn zoon Kanaän? Indien we denken dat het bij die naaktheid van Noach nu over een naakt achterwerk of zo ging dan denken we waarschijnlijk helemaal verkeerd. Dit verhaal geeft het gevoel dat Noach ook al een halfgod was met een hele grote schedel, hij moet waarschijnlijk in een dronken bui last hebben gehad van zijn hoofddeksel en dit hebben afgezet. Cham, zijn zoon, heeft dit wellicht pas dan voor het eerst gezien omdat Noach dit altijd al verborgen had gehouden voor zijn zoon Cham. Mogelijks waren zijn beide andere zonen er wél van op de hoogte, ofwel hadden zijzelf ook een grote schedel.

Het zou dus kunnen dat Noach een natuurlijk kind was van een of andere god (heer van God) en een halfgod. Was dat nu iets om beschaamd over te zijn of was dit een feit dat zijn zoon Cham niet mocht weten maar beide andere zonen wel? In de Mesopotamische versie van de zondvloed is het de god Enki die het geheim van de vloed openbaart aan Atrachasis, hij moet van de god Enki een onderzeeër bouwen die de vloed kan weerstaan. Nu wordt het héél interessant, Atrachasis was de zoon van de god Enki die hij had bij een menselijke vrouw (een natuurlijk kind van een god en een halfgod is zelf ook een halfgod maar had een grote schedel - type Kaïn). [4] Kanaän, de zoon van Cham, wordt door Noach vervloekt en moest de laagste knecht worden van Sem en Jafet.

Mogelijks hebben er dus na de zondvloed halfgoden op aarde hebben geleefd die een heel grote schedel hadden.  
 
Vanwaar onze belangstelling voor grote schedels?
Op meerdere plaatsen op onze planeet (o.a. Peru, Egypte,…), zijn schedels ontdekt die vervormd waren. Het waren schedels waarvan het achterhoofd abnormaal groot was, in de oudheid waren er mensen die hun schedel opzettelijk vervormden. Zij moeten dit waarschijnlijk gedaan hebben naar een voorbeeld dat ze hebben gezien. Indien hun halfgoden een grote schedel hadden dan wilden ze vast op hun halfgoden gelijken. Dat ze hun schedels en zelfs die van hun eigen kinderen hebben vervormd staat vast en kan aangetoond worden op oud Egyptische reliëfs. Er zijn meerdere dergelijke schedels gevonden, zouden er nu toch géén paar tussen zitten die echt zijn? Bestaan er echte grote schedels die niet werden afgebonden om ze groter te maken? Dit zou alvast een aanduiding zijn dat dergelijke halfgoden echt bestaan hebben. Welke halfgoden hebben de stervelingen willen nabootsen?

Er is een mogelijke link, dit maakt het verhaal nog veel boeiender:
Volgens het OudEgyptische “boek der doden” was de Atef kroon een geschenk van de god Ra aan Osiris. “Op de eerste dag dat Osiris de kroon droeg had hij veel pijn in zijn hoofd, toen Ra terugkwam vond hij Osiris met een hoofd dat was ontstoken en opgezwollen door de hitte (?) van de Atef kroon. Daarop liet Ra het bloed en etter (pus) weglopen. [5]

Osiris was de één van de eerste vier antropomorfe goden (goden in menselijke gedaante) die op aarde hebben geleefd. Dit waren de vier kinderen van Geb en Noet, met name Osiris, Isis, Seth en Nefthys. Osiris huwde met zijn zus Isis en Seth huwde met zijn zuster Nefthys. Als we Osiris vrij kort na de zondvloed mogen plaatsen dan zit Noach hier ergens tussen, er waren dan slechts enkele halfgoden op aarde. Indien Osiris wou dat zijn kinderen eveneens halfgoden waren (gemiddelde levensduur 900 jaar en hogere intelligentie) dan was hij verplicht kinderen te hebben met een vrouwelijke halfgod (Isis). Kreeg hij kinderen bij een vrouwelijke sterveling dan zouden die zelf ook stervelingen geweest zijn (gemiddeld 90 jaar en niet intelligent). Wat nu incest is was op dat moment blijkbaar een bittere noodzaak.
Osiris kreeg van zijn zus en geliefde Isis landbouw geleerd. (Landbouw ontstond ergens in het 10e millennium v.Chr. na de laatste ijstijd). Osiris was de god van de wederopstanding en vruchtbaarheid, zijn festivals (die plaatsvonden rond het zaai- en oogstfeest) werden vaak omringd door vruchtbaarheidsrituelen waar graan een grote rol speelde. (Bron Wikipedia).

