Logo Nibiru  


Een Zoektocht Naar De Oudste Beschavingen.


 
WWW.DJEDFORCE.NET
 
  Home
 

4 – Nibiru.

Nibiru, een maan van Jupiter?

Eerste versie augustus 2008.
Herwerkt 27 maart 2009.

In vorige hoofdstukken werd uitgegaan van de veronderstelling dat de afwisselende perioden van glacialen en interglacialen veroorzaakt werden door het ondersteboven keren van de aarde, dit zou om de 10 sars gebeuren of dus ongeveer om de 36.000 jaar. De oorzaak voor dat omklappen zou iets kunnen te maken hebben met een conjunctie van meerdere planeten in ons zonnestelsel maar dit alleen is waarschijnlijk niet voldoende. Het zou dus best kunnen dat de oorzaak eerder moet gezocht worden in een nog onbekend hemellichaam dat om de 3.600 jaar de planeten van ons zonnestelsel kruist, iedere tiende keer zou dit kunnen gepaard gaan met een conjunctie van enkele aardse planeten waardoor enkel dan de aarde zou omklappen. Hoe of wat dat extra hemellichaam moet zijn of zou kunnen zijn speelt hier niet de minste rol. Hier wordt enkel het standpunt aangenomen dat er wellicht zo’n extra hemellichaam moet deel uitmaken van ons zonnestelsel. De omlooptijd ervan zou ongeveer 3.600 jaar bedragen.

Zolang dat nog onbekend extra hemellichaam niet wordt ontdekt blijft het gissen of het nu wel of niet bestaat, wat het nu juist is en hoe het er zou kunnen uitzien. We zijn zeker niet de eersten die planeet X of Nibiru vernoemen maar zolang die niet ontdekt wordt zal dit altijd zeer omstreden blijven. Toch gaan wij verder in de veronderstelling dat die planeet X echt bestaat en dit gaan we trachten aan te tonen.

Enoema Elisj.
De Sumerische beschaving is tot op heden de oudste die we kennen en was gelokaliseerd in het zuidelijk deel van Mesopotamië. Dit is tegenwoordig zuidoost Irak, het gebied waar de rivieren Eufraat en Tigris uitmonden in de Perzische Golf. Samen met de meer noordelijke streek Akkad vormde dit het tweestromenland. Het latere Babylonië omvatte zowel het noordelijke Akkad als het meer zuidelijke Sumerië.

“Enoema Elisj” zijn de woorden waarmee het oud Sumerisch scheppingsverhaal aanvangt, dit is een oudere versie van Genesis, het scheppingsverhaal uit de Bijbel. Het verhaal stond origineel in spijkerschrift op zeven kleitabletten, dit werk is verloren gegaan maar het verhaal zelf is ons bekend geworden via een latere Babylonische versie. Het is een mythisch verhaal dat handelt over een strijd tussen de goden maar gezien het feit dat goden steeds vereenzelvigd werden met sterren en planeten gaat het onderliggend verhaal in feite over een “gevecht” tussen de planeten van ons zonnestelsel.

Het zal u vast bekend zijn dat hetgeen nu volgt in verband met “Enoema Elisj” voor het overgrote deel gebaseerd is op de interpretatie van Zecharia Sitchin. Had deze schrijver dit niet op papier gezet in zijn boeken zoals “de twaalfde planeet” of “de eerste tijd” dan had er bijna niemand een woord kunnen over meepraten. Toch neemt dit niet weg dat we er een eigen opinie kunnen op nahouden. Zecharia kan voor 100% gelijk hebben maar toch wordt hier een afwijkende hypothese naar voor geschoven en wel om enkele specifieke redenen.

