Logo Grote Galerij  


Een Zoektocht Naar De Oudste Beschavingen.


 
WWW.DJEDFORCE.NET
 
  Home
 

23 – De Grote Galerij.

De Grote Galerij en de Opgaande Gang, een ingewikkeld maar toch logisch geheel.

Eerste versie 2 mei 2009.


Om duidelijk te maken om welke ruimte in de piramide het nu juist gaat blijven we uiteraard de gekende benamingen gebruiken, maar daar blijft het ook bij. Om het raadsel van de piramide op te lossen zetten we best ons verstand op nul en vergeten we alles wat er tot op heden werd verkondigd in verband met die inwendige gangen en kamers. De grote galerij is zonder enige twijfel de gang of kamer die het meest in het oog springt. Het feit dat zowel de afdalende als de opgaande gang maar 2 cubits breed en slechts een weinig hoger zijn brengt grote beperkingen met zich mee. Indien we nog steeds geloven dat de koningskamer een graftombe is dan moet het een zeer moeilijke bedoening geweest zijn om de kist met mummie er doorheen te sleuren. Grafgeschenken dienden in grootte beperkt te blijven tot de afmetingen van die doorgangen. Na de nauwe opgaande gang volgt er opeens een immens hoge galerij, dit slaat ogenschijnlijk nergens op en is in dit opzicht totaal nutteloos. Die galerij heeft een lengte van meer dan 46 meter en een hoogte van minstens 8 meter, de breedte daarentegen bedraagt slechts 2 meter waardoor er geen sprake kan zijn van een kamer. Door het feit dat de vloer van de grote galerij dan nog eens een hoek maakt van 26° is het al helemaal uit te sluiten dat het om een kamer gaat, het is dus ook een opgaande gang. Maar, waarom moest die dan ineens 8 meter hoog worden? De bouwers hebben immense inspanningen moeten leveren om die grote holle ruimte te overkoepelen en voldoende stevig te maken zodat die galerij de druk kon weerstaan van het enorme gewicht aan stenen dat er nog bovenop ligt.

Opgaande gang en grote galerij
De opgaande gang en de grote galerij in de piramide van Cheops.

I - De grote galerij ligt perfect in het verlengde van de opgaande gang en beiden lopen onder een hoek van 26° opwaarts. Er zijn in de grote galerij toch enkele details die de aandacht trekken, in eerste instantie is er iets wat lijkt op een fout en makkelijk kon vermeden worden. Daardoor komt het eerder over als een hint die opzettelijk werd aangebracht door de ontwerpers van de piramide.

De bovenste laag in de grote galerij
Onderaan de grote galerij, tegen het plafond is één steen anders gericht dan de rest.


Detail van de schuine kant
Detail aan de bovenste bouwlaag in de grote galerij (rode lijn binnen de cirkel).

Home

Horizontale bouwlagen
De bovenste steenlaag maakt een hoek met het verticaal vlak (rood vlak).
De bouwlagen worden verondersteld horizontaal te lopen, het rode vlak lijkt dit tegen te spreken.

Helemaal onderaan, waar de grote galerij stopt en overgaat in de opgaande gang is er iets merkwaardigs (zie het rode vlak). Alle steenlagen staan mooi verticaal met uitzondering van de bovenste, het rode vlak maakt een hoek van 26° ten opzichte van het verticale vlak. De steenlagen die boven de opgaande gang zitten worden steeds horizontaal getekend juist zoals de bouwlagen van de piramide liggen. Dat kleine rode vlak trekt niet alleen onze aandacht, ook in het verleden was dit zo en dit is dan ook de reden waarom Vyse of een van zijn tijdgenoten daar een gat in gehakt heeft in de veronderstelling daar iets te vinden. Er is daar absoluut niets te vinden, het rode vlak maakt enkel duidelijk dat de steenlagen bovenop de opgaande gang niet horizontaal liggen maar onder een hoek van 26° geplaatst werden.

Bouwlagen onder een hoek van 26°
Hier worden de bouwlagen boven de opgaande gang onder een hoek van 26° verondersteld.
Het geheel ziet er veel logischer uit, zeker vanwege dat rode vlak.

Bovenstaande tekening komt al veel logischer over, de opgaande gang maakt een hoek van 26° en de steenlagen die er bovenop liggen lopen evenwijdig met die gang. Die steenlagen liggen dus eveneens onder een hoek van 26°, als logisch gevolg daarvan staat het rode vlak nu mooi haaks en die steen is perfect rechthoekig. De lagen daaronder maken een andere hoek, ze vormen een vertikaal vlak. De ontwerpers maken daardoor duidelijk dat de lagen boven de opgaande gang één geheel vormen, met uitzondering van de bovenste laag die daar geen deel van uitmaakt.   

II - Een tweede bijzonder punt zijn de steenblokken die de opgaande gang afsluiten.