De oppergod in de Egyptische enneade (hoogste negen Egyptische goden) was Ra (of Re of Atoem-Re) en wordt ook al met een Atef kroon op het hoofd afgebeeld, deze god heeft een Atef kroon aan Osiris gegeven.
Cham, de zoon van Noach had ook nog een zoon met de naam Egypte (Genesis 10,6). Hierbij staat in de voetnoten van de Bijbel vermeld dat de "zonen van Cham" zijn gevestigd in Egypte, Ethiopië en Arabië.

Het moet dus wellicht mogelijk zijn het exact verband te bepalen tussen de namen in de Bijbel en de Egyptische goden, het vervolg op dit verhaal is géén taak meer voor een SF'er maar voor wetenschappers. Toch proberen we nog een klein beetje verder te komen, met veel kans op héle grote fouten uiteraard. Uit de Egyptische mythologie weten we dat Osiris en Isis het eerste goddelijke paar in menselijke gedaante was dat regeerde over Egypte. In de Bijbel vinden we terug dat na de zondvloed (volgens ons in 14.345 BC) (koning) Egypte, de zoon van Cham (14.445 BC - ?), de zoon van Noach (14.945 BC - 13.995 BC) het land Egypte bevolkte. Blijkbaar zijn de goden kort na de zondvloed teruggekeerd naar de Aarde en waren zij het die regeerden. Waarschijnlijk hebben ze de aarde opnieuw verlaten omstreeks 10.601 bij de volgende doorgang van Nibiru en kregen de halfgoden het koningschap toegewezen van de goden, de halfgoden heersten en regeerden over de stervelingen. Osiris en Isis werden het eerste godenpaar (in menselijke gedaante) dat regeerde over Egypte, naar we aannemen was dit zou dit omstreeks 10.600 v.Chr. kunnen geweest zijn en dit was wellicht Zep Tepi, de "eerste tijd" van Osiris.

Home

Datering van de zondvloed.

De heren van God kregen spijt dat ze de mens hadden geboetseerd en beslisten om ze van de aardbodem weg te vegen. We dateren dit omstreeks 3.113 v.Chr. Er wordt, wellicht heel terecht, verondersteld dat Genesis werd geschreven door Mozes, hij was zelf een halfgod en daardoor moet Genesis gezien worden als het verhaal over halfgoden en geschreven door halfgoden. Het is de geschiedenis van de halfgoden vanaf Adam die via Noach, als enige tak uit die stamboom, de zondvloed overleefden. Stervelingen waren en bleven steeds talrijk aanwezig gedurende het hele verhaal, we werden gewoonweg niet vernoemd omdat wij daarvoor te onbelangrijk waren.

We kunnen ons niet van het gevoel ontdoen dat vele oude teksten, zo ook Genesis, de straf van de halfgoden (totale uitroeiing omstreeks 3.113 v.Chr.?) trachtten te verdoezelen door deze af te doen als een natuurramp. Door te spreken van een zondvloed zouden wij automatisch bij de grote catastrofe van de laatste ijstijd uitkomen (in 14.345 v.Chr.), we zouden er op den duur wel van uitgaan dat het geen straf is geweest maar een natuurramp. Waarschijnlijk was het voor Mozes te schandelijk en te pijnlijk te moeten schrijven dat bijna alle halfgoden, zoals hij er ook een was, werden gestraft en uitgeroeid.

