Logo koninginnekamer
 


Een Zoektocht Naar De Oudste Beschavingen.


 
WWW.DJEDFORCE.NET
 
  Home
 

28 – De koninginnekamer.

De koninginnekamer in de piramide van Cheops, de zandbak van de farao?

Eerste versie 27 juni 2009.
Herwerkt 30 juni 2010.

Laat ons eens de plattegrond van de koninginnekamer beschouwen.

 

Plattegrond koninginnekamer
Plattegrond van de Koninginnekamer.

 

De middellijn van zowel de opgaande als de afdalende gang, alsook van de horizontale passage naar de koninginnekamer, liggen in één loodvlak dat niet door de top van de piramide gaat maar 14 cubit meer oostwaarts zit. De vloer van de koninginnekamer is zeer ruw, volgens Sir Flinders Petrie [1] bestaat de vloer enkel uit de ruwe blokken van de massieve kern maar werden de vloerstenen zelf nooit aangebracht (theorie van de verlaten en niet afgewerkte kamer). Hij had dan ook vrij veel moeite met het opmeten van die kamer omdat de vloer niet geschikt was als basislijn. Niet alle afmetingen die hier worden vermeld zijn exact gelijk aan de waarden die door Petrie werden genoteerd. De reden hiervoor is de tekeningen eenvoudig te houden, deze maten zijn wellicht de weergave zoals de bouwers het hebben bedoeld.


Afmetingen
De afmetingen van de koninginnekamer.

 

De koninginnekamer meet 10 cubit (5,24 m) in de breedte en 11 cubit (5,76 m) in de lengte, de hoogte van de zijwanden is 9 cubit. Het puntdak maakt een hoek van 30° waardoor de nok op een hoogte van 11,88 cubit zit. De noklijn van het dak ligt in het loodvlak dat van oost naar west door de top van de piramide gaat en de kamer exact doormidden deelt.

Wat het meest opvalt in die kamer is de nis in de oostelijke wand, deze bevindt zich niet in het midden van de muur en dus ook niet exact onder de nok. De middellijn van de nis zit 1,25 cubit uit het center, meer naar het zuiden toe. De diepte was origineel 2 cubit en aan de voet bedraagt de breedte 3 cubit. Aan de top, op een hoogte van ong. 9 cubit, bedraagt de breedte nog slechts 1 cubit.


Afmetingen Nis
De nis in de koninginnekamer.

Home

Bovenstaande is een detailtekening, de nis wordt steeds smaller en de vernauwingen volgen de horizontale voegen van de steenlagen in de muur. De vermelde afmetingen zijn slechts een benadering omdat de kalksteenblokken in de muren nogal onregelmatig zijn. Zoals Sir Flinders Petrie het stelde werd er veel meer aandacht geschonken aan het perfect afdichten  (!!) van de voegen dan aan de afmetingen van de steenlagen.

Voor het eigenlijke doel van die nis werd, voor zover ons bekend, tot op heden nog geen afdoende verklaring gegeven. Volgens Edwards [2] “was deze vermoedelijk ontworpen voor een beeld van de koning, maar misschien is dit er nooit in geplaatst”.
Wijzelf blijven erbij dat alle tot nu toe gekende kamers en schachten zuiver technische ruimten zijn en van een beeld kan er naar onze mening hoegenaamd geen sprake zijn. Maar, wat was dan wel het doel van deze nis?


Kwartszand
De koninginnekamer, met inbegrip van de gedetecteerde schachten.

 

Naast de zichtbare horizontale gang werd er ook nog een verborgen gang gedetecteerd (Waseda University 1987 [3]) alsook een schacht die gevuld is met kwartszand (het Franse team 1986). We zijn van de veronderstelling uitgegaan dat die schacht met het kwartszand een breedte heeft van 2 cubit, dan blijft er aan weerzijden nog 2,5 cubit over voor de muren ertussen. We begrijpen Erich von Däniken [4] niet als hij schrijft dat het Franse team “door de 2,5 meter dikke wanden boorde” en daarachter kwartszand vonden. Zou het kunnen dat hij 2,5 cubit bedoelde? In ieder geval vinden we hier niet de nodige ruimte om aan weerszijden van de schacht een muur van 2,5 meter (5 cubit) te voorzien. Met beide gangen, de kleinere verticale schacht en de muren ertussen komen we theoretisch aan 11 cubit. Dit komt overeen met de lengte van de kamer en kan al een eerste aanwijzing zijn waarom die kamer nu juist zo lang moest zijn.

 

De Hoge Stoep
De grote galerij met de hoge stoep, de voorkamer en de koningskamer.

 

Beschouwen we het hogere gedeelte van de piramide dan vinden we daar de grote galerij terug met helemaal bovenaan de hoge stoep, daarachter zit de voorkamer en de koningskamer met hun vloer op (ongeveer) dezelfde hoogte als het bovenvlak van de hoge stoep (op een hoogte van ongeveer 43 meter). Onze interesse gaat vooral uit naar die hoge stoep helemaal bovenaan de grote galerij. In het voorgaande hoofdstuk hadden we terloops vernoemd dat deze origineel nog hoger stond en de ingang naar de voorkamer helemaal (waterdicht) afsloot. We moeten uiteraard trachten aan te tonen hoe dit kon.

Home

De vorm van de hoge stoep bovenaan de grote galerij.


