Eerste versie 25 juli 2009.
Herwerkt 11 december 2010.
Kort samengevat zijn we in vorige hoofdstukken tot de veronderstelling gekomen dat de koningskamer, met inbegrip van de plafondlaag samen met drie bovenliggende lagen granietbalken origineel zo’n 6,17 cubit lager kunnen gestaan hebben (zie hoofdstuk “de koningskamer”).

Stond vlak A origineel 6,17 cubit lager?
De vloer van de vierde drukontlastingskamer (vlak A op bovenstaande tekening) stond origineel wellicht op dezelfde hoogte als het middelpunt van de piramide. Een hydraulisch systeem in het inwendige van de piramide heeft er indertijd voor gezorgd dat de koningskamer over diezelfde afstand naar omhoog werd geduwd, dit met de bedoeling de echt geheime toegang af te sluiten en te verbergen.

De koningskamer + 4 lagen granietbalken opnieuw 6,17 cubit lager getekend.
Keren we de zaken om en laten we in gedachten de koningskamer terug 6,17 cubit naar beneden dan zou die geheime doorgang opnieuw moeten vrijkomen, de vloer van de vierde drukontlastingskamer zou dan terug op de originele hoogte komen te liggen, De bovenkant ervan moet dus gezien worden als de vloer van een groter geworden kamer van waaruit men die geheime doorgang kan betreden. Niet dat we een echte deur mogen verwachten, die doorgang zal wel verborgen zitten achter kalksteenblokken. Toch moet het mogelijk zijn te ontdekken waar die echt geheime doorgang zit.

Bovenaanzicht op de koningskamer.
Laat ons de koningskamer eens in bovenaanzicht beschouwen, deze meet binnenin 20 x10 cubit en de granietwanden hebben wellicht een dikte van zo’n 3 cubit wat maakt dat de buitenafmetingen ervan 26 x 16 cubit bedragen. Het ziet ernaar uit dat de granietplaten van het plafond van de koningskamer en ook deze van de bovenliggende lagen ietwat kleiner zijn, naar onze mening moeten de afmetingen ervan bij benadering 24 x 16 cubit bedragen. Indien de koningskamer met de bovenliggende lagen granietbalken 6,17 cubit lager staan dan wordt de vierde drukontlastingskamer (Lady Arbitnot’s chamber) eenzelfde aantal cubit hoger waardoor deze als een echte kamer mag beschouwd worden die bovendien een vloeroppervlakte heeft van zo’n 24 x 16 cubit. Het middelpunt van de piramide ligt op dezelfde hoogte, op een afstand van 13 cubit achter de westelijke wand van die kamer en op 14 cubit van het midden van de doorgang naar de koningskamer (de middellijnen van de opgaande- en de afdalende gang alsook van de grote galerij liggen 14 cubit ten westen van het loodvlak dat door de top alsook door het middelpunt van de piramide gaat).
Foto’s tussenkamers http://www.hunkler.com/pyramids/pyramid_tour.html
Zie vooral de vloer van de vierde tussenkamer ‘Lady Arbutnot’s chamber”
Op bovenstaande link kunt u een foto terugvinden van de “vloer” in de vierde tussenkamer (Lady Arbutnot’s chamber). Het oppervlak van die vloer is zeer onregelmatig en er zijn zelfs groeven uitgehakt in de granietbalken, in de andere tussenkamers zijn deze groeven niet aanwezig. Mogelijk zaten die granietbalken iets lager en lag er origineel nog een houten vloer bovenop waardoor een perfect vlak werd verkregen dat op gelijke hoogte kwam met de drempel van die geheime doorgang. Uiteraard diende deze eventuele houten vloer verwijderd te worden eer de koningskamer naar omhoog kon geduwd worden om de geheime doorgang af te sluiten.