Door het verzwijgen van bepaalde feiten en vooral door te trachten die feiten te verschuiven in de tijd zitten we tot op de dag van vandaag in de problemen, nog steeds kunnen we de zondvloed niet exact dateren. Het Epos van Gilgamesh is daar wel een mooi voorbeeld van. Het maakt niet uit of dit epos nu al dan niet op ware feiten is gebaseerd, het toont wél aan hoeveel problemen onze archeologen ondervinden met de datering van de zondvloed. In het epos gaat Gilgamesh, die een halfgod was, op zoek naar Utnapishtim en zijn vrouw, zij waren de enige overlevenden van de zondvloed en waren bovendien onsterfelijk geworden. Utnapishtim is de Sumerische naam voor Noach, in de Bijbel staat niet dat hij onsterfelijk geworden is maar in “Enuma Elisj”, een oudere Sumerische versie van het Scheppingsverhaal, staat dit wel vermeld. Voor zijn goede daden heeft God onsterfelijkheid gegeven aan Noach (Utnapisthim). Dit moet wellicht gezien worden alsof hij een god was geworden (met een gemiddelde levensduur van 6.300 jaar). Gezien het feit dat God de Vader een verbond had gesloten met Noach moet hij die onsterfelijkheid van God zelf hebben gekregen, de heren van God konden zoiets niet.

Nu blijkt Gilgamesh geen mythische figuur geweest te zijn maar een historische koning in Uruk omstreeks 2.620 v.Chr. [6]. Zoals het epos vertelt leefde Gilgamesh kort na de zondvloed, dus trachtten archeologen sporen terug te vinden van die vloed kort vóór 2.600 v.Chr. Ze gingen zoeken naar kleilagen die een grote overstroming konden aantonen, op de koop toe hebben ze zo’n overstromingslaag nog gevonden ook.

Excavations in Iraq have revealed evidence of localized flooding at Shuruppak (modern Tell Fara, Iraq) and various other Sumerian cities. A layer of riverine sediments, radiocarbon dated to ca. 2900 BCE, interrupts the continuity of settlement, extending as far north as the city of Kish. Polychrome pottery from the Jemdet Nasr period (3000-2900 BCE) was discovered immediately below the Shuruppak flood stratum. (bron Wikipedia) [7]

We sluiten niet uit dat deze overstroming het onmiddellijk gevolg is geweest van de verhoogde aantrekkingskracht bij de passage van Nibiru omstreeks 3.113 v.Chr. maar we geloven niet dat dit de echte zondvloed is geweest. We gaan ervan uit dat omstreeks die tijd er een strijd is geweest tussen de goden en de halfgoden waarbij deze laatste werden uitgeroeid.

Waarschijnlijk omdat 2.900 v.Chr. een datum is die te veel problemen geeft voor het plaatsen van alle koningen uit de Sumerische koningslijst wordt er de laatste tijd, als oorzaak van de zondvloed, meer en meer verwezen naar het vollopen van de zwarte zee, dit gebeurde ten laatste omstreeks 5.600 v.Chr. Dit geeft archeologen veel meer ruimte voor hun dateringen. Het vollopen van de zwarte zee mag dan wel een vaststaand feit zijn, we blijven erbij dat het hoegenaamd niets te maken heeft met de zondvloed.[8]

We veronderstellen dat er wel een zeer grote vloed is geweest omstreeks 14.345 v.Chr. maar dit was een natuurramp en had niets te maken met een straf van de goden. Het uitroeien van de halfgoden moet volgens onze mening gedateerd worden omstreeks 3.113 v.Chr., dit was geen zondvloed maar een strijd van de goden tegen de halfgoden. Als bewijs van deze strijd moeten we wellicht sporen zoeken van verbrande steden en van in glas veranderde rotsen of zandduinen. Mogelijks zijn bewijzen voor verhalen zoals dat van Sodom en Gomorra juist datgene wat we moeten zoeken.

Reine dieren, onreine dieren en het getal zeven.

Het is pas nadat we een onderscheid maken tussen God de Vader en zijn zonen, de heren van God, dat veel teksten uit het Oude Testament heel begrijpbaar en zinvol worden. Zo ook is het met de tekst over de reine en onreine dieren. We weten wel wat reine en onreine dieren zijn, maar waar komen die onreine dieren vandaan [9]. We zouden toch niet durven beweren dat God ook de onreine dieren geschapen heeft?        