Foto Hoge Stoep
De hoge stoep bovenaan de grote galerij, zeer zwaar beschadigd.
Daarachter de ingang naar de antechamber en de koningskamer.
Foto John & Morton Edgar (Edgar Brothers) - 1910
Zie ook website van Jon Bodsworth [5]


De verhoogde drempel
Foto genomen vanuit de voorkamer in de richting van de grote galerij.
De verhoogde drempel in de voorkamer, daarachter de hoge stoep in de grote galerij.
De granieten valdeur hangt boven de verhoogde granieten drempel,
links naast de drempel is een gootje te zien. 
Foto van Jon Bodsworth - zie ook zijn website [5]

 

Uit bovenstaande foto (en andere gelijkaardige foto’s) zou men makkelijk kunnen besluiten dat de hoge stoep in de grote galerij nog verder doorloopt in de voorkamer (antechamber) en dat die stoep T-vormig is.


T vormige hoge stoep
Is de hoge stoep T-vormig?

Home

Door enigszins tegenstrijdige en/of onvolledige gegevens hebben we lang verondersteld dat de hoge stoep inderdaad T-vormig is. Deze T- vorm leek ons logisch, het zou daarmee makkelijk geweest zijn om de ingang naar de antichambre waterdicht af te sluiten.

 

Afmetingen Antechamber
Afmetingen van de voorkamer volgens Sir Flinders Petrie. [1]

 

In bovenstaande tabel staat dat de hoge stoep begint op 0,4 inch voorbij (ten zuiden van) het centrum (loodvlak door de top) van de piramide, met die 0,4 inch houden we geen rekening.

Vertrekkend van de hoek van de hoge stoep, die wij dus als het nulpunt gaan beschouwen, zou volgens Petrie de eerste voeg in de vloer op een afstand van 126,6 inch (6+1/7 cubit) zuidwaarts liggen (joint, granite begins). Dit is al een heel stuk in de voorkamer zelf, in feite is dit reeds tot aan de 1é voeg van de granieten verhoogde drempel. De hoge stoep zelf zou een “diepte” hebben (van de rand van die stoep tot aan de zuidelijke muur van de grote galerij) van 61,7 inch (3 cubit) (South wall of Gallery) en gezien Sir Flinders Petrie vermeldt dat de eerste voeg in de vloer op 126,6 inch zou men er dus kunnen van uitgaan dat die hoge stoep inderdaad T-vormig is, dat die nog 3+1/7 cubit verder doorloopt in de lage doorgang naar de antechamber.

Dit is echter niet correct omdat daar meer dan waarschijnlijk twee kalksteenblokken na mekaar zitten. Het eerste blok is de hoge stoep zelf en het tweede kalksteenblok vormt de vloer in de lage doorgang naar de voorkamer, dit blok zit tussen de hoge stoep in de grote galerij en de granieten verhoogde drempel verderop in de antechamber.

We hebben enkele tekeningen gevonden waaruit moet blijken dat de hoge drempel geen T- vorm heeft maar eerder balkvormig is.

 

Voeg in de Vloer
Een voeg in de vloer. Tekening Piazzi Smyth.
Zie ook website van Jon Bodsworth [5]

 

Op bovenstaande tekening van Piazzi Smyth, iets voorbij de zuidelijke muur van de grote galerij, staat er duidelijk een voeg in de vloer aangegeven. Dit komt er dus op neer dat er twee kalksteenblokken achter mekaar zitten, het eerste is de (balkvormige) hoge stoep bovenaan de grote galerij en het tweede vormt de vloer in de lage passage tussen de grote galerij en de antechamber.   

Maar, ook op deze tekening staat een fout omdat de stoep en het bovenste stuk van de balustrade in de grote galerij als één geheel werd getekend. Uit de omschrijving gegeven door Petrie blijkt echter heel duidelijk dat er tussen de stoep en de balustrade een opening zit (0,3 inch aan de oostkant en 0,44 inch aan de westkant).

 

Tekst van Petrie

Home

Extra voeg in de vloer?
Een extra voeg in de vloer op Petrie’s tekening. [1]

 
Zelfs op Petrie’s eigen tekening is een extra voeg terug te vinden. Dit zou er dus op wijzen dat er wel degelijk twee blokken kalksteen na elkaar zitten.

 

Afmetingen in inch
In de tabel uit Petrie’s boek zijn geen gegevens terug te vinden ivm de eerste voeg.
Tekening door Petrie, afmetingen in inch zoals hij zelf heeft genoteerd. [1]

 

Bovenstaande tekening werd op de correcte schaal geïmporteerd in Autocad© en daarop werden alle afmetingen overgebracht zoals Petrie die genoteerd heeft in zijn boek. Hij geeft wel de afstand vanaf de hoek van de hoge stoep tot tegen de zuidelijke muur van de grote galerij (deze bedraagt 61,7 inch = 156,7 cm = 3 cubit) maar maakt echter geen melding dat er op die afstand ook een voeg in de vloer zit, dit niettegenstaande hij op zijn tekening wel degelijk een vloerlijn heeft geplaatst.

     
Afmetingen in cubit
De afmetingen, in cubit, van de vloerdelen afzonderlijk.
(3,43 = 3+3/7) ---- (4,14 = 4+1/7) ---- (2,28 = 2+2/7) ---- (3,14 = 3+1/7)  

Home

Foto hoge stoep
Ook op deze foto lijkt het erop dat de hoge stoep T-vormig is
en nog verder doorloopt in de lage doorgang,
pas als men deze foto gaat uitzoomen begint men vaag een voeg te zien. 
Foto van Jon Bodsworth - zie ook zijn website [5]

 

Alles wel beschouwd gaan we aannemen aan dat de hoge stoep een “diepte” heeft van ongeveer 3 cubit en dat die balkvormig is. Daarachter zit een tweede kalksteenblok met een lengte van exact 3 cubit.

