Logo Grot  


Een Zoektocht Naar De Oudste Beschavingen.


 
WWW.DJEDFORCE.NET
 
  Home
 

32 - De Grot in de piramide van Cheops.

De grot en de bronnenschacht, een ontsnappingsroute in de piramide van Cheops?

Eerste versie 30 juli 2009.
Grotendeels herwerkt 23 juli 2010.

 

De grot en de bronnenschacht, een ontsnappingsroute in de piramide van Cheops?

 

De bron en bronnenschacht
De locatie van de “grot” en de “bronnenschacht” die er dwars doorheen gaat.
Tekening van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
Zie ook website van Jon Bodsworth [1]


Helemaal onderaan de grote galerij begint er een schacht die eerst een stuk horizontaal loopt en daarna vrijwel vertikaal afdaalt door de massieve kern van de piramide. Op halve hoogte gaat die schacht door een nis, de “bron” of “grot” genoemd. Die nis zit in het bovenste gedeelte van een natuurlijke rotspunt van het Gizeh plateau. Dit gedeelte rots is blijven staan en maakt nu deel uit van de massieve kern van de piramide. De schacht daalt nog verder af door de massieve kalkrots en mondt uiteindelijk uit in de afdalende gang.

Omdat het doel van de nis indertijd niet werd begrepen slaan de benamingen, zoals “grot” of “bron”, werkelijk nergens op. Omdat het nut ervan tot op de dag van vandaag nog steeds niet wordt ingezien blijven diezelfde namen in gebruik. De verticale schacht gaat dwars door die “bron”, vandaar ook de benaming “bronnenschacht”.

  
    
De schacht volgens Petrie
De “grot” en de “bronnenschacht”. Links de schacht op een tekening van Petrie,
rechts de schacht volgens Rudolf Gantenbrink.

 

De bronnenschacht mondt dus helemaal beneden uit in de afdalende gang, iets hoger dan het punt waar die gang overgaat in een horizontaal gedeelte. Daar zat de bronnenschacht verborgen achter een steenblok waardoor die schacht ook vanuit de afdalende gang totaal onzichtbaar was. Ten tijde van Strabo was de afdalende gang reeds goed gekend, de bronnenschacht zelf had men in die tijd nog niet ontdekt.

 

Onderaan de grote galerij
De verticale schacht onderaan de grote galerij.
Tekening van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
Zie ook website van Jon Bodsworth [1]


De bronnenschacht begint in de richel (balustrade) helemaal onderaan de grote galerij, daar was die schacht origineel verstopt onder een steenblok waardoor de balustrade ononderbroken doorliep.

 

De bron
De westelijke richel met het steenblok waaronder de bronnenschacht verborgen zat.
Tekening van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
Zie ook website van Jon Bodsworth [1]

Home

Afmetingen
De locatie en afmetingen van de bronnenschacht.
Tekening van John & Morton Edgar (1910).
Zie ook website van Jon Bodsworth [1]


Doorsnede
Dwarsdoorsnede van de bronnenschacht.
Tekening van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
Zie ook website van Jon Bodsworth [1]

 

Uitgebroken steen
Bovenaanzicht op de westelijke balustrade onderaan in de grote galerij
Tekening van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
Zie ook website van Jon Bodsworth [1]

 

Aan de richel en de vloer omheen die schacht is duidelijk te vast te stellen dat het steenblok, die de schacht verborgen hield, er vanaf de onderkant met geweld werd uitgebroken.    

 

Foto bronnenschacht
Het begin van de “bronnenschacht”.
Foto van John & Morton Edgar (1910).
Zie ook website van Jon Bodsworth [1]

 

Die schacht begint dus in de westelijke richel (of balustrade / ramp) van de grote galerij en was origineel afgesloten met een steenblok waardoor die richel ononderbroken doorliep en de schacht totaal onzichtbaar was.

Home

Het vermeende doel van de bronnenschacht.

Tot op heden werd er eigenlijk nog geen afdoende verklaring gevonden voor de schacht en de grot, dit is dan ook de reden waarom er door de jaren heen zoveel theorieën zijn ontstaan. De meningen zijn nog steeds verdeeld of die nis nu een natuurlijke grot in de kalkrotsen is geweest of dat die werd uitgehakt, het gaat zelfs zo ver dat sommigen van mening zijn dat de grot een zeer oud graf was en bepalend is geweest voor de locatie van de piramide die er bovenop zou gebouwd zijn.

 

De ontsnappingsroute
De bronnenschacht, een ontsnappingsroute voor de arbeiders?

  1. De granietpluggen, die ergens in de grote galerij lagen opgeslagen, werden naar beneden geduwd tot ze helemaal onderaan de opgaande gang zaten (blauwe pijl).
  2. De arbeiders konden de piramide niet meer verlaten langs de normale weg (groene pijl).
  3. Ze hadden wel nog een ontsnappingsroute via de bronnenschacht (rode pijl).

 

De vrijwel algemeen aanvaarde hypothese is dat deze schacht een ontsnappingstunnel zou geweest zijn voor de arbeiders die de granieten pluggen vanaf de grote galerij in de opgaande gang zouden geduwd hebben, vanaf het moment dat de eerste plug in de opgaande gang werd geschoven konden de arbeiders de piramide niet meer langs de normale weg verlaten, de enige ontsnappingsweg die ze op dat moment nog hadden was de bronnenschacht.