Granieten pluggen blokkeren de opgaande gang
De drie granieten pluggen die de opgaande gang afsluiten.

Waar de opgaande gang begint zitten drie granieten pluggen die deze gang helemaal afsluiten. Op de tekening zijn ze rechthoekig getekend met een lengte van 4 cubits per steen, in werkelijkheid zijn het blijkbaar kubussen met een zijde van 2 cubits. Indien de koningskamer wordt beschouwd als een grafkamer dan moest men tijdens de begrafenis met de mummie, eventueel opgeborgen in een houten sarcofaag, eerst een stuk naar beneden door de afdalende gang, daarna door de opgaande gang om dan verder door de grote galerij te klauteren. Volgens diezelfde theorie werden die granieten pluggen pas na het opbergen van de mummie op hun plaats geschoven om de opgaande gang af te sluiten. Indien men op die redenering verder gaat heeft men uiteraard extra problemen met die granieten pluggen, die moeten de begrafenisstoet nog veel meer belemmerd hebben. Om dit probleem op te lossen werden er in de loop der tijden tientallen theorieën uitgedokterd waarbij die pluggen op allerlei denkbeeldige manieren opgeborgen werden. We gaan u al deze theorieën besparen omdat we ervan overtuigd zijn dat u reeds lang vertrouwd bent met deze hypotheses. Belangrijk om weten is dat van die granieten pluggen steeds verondersteld wordt dat ze in de grote galerij hebben gelegen en dat ze naar beneden werden geschoven, helemaal door de opgaande gang tot op het eindpunt ervan. Dat kan ook niet anders, de opgaande gang wordt immers smaller op het punt waar hij op de afdalende gang uitkomt.

[Edwards]: “…Daarom bleef er geen ander alternatief over dan de blokken ergens in de piramide op te slaan tijdens de bouw en ze, nadat het lichaam in de grafkamer was geplaatst, door de opgaande gang naar beneden te laten zakken. Dat een dergelijke methode werd toegepast is duidelijk uit het feit dat de drie afsluitblokken die nog op hun plaats zitten aan het benedeneind van de opgaande gang, ongeveer 2,5 cm breder zijn dan de toegang tot die gang en derhalve niet uit de afdalende gang kunnen zijn aangebracht. Deze conclusie werpt echter twee problemen op: waar waren de blokken opgeslagen voor men ze in de oplopende gang liet zakken en hoe konden de mannen die de afsluitblokken voortgeduwd moeten hebben , de piramide uitkomen nadat hun werk klaar was? [Edwards] [1]

Die granietblokken werden, volgens vrijwel alle hypotheses, door de afdalende gang naar beneden geschoven tot in het laagste punt, daar is die gang zo’n 2,5 cm smaller dan de blokken zelf. Wat meestal over het hoofd werd gezien is het feit dat de kracht die daarvoor nodig was enorm moet geweest zijn, zelfs alleen al die blokken door de opgaande gang naar beneden schuiven moet vrijwel onmogelijk geweest zijn, bij de minste frictie zouden die granietpluggen definitief vastgelopen zijn.

Het staat vast dat het stockeren en het achteraf plaatsen van die granieten pluggen enorme vraagtekens doet rijzen waarop nog steeds geen afdoende antwoorden werden gevonden. Er zitten nu nog steeds drie pluggen op hun oorspronkelijke plaats en het is niet bekend hoeveel pluggen er eigenlijk geweest zijn, volgens onze mening zijn er nooit meer dan drie pluggen geweest. Waarschijnlijk zijn de werklui van Macmoen in de veel zachtere kalksteen blijven hakken tot ze voorbij de pluggen waren en in de opgaande gang zijn terecht gekomen, pas dan hebben ze wellicht de moed gevonden om stukken van de bovenste granieten plug weg te slaan. Indien daar nog meer pluggen hadden gezeten waren ze wellicht nog blijven verder hakken in de kalksteen naast die pluggen.          

III - Het derde en wellicht het grootste vraagteken kan geplaatst worden bij de bizarre constructies in de grote galerij, op de bovenkant van de richels (balustraden) en juist daarboven in de zijwanden van de galerij.

Het begin van de grote galerij
28 gaten in beide richels van de grote galerij.

Home

Detail van de gaten in de richels
Detail van de 28 gaten in beide richels in de grote galerij.

In de lengterichting van de grote galerij is er aan beide lange zijden een richel met een breedte van zo’n 50 cm en met een hoogte van ongeveer 60 cm. In iedere richel zijn 28 gaten, verdeeld over de gehele lengte op regelmatige afstand van elkaar en per paar recht tegenover elkaar gerangschikt. Juist boven die gaten in de richels zijn er ook nog andere rechthoekige gaten in de zijwanden van de galerij, dit met uitzondering van de onderste twee aan beide kanten. Die gaten blijken achteraf weer te zijn opgevuld met een steen, nadien werden in de zijwand en in die stenen dan weer groeven gehakt die evenwijdig lopen aan de balustraden, dus ook onder een hoek van 26° (mauve lijnen). Boven het derde laatste gat aan de onderkant, in de beide richels, is er wel een rechthoekig gat in de zijwand dat terug werd opgevuld met een steen maar daar werd er nadien geen groef in gehakt.    