Een geheime doorgang naar het middelpunt?
We zijn er steeds van uitgegaan dat de echt geheime kamers beginnen in het middelpunt van de piramide, de meest logische verklaring zou er kunnen in bestaan dat er een verborgen gang bestaat die vanuit de vierde tussenkamer recht naar het middelpunt leidt. Deze doorgang mag gerust als een vrij ruime gang beschouwd worden met een breedte van 4 cubit en zelfs meer, ook de hoogte zal wellicht al veel comfortabeler zijn dan de tot nu toe gekende schachten en kan makkelijk 5 tot zelfs 6 cubit bedragen. Een hoogte van 6 cubit is zo ongeveer het maximum aan hoogte dat nog kon worden verborgen door die verticale verplaatsing van 6,17 cubit van de koningskamer.
De nu gekende ingang van de piramide.
De nu gekende ingang van de piramide moet indertijd vast onzichtbaar geweest zijn maar werd wellicht met opzet toch niet zo goed verborgen zodat die ooit toch eens zou gevonden worden. Een van de mantelstenen aan de buitenkant van de piramide was waarschijnlijk een valdeur die er aan de buitenkant identiek moet hebben uitgezien als alle andere mantelstenen. Die ene deur vinden tussen de duizenden andere mantelstenen was zeker niet evident, temeer deze niet exact onder de top van de piramide was gelegen. Toch zou iemand op een mooie dag die valdeur ontdekken en er in slagen de piramide binnen te dringen. Die valdeur was waarschijnlijk de enige hindernis, eens die werd opengeklapt kon men wellicht via de afdalende gang tot helemaal beneden in de onderaardse kamer komen. We hebben eerder gesproken over een granietplaat die de afdalende gang bovenaan helemaal waterdicht afsloot. De piramidebouwers hebben, nadat de koningskamer in zijn hoogste stand was geduwd, de piramide vast nog betreden om bepaalde delen te camoufleren en om herstellingen uit te voeren. We veronderstellen dat die granietplaat na deze laatste werken werd teruggeplaatst door die arbeiders en op een later tijdstip, door de eerste indringers, in stukken werd gehakt. Dat maakt hier eigenlijk niet zo veel uit, eens men de valdeur had gevonden kon men vrij makkelijk via de afdalende gang de ondergrondse kamer betreden.
In de eerste jaren na het sluiten van de piramide hebben er wellicht bewakers op toegezien dat rovers geen kans kregen de piramide binnen te dringen. Jaren later, toen er geen bewaking meer was zal men vast op zoek gegaan zijn naar de ingang waarvan de exacte locatie op dat moment wellicht al vergeten was. Uiteindelijk werd die valdeur dan toch ontdekt en was het slechts een kwestie van tijd voor men die ook open kreeg. Zonder veel hindernissen kon men afdalen tot in de ondergrondse kamer, al moet gezegd dat er moed voor nodig was om zo diep af te dalen in een zeer lange, onbekende en donkere schacht. Eens beneden heeft men naar alle waarschijnlijkheid niets gevonden of hoogstens enkele kleine restanten om de indringers te overtuigen dat ze niet de eersten waren en dat alles reeds leeggeroofd was. Die overtuiging is vele eeuwen blijven overheersen, in feite denkt de grote meerderheid er nog steeds zo over.
Omstreeks het begin van de Christelijke jaartelling beschreef de Grieks-Romeinse geograaf Strabo in zijn Geographica de ingang van de piramide als volgt: “Iets omhoog aan één kant bevat de piramide een steen die kan worden weggehaald en zo een hellende doorgang naar de fundamenten laat zien. Strabo geeft een duidelijke beschrijving van de afdalende gang en de grote onderaardse kamer waarop deze uitkwam. Ook werd er graffiti uit de tijd van de Romeinse bezetting van Egypte aangetroffen, een bevestiging van regelmatig bezoek. In de opgaande gang, de grote galerij en in de koningskamer is er echter geen enkel spoor te vinden van dergelijke graffiti. Dit doet vermoeden dat de opgaande gang, de grote galerij en de koningskamer ten tijde van Strabo nog niet ontdekt waren, zo niet had hij deze zeker uitvoerig beschreven.