Edwards [2] - [Begin citaat – p138] – Vanaf het ogenblik waarop het eerste afsluitblok in het bovenste eind van de oplopende gang was gebracht konden de werklieden, die de taak hadden de blokken in hun uiteindelijke positie te brengen, de piramide niet meer via de normale weg verlaten. Ze hadden zich echter verzekerd van een ontsnappingsweg naar beneden via de schacht die van onderaan de grote galerij tot de afdalende gang leidt….. Ten tijde van de begrafenis zou de schacht volledig verborgen zijn geweest door de onderste steen, in de westelijke helling, die nu ontbreekt. Het verwijderen van de steen zou geen moeilijkheden hebben opgeleverd voor de werklui toen het tijdstip was aangebroken waarop ze naar beneden moesten gaan. Nadat de laatste man de onderkant van de schacht had bereikt, zou de opening in de westelijke muur van de afdalende gang afgedekt zijn met een stuk steen, zodat hij niet meer te onderscheiden was van de rest van de gang [einde citaat].

Er is echter een probleem bij deze theorie, bouwkundigen hebben aangetoond dat het fysisch onmogelijk is deze granietblokken, in de afdalende gang, 39 meter naar beneden te duwen. Door de zeer kleine speling tussen de granietblokken en de gang zelf zou de frictie al na enkele centimeters elke schuivende verplaatsing hebben onmogelijk gemaakt. Alles wel beschouwd mogen we dus stellen dat deze theorie achterhaald is, die granietpluggen werden meer dan waarschijnlijk op een andere manier in hun huidige positie geplaatst.

Bovendien werd min of meer bewijs geleverd werd dat die steen er van onderuit en met geweld werd uitgebroken, zelfs een stuk van de vloer van de galerij werd afgebroken. Dit betekent dat iemand in die nauwe schacht moet hebben gezeten om die steen uit de balustrade te breken. In die schacht zitten moet op zich al zeer moeilijk geweest zijn maar die sluitsteen vanuit die positie er “met geweld” uitbreken, dat er zelfs een stuk van de vloer van de galerij weggerukt werd, is bijna onmogelijk. Hoe en wanneer die steen er nu werkelijk uitgebroken werd blijft nog steeds een open vraag.

Home

Het probleem omtrent de bronnenschacht.


Zeven delen van de schacht
De verticale schacht, een ontsnappingsroute in de piramide van Cheops?
Schets gebaseerd op een CAD tekening van Rudolf Gantenbrink.

 

Die “ontsnappingsroute” (verticale schacht) in de piramide van Cheops kan worden opgedeeld in zeven verschillende stukken. De delen A, B en C gaan over zo’n kleine 20 meter door de kalksteenblokken van de piramide. Het gedeelte D gaat door de grot en werd gemetseld met kleine kalksteenblokken. De overige delen E, F en G werden uitgehakt in de natuurlijke kalkrots van het Giza plateau. Het deel A is klein stuk horizontale schacht die vertrekt vanaf de balustrade onderaan in de grote galerij, deel G is het onderste stuk dat eveneens horizontaal loopt en onderaan in de afdalende gang uitmondt.

Ook hier weer zijn er hypotheses bij de vleet. De grote vraag is of die schacht nu al dan niet tot het originele plan van de piramide behoorde. In de delen A en B werden kalkblokken gebruikt die met mortel aan elkaar werden gehecht, deze kalksteenblokken zitten verwerkt tussen de andere blokken in de bouwlagen van de piramide, het is duidelijk dat de delen A en B werden gevormd tijdens de bouw van de piramide en moeten dus behoren tot het originele plan.

De “breinbreker” is echter het stuk C van de schacht, dit gedeelte is zeer ruw en onregelmatig. De kalksteenblokken waarin dit stuk schacht werd uitgehakt maken echter deel uit van de bouwlagen in de kern van de piramide. Die stenen zaten er reeds vanaf de bouw van de piramide, de tunnel zelf werd op een later tijdstip uitgehakt.

   
     
Dilemma van deel B
De sluitsteen in A en het deel C van de schacht, een dilemma.

              
Het bizarre aan het tunnelstuk C is dat het zonder enige twijfel werd uitgehakt vanaf de bovenkant en naar onderen toe, dit is zichtbaar aan de beitelsporen die duidelijk bovenaan beginnen en doorlopen naar beneden toe.

Gezien vanuit een punt in het tunnelstuk B is dit een bizar gegeven, het stuk C werd uitgehakt vanuit B naar beneden toe maar de sluitsteen werd vanuit datzelfde punt er naar boven toe uitgeduwd. Dit valt dus niet zo simpel te verklaren en roept uiteraard vele vragen op, wat gebeurde er het eerst, het uithakken van de tunnel of het openbreken van de sluitsteen. En, wanneer gebeurde dit en door wie?

Er bestaan vele hypotheses, die spreken mekaar gedeeltelijk tegen of staan zelfs lijnrecht tegenover elkaar. Geen enkele theorie geeft echter een afdoende verklaring en dat die schacht een ontsnappingstunnel zou geweest zijn voor de arbeiders is op zich een vrij zwakke hypothese.

Op onderstaande site (in het Engels) kunt u nog meer gedetailleerd nalezen welke vraagtekens de “grot” en de “bronnenschacht” oproepen en welke hypotheses er worden op nagehouden.

http://www.ancient-wisdom.co.uk/Ghizaarchitecture.htm
zie vooral de punten 2.25 en 2.26

Home

De bronnenschacht, bijna een fatale fout tijdens het bouwen van de piramide?