 

Hoge stoep nog hoger?
De hoge stoep bovenaan de grote galerij exact boven de nis?

 

Het valt op dat die nis juist onder de hoge drempel zit, daarbij mogen we ons niet laten afleiden door het grote hoogteverschil (ong. 30 cubit).

Home

Op zoek naar ¼ cubit!


Indien we beide niveaus van de piramide in bovenaanzicht tekenen krijgen we onderstaand resultaat.

 

Bovenaanzicht
De hoge stoep en de nis in de koninginnekamer juist onder elkaar?

 

De voorzijde van de hoge stoep begint juist in het midden van de piramide. De noklijn van het dak van de koninginnekamer ligt eveneens in het loodvlak dat door de top van de piramide gaat, dat vlak deelt de piramide van noord naar zuid precies doormidden. De nis echter zit 1¼ (1,25) cubit uit het center, meer naar het zuiden toe. In deze gegevens moet het antwoord verborgen zitten waarom die nis er nodig was en waarom die nu exact 1¼ cubit diende verschoven te zitten.

 

Detailtekening
Detail van de hoge stoep en de nis in de koninginnekamer.

 

In de noord–zuid richting zitten de middellijnen van de hoge stoep en van de nis ¼ (0,25) cubit verschoven ten opzichte van elkaar. Zo’n drukte om een verschil van amper 13 cm op een piramide met een zijde van 230 meter! Is dit wel nodig? Misschien niet, maar aan de andere kant was het blijkbaar wél nodig de nis 1¼ uit het center te verschuiven, waarom geen rond getal als bijv. 1 of 2 cubit?

 

De koninginnekamer
De nis, niet in het midden van de oostelijke wand maar 1¼ cubit uit het center.

Home

Er is nog een opmerkelijk feit aan die nis, of beter gezegd in de vloer juist er vóór. Meestal werd in het verleden enkel de nis grondig bestudeerd maar de vloer werd er niet direct in verband mee gebracht, we zouden er beter aan doen beide samen te beschouwen.

 

Lager gedeelte in de vloer
Een lager gelegen gedeelte in de vloer, juist vóór de nis!

 

In de vloer, juist vóór de nis, zit een lager gelegen gedeelte. Het zou duidelijk moeten worden dat dit gedeelte van de vloer en de nis een gemeenschappelijke factor hebben. Dit stuk vloer en de nis hebben dezelfde breedte, namelijk 3 cubit. In verband met de lengte van dit stuk vloer vóór de nis hebben we geen gegevens teruggevonden. Dit is vrij begrijpelijk, er is wellicht niemand die daar enige betekenis in ziet.

 

Afmetingen
De “put” in de vloer, na restauratie voorzien van tegels.

Home

Op het internet zijn oudere foto’s terug te vinden waar het lager gelegen gedeelte van de vloer vrij duidelijk te zien is. Enkele jaren geleden werd die “put” voorzien van vloertegels waardoor dat stuk nu op gelijke hoogte komt met de rest van de vloer, ook daar zijn er foto’s van terug te vinden op het net. Op deze laatste is te zien dat er in de nis zelf, met een diepte van 2 cubit, twee rijen tegels liggen en drie in het stuk vloer er vóór. De tegels zien er allen ongeveer even groot uit zodat we mogen aannemen dat het stuk lager gelegen vloer in de koninginnekamer 3 cubit meet. We veronderstellen dat er in die nis iets heeft gezeten dat verder doorliep in de koninginnekamer zelf.

 

De Nis opgevuld met blokken
De nis opgevuld met lange blokken steen?

 

We denken dat de nis origineel helemaal opgevuld was met 5 cubit lange steenblokken, een gedeelte van 2 cubit zat in de nis en de rest van de lengte, 3 cubit, liep verder door in de kamer zelf. In latere tijden heeft men, misschien wel het team van Machmoen, deze stenen weggehakt. Door het feit dat deze lager zaten dan de vloer zelf is daardoor een vierkante afdruk overgebleven. Bovenop die blokken in de nis zaten er waarschijnlijk weer andere stenen opgestapeld tot aan de onderkant van de hoge stoep in de grote galerij.

Hoogte van de kolom
De stoep in de grote galerij stond origineel nog hoger en sloot de ingang volledig af.

 

Die stenen zaten wellicht opgestapeld in een iets grotere schacht en hielden de stoep in de galerij in een hogere positie zodat deze de ingang naar de voorkamer volledig (waterdicht?) afsloot.

 

Bovenaanzicht
Bovenaanzicht op de hoge stoep en de nis eronder.

Home

Alle gangen hebben een breedte van 2 cubit maar de grote galerij echter meet aan de onderzijde 4 cubit en de hoge stoep heeft dezelfde afmeting. Op de tekening hierboven is te zien dat de hoge stoep slechts 3 cubit over de koninginnekamer uitsteekt, de steenblokken dienden dus maximaal 3 cubit uit de nis naar buiten te steken. Dit zou een aanwijzing kunnen zijn waarom de “afdruk” in de vloer niet verder dan 3 cubit de kamer ingaat. De stenen die er bovenop gestapeld werden hadden waarschijnlijk een breedte van 1 cubit, een lengte van 2 à 3 cubit en een hoogte van enkele cubit. Bovendien is op de tekening ook nog te zien dat de nis en hoge stoep over een afstand van ¼ cubit verschoven zitten. In ieder geval moet de hoge stoep, om in evenwicht te staan, juist onder zijn zwaartepunt ondersteund worden.