De interpretatie volgens Zecharia Sitchin.
[Sitchin "Het verhaal gaat over de vorming van ons zonnestelsel, hoe de zon (Apsu) en zijn boodschapper Mercurius (Mummu) eerst gezelschap kregen van een oude planeet Tiamat. Later plaatsten de planeten Venus (Lahamu) en Mars (Lahmu) zich tussen de zon en Tiamat. Vervolgens verschenen twee andere planetenstellen aan de andere kant van Tiamat, Jupiter (Kisjar) en Saturnus (Ansjar) en Uranus (Anu) en Neptunus (Nudimmud). Volgens dit oud scheppingsepos verscheen er opeens een indringer vanuit het heelal, een andere planeet. Deze stamde niet af van de familie van onze zon maar behoorde bij de familie van een andere ster. Hij was weggeschoten en had door de ruimte gezworven. Zo bereikte die indringer de buitenkant van ons zonnestelsel en werd naar het midden getrokken. Hoe verder deze planeet naar binnen werd getrokken, hoe meer zijn koers in de richting van Tiamat kwam te liggen. Het gevolg was “de strijd aan de hemel”. In een aantal botsingen , waarbij de satellieten van die indringer herhaaldelijk tegen Tiamat aan sloegen, werd de oude planeet in tweeën gedeeld . De ene helft werd in kleine stukken geslagen en vormde de asteroïdengordel tussen Mars en Jupiter en verschillende kometen. De andere helft, geraakt maar nog wel intact, kwam in een nieuwe baan terecht en werd de aarde (Ki in het Sumerisch). De grootste satelliet van Tiamat werd de maan van de aarde. De indringer zelf kwam in een permanente baan rond de zon en zou de het twaalfde lid van ons zonnestelsel worden (zon, maan en tien planeten). De Sumeriërs noemden deze planeet Nibiru (planeet van de kruising). De Babyloniërs noemden hem Marduk, ter ere van hun nationale god. Tijdens de strijd aan de hemel, aldus het oude epos, werd het “zaad van het leven” door Nibiru van elders naar de aarde gebracht - Sitchin [1] ].


Ons zonnestelsel vóór de botsing van Nibiru met de oude planeet Tiamat,
dit volgens de interpretatie van “Enoema Elisj” door Zecharia Sitchin.
Merk op dat de planeet Tiamat verder van de zon verwijderd stond dan Mars.

Home

De Sar, een tijdperk van 3.600 jaar.
De Sumeriërs kenden een sexagesimaal (zestigdelig) stelsel wat betekent dat het gebaseerd was op 60 en niet op 100 zoals ons metriek stelsel, het is van hen dat wij dit stelsel overgeërfd hebben en nog steeds ten dele gebruiken voor bijv. de tijdsaanduiding (60 minuten, 60 seconden) en hoekmetingen (360 graden, 60 minuten, 60seconden). De Sumeriërs gebruikten de sar voor het aanduiden van lange perioden, dit was een veelvoud van 60 en bedroeg 3.600 jaar (60X60). De sar werd genoteerd als een grote cirkel. Tevens bestond er ook nog de ner, dit was een periode van 600 jaar (60 X 10). In mythische betekenis is de sar de tijd die Nibiru nodig had (heeft) voor één omwenteling. In Sumerische teksten, zoals bijv. de koningslijsten van vóór de zondvloed werden de regeerperioden van de koningen uitgedrukt in sars. De sar is een constante en is één omwenteling van Nibiru, in aardse jaren uitgedrukt is de sar niet altijd exact 3.600 jaar. Er zal ooit wel eens een tijd geweest zijn waar de sar wél 3.600 jaar telde, maar door de eeuwen heen is die traag maar zeker langer geworden. Tot hier toe zijn we ervan uitgegaan dat het steeds om perioden ging van 3.600 of 36.000 jaar, dit is in feite niet helemaal correct maar we kunnen niet anders omdat we de exacte lengte niet altijd kunnen achterhalen. Toch kan, in een paar specifieke gevallen, de exacte lengte wél teruggevonden worden, dat zal later nog besproken worden.

Nibiru.
Nibiru (of ook Niburu) is een woord dat uit het Akkadisch afstamt en betekent “doorwaadbare plaats”, “veerboot” of “plaats van overgang”. In astronomische en mythische termen was dit een hemellichaam dat in de Babylonische mythologie geassocieerd werd met Marduk, hun nationale god. In astronomische, Babylonische teksten wordt Nibiru geïdentificeerd als de planeet Jupiter.