Een nis met daarachter de bronnenschacht.
Foto Edgar Brothers [1]
Bijna helemaal beneden in de afdalende gang, bestaat er nog een andere schacht (de zogenaamde bronnenschacht) die van daaruit vrijwel vertikaal door de natuurlijke rotsbodem gaat, in de grot passeert en uiteindelijk helemaal beneden in de grote galerij uitmondt. Deze schacht zat origineel in de afdalende gang verborgen achter een groot steenblok. Ook deze schacht was nog niet gekend ten tijde van Strabo, het zou duren tot in de 19é eeuw eer die werd ontdekt.
Zelfs het weinige van het inwendige van de piramide dat ten tijde van Strabo bekend was raakte in de daaropvolgende eeuwen opnieuw in de vergetelheid. Ten tijde van Machmoen, omstreeks 820 na Chr., was er al niets meer geweten over de ingang en de afdalende gang.
Het feit dat men de locatie van de ingang niet meer kende was dan ook de reden waarom kalief El Machmoen een manshoge tunnel liet hakken dwars door de kern van de piramide.

De tunnel gehakt door de werklui van Machmoen - Picture Jon Bodsworth [1]

Nog verder in Machmoen's tunnel, de trap naar de opgaande gang. - Picture Jon Bodsworth [1]

De tunnel van Machmoen komt uit op de granietpluggen in het begin
van de opgaande gang. Onderaan op de foto is de put te zien
die naar de afdalende gang leidt. Foto Edgar Brothers [1]
Die tunnel mondt uit aan het begin van de opgaande gang waar de granietpluggen zitten. Door het breekwerk van Machmoen’s arbeiders is er op die plaats zeer veel beschadigd en kan er nooit meer achterhaald worden hoe het er daar exact heeft uitgezien.

Trapje vanaf Machmoen’s tunnel naar beneden, naar de afdalende gang. Picture Jon Bodsworth [1]

Trapje vanaf Machmoen’s tunnel naar boven, naar de opgaande gang. Picture Jon Bodsworth [1]
Hedendaags is er vanaf het einde van Machmoen’s tunnel zowel een trapje naar beneden naar de afdalende gang als een trapje opwaarts naar de opgaande gang. Beiden werden in een recent verleden verder uitgehakt in de tunnel die Machmoen’s arbeiders in de massieve kalkblokken van de piramide hadden uitgehakt, deze treden zijn er om het de moderne bezoeker wat eenvoudiger te maken.
Indien we aannemen dat Machmoen in de negende eeuw na Chr. inderdaad de eerste schatgraver is geweest die de koningskamer heeft bereikt dan heeft hij daar absoluut niets gevonden behalve een lege granieten koffer en wellicht zonder deksel, dit feit moet hem er vast van overtuigd hebben dat iemand anders hem was voor geweest. Dit is nu juist de bedoeling van de hele opzet van de piramide. Nu, zeg maar 12 eeuwen na Machmoen zijn de meesten onder ons er nog steeds ervan overtuigd dat die granieten koffer de sarcofaag is van farao Cheops maar dat de gehele piramide reeds vele eeuwen geleden werd leeggeplunderd. We moeten toegeven dat de ontwerpers van die piramide totaal in hun opzet geslaagd zijn, zo’n 5.000 jaar na de bouw ervan zijn de geheime kamers nog steeds niet ontdekt. Toch waren en zijn er nog steeds wel een paar wetenschappers en/of onderzoeksteams die er een ander idee op nahielden of nog steeds op nahouden, zij blijven zoeken naar eventuele andere ingangen en kamers. We hebben zo het idee dat sommige onderzoekers wel héél dicht bij de oplossing zijn gekomen maar om de een of andere reden heeft dit uiteindelijk toch niet tot de verhoopte resultaten geleid.
De echt geheime, nog steeds verborgen ingang van de piramide.
We hebben nu wel een idee hoe we mogelijks vanuit de vierde tussenkamer tot in het middelpunt van de piramide kunnen komen, hoe we echter van de buitenkant van de piramide tot in die tussenkamer raken is een veel zwaarder vraagstuk. De echte ingang vinden zou normaal gezien veruit het grootste van alle problemen moeten zijn, het leuke hieraan is dat de oplossing wellicht al jaren geleden werd gegeven maar door een kleine foutieve redenering waarschijnlijk nooit tot de echte ontdekking ervan heeft geleid. We schrijven “waarschijnlijk” omdat het evenzeer mogelijk is dat de echte ingang wél al lang gekend is maar dat deze ontdekking niet aan onze neus wordt gehangen.
De nu gekende ingang van Cheops’ piramide doet een zeer slimme constructie vermoeden om de aandacht van de echt geheime ingang af te leiden. Vermoedelijk is het altijd de bedoeling geweest van de piramidebouwers ons zo vlug mogelijk bepaalde delen van de piramide te laten ontdekken om ons op die manier af te leiden van de echt belangrijke plaatsen. Het afleidingsmanoeuvre dat ze bedacht hebben is ronduit geniaal.
Naar onze mening zaten de twee Franse architecten, Jean-Patrice Dormion en Gilles Goidin (het Franse team), in 1986 wel héél dicht bij de oplossing. Volgens hen zit er achter de nu gekende ingang, aan de Noordzijde van de piramide, een geheime passage verborgen die recht naar de grote galerij leidt. Ze hadden het naar we menen correct in verband met het bestaan van een geheime passage maar verkeerd wat betreft de richting ervan.