Indien alle eerdere vermelde gegevens in verband met de bronnenschacht correct zijn dan durven we beweren dat de ontwerpers op dit punt bijna een fatale fout gemaakt hebben.

 

Deel C van de schacht
Bijna een fatale fout in de bouw van de piramide?

 

De natuurlijke kalkrots komt tot aan de groene pijl (1), het deel D is een gemetselde schacht in de grot en de delen E, F en G zijn mooi uitgehakt in de massieve kalkrots en egaal afgewerkt, deze gedeelten behoren zeker en vast tot het originele ontwerp van de piramide. Boven de groene pijl (1) beginnen de bouwlagen van de piramide.

 

Grot zit in de massieve kalkrots
De grot maakt deel uit van de massieve kalkrots onder de piramide.

 

Voor men begon met het bouwen van de piramide zelf werden eerst de funderingen afgewerkt. Voor de buitenzijde van de piramide werd het rotsplateau mooi vlak gemaakt, het blijkt dat er op het gehele oppervlak slechts een hoogteverschil zit van amper 2 centimeter. Het rotsplateau werd echter niet over de gehele basis van de piramide geëgaliseerd maar enkel aan de buitenkant ervan, in het midden van de piramide is er een flink stuk natuurlijke kalkrots blijven staan. De grot is wel hoger gelegen dan het grondvlak van de piramide maar zit toch in de natuurlijke kalkrots van het Gizeh plateau, dit vanwege het gedeelte rots dat is blijven staan en nu in het binnenste van de piramide zit.

Tijdens de voorbereidende werken werden wellicht eerst de zijden en de hoekpunten van de piramide afgebakend, daarna kon men beginnen met de onderaardse gangen en met het egaliseren van het terrein. In welke volgorde die taken werden uitgevoerd is niet bekend, dit maakt hier eigenlijk niet zoveel uit. Feit is dat op een zeker moment in de bouwfase de ondergrondse tunnels waren afgewerkt, het is logisch dat deze openingen werden afgedekt met een steen zodat er niemand per ongeluk zou invallen en om er zich van te verzekeren dat er geen afval zou in terecht komen.
       
In de grot ligt een granietblok waarin een paar gaten zitten, van dat blok is niet bekend waar het kan vandaan komen en waartoe het ooit gediend heeft. Er wordt wel verondersteld dat dit een van de valdeuren uit de antichambre zou kunnen zijn maar de bedenker van dit idee heeft blijkbaar nooit een antwoord gegeven op de vraag op welke manier dit blok in de grot is kunnen belanden. Mogelijks heeft dat blok graniet simpelweg gediend om de bronnenschacht, gedurende de voorbereidende funderingswerken, tijdelijk af te dekken zodat er geen puin of vuil in de schacht kon belanden.

Het ziet er zelfs naar uit dat die schacht aan de bovenkant uitmondde in een natuurlijke put in de massieve kalkrots en dat die put, bovenop het granietblok dat de schacht afdekte, gevuld werd met steenslag. Waarschijnlijk werd die put in de natuurlijke kalkrots geëgaliseerd met steenslag om een plat vlak te bekomen voor het plaatsen van de grote kalksteenblokken van de onderste bouwlaag, dit is volgens ons wat er te zien is op onderstaande schets.

 

Detailtekening van de grot
De grot halverwege de bronnenschacht.
tekening van John & Morton Edgar (1910).
Zie ook website van Jon Bodsworth [1]


Indien we bovenstaande tekening van de grot bestuderen dan kunnen we vaststellen dat de schacht onderaan werd uitgehakt in de massieve kalkrots (schuine arcering). In de grot zelf werd de schacht naar boven toe opgemetseld met tien lagen van kleine kalksteenblokken, vanwaar de schacht dan verder stijgt in een uitsparing in de grote kalksteenblokken van de onderste bouwlaag van de piramide (helemaal bovenaan de tekening). De kalksteenblokken van het metselwerk in de grot zijn zeer klein ten opzichte van de steenblokken in de hoger liggende bouwlagen van de piramide. 
 
Er werden in de loop der tijden de meest ingewikkelde theorieën bedacht om toch maar enigszins een mogelijke verklaring te bedenken voor de bronnenschacht en de grot. Misschien wordt het antwoord wel veel te ver gezocht, zou het niet kunnen dat de piramidebouwers af en toe toch eens een fout maakten of al eens iets vergeten waren?

We zijn er sterk van overtuigd dat de “bronnenschacht” in zijn geheel deel uitmaakte van het originele ontwerp, meer nog, die schacht was onontbeerlijk voor de correcte werking van het hydraulisch systeem in het inwendige van de piramide. Dit vraagt uiteraard om enige uitleg.

 

Ruw uitgehakt deel C
Waren de bouwers vergeten de schacht door te trekken?

Home

We zijn uiteindelijk tot het besef gekomen dat de constructie van de verticale schacht er uitziet alsof de piramidebouwers, toen ze aan de onderste bouwlagen begonnen waren, de bronnenschacht simpelweg vergeten waren en dat ze reeds tot op de hoogte van de rode pijl (2) waren gekomen eer ze het hebben beseft. Op dat moment stonden ze voor de keuze, ofwel dienden ze een groot aantal kalksteenblokken opnieuw te verwijderen ofwel moesten ze door de reeds aangelegde bouwlagen een tunnel naar beneden hakken.
Zo te zien werd voor de laatste optie gekozen en hebben ze van het punt 2 een tunnel gehakt tot in punt 1, dwars door de kalksteenblokken van de reeds aangelegde bouwlagen. Deel C is het enige stuk van de bronnenschacht dat vrij ruw en onregelmatig is, alle bovenliggende delen werden opgetrokken met kalksteenblokken en zijn mooi rechtlijnig.