Bedenkingen bij de interpretatie van Sitchin:
Feit is dat er nog nooit een extra planeet of enig ander extra hemellichaam ontdekt werd die om onze zon zou draaien met een omlooptijd van 3.600 jaar. Er wordt wel naar gezocht maar  tot op heden werd er nog niets gevonden. In de wetenschap zijn er harde bewijzen nodig, men kan niet zomaar oude mythen voor feiten accepteren. Indien bewezen werd dat Nibiru als een planeet om de zon astronomisch of wiskundig gewoonweg niet kan dan moet dit  aanvaard worden. Dit wil daarom nog niet zeggen dat Nibiru niet zou kunnen bestaan. Van de kant van de wetenschappers zijn verklaringen in die zin wat te voorbarig. Zou het van hun kant niet  mooier zijn uit te leggen onder welke voorwaarden Nibiru wiskundig wél zou kunnen?

Volgens de opvattingen van Sitchin werd Tiamat door de botsing in twee gebroken, de geraakte maar intacte helft ervan werd de Aarde. We weten dat miljoenen jaren geleden al het land op onze planeet uit één continent bestond. De aarde is dus niet zo’n beste kandidaat om door te gaan als de helft van Tiamat, temeer omdat we ervan uitgaan dat die aanvaring met Tiamat slechts enkele miljoenen jaar geleden gebeurde. Kortom, er is enige twijfel dat de aarde is ontstaan uit Tiamat. Nibiru bracht het “zaad van het leven”. Tijdens de strijd aan de hemel, aldus het oude epos, werd het “zaad van het leven” door Nibiru van elders naar de aarde gebracht. Er was géén leven op Tiamat, het werd door Nibiru meegebracht van elders anders in het heelal. Nibiru botste niet zelf tegen Tiamat maar enkele van zijn satellieten, daaruit vloeit voort dat er op die maantjes ook leven moet geweest zijn. Dit wordt er wellicht wat te veel aan. Het zou veel logischer klinken indien we aannemen dat het Nibiru zelf is die onze Aarde is geworden en dat de resterende helft van Tiamat uit zijn baan werd geduwd en nu ronddraait in ons zonnestelsel met een omlooptijd van 3.600 jaar.

Nibiru, een indringer van ergens anders uit het heelal. Nergens staat in Enoema Elisj vermeld waar die indringer zou vandaan zijn gekomen. Uit het epos blijkt dat er leven moet bestaan hebben op Nibiru, indien die echter gedurende lange tijd in de ruimte heeft gezworven dan was (vrijwel) alle leven uitgestorven. Zaden van planten daarentegen kunnen theoretisch een veel grotere overlevingskans gehad hebben. Als Nibiru in de omgeving van de zon kwam kon het plantenleven herstellen, dat dieren of mensachtige wezens dit zouden overleefd hebben kan vrijwel helemaal uitgesloten worden. Enoema Elisj en Genesis handelen blijkbaar niet over het ontstaan van het heelal maar vertellen eerder het verhaal van een planeet waar leven in alle vormen aanwezig is geweest en dat “zaad van het leven” naar ons zonnestelsel heeft overgebracht, door de Schepping Gods is er terug leven gekomen op aarde.