De Voorkamer
De hoge stoep stond origineel nog hoger en sloot de ingang af.

Home

Balkvormige stoep
Een balk moet juist onder zijn zwaartepunt ondersteund worden. 

 

De hoge stoep heeft een breedte van 3 cubit en indien die de vorm heeft van een balk dan zou hij juist in het midden moeten ondersteund worden om in evenwicht te staan, dit is op een afstand van 1,5 cubit. In werkelijkheid is dit niet het geval, de middellijn van de nis in de koninginnekamer zit “slechts” 1¼ cubit verschoven ten opzichte van het midden van de piramide en dus wordt de hoge stoep ondersteund op diezelfde afstand van 1 ¼ (1,25) cubit.


Afmetingen vloerblokken
 De hoge stoep heeft niet de vorm van een perfecte balk.
Tekening Charles Piazzi Smyth  (1819 – 1900)
Zie ook website van Jon Bodsworth [5]

 

Bovenstaande tekening toont aan dat de hoge stoep een heel klein stukje in de doorgang verder loopt, in de lage passage naar de voorkamer zit een tweede blok kalksteen in de vloer. Deze tekening van Piazzi Smyth is echter niet nauwkeurig genoeg om daarop de afmetingen af te lezen, we baseren ons dus best op de cijfers van Petrie. Volgens hem is de afstand vanaf de rand van de hoge stoep tot de zuidelijk muur exact 3 cubit en de totale lengte van de kalkstenen bedraagt 6+1/7 cubit. De hoge stoep steekt een beetje in de doorgang. We nemen aan dat de afmeting van die hoge stoep daar 3+1/7 cubit bedraagt, het kalkblok dat erachter zit zou dan exact 3 cubit lang zijn.


 

De hoge stoep heeft geen perfecte balkvorm.

Home

Was het grondvlak van de hoge stoep een perfecte rechthoek geweest van 3 bij 4 cubit dan had het zwaartepunt in het midden gezeten op een afstand van 1,5 cubit. Aan de linkerhelft van dit blok zit er een verbreding van 2 cubit en met een dikte van 1/7 cubit, dit maakt de linkerkant nog zwaarder waardoor het zwaartepunt eigenlijk meer naar links zou moeten liggen. Maar, aan de linkerkant zitten eveneens twee gootjes die deze kant dan weer een stuk lichter maken. Die gootjes moeten wellicht vrij diep zijn, veel dieper dan op de tekening werd weergegeven. Waarschijnlijk zit het zwaartepunt daardoor op 1,25 cubit van de rechterkant en precies daar moest de hoge stoep ondersteund worden. De totale hoogte van die stoep kennen we uiteraard niet maar dat maakt hier niet veel uit.

 

Ondersteunen in zwaartepunt
De nis in de koninginnekamer en de hoge stoep in de grote galerij,
voor de duidelijkheid veel dichter bij mekaar geplaatst dan werkelijk het geval is.

 

We denken voldoende te hebben aangetoond dat de hoge stoep in de grote galerij inderdaad veel hoger kan gestaan hebben. Het feit dat het midden van de nis exact onder het zwaartepunt van de stoep zit kan zeker geen toeval zijn.

 

Dak staat open
De dakplaten van de koninginnekamer.

 

Indien er werkelijk kalkstenen stonden opgestapeld bovenop de steenblokken in de nis brengt dit met zich mee dat het dak op dat moment moet hebben open gestaan, toch tenminste één à twee dakplaten moesten verwijderd zijn zo niet had men uiteraard geen blokken kunnen opstapelen tot onder de drempel van de galerij. Al klinkt dit zeer onwaarschijnlijk toch is de constructie van het dak zo slim ontworpen dat het niet zo moeilijk zou geweest zijn om een stuk van het dak open te laten en dit achteraf te sluiten.

 

Afmetingen dakplaten
De dakplaten van de koninginnekamer liggen onder een hoek van 30°,
de halve breedte van de kamer is 5 cubit,
de schuine zijde is gelijk aan 5 cubit/cos 30° = 5,77 cubit
en de opstaande zijde is gelijk aan 5 cubit x tangens 30° = 2,887 cubit.

Home

Onderstaande tekst is hetgeen Petrie in verband met de dakplaten heeft geschreven: 
[1] Petrie: Chapter 7 – section 42 – page 69 : These roof blocks are seen, where Howard Vyse excavated beneath one at the N.W. corner, to go back 121.6 [inch] on slope, behind the wall face; this, coupled with the thickness of these blocks (which is certain, by similar examples elsewhere, to be considerable) throws the centre of gravity of each of the slabs well behind the wall face, so that they could be placed in position without pressing one on another. Hence there is never any arch thrust so long as the blocks are intact; they act solely as cantilevers, with the capability of yielding arched support in case they should be broken.

Benaderende vertaling: Aan die dakplaten is te zien, waar Howard Vyse ze in de NW hoek heeft uitgehakt, dat ze nog 121.6 inch onder dezelfde hoek verder doorlopen achter het muurvlak. Dit, in combinatie met de dikte van deze blokken (wat zeker aanzienlijk was, gezien de soortgelijke voorbeelden elders), gooit het zwaartepunt van elk van de platen ver achter het muurvlak, zodat ze in positie konden geplaatst worden zonder te drukken op een andere [de tegenoverliggende] dakplaat. Vandaar dat er nooit een onderlinge drukkracht wordt uitgeoefend zolang als de blokken intact zijn, die alleen fungeren als ingeklemde balken [cantilever = console = overstekende ligger, aan één kant ingeklemd], met de mogelijkheid dat de dakplaten elkaar ondersteunden in het geval zij doorbraken.

