Eerste versie 9 mei 2009.
Laatst bijgewerkt op 20 juli 2009.
De grote galerij is zo immens omdat de monoliet die er ooit heeft ingestaan al even groot was, zo simpel is dat. De grote galerij is in werkelijkheid zelfs dubbel zo lang dan we nu kunnen zien en loopt nog verder door tot aan de afdalende gang. In het vorig hoofdstuk werd besproken dat er op de richels in de grote galerij een monoliet heeft gestaan die op zijn plaats werd gehouden door 25 klampen aan elke lange zijde van de galerij, in totaal zaten er dus 50 klampen gedeeltelijk in deze monoliet en gedeeltelijk in de zijwanden van de grote galerij.

Animated Gif: Een monoliet met een lengte van 75 cubits bovenaan in de grote galerij (groen).
De granieten pluggen worden in de monoliet geschoven en de klampen worden weggeduwd.
De monoliet kan naar beneden glijden, als hij beneden staat wordt hij als het ware onzichtbaar.
De brug in de grote galerij.

Het onderste gedeelte van de grote galerij.
Verklaring bij de tekening: 1. In de grote galerij worden de wanden gevormd door zeven lagen stenen die overkragen zodat de ruimte naar het plafond toe steeds smaller wordt. – 2. In de balustrade (4) bevinden zich, steeds tegenover elkaar, achtentwintig gaten op een regelmatige afstand van elkaar. Juist daarboven in de zijwanden werden rechthoekige gaten gemaakt, dit met uitzondering van de onderste twee, in totaal zijn er zesentwintig gaten in elke zijwand. De gaten zijn zorgvuldig met stenen opgevuld en nadien ruw bijgehakt. - 3. Plafond van de grote galerij. – 4. De balustrade. – 5. De vloer van de grote galerij. – 6. Onderste, verdiepte einde van de vloer van de galerij. – 7. Vijf gaten (voor balken?) aan beide zijden van het begin van de horizontale gang. – 8. Het begin van de horizontale gang naar de Koninginnekamer. – 9. De stijgende gang. - 10. Smalle sleuven die aan een eventuele vloer aansluiten. 11. Scheef verlopende stoep.
Om die pluggen naar boven te duwen en nadien de grote monoliet compleet met inbegrip van de pluggen laten naar beneden te glijden was het uiteraard nodig dat de opening van de horizontale gang naar de Koninginnekamer overbrugd werd. Dit kan geen probleem zijn, de constructie onderaan de grote galerij laat duidelijk zien dat er ooit een “brug” heeft bestaan. Archeologen hebben over het bestaan ervan niet de minste twijfel, wel werden er meerdere oplossingen bedacht omtrent de constructie ervan. Het is niet zo heel duidelijk hoe die er nu precies uitzag.

Reconstructie van de brug volgens Borchardt.
Verklaring bij de tekening: 1. Zeven lagen op de zijwand die telkens 7,5 cm (1 palm) inspringen. – 2. Achtentwintig gaten voor balken, wiggen of een tweede vloer, of om de op de balustraden liggende pluggen te verankeren, of voor een houten betimmering. - 3. Plafond van de grote galerij. – 4. Balustrade (richel). – 5. Vloer tussen de twee balustraden. – 6. Stenen platen van de vloer. - 7. Opgaande gang die later werd afgesloten door stenen pluggen. – 8. Horizontale gang naar de Koninginnekamer. – 9. Het onderste deel van de westelijke balustrade verborg de luchtschacht en/of ontsnappingstunnel. – 10. Aansluitende randen in de zijwanden. – 11. Horizontale (stenen) balken. – 12. Als valdeuren geplaatste steenblokken van de horizontale gang. – 13. Ruwe en slordige gaten recht tegenover elkaar in de beide zijwanden van de galerij.
De klampen om de monoliet te verankeren: Onderaan, tegen elke lange zijwand van de grote galerij is een balustrade (richel) waarin op regelmatige afstanden 28 gaten zijn gemaakt. Boven de gaten 1 tot en met 26 werden er ook rechthoekige gaten in de zijwand van de galerij gehakt, die gaten zitten juist boven deze in de balustrade. Enkel bij 27 en 28 werden geen gaten in de zijwand gemaakt. Slechts de klampen 1 tot en met 25 hebben gediend voor het verankeren van de grote monoliet, enkel deze hebben ook een dwarsgroef over de zijwand van de galerij en de klamp. Klamp 26 heeft géén dwarsgroef, dit wijst erop dat deze niet meer nodig was om de monoliet te verankeren, de monoliet was niet zo lang en reikte niet tot aan 26.
Hoewel niemand weet hoe die brug er exact heeft uitgezien is de voorstelling van Borchardt een zeer aannemelijke oplossing. Het was vooral van belang dat de brug zeer stevig moest zijn om het gewicht van de pluggen te kunnen dragen. Bovenstaande tekening is dan misschien niet helemaal correct, toch voldoet deze aan de meeste vereisten.