Genesis 6: We bevinden ons in de tijd kort vóór de zondvloed. Ergens in de Bijbel staat vermeld dat we onze schreden tot God de Vader moeten richten, dit is wat Noach dan ook zijn hele leven heeft gedaan. Het is God de Vader zelf die een verbond heeft gesloten met Noach.
Genesis 6/9: “Dit is de geschiedenis van Noach, Noach was een rechtschapen man; hij bleef te midden van zijn tijdgenoten een onberispelijk leven leiden en hij richtte zijn schreden naar God.”
Genesis 6: Noach krijgt van God de Vader de opdracht om van alle reine dieren één paar aan boord van de ark te brengen.
Genesis 7: Het zijn de heren van God die ook de onreine dieren aan boord willen krijgen, het kan bijna niet anders of dit waren hun genetische manipulaties. Dit is eigenlijk een trieste maar logische stap, het was wellicht pas nadat de goden heel vertrouwd waren met genetische manipulaties op dieren dat ze begonnen zijn met het klonen van mensen. Nu, meer dan 5.000 jaar later, zijn we terug in een identieke situatie gesukkeld. En zie, mogelijks ook bij dieren komt dat getal 7 te voorschijn. De tekst zou kunnen gaan over het verschil tussen reine en onreine dieren, het zou ook kunnen gaan om iets anders.

Indien onreine dieren ook beschouwd werden als één zevende van de reine dieren zou het kunnen dat de goden ervan uit gingen dat als er zeven paar reine dieren aan boord gingen er toch ook één paar van hun “creaties” recht had om aan boord genomen te worden. Wellicht is de correcte verklaring minder fraai, het zou ook kunnen dat de goden zichzelf beschouwden als één zevende van God de Vader zelf, indien er dus zeven paar dieren van Zijn Schepping aan boord werden genomen dan dachten ze mogelijks het recht te hebben om er één paar van hun genetische manipulaties aan toe te voegen. Later volgde er nog een gewijzigde opdracht van God, Hij gaf de nieuwe opdracht aan Noach om zowel van de reine als van de onreine dieren één paar in de ark te brengen, van goedheid en verdraagzaamheid gesproken. Blijkbaar is deze laatste opdracht datgene wat Noach uitgevoerd heeft, hij ging aan boord met één paar van zowel de reine als de onreine dieren. Bepaalde godsdiensten verbieden het eten van onreine dieren, zij verbieden dus mogelijks het eten van genetische manipulaties. Het zou dus om veel meer kunnen gaan dan godsdienstige rituelen alleen.


Home

------------------------------------------------------------------

Verwijzingen bij hoofdstuk 6.

[1]De Bijbel Nederlandstalig
        Uit de grondtekst vertaald – Willibrordvertaling.
        Geheel herziene uitgave 1995.
        Katholieke Bijbelstichting ‘s – Hertogenbosch.
           
[2] - De Bijbel Engelstalig online.
        Holy Bible, KJV.
        http://godsview.com

[3] - Dolly, het eerste gekloonde schaap.
        http://nl.wikipedia.org/wiki/Dolly_(schaap)
        http://www.kennislink.nl/web/show?id=190466

[4] - Sitchin, Zecharia
        Boek "De eerste tijd"
        Uitgeverij Tirion - Baarn - Nederland.
        ISBN 90 5121 747 1

[5] - West, John Anthony
        
Boek "The Traveller's Key to Ancient Egypt"
        Harrap-Columbus, London 1989

       Zie ook
       Hancock, Graham
       Boek "Het ontstaan en einde van alles"
       Uitgeverij Tirion - Baarn - Nederland.
       ISBN 90 5121 600 9 - 1997.
       vierde druk, pagina 347.

[6] – Gilgamesh Epos.
         http://nl.wikipedia.org/wiki/Gilgamesj-epos

[7] – Sumerische Koningslijst.
         http://www.geocities.com/garyweb65/prehist.html
         http://en.wikipedia.org/wiki/Sumerian_king_list

[8] – Het onderlopen van de zwarte zee.
         http://nl.wikipedia.org/wiki/Zwarte_Zee,_overstroming_na_de_ijstijd

[9] – Reine en onreine dieren.
        
http://dier-en-natuur.infonu.nl/dieren/ 29196-joodse-rituele-spijsbereiding-reine-en-onreine-dieren.html


Home