Het zichtbare gedeelte van die dakplaat is theoretisch 5,77 cubit, dit is 3,02 meter of 118,94 inch, de afmetingen die Petrie heeft genoteerd variëren van 118,59 tot 120 inch en benaderen dus vrij sterk de theoretische waarde. Die dakplaten lopen nog 121,6 inch verder achter de voorzijden van de muren, dit komt overeen met een lengte van 3,09 meter of 5,9 cubit.

 

Totale lengte dakplaten
De dakplaten op de koninginnekamer, de dikte ervan is niet bekend.
(op de tekening op 2 cubit genomen).


Volgens Petrie ligt het zwaartepunt achter de voorkant van de muur, dit heeft als gevolg dat iedere dakplaat op de zijwanden rust (of in de zijwanden ingeklemd zit) en geen enkele druk uitoefent op de tegenover liggende dakplaat. Men mag één van de platen zonder meer naar omhoog duwen, het exemplaar dat er recht tegenover ligt zal niet naar beneden vallen. Dat komt goed uit voor ons omdat we van de veronderstelling zijn vertrokken dat er in het begin inderdaad één of twee dakplaten naar omhoog geduwd stonden. Het dak juist boven de nis kan dus open gestaan hebben.

 

Dakplaten ondersteund
Konden enkele dakplaten omhoog geduwd worden?

 

Het is mogelijk dat er een holle ruimte bestaat boven het dak van de koninginnekamer, dit is ook zo bij een grafkamer in de piramide van Mycerinus. Daar is er zelfs een schacht die toegang geeft tot die ruimte erboven. Het zou kunnen dat de dakplaten werden opgehouden met houten balken. Volgens Petrie zijn er (onder andere) in de vloer van de koninginnekamer “diverse grote ronde gaten, blijkbaar bestemd voor gebruik in het proces van de bouw”. We weten niet exact waar deze ronde gaten zich bevinden, de mogelijkheid bestaat dat er enkele op de verwachte plaatsen zitten en gediend hebben om ronde houten palen in te plaatsen om de dakplaten te ondersteunen.

 

Put omheen de nis
Omheen de nis; Geen vloer maar een put gevuld met kwartszand?

Home

We stellen voorop dat er kalkstenen stonden opgestapeld bovenop de grote blokken die in de nis geklemd zaten. Waarom konden die niet gewoonweg op de vloer van de koninginnekamer rusten? Wel, naar alle waarschijnlijkheid was er op die plaats niet eens een vloer, onder de blokken die uit de nis staken zat er wellicht een groot gat dat gevuld was met kwartszand. Hoe groot het was weten we niet, dat gat kan zelfs een verlenging zijn van de schacht naast de horizontale gang.

In vorig hoofdstuk hebben we vermeld dat enkele werkingsfasen automatisch dienden te verlopen toen de piramide vol water stond, dit om de simpele reden dat er geen enkele arbeider de piramide kon betreden om die taken manueel uit te voeren. Het toegepaste principe bleef steeds hetzelfde, water liep via de twee gootjes in een schacht of holte, kwam daar in contact met een kristallijnen samenstelling die oploste. Bepaalde kalkstenen stutbalken werden weggesmolten waardoor er een ander deel in beweging kon komen.

Voorbeeld: De hoge stoep in de grote galerij stond hoger en de gootjes stonden open. Water stroomde langs daar in een lager gelegen holte, kwam daar in contact met die chemische stof die oploste in het water. Deze oplossing smolt de kalkstenen stutbalken weg waardoor deze uit de grote monoliet werden geduwd, deze kwam vrij te staan en schoof naar beneden. Toen deze helemaal beneden stond was zijn taak volbracht. Vanaf nu mochten de gootjes in de hoge stoep terug dichtgaan, de stoep diende omlaag te zakken en meteen ging ook de doorgang naar de voorkamer open.

 

2 paar gootjes
Ook nog 2 paar gootjes in de voorkamer (antechamber).

 

In de voorkamer zijn er ook nog twee paar gootjes. Indien we hetzelfde principe toepassen als voor de hoge stoep dan kunnen we daaruit afleiden dat de vloerstenen van de voorkamer, waarin de gootjes zitten, op een bepaald moment ook hoger stonden en dat ook deze gootjes open waren.

Midden in de voorkamer is er een granieten drempel die een beetje hoger zit dan de rest van de vloer, aan de beide zijkanten van deze drempel zit het eerste paar gootjes van de voorkamer. Waarschijnlijk stond ook deze veel hoger, mogelijks tot gelijk met de onderkant van de granieten valdeur. De gootjes waren open en het water kon langs daar wegstromen naar lager gelegen holtes. We veronderstellen dat ook de doorgang van de voorkamer naar de koningskamer oorspronkelijk dicht was, het stuk vloersteen in die doorgang stond wellicht hoger en sloot de doorgang naar de koningskamer volledig af. Daardoor stond het 2é paar gootjes open en ook hier kon er water doorstromen.