De arbeiders zijn van boven beginnen hakken, in open lucht, vanaf de rode pijl op de tekening naar beneden toe tot ze uitkwamen op de opening van de reeds bestaande schacht in de kalkrotsen. Door de nu nog steeds zichtbare beitelsporen kan duidelijk aangetoond worden dat het deel C van bovenaf naar beneden werd uitgehakt.

Omdat we een dergelijke blunder wellicht al eens aan den lijve ondervonden hebben mogen we gerust stellen dat het niet zo simpel is, indien men bovenaan begint te hakken, om beneden perfect op het juiste punt uit te komen. Simpel uitgelegd kan die uitgehakte schacht beneden wel wat naast de monding van de bestaande schacht zijn uitgekomen, dit kan er voor gezorgd hebben dat er een holte, een nis, is ontstaan naast die bestaande schacht in de kalkrots.

 

Foto van de grot
Een van de beste, weinig beschikbare, foto’s van de grot.
Foto van John & Morton Edgar (1910). Zie ook website van Jon Bodsworth [1]


Op de foto is, aan de rechterkant, het gedeelte van de schacht te zien zoals die door de grot gaat. De onderkant van de schacht is uitgehakt in de massieve kalkrots, daarboven zitten de tien lagen metselwerk die werden opgetrokken met kleine kalksteenblokken. Aan de bovenzijde van de gemetselde schacht is nog een stuk van een draagbalk te zien, daaronder was origineel een opening, een mangat, waarlangs het mogelijk was vanuit de schacht de grot in en uit te komen. Dat mangat zal origineel wel afgesloten geweest zijn met een steen, dit zal wellicht niet het granietblok geweest zijn dat in de grot ligt anders hadden de onderzoekers dit wel met zekerheid kunnen vaststellen en zou dit wel in meerdere werken duidelijk beschreven staan.  

Indien we onze redenering op dezelfde manier verder zetten dan hebben de bouwers zich dus een weg gehakt door de reeds aangebrachte bouwlagen van de piramide tot ze op de massieve kalkrots zijn gestoten. Daar zijn ze, in de aanwezige steenslag, om zich heen gaan hakken tot ze op de monding van de reeds bestaande schacht zijn gestoten, die was afgedekt en dus moest het granietblok dat er bovenop lag opgeschoven worden. Dat kwam er wellicht op neer dat men die nis heeft moeten vergroten om dat blok kwijt te raken.     
       
Het optrekken van die tien lagen metselwerk gebeurde wellicht vanaf de buitenkant van de schacht. Om in de grot dat metselwerk op een min of meer deftige manier te kunnen uitvoeren werd de nis omheen de schacht waarschijnlijk nog wat meer uitgehold en omdat de arbeiders na het beëindigen van het werk nog langs de schacht moesten wegraken werd er in het metselwerk een mangat voorzien (doorway into grotto).   

Om die nis te vergroten moesten al de brokstukken en het steenslag afgevoerd worden via de eerder uitgehakte tunnel erboven, dat zal best een vermoeiende taak geweest zijn. Ook de kalksteenblokken voor het optrekken van de tien lagen metselwerk in de grot dienden aangebracht te worden via die schacht daarboven, dat zou kunnen de reden zijn waarom die blokken zo klein werden gehouden in verhouding met de veel grotere stenen in de bouwlagen van de piramide.

Wanneer is niet bekend, maar uiteindelijk is er ook vrij veel van het steenslag uit de grot in het onderste gedeelte van de schacht terecht gekomen. Onderaan in de afdalende gang zat die schacht verborgen achter een steenblok en het was zelfs lange tijd niet bekend dat die daar uitmondde. Van bovenaf naar beneden toe vormde dat steenslag in de schacht een groot opstakel waardoor men daar niet verder kon afdalen.

Omstreeks het begin van onze jaartelling was de afdalende gang bekend maar de bronnenschacht nog niet, zo niet had Strabo daar wel uitvoerig verslag over uitgebracht. Hoewel dit niet met zekerheid kan gezegd worden moet die put in de grote galerij omstreeks 820 n. Chr. voor het eerst ontdekt zijn door Machmoen en zijn ploeg.

Het staat vast dat het puin onderaan de bronnenschacht uit de grot afkomstig is maar door wiens toedoen dat puin daar is terecht gekomen valt niet meer te achterhalen. Het kan zijn dat het gebeurde door de arbeiders zelf ten tijde de bouw van de piramide maar het zou evengoed ten tijde van Machmoen kunnen geweest zijn. In ieder geval heeft het geduurd tot 1765 eer er melding van gemaakt werd dat die put onderaan, op een diepte van ongeveer 35 meter, versperd werd door zand en puin.