Hypothese van het Franse team, een geheime passage recht naar de galerij.
Het is echter niet zo duidelijk waar die geheime passage door het Franse team verondersteld werd, op bovenstaande tekening komt die onderaan de grote galerij uit. Het is tevens mogelijk dat het Franse team zich heeft gebaseerd op een eerdere hypothese van Ludwig Borchardt, een Duitse archeoloog die in het begin van de twintigste eeuw actief was.

Een tweede vloer in de grote galerij, naar een idee van Borchardt.
In een poging om de ruw “gehakte” gaten in de balustrade alsook de ruwe langsgroef in beide zijwanden van de grote galerij te verklaren kwam Borchardt in het begin van de 20é eeuw met een idee zoals weergegeven in bovenstaande tekening. Het was een poging om een mogelijke andere locatie te vinden voor de granieten afsluitpluggen omdat die, indien ze onderaan in de grote galerij lagen opgeslagen, de begrafenisstoet van de farao zouden gehinderd hebben. Vanwege de vele gaten in de balustrade werd er zelfs verondersteld dat er origineel niet drie maar wel vijfentwintig of zelfs meer afsluitpluggen waren.

Een geheime passage naar de bovenste helft van de grote galerij.
Het valt niet exact uit te maken maar het zou dus best kunnen dat het Franse team van de geheime passage hebben verondersteld dat die bovenaan in de grote galerij uitkwam, via die houten vloer was de top van de galerij bereikbaar en mogelijks gingen ze ervan uit dat daarachter een geheime kamer zou zitten. Voor zover we weten is het bij veronderstellingen gebleven en werden er in de top van de galerij geen proefboringen uitgevoerd.
In 1987 is het team van de Waseda Universiteit op het toneel verschenen, zij hebben de piramide vrijwel helemaal “doorgelicht” en blijkbaar hebben ze, ter controle, vrijwel alle metingen van het Franse team overgedaan. Wat betreft die geheime passage waren hun metingen negatief, er was hoegenaamd niets wat kon wijzen op een passage.