Indien er leven op Nibiru heeft bestaan dan moet dat hemellichaam ooit een planeet geweest zijn van een of andere ster, een planeet van een ander zonnestelsel. Die zon zou nu moeten gedoofd zijn en haar planeten afgestoten hebben, als mogelijke kandidaten kunnen we Alfa Centauri alsook Sirius vermelden. Alfa Centauri staat wel het dichtst bij ons zonnestel maar omdat Sirius (Sopdet genoemd in antiek Egypte en overgenomen als Sothis door de Grieken) voor de oud Egyptische beschaving zó belangrijk was moeten we waarschijnlijk Sirius als de meest voor de hand liggende beschouwen. Sirius is een dubbelster bestaande uit Sirius A en Sirius B. Sirius A is nog steeds een heldere ster zoals onze zon maar Sirius B daarentegen is in een relatief “recent” verleden een witte dwerg geworden. Als een ster zijn volledige voorraad waterstof door kernfusie heeft omgezet naar helium dan gaat die ster doven. In een eerste fase gaat die over naar een rode reus, later wordt de buitenste laag van die ster afgestoten als een planetaire nevel en de resterende kern zelf stort in mekaar tot een witte dwerg. In die overgangen worden de eventuele planeten van die ster eveneens afgestoten en verdwijnen in het heelal. Theoretisch moet het dus mogelijk zijn dat zo’n weggeschoten planeet in de nabijheid van een ander zonnestelsel komt. Vrijwel onmogelijk te zeggen hoe lang een planeet vanaf Sirius in de ruimte zou zweven eer hij ons zonnestelsel zou bereiken maar dit is van ondergeschikt belang in deze context. Wij gaan uit van een planeet waar alle leven werd verwoest en waarop na verloop van tijd nieuw leven is ontstaan, de botsing met Tiamat zou in deze context “slechts” enkele miljoenen jaren geleden gebeurd zijn. Creaturen, zoals de dinosauriërs, worden hier gerekend tot het leven dat eerder heeft bestaan toen Nibiru nog een planeet was van een andere ster.

Home

Nibiru als een planeet omheen de zon.

Nibiru in een elliptische baan rond de zon
Na de botsing zou de aarde ontstaan zijn uit de intacte helft van Tiamat (Sitchin).
Nibiru nam zijn plaats in ons zonnestelsel als 12é planeet (zon, maan en 10 planeten).
De omloopbaan was (is) elliptisch en duurde (duurt) ong. 3600 jaar.

Wiskundig gezien is Nibiru als planeet om onze zon onmogelijk. Maar stel nu dat dit toch zou kunnen, dan zou de omloopbaan van Nibiru rond de zon in het begin een langgerekte elliptische baan geweest zijn met de zon in een van de brandpunten van die ellips. Die baan zou dan, omwenteling na omwenteling, evolueren naar een bijna perfecte cirkel. In het begin zou deze baan nog wel tussen de aardse planeten kunnen gelegen hebben maar na iedere omloop zou deze steeds verder van de zon komen te liggen.

Omloopbaan Nibiru wordt cirkelvormig
De omloopbaan van Nibiru zou evolueren van een ellips naar een cirkel,
de baan zou zich verplaatsen in de richting van de zon weg.
Nu zou de omloopbaan reeds ver buiten de banen liggen van onze planeten.

Merk ook op dat in de bovenstaande tekening de Aarde verder van de zon staat dan Mars, dit is de weergave zoals Sitchin het omschrijft en is net het omgekeerde zoals het nu in werkelijkheid is. Sitchin schrijft alleen dat de helft van Tiamat de Aarde werd en haar plaats innam in ons zonnestelsel. Indien we hem woord voor woord volgen dan stond Mars inderdaad dichter bij de zon dan de Aarde, dit hoeft daarom nog niet foutief te zijn. Op Mars heeft er ooit water gevloeid, er is recent klei ontdekt op het oppervlak wat betekent dat er rivieren hebben bestaan. Vloeibaar water is slechts mogelijk als het op Mars ooit veel warmer is geweest, als die planeet veel dichter bij de zon heeft gestaan. 

De 3é wet van Kepler (uit 1619) geldt voor alle planeten en leert ons dat het kwadraat van de omlooptijd gedeeld door de derde macht van de afstand van die planeet tot de zon gelijk aan een constante. Indien men de afstand van de aarde tot de zon uitdrukt in AE (1 AE = 1 Astronomische eenheid = afstand van de aarde tot de zon, ongeveer 150 miljoen kilometer) dan is die constante gelijk aan 1. Indien onze berekeningen kloppen zou de omloopbaan van Nibiru evolueren naar een bijna perfecte cirkel met een afstand van Nibiru tot de zon gelijk aan 234,892 AE. We weten dat Pluto rond de zon draait op een afstand van 39,52 AE, daaruit kunnen we dus afleiden dat de uiteindelijke baan van Nibiru ver voorbij de buitenste planeet zou passeren, dit zou zelfs nu al het geval zijn.