In de gleuven van de zijwanden hebben er volgens onze mening nooit valblokken gestaan om de koningskamer te beveiligen tegen rovers, het waren eerder geleiders voor de vloerblokken in de voorkamer waartussen deze naar beneden schoven. Langs het tweede paar gootjes stroomde water naar een andere holte en smolt daar andere blokken weg waardoor ook dat vloerblok naar omlaag zakte. De vele gootjes en afzonderlijke blokken hadden als doel verschillende fasen in de tijd te kunnen creëren, niet alle blokken mochten gelijktijdig zakken, per fase diende er een welbepaald blok in beweging te treden. Het zou dus bijv. kunnen dat de gootjes in de granieten drempel dienden om er voor te zorgen dat de hoge stoep naar beneden kon zakken, etc. etc. Om specifieke redenen diende bijv. eerst de drempel in de voorkamer naar beneden te zakken en pas nadien mocht bijv. de hoge stoep naar beneden komen.

Er stroomde zuiver water in de voorkamer en kwam het pas in een lager gelegen holte in contact met die “groene kristallen”. De voorkamer is echter zo enorm complex dat we er niet helemaal wijs uit raken, welk blok er nu eerst naar beneden moest zakken weten we niet. We hebben ook al geen exact idee waartoe die halfronde uitsparingen in de verlaagde zijwand van de voorkamer hebben gediend, er zijn dus wel meerdere punten waar we geen antwoord op weten.

 

Water in de gootjes
Water stroomde in het 2é paar gootjes, door de kleine schacht, tot in de koninginnekamer (?).

 

Het water stroomde dus waarschijnlijk door het 1é paar gootjes van de antechamber (in de granieten verhoogde drempel) en kwam ergens in contact met die “groene kristallen”, deze oplossing stroomde over de kalksteenblokken die de hoge stoep ondersteunden, deze smolten weg en de hoge stoep zakte naar beneden. Het water gemengd met de kalkbrij vloeide door de schacht naar beneden tot op de kalkblokken die uit de nis staken, ook deze blokken begonnen af te smelten.

We hebben eerder al vermeld dat de ingang tot de horizontale gang en de koninginnekamer potdicht zat en er geen water kon binnenstromen, de reden zou kunnen geweest zijn dat deze kamer moest dienen als opvangreservoir voor de kalkbrij en de in water opgeloste agressieve mineralen. Die kamer draagt daar tot op heden nog duidelijk de  sporen van, het “zout” heeft zich afgezet op de muren tot een hoogte van 4 à 5 cubit. Het afstapje op het einde van de horizontale gang moest waarschijnlijk verhinderen dat de kalkbrij tot aan het begin van deze gang zou vloeien. De huidige opvatting voor de zeer ruwe vloer is dat er nooit vloertegels zijn aangebracht, wellicht is dit een foute redenering. Hoe lang die smurrie in de koninginnekamer heeft gestaan weten we uiteraard niet maar het is een feit dat het lang genoeg heeft geduurd om de vloer voor een stuk op te lossen en in de put te doen vloeien. Uiteindelijk is de kalkbrij zo hoog komen te staan in die “zandbak” dat het niveau ervan hoger kwam dan de onderkant van kalkblokken in de nis. Toen die werden weggehakt bleef daarvan een afdruk achter in de “vloer”.
De kalkblokken die in de nis zaten waren waarschijnlijk ook al voor het grootste gedeelte weggesmolten. Het geheel moet er hebben uitgezien als één aaneengesmolten blok, misschien leek het wel op een stalagmiet zoals men ziet in grotten. De eersten die de koninginnekamer hebben betreden, waarschijnlijk waren dit de arbeiders van Machmoen, moeten zich vast verbaasd hebben over deze vorm. Het is dan ook niet meer dan logisch dat ze deze steenmassa hebben weggehakt en dat ze zelfs nog meters dieper in de nis zijn doorgedrongen, er vast van overtuigd zijnde dat daarachter schatten verstopt zaten. Dit alles tevergeefs uiteraard, buiten de massieve kern van de piramide is daar hoegenaamd niets te vinden.

 

Een zandbak?
De koninginnekamer, de zandbak van de farao?

Home

Het water met daarin die chemische stoffen diende uiteraard zo vlug mogelijk afgevoerd te worden tot buiten de piramide, daarbij zal het wel van groot belang zijn geweest dat het water door zo weinig mogelijk gangen moest passeren. Die “zandbak” in de koninginnekamer stond wellicht in verbinding met een schacht die direct tot ergens buiten de piramide leidde, dit moet gezien worden als een vereiste voor de goede werking van het mechanisme in d piramide. Waar die tunnel nu juist zit weten we niet, uw idee is zeker zo goed als het onze. Uiteindelijk is heel die minerale oplossing via de zandbak kunnen wegstromen uit de koninginnekamer, de kalkbrij bleef bovenop het kwartszand liggen en verharde tot de ruwe kalkstenen vloer zoals die daar nu nog steeds ligt. De koninginnekamer moet er ooit als een “normale” kamer hebben uitgezien maar door het feit dat de vloer geruime tijd gevuld stond met die vrij agressieve oplossing spreken we nu van “een niet voltooide kamer waarvan we denken dat er zelfs nooit een vloer werd aangebracht”.

 

Afvoerkanaal
Een idee voor een mogelijke afvoertunnel tot buiten de piramide.