De peiling zoals uitgevoerd door het team van de Waseda universiteit.
Tekening Waseda team. [2]
Het Waseda team heeft een zendantenne opgesteld onderaan de grote galerij en een ontvangstantenne op zeven verschillende locaties aan de ingang van de piramide. We hebben hun verslag van de metingen zo goed mogelijk naar het Nederlands trachten te vertalen:
[2] Sakuji Yoshimura (Egyptian Archaeology in het Waseda team) punt 7 pagina 51:
Tussen de noordelijke ingang en de noordelijke muur van de grote galerij.
[Citaat] Tijdens het gehele onderzoek werd voor het eerst gebruik gemaakt van een transmissiemethode om de omgeving tussen de noordelijke ingang van de piramide en de noordelijke muur van de grote galerij te observeren. Volgens een hypothese van het Franse team bestaat er een verborgen passage die vertrekt van de noordelijke ingang van de piramide die direct leidt naar de grote galerij. De afstand tussen beiden is ongeveer 50 meter. Indien er werkelijk een holle ruime (passage) bestaat dan zouden de 80 Mhz (MegaHertz) elektromagnetische golven, die tijdens de metingen toegepast werden, er moeten doorgaan [door de holle ruimten van die passage]. We hebben zendantennes opgesteld onderaan in de grote galerij en ontvangstantennes in de omgeving van de dakstenen (cape stones). Er werden metingen uitgevoerd op zeven verschillende punten, er werd echter op geen enkel punt een penetratie van elektromagnetische golven vastgesteld. Niettegenstaande de meetpunten die we hadden geselecteerd mogelijks niet aan beide einden van de veronderstelde passage waren gelegen, toch bedekten de metingen vanaf die zeven punten vrijwel alle locaties waar de passage verondersteld wordt omdat de golven werden verspreid over een hoek van 30°. Om die reden zijn de resultaten vrij negatief in verband met het bestaan van de passage zoals verondersteld wordt door het Franse team. Niettemin, omdat dit het eerste onderzoek was waarbij gebruikt werd gemaakt van een transmissie methode willen we geen haastige conclusies trekken. We gaan op deze locatie opnieuw metingen uitvoeren tijdens ons volgend onderzoek. [einde citaat]
We denken dat de metingen van het Waseda team correct zijn, dit om de simpele reden dat de verborgen passage veel hoger zit. Waar zij hebben gemeten zit inderdaad niets anders dan massieve kalkblokken van de grote monoliet of van de massieve kern van de piramide. Toch denken we dat daar wel degelijk een verborgen passage zit, maar dan wel een heel stuk hoger.

De werkelijke locatie van de verborgen passage?
Bovenstaande tekening toont, naar we denken, de uitersten waar die verborgen passage zich kan bevinden, beide voorbeelden lopen eveneens onder een hoek van 26° net zoals de grote galerij maar het kan uiteraard ook anders. We verwachten dat er in die passage treden zitten om op een gemakkelijke manier boven te komen. Omdat die hoek van 26° overheerst in de piramide verwachten we eigenlijk voor deze passage eenzelfde hellingshoek. Indien er zich inderdaad een grote monoliet bevindt onder de grote galerij dan was het vast nodig, vanwege de waterdruk, om een dikke laag stenen te voorzien omheen die monoliet. Om die reden is de bovenste passage (in het rood getekend) de meest waarschijnlijke oplossing, dit laat de grootst mogelijke afstand toe tussen de opgaande gang en die verborgen passage. Is dit de correcte oplossing? Weten wij veel, het is nog niet eens zeker dat er daar hoegenaamd een passage bestaat maar het zou wellicht toch de meest logische locatie zijn. De groene pijlen stellen de richtingen voor van de elektromagnetische golven zoals die door de massieve piramide drongen, enkel in het laatste stukje juist vóór de uitgang kunnen die golven door een klein gedeelte holle ruimte van de passage zijn gegaan. Dit was waarschijnlijk veel te veel massieve steen en een veel te kleine open ruimte waardoor de elektromagnetische golven er niet door raakten, het werd in ieder geval toch niet zichtbaar in de meetresultaten van het Waseda team.
In de tekeningen hebben we steeds een statige passage voor ogen gehouden, met een comfortabele breedte tot wel 6 cubit (3 meter) en eenzelfde hoogte. Op deze locatie kan zonder enige moeite de nodige ruimte gevonden worden voor een dergelijkepassage, dit vanaf de ingang van de piramide tot aan de geheime kamers in het middelpunt ervan. De vloer van die passage, onder een helling van zo’n 26° moet vrijwel zeker voorzien zijn van brede treden.
De echte ingang van de piramide.
We hebben zowat alle gangen en kamers in de piramide besproken waaruit is gebleken dat alle onderdelen, tot zelfs de kleinste details als één passend geheel konden omschreven worden. Hebben we werkelijk met alle schachten rekening gehouden?

