Eerste versie februari 2009.
Laatst herwerkt op 20 februari 2010.
De Nijl in Egypte is een zeer machtige rivier, met de jaarlijks terugkerende overstromingen moet deze zelfs al in de oudheid een goede leerschool geweest zijn. Reeds vanaf de Egyptische prehistorie heeft de mens kennis kunnen maken met de enorme kracht die in deze watermassa schuilt. Indien hij indertijd dan al eens een dijkje heeft gebouwd zal hij wel vlug ondervonden hebben hoe krachtig water wel kan zijn. Reeds in zijn vroegste beschaving heeft de mens wellicht geleerd hoe die rivier kon bedwongen worden en hoe die kracht nuttig kon worden aangewend.
De kracht van water.
Nemen we als voorbeeld een stuwdam, de aardheuvel of betonnen wand ervan is onderaan steeds veel dikker dan bovenaan en is meestal gebogen. Dit is nodig om de kracht van het water te kunnen weerstaan, om tegen de druk van het water bestand te zijn.

Voorbeeld van kleine stuwdam, de dammuur wordt breder naar beneden toe.
Stuwdam op de Gileppe te Jalhay - België.

De druk op de damwand is recht evenredig met de hoogte van de waterkolom.
Definitie van druk.
In een vloeistof neemt de druk onder invloed van de zwaartekracht evenredig toe met de diepte en met de dichtheid van de vloeistof. (In water neemt de druk toe met 1 atmosfeer voor elke 10 meter diepte).
De formule voor druk is p = F / A.
P = druk (Pressure).
F = Kracht (Force).
A = Oppervlakte (Area).
Druk is de kracht per eenheid van aangrijpingsvlak of dus ook de kracht gedeeld door de oppervlakte van het aangrijpingsvlak.
De eenheid van druk is Pascal, 1 Pa = 1 Newton / m² (1 N/m²).
1 atmosfeer = 1 bar en bij benadering ook gelijk aan 10 N/cm² = 1 kgf (kilogramforce, soms ook genoteerd als kg’) = 100.000 Pa = 10 meter waterkolom.
Kgf en kg’ zijn eigenlijk géén correcte eenheden, we gaan die toch gebruiken om de zaken bevattelijker voor te stellen.
Bovenaan het wateroppervlak van een stuwdam is de druk nul (we laten de luchtdruk buiten beschouwing) maar aan de voet ervan krijgen we te maken met het gewicht van de erboven staande waterkolom. In bovenstaand voorbeeld is de druk onderaan de dam gelijk aan 10 bar omdat de hoogte van de waterkolom gelijk is aan 100 meter. Om het tastbaarder uit de drukken, de druk is daar gelijk aan 10 kg’/cm². Onderaan op de wand van de stuwdam wordt op iedere vierkante centimeter een kracht uitgeoefend van 10 kg’ en per vierkante meter is dit zo maar eventjes 10.000 kg’ of 10 ton’. Zo’n “muurtje” van een stuwdam moet dus tegen een stootje kunnen.
Een alom gekende toepassing van druk vinden we terug in ons kraantjeswater. Op de waterleiding zit druk wat maakt dat het water vanzelf uit alle aftappunten stroomt (gevolg van de zwaartekracht). De druk is simpelweg afkomstig van een waterkolom in een watertoren die hoger staat dan de aftapkraantjes zelf.

Principe van een watertoren, hoe hoger de waterkolom hoe groter de druk.
Indien de waterkolom 50 meter hoger staat dan het aftappunt dan zit daar een druk op van 5 kg’/cm² (ongeveer 5 atmosfeer of 5 bar, 1 kg’ per 10 meter waterkolom).