Nibiru als een planeet omheen Jupiter.
Alles wel beschouwd zou het veel logischer zijn indien Nibiru omheen Jupiter zou draaien, wat er dan zou op neerkomen dat Nibiru een satelliet is van Jupiter die uiteraard ook hier weer een langgerekte elliptische baan zou hebben.

Nibiru in een elliptische baan rond Jupiter
Nibiru gezien als een satelliet van Jupiter met een langgerekte elliptische baan,
met een omlooptijd van ongeveer 3.600 jaar.

Deze langgerekte elliptische baan zou uiteraard ook naar een cirkel evolueren maar zou wél de verwachte verschuiving teweeg brengen. Nibiru met een omloopbaan tussen Mars en de Aarde, steeds verder weg van Jupiter en dichter naar de zon toe.

Baan omheen Jupiter wordt cirkelvormig
Ook een baan omheen Jupiter zou naar een cirkel evolueren.
Deze baan zou zich echter verplaatsen naar de zon toe, dit is de verwachte beweging.

Home

Een eigen idee omtrent Nibiru.
Stel dat er miljoenen jaren geleden op “planeet X” behorend tot Sirius B leven is ontstaan, een planeet waar na verloop van vele miljoenen jaren dinosauriërs en andere reusachtige dieren leefden. Sirius is een dubbelster, oorspronkelijk waren het twee heldere sterren. Planeet X kreeg dus warmte en licht van twee zonnen, dit feit alleen al is een mogelijke verklaring waarom het in de tijd van de dinosauriërs mogelijk was dat er zo’n grote dieren bestonden. Op het moment dat Sirius B veranderde in een witte dwerg stierf (bijna?) alle leven uit op planeet X nog lang voordat deze in de ruimte werd geschoten. Zo’n 65 miljoen jaren geleden zijn de dino’s plots helemaal uitgestorven, momenteel wordt er aangenomen dat er een heel grote meteoriet op Aarde is ingeslagen. Stel dat de echte reden is dat Sirius B zijn buitenste schil had afgestoten en dat hele grote stukken op planeet X zijn terechtgekomen.

Wellicht weer meerdere miljoenen jaar later (4,3 miljoen jaar geleden?) arriveerde planeet X in de nabijheid van onze zon en werd naar het midden van ons zonnestelsel getrokken. Op een bepaald moment botsten een of meerdere satellieten van planeet X tegen de oude Tiamat, de ene helft verbrijzelde in kleine stukken en werd de asteroïdengordel tussen Mars en Jupiter, de andere helft werd uit zijn baan gestoten. Het is best mogelijk dat die resterende helft van Tiamat een andere baan moest aannemen in ons zonnestelsel, alleen al omdat die de helft van zijn massa had verloren. Jupiter die als stofzuiger van ons zonnestelsel fungeert kon die helft van Tiamat wellicht in een baan om zichzelf vangen zodat die een satelliet van Jupiter werd, dit werd Nibiru (Nibiru = plaats van overgang). Planeet X zelf pikte de baan in van Tiamat en werd zo onze Aarde. Ook in dit verhaal staat de Aarde verder verwijderd van de zon dan Mars. De grootste satelliet van die oude planeet Tiamat kwam in een baan om de Aarde en werd onze maan. Op de maan werden gesteenten gevonden van méér dan 4 miljard oud (omdat de maan oorspronkelijk hoorde bij de al even oude Tiamat?). Op aarde worden geen gesteenten gevonden ouder dan 3,3 miljard jaar oud omdat de aarde (planeet X?) een indringer is, een jongere planeet van een ander en jonger zonnestelsel.

Skeletten van dinosauriërs zouden in feite restanten kunnen zijn van het leven dat ooit heeft bestaan als planeet X nog aan Sirius toebehoorde. Aardolie en mogelijks ook steenkool kunnen hun oorsprong hebben in het feit dat die planeet ooit werd bedolven onder afgestoten materiaal van Sirius toen deze een witte dwerg werd. Planeet X werd onze aarde, met de vele  zichtbare sporen van een zeer woelig verleden. Sedert planeet X  zich bij ons zonnestelsel heeft gevoegd als onze Aarde is geheel ons zonnestelsel instabiel geworden en kan een passage van Nibiru reeds voldoende zijn om het geheel soms uit evenwicht te brengen.