De modelpiramide, uitgehakt in het rotsplateau. Picture Jon Bodsworth [1]
Ja en neen, alle schachten in het inwendige van de piramide zijn wel aan bod gekomen maar de piramidebouwers hebben echter, op een kleine afstand van de echte piramide, een maquette op ware grootte uitgehakt in het rotsplateau van het punt waar de opgaande en de afdalende gang samenkomen en waarin nog een extra schacht werd uitgehakt.

De vorm van de modelpiramide, uitgehakt in de rotsbodem. Tekening Petrie [3]

De modelpiramide, uitgehakt in de rots een weinig oostwaarts van de echte.
Verklaring bij bovenstaande tekening: 1. De afdalende gang. – 2. De opgaande gang. – 3. Op dit punt wordt de opgaande gang nauwer om de granietpluggen tegen te houden. – 4. Het onderste gedeelte van de grote galerij. – 5. De richels in de grote galerij. – 6. De brug onderaan de grote galerij. – 7. Het begin van de horizontale gang naar de koninginnekamer. – 8. Een verticale schacht.
Enkele details die te zien zijn in de modelpiramide werden niet toegepast in de piramide zelf, zo is er geen vernauwing van de afdalende schacht in het punt A en ook van de verticale schacht (8) is er valt er niets te bespeuren.

Zit de schacht 8 verborgen achter de granietpluggen?
Hoe zit het nu werkelijk met die schacht (8)? Gezien het feit dat die in de echte piramide niet is te vinden werd het plan wellicht gewijzigd. We gaan er alleszins van uit dat die echt bestaat maar dat die uitkomt in de opgaande gang achter de granietpluggen, dit verandert niets aan de werking ervan maar had wel het voordeel dat die schacht achteraf niet hoefde verborgen te worden omdat die automatisch onzichtbaar werd vanaf het moment dat de granietpluggen op hun plaats waren geschoven.
Er werd reeds in eerdere hoofdstukken uitgelegd dat de lucht kon ontsnappen via de opgaande gang en dat nadien ook het water langs dezelfde weg tot bovenaan in de piramide kon komen. Ook langs die verticale schacht (8) kon lucht ontsnappen, bovendien kon er ook water in stromen. Het is dus ondenkbaar dat die kleine schacht ergens in de geheime kamers zou uitkomen, die dienden absoluut droog gehouden te worden. Vermoedelijk was het de bedoeling via die schacht waterdruk toe te passen op een steenblok waarmee de echte ingang automatisch afgesloten werd.
De opzet voor de constructie van de ingang bestond erin het niet te moeilijk te maken om die ingang te ontdekken maar ten volle de indruk te wekken dat de afdalende gang en de onderaardse kamer datgene was wat men wou verbergen. Dagelijks staan wellicht honderden bezoekers aan de ingang van de piramide zonder het te beseffen dat diezelfde locatie wel eens de echt geheime ingang zou kunnen verbergen. Geniaal, ronduit geniaal van de piramidebouwers. Het heeft waarschijnlijk geduurd tot in 1986, toen het Franse team daar voor het eerst melding van maakte, eer er een vermoeden rees van een tweede, echt geheime, ingang. Dit wil daarom nog niet zeggen dat het bestaan van die passage reeds werd bevestigd.
 