Detailtekening van de brug onderaan de grote galerij.
Verklaring bij de tekening: 9. Onderaan in de westelijke balustrade zat een steen die de “put” verborgen hield, door deze steen was er in de galerij niets van te zien. De “put” is eigenlijk een schacht die vrijwel verticaal afdaalt door de massieve kern van de piramide en uitkomt in de zogenaamde grot (punt C). Vanaf de grot gaat die schacht nog verder naar beneden en mondt uit in de afdalende gang in het punt B (zie de eerste tekening van dit hoofdstuk). In het punt B zat deze schacht verborgen achter een granietblok. – 11. Vijf horizontale stenen balken zaten in de gaten geschoven. – 12. Als valdeuren geplaatste steenblokken sloten de ingang van de horizontale gang af die naar de Koninginnekamer gaat.
De Monoliet.
Die enorme monoliet had een lengte van exact 75 cubits. Beide richels aan de zijwanden van de grote galerij, met een lengte van 87 cubits, werden verdeeld in 29 gelijke stukken van 3 cubits. Op die 28 tussenverdelingen werd een uitsparing in de richel (balustrade) gemaakt. Juist daarboven, in de zijwand van de galerij werd een rechthoekige opening gemaakt waarin een kalksteen werd geschoven, dit met uitzondering van de onderste twee in beide richels. In het derde laatste gat in beide zijwanden van de galerij zit wel een kalksteen maar daar zit er geen schuine groef in zoals bij alle andere wel het geval is. Het zal wel duidelijk zijn waarom, de monoliet heeft een lengte van 75 cubits en werd in zijn startpositie gehouden door “slechts” 25 kalkstenen klampen (75 cubits/ 3 = 25 klampen), de laatste klamp aan beide zijden van de galerij was uiteindelijk niet nodig.
Elk van die kalkstenen klampen in de grote galerij had een breedte van ong. 4 palmen en een hoogte van ong. 1 cubit, deze zaten oorspronkelijk in de zijwand van de galerij en ook voor een stuk in die monoliet, die bleef dus bovenaan in de galerij staan omdat die werd vastgehouden. Die klampen kunnen in de monoliet geschoven zijn tijdens de bouw van de piramide, voor zover geen probleem dus. Maar nu begint het vraagstuk pas echt, die monoliet stond origineel bovenaan in de galerij maar nu staat die echter helemaal beneden. Door een of ander toedoen is die monoliet naar beneden geschoven, dat impliceert dat die klampen eruit zijn geschoven totdat ze helemaal in de zijwanden van de galerij waren verdwenen.
De grote vraag is hoe dat in zijn werk is gegaan.

Op alle maatgevingen kan een fout zitten tot 1 cubit.
Grote galerij = blauw, monoliet = mauve, klampen = rood, kern van de piramide = oranje.
Kleine schachten (bruin) parallel aan weerszijden van de grote galerij.
De simpelste oplossing zou zijn dat er aan weerszijden, achter de zijwanden van de galerij, een schacht zou bestaan vanwaar men toegang had tot die klampen en vanwaar die achteruit konden getrokken worden zodat de monoliet vrij kwam en naar beneden kon schuiven.

Verticale doorsnede van de grote galerij met de monoliet.
Aan beide kanten van de grote galerij worden twee schachten verondersteld die er mee parallel lopen (bruine vierkanten). Van daaruit waren de klampen bereikbaar (rood), de grote monoliet (mauve) staat in de galerij en telt één laag minder dan de galerij zelf. Er wordt hier van uitgegaan dat de zijwanden van de grote galerij een dikte hebben van 1 cubit en dat de schachten daarachter twee bij twee cubits groot zijn, dezelfde afmeting als de opgaande en de afdalende gang. Uiteraard is het best mogelijk dat de zijwanden tussen de galerij en die schachten een heel stuk dikker zijn, het gaat hem hier slechts over een theoretische benadering en dus maakt het eigenlijk niet zo veel uit.