Het is wellicht zoals Plato het indertijd schreef,
(al dachten ze toen nog dat de zon en de planeten omheen de aarde draaiden) [2] :
“De lichamen die zich in de hemel rond de aarde bewegen, vertonen een afwijking”.
Die afwijking? Zou dit slaan op het feit dat er (altijd) eentje ondersteboven staat?

Welke betekenis hebben dan die Yuga’s van 432.000 jaar?  
Om alle verwarring te vermijden willen we er sterk de nadruk op leggen dat u voor correcte uitleg in verband met die tijdperken uit de Hindu traditie best de academische sites raadpleegt, wijzelf kennen daar veel te weinig van.
 
We hebben ons bovendien enkel bezig gehouden met de Kali Yuga, één Yuga van 432.000 jaar en hebben de Catar Yuga slechts terloops vernoemd (10 Yuga of dus 4.320.000 jaar). In de Hindu traditie worden er nog veel grotere perioden genoemd, zo duurde de “dag van de god Brahma” niet minder dan 4,32 miljard jaren en dit komt vrijwel overeen met de ouderdom van ons zonnestelsel. De Hindu traditie zit dus nog steeds boordevol mysteries die nog moeten ontrafeld worden.

Het enige frappante voor ons was de datum 3.102 v.Chr., de voor ons zeer speciale datum waarvan sommige Hindu kenners en ook wijzelf veronderstellen dat de Kali Yuga toen eindigde. Andere Hindu specialisten daarentegen beweren dat we momenteel nog steeds in de Kali Yuga leven, dat die nog niet ten einde is.

Hoewel dit niet zo direct voelbaar is in zijn boeken heeft Sitchin [1] het blijkbaar ook al zeer moeilijk om ergens een aanknopingspunt in de tijd vast te leggen. Volgens hem moet de zondvloed ongeveer 13.000 jaar geleden hebben plaats gevonden, en vóór de zondvloed zou Nibiru reeds 120 omwentelingen omheen de zon gemaakt hebben. Dit is een periode van 432.000 jaar (120 x 3600 jaar) en is de grootte van één Yuga, het tijdperk met een lengte van één Yuga moet de Kali Yuga zijn, die zou dus gelijktijdig met de zondvloed ten einde zijn gekomen ongeveer 13.000 jaar geleden. Toch schrijft Sitchin dat de Kali Yuga begon in 3.102 v.Chr., wat moeten we dan met de periode tussen de zondvloed en 3.102 v.Chr.?

Het valt op dat er in de mariene sedimenten van de diepzee minstens zes cycli zijn ontdekt van telkens zo’n 430.000 jaar, van de andere kant telt de Catar Yuga 10 cycli van 432.000 jaar. Het kan niet anders of er moet een sterk verband zijn tussen die twee, deze cycli moeten meer dan waarschijnlijk samenvallen. We hebben het tot nu toe gehad over een “bijna complete cyclus” van 36.000 jaar, we veronderstellen dat de aarde om de 36.000 jaar, tijdens de passage van Nibiru, een stukje meedraait waardoor onze planeet ondersteboven komt te staan. Van deze cyclus is hoegenaamd niets te zien in de mariene sedimenten. Het kan niet anders dan dat die periode van 432.000 jaar de “complete cyclus” moet zijn. Het is vast en zeker een catastrofe die nog veel erger is dan deze als gevolg van de “bijna complete cyclus” om de 36.000 jaar. Maar wat gebeurt er dan precies? Of op die vraag ooit een antwoord zal komen valt sterk te betwijfelen, we kunnen enkel een wilde gok wagen. Er zijn wel enkele punten die sterk opvallen:

1 - De glacialen vallen in het niets bij de grootste ijstijd die er naar schatting zo’n 650.000 jaar geleden heerste en zo’n 50.000 jaar geduurd heeft. Het moet toen op aarde nog véél kouder geweest zijn dan tijdens de glacialen. Stond de aarde toen veel verder verwijderd van de zon?
 