De ingang in de noordzijde van Cheops’ piramide. Zit hier nog een andere passage verborgen?
Zeker al ten tijde van Strabo, aan het begin van de Christelijke jaartelling, was de ingang van de piramide reeds gekend, reeds vele eeuwen is vrijwel iedereen ervan overtuigd dat de afdalende gang datgene is wat de bouwers hier verborgen wilden houden. Toch zijn er aan de ingang enkele heel opmerkelijke details waar te nemen die iets anders doen vermoeden. Allereerst valt het op dat de ingang veel te groot lijkt voor een kleine schacht van amper 1 vierkante meter (2 bij 2 cubit), bovendien lijken die enorme monolieten boven de afdalende gang totaal overbodig. De schuin aangelegde dakplaten bestaan dan weer uit kalksteenblokken met een dikte van 2,5 meter en een breedte van ruim 3,5 meter (5 bij 7 cubit?). Op het eerste zicht was dit nergens voor nodig, zeker niet voor die schacht van 2 bij 2 cubit.

De kelderlaag waarop de afdalende gang werd gebouwd - tekening Charles Piazzi Smyth (1819-1900). [1]
Bovendien is er nog de vloerlaag, ook bekend als de kelderlaag, die heeft een dikte van 75 centimeter en een breedte van niet minder dan 10 meter. Ook de vloerlaag werd dus op het eerste zicht overdreven breed en veel te sterk gemaakt … tenzij daarop ooit veel grotere blokken werden verschoven.

Tandvormige steenblokken. Picture Jon Bodsworth [1]
Nog een opmerkelijk detail is dat er boven het gat van de afdalende gang er een paar grote steenblokken zitten die met tanden en groeven in mekaar grijpen. Meestal wordt hiervan beweerd dat dit alleen maar een symbolische betekenis kan gehad hebben. Zuiver technisch bekeken ziet deze constructie er echter uit als een verbinding die eigenlijk thuis hoort in de houtbewerking. Het is een ideale constructie om twee delen (hout) exact te positioneren en eventueel te vast te lijmen, daarom worden dit meestal verlijmgroeven genoemd.

Een houtverbinding met tand en groef.

Een ideale verbinding om (houten) delen exact te positioneren.
Toegepast op de piramide zou dit wel eens kunnen betekenen dat deze steenblokken, met tanden en groeven, hebben gediend om een groot steenblok te positioneren terwijl het op zijn definitieve plaats werd geschoven.

Zit er nog een geheime passage verborgen achter die enorme monolieten?
Uit bovenstaande tekening wordt het vrij duidelijk dat er best nog een geheime passage kan verscholen zitten achter de enorme monolieten aan de ingang van de piramide. Een passage van 6 bij 6 cubit past met alle gemak in de ruimte onder het puntdak, alleen is het niet zo eenvoudig te achterhalen op welke hoogte die passage zou kunnen zitten.

Een verborgen passage die tot boven de koningskamer leidt?
Er zou nog ergens een passage kunnen zitten boven de grote galerij (en de grote monoliet). De afstand moest zo groot mogelijk gehouden worden tussen de grote monoliet en die passage (mauve pijl), vanwege de aanwezige waterdruk was een dikke laag kalksteenblokken omheen de grote monoliet uiteraard een vereiste. Die verborgen passage komt meer dan waarschijnlijk naar buiten op dezelfde plaats als de afdalende gang, mogelijks zit de echte ingang (passage) iets hoger achter die enorme monolieten verborgen.

Werd die passage ook automatisch afgesloten met waterdruk?
Het is mogelijk dat die verborgen passage automatisch werd afgesloten door de aanwezige waterdruk. Of het steenblok nu horizontaal is verschoven of schuin naar omhoog werd geduwd valt hier onmogelijk uit te maken, dit is echter van ondergeschikt belang. Het principe waar we aan vasthouden is dat er door de aanwezige waterdruk een groot steenblok in de ingang werd geduwd waardoor de passage, die tot boven de koningskamer leidt, afgesloten werd en totaal onzichtbaar is geworden.
Indien we nogmaals een bovenaanzicht van de koningskamer en de daarboven liggende granietlagen nemen dan kunnen we daar die verborgen passage aan toevoegen.