Die gaten in de grote galerij zijn dus niet zo simpel te verklaren, toch hebben die een zeer specifiek doel gehad. Tot op heden gaat zowat iedereen nog uit van de veronderstelling dat die gaten gediend hebben voor het stockeren van de granieten pluggen die onderaan de opgaande gang werden geplaatst om die doorgang te blokkeren. Door het feit dat er in beide lange kanten van de galerij, in de balustraden, 28 gaten zitten gaat men ervan uit dat er ongeveer evenveel granieten pluggen zijn geweest waarmee de opgaande gang dan (helemaal) kon opgevuld worden. Volgens zowat iedere archeoloog (waaronder ook Edwards, Petrie, Borchardt etc.) stond de grote galerij volledig in het teken van die granieten pluggen, dit is sedertdien blijkbaar nog steeds het geval.

Home

De oplossing voor al deze problemen?

Een lange opgaande tunnel
De opgaande gang en de grote galerij gezien als één geheel.

We moeten de opgaande gang en de grote galerij beschouwen als één groot en vooral lang geheel, als één opgaande tunnel naar de koningskamer. Waarom is het bovenste stuk van de tunnel dan zo groot en leeg? Wel, dat komt omdat er daar ooit een heel groot steenblok in gestaan heeft. Waarom is het onderste stuk van die lange tunnel dan zo nauw? Wel, omdat daar nu een heel groot steenblok staat waarin slechts een kleine tunnel werd uitgespaard. Vanwaar komt dat immens steenblok? Uit de grote galerij natuurlijk, dat is nu juist de reden waarom die galerij er zo groot en leeg uitziet. Wat we willen aantonen is dat een voorwerp zó groot kan zijn dat helemaal in zijn omgeving kan opgaan en niet meer kan waargenomen worden. Dit is het geval in de piramide van Cheops, de grote galerij is maar al de duidelijk aanwezig maar het immense steenblok dat daar beneden zit gaat op in het geheel en we zien het niet meer, het enige wat we nog kunnen onderscheiden is een nauwe opgaande gang. In werkelijkheid staat daar een immens steenblok waarin een heel kleine tunnel werd uitgespaard.

Een heel lange galerij
De realiteit, een enorme grote galerij, dubbel zo lang dan we nu kunnen zien.

In werkelijkheid is de grote galerij bijna dubbel zo lang dan hetgeen we kunnen zien. De reden dat we het onderste stuk zien als een nauwe opgaande gang is omdat op die plaats een enorm steenblok die ruimte helemaal opvult. Het gaat hier zeker niet om één grote monoliet maar om meerdere grote stenen die aan elkaar vast zitten en een immens blok vormen, dat geheel zelf zit los in het onderste deel van de grote galerij.

Een groet monoliet onderaan
Het steenblok onderaan in de (dubbele) grote galerij.

Home

Hoe een enorm steenblok onzichtbaar wordt
De enorme monoliet wordt terug zichtbaar.

Waarom moest de grote galerij nu zo groot zijn? Juist, omdat de enorme monoliet boven de opgaande gang origineel helemaal bovenin de grote galerij stond, op dat moment was er dus bovenaan slechts een kleine opgaande gang en een grote galerij helemaal onderaan, tot waar nu de opgaande gang begint.

 

Afmetingen
Een monoliet met een lengte van exact 75 cubits.

Er is in de piramide van Cheops niets, maar dan ook helemaal niets wat zinloos of overbodig is. Tot het kleinste detail toe kan verklaard worden als een noodzakelijk iets. De grote monoliet die boven de opgaande gang staat is exact even lang als die opgaande gang zelf, in feite is die gang een uitsparing in dat steenblok en maakt er dus deel van uit. De opgaande gang is ongeveer 39,3 meter lang. Zoals reeds eerder vermeld moeten we rekenen met cubits, die ongeveer 39,3 meter staat voor exact 75 cubits (75 x 0,5236 m = 39,27 meter). De grote galerij heeft, afhankelijk waar men meet, een totale lengte van 89 cubits (88 à 89 cubits).
 

De monoliet staat in de grote galerij
Origineel stond die grote monoliet helemaal bovenaan in de grote galerij.