Hypothese: De monoliet (mauve) staat in de grote galerij (blauw).
De 26 kalkstenen klampen (rood)
zijn bereikbaar in een schacht (bruin) achter de zijwand van de galerij.
De 26ste klamp (de onderste) heeft niet gediend omdat de monoliet niet zo lang was.

Detail van de kalkstenen klampen (rood) en de gaten in de balustrade (blauw).
De klampen staan gemiddeld op drie cubits van elkaar.

Bovenaanzicht op de (bovenste helft van de) grote galerij (blauw).
De monoliet (mauve) staat in de grote galerij (blauw). Van de zesentwintig klampen in iedere zijwand van de galerij veronderstellen we dat ze bereikbaar waren via schachten (bruin) die achter de zijwanden parallel lopen aan de galerij zelf. Er zitten vijfentwintig klampen aan iedere zijde in de monoliet, de zesentwintigste werd niet gebruikt omdat de monoliet niet zo ver kwam. Links, onder de grote galerij, is de Koninginnekamer getekend (groene rechthoek).

Detail van het bovenaanzicht op de grote galerij,
de kalkstenen klampen (rood) zitten door de wand van de grote galerij (blauw) in de monoliet (mauve).
De klampen waren bereikbaar via een schacht (bruin gestippeld) aan weerszijden van de grote galerij.
Bovenaan de grote galerij hielden 50 klampen de monoliet op zijn plaats, om die naar beneden te laten glijden moesten die klampen uit de monoliet getrokken worden. Het was een vereiste dat ze allen gelijktijdig werden teruggetrokken, zo niet zouden die paar stenen die er nog inzaten afbreken doordat het totale gewicht van de monoliet op de enkele nog resterende stenen zou rusten. De druk per steen zou dan zo groot geweest zijn dat die kalkstenen klampen middendoor zouden gebroken zijn.
De vraag is echter hoe die klampen werden teruggetrokken. De simpelste veronderstelling is dat die allemaal gelijktijdig werden weggetrokken door een ploeg arbeiders, bijv. 1 à 2 arbeiders per klamp in de schachten die deze gelijktijdig uit de monoliet trokken. Dit is echter te simplistisch voorgesteld, op iedere klamp moet een enorme druk gestaan hebben waardoor het onmogelijk zou geweest zijn dat slechts een of twee arbeiders zo’n klamp konden verschuiven.

Schuine groeven (mauve) , dwars over de kalkstenen klampen (rood).
We hebben duidelijk iets over het hoofd gezien, in ieder van de 25 klampen en ook in de zijwanden van de galerij zitten ruw “uitgehakte” groeven, dit is niet het geval met de 26ste (de onderste) klamp wat op zich een bewijs is dat de laatste klamp uiteindelijk niet gebruikt werd. Die schuine groeven werden niet ruw “uitgehakt” maar werden veroorzaakt door een mechanische constructie die binnenin de monoliet achter iedere klamp steekt en deze in de wand van de galerij hebben geduwd. Achter iedere klamp kan bijv. een andere steen hebben gestaan om deze te blokkeren, de klampen konden pas weggeduwd worden nadat die steen werd verwijderd. Het is vrij moeilijk om uit begrijpelijk te leggen, hopelijk kunnen detailtekeningen klaarheid scheppen.

Bovenaanzicht op de grote galerij en de veronderstelde tunnels ernaast.
Detailtekening van één der steenblokken van de monoliet in de grote galerij.