Twee theoretische mogelijkheden voor een eerste kamer.
De verborgen passage vetrekkend vanaf de ingang van de piramide hebben we verondersteld op een comfortabele breedte en een gelijke hoogte van 6 cubit, deze passage werd op deze tekening in het groen weergegeven. Deze gang begint exact in de hoek van het vloervlak dat wordt gevormd door de laag granietbalken van de vierde tussenkamer, we hebben aangenomen dat de afmetingen ervan 16 bij 24 cubit bedragen. De tekening laat bovendien twee theoretische mogelijkheden zien van een gang naar het middelpunt van de piramide (mauve), we nemen aan dat die gang toch op een kamer moet uitgeven. Omdat de ontwerpers van de piramide overduidelijk een grote voorkeur hadden voor symmetrie werd in beide voorbeelden zoveel mogelijk de symmetrie van de kamers bewaard. In beide voorbeelden ligt het middelpunt van de piramide perfect in het midden van de kamer, in het voorbeeld A zijn beide passages niet symmetrische ten opzichte van het vloervlak (boven de koningskamer) waar dit in het voorbeeld B wel het geval is. Alles wel beschouwd zouden we dus eerder een situatie moeten verwachten zoals in voorbeeld B, het enige grote nadeel hier is dat er slechts 4 cubit (2 meter) muur zit tussen de passage (groen) en de kamer in het middelpunt (mauve).
De werkelijkheid,….. die zal er wellicht nog anders uitzien.
Is het mysterie van de grote piramide nu opgelost? Wel, we moeten nog wel enkele details verduidelijken maar denken toch dat het vraagstuk voor een groot gedeelte is uitgeklaard. Alle tekeningen zijn louter theoretische benaderingen en stellen wellicht niet de correcte constructie voor, laat ons hopen dat deze hypothese mag leiden naar een echte oplossing in de piramide van Cheops zelf. Direct onder die tand- en groefverbinding moet de ideale locatie zijn om enkele proefboringen uit te voeren om die eventuele verborgen passage te ontdekken, de vraag blijft echter door hoeveel meter steen men moet boren eer men in de passage zou uitkomen. Voorafgaande nieuwe peilingen uitvoeren zou wellicht een betere oplossing zijn. Het Waseda team heeft in zijn verslag vermeld dat ze zouden terugkeren naar de piramiden om nogmaals, met nog betere apparatuur, de interessantste delen van Cheops’ piramide te onderzoeken. In de lente van 1996 hebben zij weliswaar nieuwe onderzoeken uitgevoerd in Dahshur maar hebben ze blijkbaar geen verder onderzoek meer verricht in de piramide van Cheops, we hebben er tot op heden toch niets over vernomen. Laat ons hopen dat er toch ooit iemand het onderzoek zal verder zetten, zo niet moeten we wellicht nog vele eeuwen wachten totdat de stenen vanzelf naar beneden donderen en de ingang zichtbaar wordt.
________________________________________________________________
Verwijzingen bij hoofdstuk 33.
[1] - Website van Jon Bodsworth
Jon’s eigen foto’s van de piramiden en omgeving.
Foto’s uit het boek van John & Morton Edgar (1910).
Tekeningen uit de boeken van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
http://www.egyptarchive.co.uk/index.htm
[2] - Waseda University Tokyo Japan.
Studies in Egyptian Culture N° 6
Non-Destructive Pyramid Investigation
by Electromagnetic Wave Method 1 - 1987.
Studies in Egyptian Culture N° 8
Non-Destructive Pyramid Investigation
by Electromagnetic Wave Method 2 - 1988.
Website: http://www.waseda.jp/top/index-e.html
[3] - W.M. Flinders Petrie
The Pyramids and Temples of Gizeh - 1883.
http://nl.wikipedia.org/wiki/William_Flinders_Petrie
Dit boek kan online geraadpleegd worden op onderstaande link.
http://www.ronaldbirdsall.com/gizeh/index.htm
|