        
Graham Hancock [3]: [Begin citaat] In 1638 daalde de astronoom John Greaves vanuit de grote galerij de put in. Hij kwam echter slechts tot een diepte van achttien meter. In 1765 drong een andere Brit, Nathaniël Davison, door tot een diepte van ongeveer vijfendertig meter, maar vond zijn weg geblokkeerd door een ondoordringbare massa van zand en steen. Omstreeks 1830 bereikte een Italiaanse avonturier, kapitein G.B. Caviglia, dezelfde diepte en stootte op hetzelfde obstakel. Vasthoudender dan zijn voorgangers huurde hij Arabische arbeiders om het puin te ruimen. Pas na dagen graven onder claustrofobische omstandigheden werd de verbinding met de afdalende gang ontdekt. [Einde citaat]          

[4] Petrie - Chapter 4 – Excavations – Section 13 Inside great pyramid: [Begin citaat] In the well leading from the gallery to the subterranean passages, there is [p. 29] a part (often called the "Grotto") cased round with small hewn stones. These were built in to keep Back the loose gravel that fills a fissure in the rock, through which the passage passes. These stones had been broken through, and much of the gravel removed; on one side, however, there was a part of the rock which, it was suggested, might belong to a passage. I therefore had some of the gravel taken from under it, and heaped up elsewhere, and it was then plainly seen to be only a natural part of the water-worn fissure. [Einde citaat]

Benaderende vertaling: In de bronnenschacht, die van de galerij naar de onderaardse gangen gaat, is er een deel (vaak de "Grotto" genoemd) dat werd uitgemetseld met kleine stenen. Dit stuk, waardoor de doorgang passeert, werd gebouwd om het losse steengruis tegen te houden waarmee die barst in de rots was opgevuld. Deze stenen waren doorgebroken en een groot deel van het grind was verwijderd, Er was echter een deel van de rots die, zo werd gesuggereerd, zou behoren tot een passage. Om die reden heb ik er een deel van het steengruis vanonder gehaald en ergens anders in de grot opgehoopt, toen was het duidelijk te zien dat het slechts ging om een door water uitgeholde barst in de rots.
  
Ook Petrie heeft dus in de grot een deel van het losse steengruis verplaatst, dit zal in de loop der tijden wel meerdere malen gebeurd zijn. Het heeft daarom nog weinig zin om zich veel vragen te stellen bij de vorm van die zogenaamde grot. We denken dat het origineel nooit meer is geweest dan een holte in de oppervlakte van de natuurlijke rotsbodem vanwaar die bronnenschacht verticaal afdaalde, een holte die dan achteraf werd opgevuld, geëgaliseerd, met steengruis om er de steenblokken van de eerste bouwlaag overheen te kunnen schuiven.

Hoe dan ook, eens het stuk C was uitgehakt en het gedeelte in de grot was voltooid kon men de delen B en A van de bronnenschacht simpelweg uitsparen in het metselwerk van de hoger liggende bouwlagen, het is duidelijk te zien dat deel B en A behoren tot de originele constructie van de piramide. 

Uiteindelijk werd de grote galerij gebouwd waarbij de schacht uitmondt in de westelijke richel ervan, de schacht werd op dat punt afgesloten met een steenblok. Op die manier liep de richel (balustrade) in de grote galerij ononderbroken door en was de bronnenschacht onzichtbaar.

Waarom die schacht nu helemaal beneden in de grote galerij moest beginnen en dan nog exact in de balustrade zou kunnen een aanwijzing zijn voor het ware doel van die schacht.

Home  

De werking van de hydraulische pers.

Om de noodzaak van de “bronnenschacht” aan te tonen is het wellicht best de werking van de piramide nog eens te overlopen:

 

De brug
De brug onderaan de grote galerij.

 

Toen het moment was aangebroken om de echt geheime toegang tot de piramide te sluiten werd de opening onderaan de grote galerij afgedicht met zware stenen balken en valblokken. De horizontale gang en de koninginnekamer werden daardoor potdicht afgesloten, er kon geen water binnenstromen en de gang en kamer konden ook nooit onder druk komen te staan. De steenblokken vormden als het ware een brug over die opening, de grote galerij werd daardoor één doorlopende glijbaan.

 
Plaatsen granietpluggen
De granietpluggen werden naar omhoog geduwd tot in de grote monoliet.


De granietpluggen werden door de werklieden naar boven geschoven tot in de tunnel in de grote monoliet (wat later de opgaande gang is geworden), het is best mogelijk dat ze daarbij gebruik maakten van grote hefbomen (koevoeten) zoals die ons bekend zijn geworden van enkele reliëfs. De pluggen werden helemaal in de grote monoliet geduwd en vastgezet. Alles stond nu klaar voor het grote ogenblik, de grote monoliet, helemaal bovenaan in de grote galerij, kon nu zijn taak uitvoeren.

 

Normale uitweg
De arbeiders konden de piramide verlaten langs de normale weg.

 

In deze hypothese is die zogenaamde “ontsnappingsweg” voor de arbeiders helemaal niet nodig omdat zij via de normale weg de piramide konden verlaten, ze konden naar buiten langs de “kleine cilinder” (nu de opgaande gang) en de afdalende gang. Nadat de arbeiders de piramide hadden verlaten werd de afdalende gang waterdicht afgesloten met een granietplaat, indien er werkelijk een valdeur zat in de buitenkant van de piramide werd die naar alle waarschijnlijkheid gesloten.

 

Water stroomt in de piramide
Water stroomt naar binnen en de lucht wordt omhoog gestuwd.

Home

Ergens buiten de piramide werd er een soort kraan geopend, wellicht kon het water de piramide binnenstromen via de “doodlopende” kleinere schacht in de ondergrondse kamer terecht. We denken dat de put in de onderaardse kamer origineel veel dieper was en uitgaf op een nog lager gelegen kamer die op zijn beurt via een tunnel in verbinding moet gestaan hebben met een kanaal, een meer of met de Nijl zelf. Het is evident dat er in die put een of andere plug moet zitten waardoor deze afgedicht werd zodat er langs deze weg geen water kon ontsnappen. Het waterpeil steeg relatief traag en verdreef alle lucht uit de kamers en uit de schachten van de piramide.