Verticale doorsnede van een gedeelte van de grote galerij. Maten in cubits.
Enkel het onderste steenblok van de monoliet werd getekend.
Verklaring bij de tekening: 1 – De Grote galerij. 2 – Veronderstelde schachten die parallel lopen aan de grote galerij. 3 – Gaten in de zijwanden van de galerij met daarin de klampen (rood). 4 – Een mechanische constructie die de klampen (3) uit de monoliet hebben geduwd tot ze helemaal in de zijwand zaten, door de constructie van de gaten zelf konden de stenen tot juist gelijk met de zijwand worden geduwd maar ook niet verder. 5 – Een steenblok van de grote monoliet waarvan er hier slechts 1 getekend werd. 6 – De zijwanden van de grote galerij die de massieve kern van de piramide vormen. 7 – Kalksteenblokken houden de klampen (3) tegen zodat ze niet in de zijwand van de galerij (6) kunnen geduwd worden door het mechanisme (4). 8 – Beide balustraden in de grote galerij met daarin de rechthoekige gaten. 9 – Een doorgang onderaan in de monoliet en de ruimte tussen de balustraden vormde een opgaande gang identiek aan de huidige opgaande gang, maar nu helemaal bovenaan de grote galerij.
Bovenstaande detailtekeningen zijn slechts een voorstelling van een eventueel mogelijke oplossing. Het is duidelijk dat er in de monoliet een zeker mechanisme moet zitten dat de kalkstenen klampen heeft teruggeduwd tot ze helemaal in de zijwand van de galerij zaten.

Een klamp in de zijwand van de grote galerij en het gat in de balustrade.

Vooraanzicht van een van de ruwe schuine groeven (mauve) in de kalkstenen klamp
en in de zijwand van de grote galerij.

Bovenaanzicht van zo’n gat in de balustrade en een ruwe groef in de zijwand van de galerij.
Die groef is geen cirkelsegment, het is enkel het begin en het einde dat cirkelvormig is,
daartussen loopt die groef vrijwel evenwijdig met de zijwand.
De ruwe groeven die dwars over de klampen zitten kunnen veroorzaakt zijn door het mechanisme op het moment dat die klampen uit de monoliet werden geduwd, mogelijks stak het mechanisme een weinig naar buiten en heeft dit die groef veroorzaakt op het moment dat de monoliet naar beneden begon te glijden, er moet dus nog een scherpe rand naar buiten hebben gezeten. Die groef stopt na een zekere afstand, het gedeelte dat uit de monoliet stak verdraaide of werd naar binnen getrokken zodat het uitstekende gedeelte na een kleine afstand helemaal binnen de monoliet kwam te zitten. Mogelijks heeft die speciale vorm van de gaten in de balustraden daar iets mee te maken.
Dit mechanisme trachten te reconstrueren is zeer moeilijk en is vast een mooie klus voor een werktuigkundige, wij gaan er hier niet verder op in omdat we nog steeds geen sluitende oplossing hebben gevonden. Op de detailtekeningen is er slechts iets willekeurig getekend dat echt nergens op gebaseerd is maar hopelijk een vaag idee geeft wat daar in die monoliet zou kunnen zitten. Indien de klampen echt allemaal gelijktijdig werden teruggeschoven zouden alle mechanismen achter al die klampen met elkaar kunnen verbonden zijn.
We zijn opgegroeid met het idee dat de piramidebouwers vrij primitief waren, dat ze nog geen brons kenden of geavanceerde technieken. Dit maakt het moeilijk om de door hen gebruikte technieken ons voor de geest te roepen. Onze eerste veronderstelling was dat arbeiders vanuit de schacht de klampen uit de monoliet getrokken hebben. De ruwe groeven die in deze klampen werden gekrast verplichten ons echter aan te nemen dat die klampen de monoliet werden uitgeduwd door een soort mechanisme dat zich in de monoliet bevindt. Dit kon pas in werking treden als de kalkstenen pallen (7) in de schachten (2) voor een stuk werden verwijderd. Dit wil zeggen dat ook hier arbeiders nodig waren in de schachten, in dit geval om die kalkstenen stutten weg te slaan.
Het grote struikelblok zijn ongetwijfeld die schachten naast de grote galerij waarvan we slechts kunnen veronderstellen dat die bestaan, tot op heden zijn deze echter nog niet ontdekt en we kunnen ook niet bewijzen dat ze daadwerkelijk bestaan. En toch, vroegere ontdekkingen laten toe theoretisch aan te tonen dat die schachten echt kunnen bestaan. Door de jaren heen werden tal van studies verricht in de piramide waar, voor zover ons bekend, bitter weinig ruchtbaarheid aan gegeven werd. Toch zijn tijdens die onderzoeken heel belangrijke gegevens naar boven gekomen en werden tevens enkele interessante ontdekkingen gedaan.
1 - Het Franse onderzoeksteam.
In de zomer van 1986 bestudeerden twee Franse architecten, Jean-Patrice Dormion en Gilles Goidin, het inwendige van Cheops’ piramide. Zij voerden micro- gravimetrie metingen uit in de piramide om eventueel nog ongekende holle ruimtes te kunnen detecteren. We gaan hun belangrijkste bevindingen later nog bespreken op het moment dat ze voor ons van enig nut kunnen zijn.
Gravimetrie is een discipline, waarbij men uit kleine afwijkingen van de Aardse gravitatie informatie verzamelt omtrent zwaardere of lichtere materialen in de ondergrond. In het bijzonder zoekt men op die manier met een pendule-gravimeter naar ertsen van zware elementen, bijvoorbeeld uranium. (bron Wikipedia)
2 - Het Japanse onderzoeksteam [1].
In opvolging van het Franse team werd in januari en september 1987 de piramide van Cheops nogmaals bestudeerd, nu door een Japans onderzoeksteam van de Waseda universiteit Tokyo. In 1987 en 1988 hebben ze hun bevindingen en ontdekkingen gepubliceerd in hun verslagen “Studies in Egyptian Culture N° 6 & 8 – Non-Destructive Pyramid Investigation by Electromagnetic Wave Method (1 & 2). Het team heeft een vrij groot gedeelte van de piramide “doorgelicht” met elektromagnetische golven.
Website: http://www.waseda.jp/top/index-e.html
 