 

Van een dergelijke “afvoer” valt er uiteraard geen enkel spoor te bekennen, het blijft dus puur giswerk. De veiligste manier om van dat spul af te komen was dit direct tot buiten de piramide af te voeren en het te lozen in een veel grotere watermassa waardoor het zeer sterk verdund werd. We denken daarbij aan een kanaal, een haven, een meer of aan de Nijl zelf. Het zou dus logisch zijn dat deze schacht ergens aan de oostkant van de piramide zou zitten, waar exact deze vanonder de piramide zou kunnen komen weten we uiteraard niet.

Home

Hoe kon het “zuiver” water terug uit de piramide stromen?


In de ondergrondse kamer is er een put met een diepte van enkele meters (onderzocht tot een diepte van 35 voet = 10,668 meter). Volgens de huidige opvattingen is dit een schacht die niet verder doorloopt, de bouwers van de piramide zouden gestopt zijn met het uithakken van die schacht toen men die kamer had opgegeven en besliste de grafkamer van de farao hogerop in de piramide te construeren. 

Het zal wel al duidelijk geworden zijn dat die schacht een afvoerkanaal kan geweest zijn, die zit nu dicht simpelweg omdat daar toch wat kalkbrij is ingelopen. Wat eens een open schacht is geweest (eventueel met een granieten afsluitklep) ziet er nu uit alsof die nooit dieper werd uitgehakt, in werkelijkheid kan dit een (2é) tunnel geweest zijn die tot buiten de piramide liep en waarlangs het zuiver water terug uit de piramide kon afgevoerd worden. De arbeiders moeten achteraf nog de mogelijkheid gehad hebben om via een tunnel tot onder die verticale schacht te komen om vandaar die granieten afsluitklep omhoog te duwen zodat al het water kon wegstromen. Ze kunnen dit eventueel gedaan hebben vanuit een nog dieper gelegen ruimte onder de gekende onderaardse kamer.  

Herodotos [6] – boek 2 – 124: “In totaal heeft het tien jaar van slavenarbeid geduurd eer het volk de weg had aangelegd waarover de steenblokken konden worden gezeuld, een opgave die in mijn ogen niet onderdeed voor de bouw van de piramide zelf. Het traject is 925 meter lang en achttien breed, terwijl het hoogste punt veertien meter vijftig bedraagt. Het geheel is van gepolijste blokken gemaakt die met figuratieve reliëfs zijn versierd. Dat alleen al kostte, zoals gezegd, tien jaar, inclusief het tot stand brengen van de onderaardse grafkamers in de heuvel waarop de piramiden staan. Deze vertrekken bevinden zich op een eiland dat Cheops kunstmatig heeft gevormd door de Nijl af te takken.”

Dit is een tekst die nog steeds volop ter discussie staat, nog altijd is het niet zeker welke locatie Herodotos hiermee bedoelde. Wel is het zo dat wijzelf een kanaal nodig hebben dat vanuit de piramide vertrekt en naar een groot water gaat, dit zou best wel eens de Nijl zelf kunnen geweest zijn. Herodotos spreekt van het aftakken van de Nijl en dat klinkt uiteraard als muziek in de oren. Het zou hem in dit geval dan moeten gaan om grafkamers die zich onder de piramide zelf bevinden, dit in tegenstelling met de verklaring van Dr. Hawass die eerder de Osiris schacht ziet als kandidaat voor die ondergrondse grafkamers. Maar, Cheops heeft de piramide wellicht laten bouwen voor een hoger doel maar zal er weliswaar toch voor gezorgd hebben dat hij in of onder zijn piramide werd begraven.

 

Waterstand van de Nijl
Waterstanden van de Nijl in 2170 BC en 1866 AD.
Tekening zie website van Jon Bodsworth [5]

 

Grofweg geschat zat de vloer van de ondergrondse kamer omstreeks 2170 BC ongeveer 19 meter boven het laagste waterpijl van de Nijl. Die put in de vloer van de onderaardse kamer gaat nog 10 meter dieper, dit komt er op neer dat de bodem van die put nog steeds zo’n 9 meter boven het waterpeil van de Nijl zit. Herodotus schrijft dat het graf van Cheops zich op een eiland bevond dat gevormd werd door er het Nijlwater (via een tunnel) naartoe te leiden. Dit sluit de mogelijkheid uit dat het de ondergrondse kamer zou kunnen zijn, die ligt te hoog. Om op hetzelfde niveau te komen zou men nog zo’n 9 meter lager moeten zitten dan de bodem van de put. De mogelijkheid bestaat dus dat er onder de ondergrondse kamer nog een tweede bestaat die indertijd op gelijke hoogte zat met het niveau van de Nijl.     

[4] Erich von Däniken (uittreksel uit de Hitat): “Al-Ma’mun heeft de grote piramide opengebroken. Ik [Machmoen] ging naar binnen en vond daar een grote, gewelfde kamer, beneden vierkant maar van boven rond. In het midden bevond zich een vierhoekige bronnenschacht van tien el diep. Als men daarin afdaalt, vindt men aan alle vier de kanten een poort die naar een grote ruimte leidt, waarin de lijken liggen – de zonen van Adam….