 

Ontluchting
De aanwezige lucht werd tot boven de koningskamer geduwd.

 

Het waterpeil steeg nog verder en de grote galerij liep helemaal vol, de lucht werd naar boven gestuwd tot in het hoogste topje van de grote galerij. Daar is een kleine tunnel waarlangs alle lucht kon ontsnappen naar de ruimten boven de koningskamer.

 

Kleine opening in de top
Een originele tunnel, helemaal bovenaan in de top van de grote galerij.
Tekening van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900). Zie ook website van Jon Bodsworth [1]

 

De kleine opening
Een opening in de top van de grote galerij, het begin van een kleine tunnel.
Foto van Jon Bodsworth – zie ook zijn website [1]

Home

Ontluchtingskanalen
Lucht ontsnapt uit de piramide via de “verluchtingsschachten”.

 

De koningskamer zelf en vier lagen granietbalken stonden zo’n 7,6 cubit lager, de ingang naar de koningskamer zat heel waarschijnlijk potdicht met een blok graniet zodat ook hier geen water kon binnendringen. Het water steeg nog hoger (tot maximaal 100 cubit?) en de lucht kon vrij makkelijk ontsnappen via de “verluchtingsschachten”, indien deze hypothese klopt zou de benaming “ontluchtingsschachten” dus correcter zijn.  

 

Stoppen in de schachten
Toen de piramide helemaal gevuld was werd de kraan wellicht terug dichtgedraaid.

 

De piramide was gevuld met water, door de waterdruk werden de (stenen) pallen (in het rood getekend) teruggeduwd waardoor de schachten waterdicht afsloten, er kon langs die weg geen water terugstromen of enig drukverlies optreden.
  

De hoge stoep
De hoge stoep staat nog hoger en de doorgang naar de antechamber is dicht.
De gootjes in de drempel zijn open en er kan water binnenstromen.

Home

Door het feit dat de hoge stoep in een hogere positie werd gehouden waren beide gootjes open, nog gedurende het vullen van de piramide kon het water via die gootjes in kleine schachten stromen die zich achter de zijwanden van de grote galerij bevinden. Ergens onderweg kwam het water in contact met kristallijnen mineralen die oplosten in het water en de eigenschap hadden kalksteen vrij vlug te kunnen oplossen. De kalkstenen stutten smolten af tot een waterige kalkbrij die door een bed van kwartszand vloeide, de kalkbrij bleef bovenop het zand liggen maar het water met de daarin opgeloste mineralen werden via de koninginnekamer langs een kleine tunnel direct tot buiten de piramide geleid. Die oplossing was op dat moment nog vrij agressief en heeft de vloer en muren van de koninginnekamer hevig aangetast, nog steeds zit er een zoutlaag op de muren.

 

Kalkstenen stutten
De kalkstenen stutten werden in de zijwanden geduwd.


Op een gegeven moment waren alle stutten zover weggesmolten dat een mechanisme de stutblokken uit de grote monoliet naar buiten kon duwen tot ze helemaal in de zijwanden van de galerij zaten. Die zien er uiteraard gehavend uit door de enorme druk die ze te verwerken kregen. Bovendien heeft dat mechanisme, tijdens het terugduwen van die stutten (klampen), ruwe groeven getrokken in die klampen maar ook in de zijwanden van de galerij zelf.

De grote monoliet kwam nu los te staan en kon naar beneden schuiven over de balustrades, de granieten afsluitpluggen daarentegen gleden over de vloer van de grote galerij. Door de brug, aan het begin van de horizontale gang, konden de granietpluggen zonder enig probleem over die opening schuiven.

 
Groef in de grote galerij
Ontstond deze groef door beitels die de monoliet hebben afgeremd?

 

Vanaf het moment dat de monoliet in het begin van de cilinder schoof kwam er druk op het water en meteen ook tegendruk op de monoliet waardoor die afgeremd werd. Dit moet blijkbaar onvoldoende geweest zijn en werden extra “remmen” aangebracht in de grote monoliet zelf. Die bestaan waarschijnlijk uit vele scherpe beitels gemaakt van de hardste steensoorten (of misschien wel van brons?) die in de monoliet zaten en een ruwe groef hebben getrokken in beide zijwanden van de grote galerij. Die groeven, één in elke zijwand, zitten onderaan de derde overkoepelende laag van de galerij, ze zijn ongeveer 18 cm hoog en zo’n 2 à 3 cm diep.

De grote monoliet verplaatste een volume water van 3.075 cubit³ (441 m³) dat in de afdalende gang werd geduwd en verder, naar we veronderstellen, in een verticale schacht die onder de muren van de koningkamer uitmondde. We gaan ervan uit dat er een gesloten drukleiding bestond waaruit theoretisch geen water kon verloren gaan, dit uiteraard zonder rekening te houden met de onvermijdelijke relatief kleine verliezen.

 
Ruwe groeg in derde laag
Een ruwe groef in de derde overkoepelende laag van de grote galerij.
Foto van Jon Bodsworth – zie ook zijn website [1]

Gesloten drukleiding
Het verplaatste volume water duwde de koningskamer omhoog.