Enkele symbolische voorstellingen van watertorens.
Het principe van een watertoren is telkens hetzelfde, er bestaan echter veel manieren om er een te bouwen wat maakt dat er door de jaren heen veel verschillende modellen ontstaan zijn. Uit deze verscheidenheid aan torens kunnen er uiteraard meerdere symbolische voorstellingen zijn ontstaan, toch zijn deze vrij eenvoudig te begrijpen en is het steeds duidelijk dat het om een watertoren gaat.
Voorbeeld E is echter géén hedendaags symbool maar een uit het antieke Egypte, dit stelt eigenlijk het Tyet symbool voor, het wordt in verband gebracht met de godin Isis maar zou origineel evenzeer de symbolische voorstelling kunnen geweest zijn van een watertoren. Van het figuurtje in het midden wordt meestal verondersteld dat het een geknoopte koord is maar het zou evengoed een schelp kunnen voorstellen om het verband met water duidelijk te maken.

Het Tyet symbool, origineel een watertoren?
Tyet is een symbool uit de Egyptische mythologie en behoort sinds het Nieuwe Rijk toe aan de Godin Isis. Het Tyet -symbool staat voor “welvaart” of “leven”. Het teken is in haar oudste vorm teruggevonden in een reliëf uit de derde dynastie maar is volgens egyptologen nog veel ouder, zij denken dat het teken minstens uit de prédynastieke periode stamt.

Enkele symbolische voorstellingen van het Tyet teken.
Er is nergens een zinnige verklaring te vinden wat dit symbool oorspronkelijk betekend heeft. Symbolische voorstellingen van oeroude technieken, wellicht van vóór de predynastieke tijden, waarvan de kennis reeds lang geleden is verloren gegaan kregen door de eeuwen heen een religieuze, mythische betekenis. Telkens weer botst men op aanwijzingen die doen vermoeden dat er in predynastieke tijden een beschaving moet bestaan hebben die technologisch ver vooruit was op de beschaving van het Oude Rijk. De grote vraag is op welke manier al die kennis is verloren gegaan. Van die oude wetenschappen resten nu alleen nog slechts enkele onbegrepen symbolen, de technologieën zelf worden slechts beetje bij beetje herontdekt.
Eén van die verloren technieken zou dus de watertoren kunnen geweest zijn. In het antieke Egypte heeft men vast geen behoefte gehad aan een waterleiding, watertorens werden niet toegepast om stromend water te hebben maar eerder voor de kracht die uit het water kon worden gehaald. Waarschijnlijk werden er in het antieke Egypte zelfs nooit hoge watertorens gebouwd en voor zover bekend werd er nog géén enkele gevonden. Het gaat hem echter om een symbolische voorstelling, in werkelijkheid kunnen die “watertorens” er geheel anders uitgezien hebben.
Theoretisch gezien was het voldoende geweest om water van de Nijl in een gesloten buis of kanaal naar een (veel) lager gelegen plaats te leiden om aan de nodige druk te komen. Indien men bijv. het Nijlwater via een gesloten kanaal naar een locatie liet stromen die 50 meter lager lag dan kreeg men op die manier een druk van 5 kg’/cm².
Hydrostatica.
Beschouwen we terug het principe van een watertoren. Als het niveau van de waterkolom 50 meter hoger staat dan aan het aftappunt dan verkrijgen we daar een druk van 5 kg’/cm², deze druk kunnen we aanwenden om een kracht uit te oefenen op een voorwerp.