Het verhaal wil dat men ten tijde van Al-Ma’mun hier is afgedaald en een gewelfde kamer van geringere grootte heeft gevonden, waarin de beeldzuil van een mens stond, vervaardigd uit groene steen, een soort malachiet. Men bracht dit beeld naar Al-Ma’mun. Het bleek dat het met een deksel was afgesloten. Toen men het deksel opende, ontdekte men in het beeld het lijk van een mens, die een gouden, met allerlei edelstenen versierd pantser droeg. [zie in dit verband ook het hoofdstuk “Cheops Shafts”]. Op zijn borst lag een zwaardkling zonder heft en naast zijn hoofd lag er een rode hyacintsteen, ter grootte van een kippenei, met een heldere vuurrode schittering. De steen hield Ma’mun zelf, maar het godenbeeld waarin men dit lijk had gevonden heb ik [Al Makrizi] in 511 [A.H.] nog naast de poort van het koninklijk paleis bij Misr [Caïro] zien liggen… Ze betraden de middelste kamer en vonden daarin drie lijkbaren, vervaardigd uit transparante, lichtende steen. Daarop lagen drie lichamen, ieder bedekt met drie gewaden, en met naast hun hoofd een boek in een onbekend schrift …. Al Ma’mun beval alles wat in de kamers was gevonden weg te halen. De figuren op de zuilen liet hij echter weer verwijderen, waarop de poorten zich sloten zoals voorheen.” 

Noot bij bovenstaande tekst: De islamitische jaartelling is de jaartelling die begint met het jaar waarin de hidjra of de emigratie van de profeet Mohammed van Mekka naar Medina plaatsvond en komt overeen met 15 juli of 16 juli 622 van de christelijke jaartelling. Het jaar 511 A.H. (Anno Hegirae) in de Islamitische kalender komt overeen met het jaar 1117 of 1118 n.Chr. Zie ook Wikipedia [7]

In de Hitat [4] [8] werd bovenstaande tekst opgenomen die origineel lijkt geschreven te zijn door Machmoen zelf. De beeldzuil kan hij echter niet in de ondergrondse kamer hebben gevonden want deze was reeds eeuwen eerder onderzocht, had daar een beeld gestaan dan had men dit zeker in Strabo’s tijd, of zelfs nog eerder, al uit de piramide gehaald. De vraag is waar het beeld dan wel vandaan kwam. Alhoewel de omschrijving niet helemaal klopt mogen we wellicht aannemen dat het verhaal in eerste instantie handelt over de ondergrondse kamer, met die bronnenschacht van tien el diep wordt waarschijnlijk de put bedoeld in die kamer. Machmoen kan onmogelijk in die schacht zijn afgedaald want die zit dicht, naar onze mening is daar kalkbrij ingestroomd die achteraf opnieuw verharde tot kalksteen. Er is sprake van een schacht van tien el, dit is ongeveer vijf meter, nu is die schacht nog dieper (35 voet = 10,668 meter) omdat die werd ontdaan van het puin dat erin lag. Indien Machmoen dan toch echt die kamers onderaan de bronnenschacht heeft bezocht dan moet hij die wellicht bereikt hebben via de tunnel vanaf de Nijl. Maar, het zou volgens ons evengoed kunnen dat Machmoen heeft kunnen beschikken over beschrijvingen van de piramide, met name over die grafkamers van de zonen van Adam. Volgens de tekst in de Hitat zou Machmoen deze kamers hebben ontdekt, het is evengoed mogelijk dat hij in werkelijkheid in het geheel niets heeft gevonden.

Hoe dan ook, het moet vast de moeite lonen om de onderaardse kamer grondig te onderzoeken met een grondradar of in die put enkele boringen uit te voeren. Het zou best wel eens kunnen dat daaronder inderdaad grafkamers te vinden zijn. Het is lang niet zeker dat Machmoen die kamers daadwerkelijk heeft leeggehaald, er is dus nog hoop op grote ontdekkingen.  

Home

------------------------------------------------------------------
Verwijzingen bij hoofdstuk 28.

[1] - Petrie W.M. Flinders - The Pyramids and Temples of Gizeh - 1883.
        http://nl.wikipedia.org/wiki/William_Flinders_Petrie
        Dit boek kan online geraadpleegd worden op onderstaande link.
        http://www.ronaldbirdsall.com/gizeh/index.htm

[2] - Edwards I.E.S – De piramiden van Egypte (1947).
        Uitgeverij Hollandia – Nederlandse vertaling
        Derde druk - 1985 - ISBN 90 6045 559 2

[3] - Waseda University Tokyo Japan.
        Studies in Egyptian Culture N° 6
        Non-Destructive Pyramid Investigation
        by Electromagnetic Wave Method 1 - 1987.
        Studies in Egyptian Culture N° 8
        Non-Destructive Pyramid Investigation
        by Electromagnetic Wave Method 2 - 1988.
        Website: http://www.waseda.jp/top/index-e.html

[4]Däniken, Erich von
         De ogen van de sfinx
         Luitingh-Sijthoff 2é druk 1990
         ISBN 90 218 0192 2

[5] - Website van Jon Bodsworth
        Jon’s eigen foto’s van de piramiden en omgeving.
        Foto’s uit het boek van John & Morton Edgar (1910).  
        Tekeningen uit de boeken van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
        http://www.egyptarchive.co.uk/index.htm

[6] - Herodotos – Het verslag van mijn onderzoek.
        Uitgeverij SUN – 2é druk 1995 – ISBN 90 6168 442 0
        Boekdeel 2 – 124 pagina 185.

[7] -  Wikipedia, de vrije encyclopedie.
        Teksten, tekeningen en afbeeldingen onder GNU Licentie.  
         http://nl.wikipedia.org/wiki/Wikimedia_Commons
         http://nl.wikipedia.org/wiki/Creative_Commons
         http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.nl

[8]Al-Makrizi – Das Piramidenkapitel in Al-Makrizi’s Hitat.
        Vertaling van Dr. Erich Graefe, Leipzig, 1911

Home