 
De koningskamer met 4 lagen granietbalken erboven vormen de grote zuiger die los tussen de omringende kalkstenen muren zit, die muren vormen de grote cilinder. In feite is dit niet anders dan een enorme hydraulische pers die blijkbaar in staat is geweest de koningskamer ongeveer 7,6 cubit naar omhoog te duwen. In de allerhoogste stand schoven er stutten onder de muren van de koningskamer om het geheel te ondersteunen. Hier was de taak van de hydraulische pers volbracht.

Home 

Het nut van de bronnenschacht.

 

Beginfase
A - Beginfase – De grote monoliet staat reeds op de afdeksteen.

 

Het is mogelijk dat er in de sluitsteen, die de bronnenschacht in de grote galerij afsloot, een paar kleine gaten waren gemaakt die als doel hadden de lucht uit die schacht te laten ontsnappen tot in de grote galerij. Op het moment dat alle lucht was verwijderd kon er ook water doorstromen, dit zal wel geen probleem gevormd hebben voor de afdeksteen en deze werd daardoor niet uit de balustrade getild.

In de put van de onderaardse kamer ligt nog steeds een stuk graniet waarin twee kleine ronde gaten zitten, het kan uiteraard niet met zekerheid worden vastgesteld maar mogelijks is dit nog een restant van de deksteen die ooit de bronnenschacht afsloot.  

De “leidingen” van de hydraulische pers kwamen pas onder druk te staan om het moment dat de grote monoliet in de (kleine) cilinder schoof. Reeds een moment eerder drukte die monoliet al op het afsluitblok van de bronnenschacht, daardoor kon er langs dat steenblok geen water ontsnappen of enig drukverlies optreden. Zelfs al zaten er gaten in die steen dan waren die al lang afgesloten door de monoliet die er overheen schoof.    

 

Hydraulische pers
De drukleiding van de hydraulische pers.

 

De grote monoliet schoof verder naar beneden en de koningskamer werd traag maar zeker naar omhoog geduwd. Na een zekere tijd stond de koningskamer in zijn hoogste positie en op dat moment schoven er waarschijnlijk zware steenblokken onder de muren van de koningskamer om deze in deze positie te houden, ook nadat de waterdruk was verdwenen. Het verschuiven van die blokken tot onder de muren zal een zekere tijd gevergd hebben, al die tijd moest de koningskamer in zijn hoogste positie gehouden worden door de aanwezige waterdruk. Om die druk nog een zekere tijd te kunnen aanhouden moet er dus enige reserve op de kleine cilinder (monoliet) gezeten hebben, de koningskamer stond wel al in de hoogste positie maar de grote monoliet kon nog verder naar beneden schuiven. Theoretisch gezien zou de monoliet in die positie blijven staan maar door de (kleine) kleine verliezen, die in de praktijk nooit helemaal kunnen vermeden worden, zal die wellicht, zij het heel traag, verder naar beneden zijn geschoven.

De koningskamer kon onmogelijk gedurende lange tijd zwevend in de hoogste positie gehouden worden zonder het gevaar te lopen dat de muren zouden breken. Eens de stutten in de juiste positie zaten moesten de muren een klein beetje zakken zodat deze stevig op die stutblokken rustten. Het kwam er dus op aan de volledige druk zo vlug mogelijk kwijt te spelen, dit is nu wellicht het doel van de bronnenschacht geweest.  

 

Eindfase
B – Eindfase - De afdeksteen is opnieuw vrijgekomen.

           
In de eindfase stond de koningskamer nog steeds in de hoogste stand en de stutblokken zaten reeds in de juiste positie. De grote monoliet was bijna tot helemaal beneden geschoven in de kleine cilinder maar nog steeds was de volle druk aanwezig. Op een bepaald moment schoof de monoliet dan toch voorbij de afsluitsteen waardoor die opnieuw vrij kwam te staan.
 

De afsluitsteen
De afsluitsteen wordt door de waterdruk uit de balustrade geperst.

Home  

Door de nog steeds heersende waterdruk op de onderkant van de afdeksteen werd die met geweld uit de balustrade gekatapulteerd, het feit dat er mogelijks een paar kleine gaten in zaten veranderde daar niets aan. Het gebeurde blijkbaar met een zodanig geweld dat er zelfs een stuk uit de vloer van de grote galerij werd gebroken. Ook dit klopt opnieuw met de bevindingen, er werd vastgesteld dat de deksteen van de bronnenschacht inderdaad vanaf de onderkant er met geweld werd uitgebroken.

Nu de waterdruk was weggevallen kon de koningskamer een weinig (een paar inch?) zakken tot op de stutten die onder de muren waren geschoven. Indien we het bij het juiste eind hebben zouden de muren van de koningskamer nog steeds op die stutten moeten rusten.

 

Gordelstenen
Drie gordelstenen in de grote monoliet.

 

Ook de grote monoliet was ondertussen op zijn laagste punt gekomen, hij veroorzaakte een enorme druk op de granietpluggen en op een deel van de afdalende gang juist onder die pluggen. Dit was een toestand die niet heel lang kon blijven bestaan, de grote monoliet diende verankerd te worden zodat hij niet verder naar beneden kon schuiven. Er zitten drie complete gordelstenen in de grote monoliet (nu de opgaande gang). Die zaten helemaal in de monoliet tot op het moment dat ze naar beneden konden schuiven in uitsparingen in de vloer van de opgaande gang. Daar deze nu half in de monoliet zitten en half in de richels naast de opgaande gang werd de grote monoliet voldoende verankerd zodat de druk niet uitsluitend op de granietpluggen bleef staan. Door het feit dat het gordelstenen zijn, dus met in het midden een vierkant gat van dezelfde grootte als de opgaande gang, bleef die gang volledig open.    