2 - Op Mars heeft er water gevloeid en hebben vrij grote rivieren bestaan, het moet er dus véél warmer geweest zijn dan nu het geval is. Heeft Mars ooit veel dichter bij de zon gestaan dan nu het geval is?     

3 - Indien we “Enoema Elisj” op de letter nauwkeurig volgen dan stond Mars dichter tegen de zon dan de Aarde. Wat te denken indien we ervan uitgaan dat dit verhaal helemaal correct is?

Aarde en Mars draaien omheen Nibiru
Kunnen Mars en de Aarde van plaats verwisselen?

Hebben Mars en de Aarde ooit van plaats gewisseld? Stel dat tijdens de passage van Nibiru een “complete cyclus” zou optreden, dat er zich bijv. tijdens die passage van Nibiru een complete conjunctie zou voordoen van een nog groter aantal planeten uit ons zonnestelsel. Stel dat de aarde (en Mars) nu niet enkel kortstondig zouden meedraaien met Nibiru en ondersteboven keren maar effectief een zeer korte periode omheen Nibiru zouden draaien in plaats van omheen de zon. Op die manier zouden Mars en de Aarde van plaats wisselen. Dit zou alvast een antwoord zijn op bovenstaande mysteries, maar, is zoiets wel mogelijk?

Neem nu aan dat dit wel degelijk zo gebeurd is dan levert dit slechts één overgang op in de mariene sedimenten, zo zijn er minstens zes en volgens de Catar Yuga zelfs 10 (Yuga’s). Hebben Mars en de Aarde dan reeds 10 keer van plaats gewisseld? Nibiru is pas ontstaan na de botsing met Tiamat, dit zou dan 4.320.000 jaar geleden moeten gebeurd zijn en sindsdien zouden er reeds 10 wissels geweest zijn tussen beide planeten, één wissel om de 432.000 jaar of dus iedere Yuga.

De cycli in de mariene sedimenten zijn steeds ongeveer 430.000 jaar, in de Hindu traditie wordt de Catar Yuga echter niet verdeeld in 10 tijdperken maar slechts in vier en dan nog van verschillende lengte, dit is iets wat we nog steeds niet snappen. Toch gaan we er van uit dat de botsing met Tiamat 4.320.000 jaar geleden gebeurde, dat Nibiru toen ontstond uit de intacte helft van Tiamat en sindsdien circuleert tussen de omloopbanen van de Aarde en Mars. We veronderstellen dat na iedere Yuga (432.000 jaar) de Aarde en Mars van plaats wisselden.   

Volgens Enoema Elisj stond Mars direct na de botsing dichter bij de zon dan de aarde. Indien de Kali Yuga reeds ten einde is zou Mars nu, na 10 volledige Yuga’s, terug het dichtst bij de zon moeten staan. Tien is een even getal en na een even aantal swaps moeten we terug in de uitgangspositie staan. Dit is duidelijk niet het geval, het is onze planeet Aarde die dichter bij de zon staat dan Mars. De zondvloed dateren wij op 14.345 v.Chr., dit kan géén eindpunt zijn van de Kali Yuga of van een cyclus in de mariene sedimenten. De datum 3.102 v.Chr. kan ook al het eindpunt niet zijn omdat er tot op heden nog steeds niets is gebeurd. Bovendien veronderstellen we dat Nibiru na die datum niet meer tussen Mars en de aarde passeerde maar tussen de Aarde en Venus, dit maakt het er alleen maar moeilijker op. Is die periode van 432.000 nu reeds voorbij, of toch niet? We zijn er nog steeds niet achter gekomen wat nu echt de correcte datum van dat keerpunt zou kunnen zijn, het antwoord vinden we wellicht nooit.

Home

------------------------------------------------------------------------------

Verwijzingen bij hoofdstuk 4.

[1] - Sitchin, Zecharia.
       In zijn boek “De eerste tijd” – uitgeverij Tirion (NL versie)
       Originele titel “When Time Began”.

[2] - Plato - Verzameld werk van de Griekse filosoof Plato (NL).
       (427 - 347 v. Chr.) deel V – Timaeus, 22-23.
       Uitgeverij – Pelckmans/Kapellen en  Agora/Baarn. – 1999.

Home