Ooit stond dat blok in de grote galerij en werd er bijna helemaal door opgevuld. Zoals reeds eerder aangetoond telt de grote galerij één bouwlaag meer dan de monoliet zelf. Indien we, beneden in de grote galerij, boven de opgaande gang naar omhoog kijken dan zien we dat de bovenste laag onder een andere hoek loopt dan de rest, de bovenste laag maakt deel uit van de massieve kern van de piramide en de monoliet telt dus één laag minder. Het plafond van de grote galerij is getand, de stenen die erop liggen worden op die manier op hun plaats gehouden waardoor ze niet naar beneden kunnen schuiven. De monoliet komt niet tot helemaal aan het plafond juist omdat dat blok één laag minder hoog is dan de galerij zelf. Zo’n monoliet moet vast een enorm gewicht hebben, die helemaal bovenaan dat hellend vlak op zijn plaats houden met een beetje plakband zal wel niet gelukt zijn. Juist ja, de monoliet rustte op de balustraden (richels), daarin zijn aan weerszijden 28 gaten. Vanaf nu spreken we over klampen, die monoliet op zijn plaats houden was de ware functie van die 28 constructies in beide richels (balustraden) en in de zijwanden van de galerij.

Detailfoto van een klamp

Die 56 klampen hielden die immense monoliet, die vele tonnen moet wegen, op zijn beginpositie helemaal bovenaan de grote galerij. De gaten in de zijwand, alsook de stenen die erin zitten, zijn ongeveer 35 cm breed en hebben een gemiddelde hoogte van 55 cm, gezien het gewicht van het blok dat door die kalkstenen werd opgehouden is de grootte van die kalkstenen best te begrijpen. Daaronder, tot aan de het begin van de opgaande gang, gaapte het grote gat waarin die steen perfect paste. In de startfase was het dus exact de omgekeerde toestand, bovenaan was er een kleine opgaande gang en onderaan was er een grote galerij. Ergens lagen daar ook de drie granieten pluggen om die tunnel in dat groot steenblok af te sluiten, waar die precies lagen heeft niet het minste belang. De koningskamer heeft niets maar dan ook niets te maken met een begraafplaats. Alle tot nu toe gekende kamers en gangen zijn niets meer dan technische tunnels en kamers, ze zijn totaal ondergeschikt aan de geheime kamers waarvan er nog geen enkele werd ontdekt. Het zijn waarschijnlijk enkel de arbeiders die ooit in deze schachten zijn gekropen. Dat de arbeiders over of naast die pluggen moesten klauteren om in het hoger gelegen gedeelte te komen zal hun vast worst geweest zijn.

De klampen 26,27 en 28
Detail van de 28 klampen en de drie granieten pluggen in de grote galerij.

Indien we de piramide beetje bij beetje leren begrijpen zal ieder detail zichzelf op een logische manier openbaren, de onderste klampen zijn daar een zeer prachtig voorbeeld van. De grote galerij heeft een lengte van 88 cubits en het steenblok dat daar origineel in gestaan heeft had een lengte van 75 cubits. Bovenaan kwam dat blok bijna tot aan de drempel vóór de ingang naar de koningskamer. Op het moment dat de balustrade werd gebouwd werd die over de gehele lengte, tot waar we ze nu kunnen zien, op gelijkmatige afstanden voorzien van gaten. Over de gehele lengte zijn er dus 28 gaten in iedere balustrade (richel). Toen men de zijwanden heeft aangebracht was het al duidelijk dat het blok niet zo lang hoefde te zijn, het zou maximaal tot klamp 26 komen. Voor klamp 27 en 28 werden er dan ook geen gaten in de zijwanden gemaakt, dat was niet nodig. In de rechthoekige gaten in de zijwanden werden kalkstenen geschoven, die zaten ook voor een stuk in de monoliet waardoor hij in die positie werd vastgehouden. Op de een of andere manier werden die kalkstenen helemaal in de zijwand geduwd waardoor de monoliet vrij kwam, dit veroorzaakte echter diepe groeven in de zijwanden van de galerij die evenwijdig liepen aan de richting van de balustrade. Bij klamp 25 is er géén dergelijke groef, waar er origineel 26 klampen waren voorzien zijn er uiteindelijk maar 25 gebruikt. Op bovenstaande tekening is duidelijk te zien dat het blok met een lengte van 75 cubits juist iets voorbij klamp 25 komt. De klamp nummer 26 zat voorbij het blok en werd dus niet gebruikt, de kalksteen in dat gat moest dus niet in de muur geduwd worden en dus zit er geen groef in de zijwand en op die kalksteen. Dergelijke kleine details die helemaal duidelijk worden zijn een aanwijzing dat we de goede kant uitgaan.


Home

------------------------------------------------------------------

Verwijzingen bij hoofdstuk 23.

[1] - Edwards, I.E.S – De piramiden van Egypte (1947).
        Uitgeverij Hollandia – Nederlandse vertaling
        Derde druk - 1985 - ISBN 90 6045 559 2

Home