Beide verslagen van de Waseda University [1] ©Pictures May be Copyrighted.
Een voor ons heel belangrijk gegeven was de ontdekking van een tweede gang die vertrekt uit de Koninginnekamer, deze gang leidt in de richting waar we die schachten veronderstellen.

Nieuwe gang ontdekt door het Waseda team. Tekening Waseda University - Tokyo - Japan.[1]
©Drawing May be Copyrighted.
In de Koninginnekamer werd een tweede gang ontdekt achter de noordwand, deze tunnel is ongeveer 1 meter breed en heeft een hoogte van ongeveer 1,8 meter. Volgens de peilingen zou die tunnel ongeveer 30 meter lang zijn en zou dan een hoek naar links maken (westwaarts). Gezien het feit dat het grootste bereik van hun meetapparatuur eveneens 30 meter bedroeg kon het einde van die tunnel in feite niet eenduidig bepaald worden, en voor het eindpunt werden meerdere hypothesen naar voor geschoven. Het maakt voor ons eigenlijk niet zo veel uit, we hebben een tunnel gevonden die vertrekt vanuit een gekende locatie en die onder andere naar de door ons veronderstelde schacht(en) zou kunnen leiden.
Van hun metingen, binnen de bereikbare grenzen, is gebleken dat ze betrouwbaar zijn. Het team heeft bijv. in de omgeving van de piramide nog een tweede bootput ontdekt waarvan ze konden verklaren dat er nog onderdelen van een boot aanwezig waren. Archeologen hebben achteraf een gat laten boren om een camera in de put neer te laten, de aanwezigheid van die boot werd bevestigd. Het team heeft bovenstaande tekening gemaakt en zij waren indertijd vrij zeker van hun zaak, we mogen dus gerust aannemen dat die “nieuwe” schacht echt bestaat. Of er aan de hand van die gegevens nog verder onderzoek werd verricht weten we eigenlijk niet. Het kan zijn dat men een paar stenen uit de wand heeft gehaald en in de tunnel is geweest, mogelijks heeft men ook hier enkel een gat geboord in de muur om er een camera door te steken. Hoe dan ook, als er dan al verder onderzoek is geweest dan zijn wij daar niets van te weten gekomen, we vinden er ook geen verslag van terug. Het is echter onvoorstelbaar dat dit gegeven uit 1988 niet ten gronde zou bestudeerd zijn, het is niet omdat we er niets van gehoord hebben dat er ook niets zou onderzocht zijn.