 

Hoge stoep omlaag
Op het einde zakte de hoge stoep in de grote galerij naar beneden.

            
Waarschijnlijk zakte, in de eindfase, ook de hoge stoep bovenaan de grote galerij naar beneden alsook de verhoogde drempel in de doorgang naar de koningskamer. De toegang was nu helemaal vrij, het moet vanaf hier niet moeilijk geweest zijn de lege koningskamer en de al even lege “sarcofaag” te vinden. Zelfs de eerste indringers moeten al de indruk gekregen hebben dat ze toch niet de eersten waren en dat alles reeds eerder leeggeroofd werd, dit was de enige bedoeling van de gehele opzet.

Niet alles kon automatisch verlopen, we zijn ervan overtuigd dat de arbeiders na de werking van de hydraulische pers nog heel wat werk gehad hebben in de piramide, een van die taken was vast ze opnieuw laten leeglopen. In ieder geval hebben zij de piramide achteraf zeker nog betreden om na te gaan of de hydraulische pers naar behoren had gewerkt, om alle kamers te inspecteren, eventuele restauraties uit te voeren en de nodige camouflages aan te brengen.

Home

Een tegenargument? 

 

Kortere schacht
Hetzelfde effect kon bereikt worden met een veel kortere schacht.

 

We gaan ervan uit dat de “grot” ontstaan is door het feit dat de piramidebouwers vergeten waren de verticale schacht mee op te trekken in de onderste bouwlagen van de piramide. Met die redenering zouden we dus kunnen aannemen dat de grot origineel er niet nodig was.  

Dit kan echter niet alles verklaren, om de waterdruk kwijt te spelen was het helemaal niet nodig een dergelijk lange “bronnenschacht” te bouwen. Op bovenstaande tekening staat een veel kortere schacht getekend, toch zou hij identiek dezelfde taak kunnen vervullen.     

We hebben niet echt een zinnige uitleg voor het feit dat de verticale schacht nu zo lang werd gemaakt en waarom die zo diep in de afdalende gang uitmondt. Toegegeven dat het een zwak argument is, maar het enige wat we kunnen bedenken is dat deze schacht zo werd gemaakt om hem beter te kunnen camoufleren. Hogerop in de afdalende gang viel er mogelijks nog voldoende licht binnen op de wanden en werd het daarom te gevaarlijk geacht om de schacht daar te laten uitmonden, het gevaar bestond dat die daar te vlug zou ontdekt worden. Helemaal beneden moet er vrijwel gehele duisternis heersen en daar onregelmatigheden ontdekken in de wanden moet al een heel stuk lastiger zijn.

Bovendien kunnen de piramidebouwers met een dergelijke lange, diepe schacht de bedoeling gehad hebben de eventuele indringers af te schrikken of ze het toch alleszins zeer moeilijk te maken om de koningskamer te bereiken.

De zwakke plek in de piramide was vast en zeker de ingang en de afdalende gang. De ontwerpers wisten dit uiteraard ook en zijn er vast van uitgegaan dat de afdalende gang het eerst zou worden ontdekt. En, dat is nu precies wat er gebeurd is, ten tijde van Strabo was die afdalende gang bekend maar de verticale schacht was nog niet gevonden, opzet geslaagd dus. Nu was het enkel en alleen de bronnenschacht die eventuele indringers naar de koningskamer zou kunnen leiden, de camouflage ervan was dan ook van het allergrootste belang.

Wellicht hebben ze daarbij nooit geredeneerd zoals Machmoen dat heeft gedaan. Was ten tijde van Machmoen de locatie van de ingang nog bekend geweest dan had hij wellicht nooit een tunnel dwars door de piramide laten hakken en hadden we de verticale schacht waarschijnlijk nog steeds niet gevonden. Zonder de tunnel van Machmoen of de kennis van die verticale schacht was er wellicht tot op heden nog altijd niets ontdekt. Enfin, dit enkel om het belang te benadrukken van de bronnenschacht, of tenminste van de camouflage ervan. Het zou dus kunnen dat de bronnenschacht zo diep uitmondt in de afdalende gang om hem beter te kunnen verbergen en om die schacht heel wat moeilijker te maken voor eventuele indringers.

Home

____________________________________________________________________

Verwijzingen bij hoofdstuk 32.

[1] - Website van Jon Bodsworth
        Jon’s eigen foto’s van de piramiden en omgeving.
        Foto’s uit het boek van John & Morton Edgar (1910).  
        Tekeningen uit de boeken van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
        http://www.egyptarchive.co.uk/index.htm

[2] - Edwards I.E.S
        The Pyramids of Egypt, Penguin books, London 1949.
        De piramiden van Egypte (1947).       
        Uitgeverij Hollandia – Nederlandse vertaling
        Derde druk - 1985 - ISBN 90 6045 559 2

[3] – Graham Hancock.
         Het ontstaan en einde van alles
         Uitgeverij Tirion - Baarn - Nederland.
         ISBN 90 5121 600 9 – 1997 - vierde druk.

[5] - W.M. Flinders Petrie
        The Pyramids and Temples of Gizeh - 1883.
        http://nl.wikipedia.org/wiki/William_Flinders_Petrie
        Dit boek kan online geraadpleegd worden op onderstaande link.
        http://www.ronaldbirdsall.com/gizeh/index.htm

 

Home