De “nieuwe” schacht (oranje), in 1988 ontdekt door het Waseda team.
Bovenstaande tekening situeert de 2é tunnel (oranje) van de Koninginnekamer ten opzichte van de grote galerij (blauw) en de veronderstelde schachten (bruin) achter de zijwanden ervan. Toegegeven, het klopt niet voor 100% maar er is weinig verbeelding nodig om aan te nemen dat die tunnels op het einde wel degelijk met elkaar in verbinding kunnen staan, temeer omdat niet echt kon bepaald worden hoe het einde van die schacht er exact uitziet.
Nu we min of meer hebben aangetoond dat die schachten bereikbaar waren mogen we dus veronderstellen dat er arbeiders tot bij die pluggen konden komen. Er kunnen dus bijv. 50 arbeiders in beide schachten hebben gezeten om die kalkstenen stutten gelijktijdig weg te slaan. Het moet daar pikdonker geweest zijn en dus moeten ze iets gehad hebben om hen bij te lichten. Zouden ze dan toch zaklampen en batterijen gehad hebben?
Hoe dan ook, op een gegeven moment sloegen die arbeiders gelijktijdig de stutten weg, het mechanisme achter de klampen duwde deze helemaal uit de grote monoliet en in de zijwand van de grote galerij tot de monoliet helemaal los kwam te staan. En dan? Die grote monoliet moet vast enkele honderden ton wegen en stond volledig losgekoppeld op een lang hellend vlak onder een hoek van 26°, die monoliet kon dus naar beneden schuiven. Schuiven? Met de gegevens die we hebben zou die kolos niet naar beneden zijn gegleden maar daarentegen met hoge snelheid naar beneden zijn gedonderd. Die zou wellicht dwars door de piramide zijn geschoten en buiten, in het zand naast de piramide beland zijn. Mogelijk zou de piramide daardoor zijn ingestort als een kaartenhuisje. Maar, de piramide staat er nog steeds intact en die grote monoliet zit mooi op zijn plaats zoals de ontwerpers het hebben gepland.
Hoe hebben de piramidebouwers dit probleem opgelost?
Een rem op de grote monoliet.
Alles wel beschouwd is de grote monoliet veel meer dan alleen maar een groot aantal kalksteenblokken die aan mekaar zijn geklonken, blijkbaar zit er een vrij complex mechanisme in om de klampen eruit te duwen. Dit is echter nog niet alles, er zitten nog een paar geniale snufjes in verwerkt.

Een ruwe groef over de gehele lengte van de grote galerij.
In de grote galerij zit er over haar gehele lengte een ruwe groef in de derde laag kraagstenen, dit in beide zijwanden. De ruwheid en vorm is vergelijkbaar met die van de groeven die dwars over de inzetstenen zitten juist boven de balustraden aan weerskanten van de grote galerij. Niettegenstaande de hoek van het vloervlak “slechts” 26° bedroeg moeten de ontwerpers hebben ingezien dat de daalsnelheid van de grote monoliet veel te groot zou zijn. Waarschijnlijk hebben ze in de grote monoliet beitels ingebouwd die zich in de zijwanden drukten, tijdens het naar beneden schuiven hebben deze beitels een ruwe groef in de zijwanden van de galerij gekrast en op die manier de monoliet afgeremd. Of het nu hardstenen of bronzen beitels waren weten we uiteraard niet, in ieder geval moeten die hard genoeg geweest zijn zodat ze niet konden breken niettegenstaande er enorme krachten moeten op ingewerkt hebben.
De gordelstenen (Girdle Stones) in opgaande gang.
Algemeen beschouwd zijn volle (complete) gordelstenen hele grote steenblokken uit één stuk waar in het midden een doorgang werd uitgehakt.

Een volle (complete) gordelsteen.
Zo’n steen zit als het ware als een gordel omheen een tunnel (gang) en vormt er zowel de wanden, de vloer als het plafond van.

Een volle gordelsteen omheen de opgaande gang.

Voorbeeld van een halve gordelsteen.
Zoals in bovenstaande tekening is te zien bestaan er uiteraard ook halve gordelstenen, indien deze op een vloerlaag liggen vormt de uitsparing eveneens een gang of schacht. Men kan ook twee halve gordelstenen omgekeerd op mekaar leggen, op die manier wordt er een tunnel gevormd waarbij elke gordelsteen één helft van de schacht vormen.

Drie volle gordelstenen halfweg de opgaande gang.
Meer specifiek gaat het om de opgaande gang van de grote piramide, ergens halfweg ervan zitten drie complete gordelstenen op een onderlinge afstand van 10 cubit van elkaar. Het zijn grote steenblokken uit één stuk waar in het midden de opening van de opgaande gang werd uitgehakt. Indien we het correct begrepen hebben zitten er vóór en na iedere volle gordelsteen een paar halve, één in de vloer en één in het plafond van de opgaande gang. In de halve gordelstenen in het plafond, juist onder iedere volle gordelsteen, zijn er twee vrij opmerkelijke stenen ingezet in de zijwanden. Er zit telkens één inzetsteen in elke zijwand en ze lijken op merktekens (pointers). De volle gordelstenen zijn niet vastgezet met mortel of dergelijke, ze zitten los (floating) in het geheel. Alle steenblokken, ook de halve gordelstenen, liggen onder een hoek van 26° en volgen de helling van de opgaande gang. De volle gordelstenen daarentegen staan verticaal opgesteld en zijn de enige stenen die het hellingsvlak niet volgen.
Zie ook http://www.ancient-wisdom.co.uk/Ghizaarchitecture.htm (punt 2.23 Girdle Stones).

Maken de gordelstenen een schuivende monoliet onmogelijk?
Die gordelstenen zitten letterlijk in de weg voor een monoliet waarvan we beweren dat die naar beneden schoof. Die gordelstenen uit één stuk zitten voor de ene helft in de grote monoliet en voor de andere helft in de zijwanden en de vloer van de opgaande gang. Op het eerste zicht kan er niets naar beneden zijn geschoven en kunnen we de hypothese van een grote monoliet vergeten.
Er is echter een andere uitleg mogelijk, indien de grote monoliet naar beneden schoof dan bleef op het einde het hele gewicht drukken op de granieten afsluitpluggen. Puur technisch gezien is dit een toestand die niet lang kan blijven bestaan, na een korte periode zouden de steenblokken onder de monoliet doorbreken en tot in de afdalende gang geduwd worden. Dit diende ten alle tijde vermeden worden. Op het moment dat de monoliet ongeveer helemaal beneden was gekomen diende deze zo vlug mogelijk verankerd te worden. De drie gordelstenen zouden daar perfect hebben kunnen voor dienen en waarschijnlijk is dit er ook de bedoeling van geweest.

De gordelstenen zaten helemaal in de grote monoliet,
pas op het einde konden ze naar beneden zakken.
Op het moment dat de monoliet nog bovenaan in de grote galerij stond, moeten de drie gordelstenen helemaal in de monoliet hebben gezeten en pas als die helemaal beneden stond konden die in een uitsparing in de vloer van de opgaande gang vallen.

De gordelstenen, 1 hoort in A te vallen, 2 in B en 3 in C.
Het moeilijke bij de gordelstenen is dat tijdens het dalen van de grote monoliet de steen 1 reeds in de uitsparing C kon vallen. Dit was uiteraard te allen tijde te vermijden, waarschijnlijk was het de functie van de inzetstenen (pointers) om de gordelstenen in positie te houden tot op het moment dat de monoliet helemaal beneden stond.
Bij het ontdekken van dergelijke geniale ontwerpen wordt het zeer moeilijk te blijven geloven dat de Oud Egyptenaren nog maar pas aan het begin van hun beschaving stonden en technisch nog niet al te bedreven zouden geweest zijn. Indien onze veronderstellingen, in verband met die grote monoliet, kloppen dan moeten we eindelijk gaan inzien dat de Oud Egyptenaren een ongekend hoog technisch niveau bezaten. Hoe dan ook, indien er werkelijk een grote monoliet in de piramide zit dan moet die wel een heel specifiek doel gehad hebben. We moeten trachten te achterhalen welk nut deze grote monoliet nu wel kan gehad hebben.
------------------------------------------------------------------
Verwijzingen bij hoofdstuk 24.
[1] - Waseda University Tokyo Japan.
Studies in Egyptian Culture N° 6
Non-Destructive Pyramid Investigation
by Electromagnetic Wave Method 1 - 1987.
Studies in Egyptian Culture N° 8
Non-Destructive Pyramid Investigation
by Electromagnetic Wave Method 2 - 1988.
Website: http://www.waseda.jp/top/index-e.html
|