Theoretische voorstelling van de waterdruk.
In bovenstaande opstelling veronderstellen we een buis met een inwendige doorsnede van exact 1 cm², op het water staat een druk van 5 kg’/cm². In de buis plaatsen we een cilindrische staaf met een doorsnede van eveneens 1 cm².
Theoretische benadering: Indien de staaf exact 5 kg weegt dan zal die op dat punt in evenwicht blijven, de opwaartse druk van het water is dan gelijk aan de neerwaartse druk veroorzaakt door het gewicht van de staaf. Weegt die echter meer dan 5 kg dan zal die het water wegduwen en in de buis naar beneden zakken. Indien die staaf echter minder dan 5 kg weegt dan zal deze door de druk van het water omhoog gestuwd worden. Als voorwaarde geldt dat de staaf vrij vlot moet kunnen bewegen in de buis zonder dat er water mag ontsnappen, er mag geen drukverlies zijn. Met deze toepassing komen we eigenlijk al in het domein van de hydraulica.
In een hydraulisch systeem vinden we steeds een vloeistof terug om de druk over te brengen. Deze hydraulische vloeistof moet uiteraard aan bepaalde voorwaarden voldoen, ze mag niet samendrukbaar zijn wat betekent dat ze niet of nauwelijks in volume mag afnemen als die onder hoge druk wordt geplaatst. In bijv. het hydraulisch remsysteem van auto’s wordt weliswaar een dunne speciale olie gebruikt maar toch zou water evenzeer bruikbaar zijn, nadeel is echter dat water bevriest onder nul graden. In Egypte zal dit probleem zich vast niet gesteld hebben.
De vloeistof moet zeker luchtvrij zijn, er mogen zich absoluut géén luchtbellen bevinden in een hydraulisch systeem. Lucht is een gasmengsel dat gemakkelijk kan samengedrukt worden, indien er lucht zit in een hydraulisch systeem en er een druk wordt op uitgeoefend dan zal het volume van die luchtbel veel kleiner worden en maakt de werking van dat systeem totaal onmogelijk. Indien er bijv. luchtbellen zitten in het remcircuit van een auto dan gaat dit bij het indrukken van het rempedaal aanvoelen alsof men op een spons duwt. Bij het duwen op het rempedaal zal men enkel de lucht in de leidingen samenpersen maar de remschoenen zullen niet dichtgaan, remmen zal niet meer lukken.
Zuiver water, zonder luchtbellen uiteraard, kan dus perfect voldoen als hydraulische vloeistof. Indien men echter water uit de Nijl zou gaan gebruiken krijgt men te maken met een bijkomend probleem, het Nijlwater is niet zuiver. De rivier voert dagelijks grote hoeveelheden slib en zand mee en is dus niet geschikt voor gebruik in hydraulische systemen, deze installaties en vooral de aanvoerleidingen ervan zouden vrij vlug verstopt zijn en de werking verhinderen.
Tussen de ruines van het antieke Egypte moeten we echter niet zoeken naar hoge watertorens zoals wij die nu kennen. We moeten eigenlijk een installatie vinden waar water uit de Nijl werd aangevoerd, waar het werd ontlucht en ontdaan van slib en zand. Vanuit deze installatie diende dat gezuiverde water dan via gesloten buizen of kanalen naar (veel) lager gelegen gebieden geleid te worden. Gezien het Nijldal vrij vlak is moeten we zo’n installatie eerder gaan zoeken in Opper-Egypte en het eindpunt van het kanaal enkele honderden kilometers verder ten noorden in lager gelegen gebieden.
Het Osirion in Abydos.
We hoeven eigenlijk niet te zoeken, het Osirion is reeds gekend sedert 1903 en dat bouwwerk is exact datgene wat we bedoelden. Het Osirion is een bouwwerk dat behoort tot de tempel van Seti I (Nieuw Koningrijk) en zich aan de achterkant ervan bevindt. Deze wordt de tempel van Osiris genoemd en het Osirion zelf wordt bestempeld als een symbolische tombe van Osiris (vandaar de naam Osirion). De tempel en het Osirion hebben een zeer ongewone oriëntatie, de meest logische verklaring is dat die tempel opgetrokken werd op veel oudere funderingen of dat de oorspronkelijke oriëntatie van het Osirion ook werd aangehouden voor Seti’s tempel.
Ten tijde dat het Osirion werd ontdekt (in 1903) door Flinders Petrie en Margaret Murray [1] (en verder werd blootgelegd door Naville in 1912-1914) waren de meeste archeologen ervan overtuigd dat het Osirion een zeer oud, zoniet het oudste gebouw van Egypte was. Het Osirion, alsook de daltempel bij de piramide van Chefren hebben een identieke bouwstijl. Deze bouwwerken werden opgetrokken met enorme monolieten en lateien van roze graniet die 100 ton en meer wegen. Beide gebouwen waren totaal naamloos en zonder enig ornament. Een identieke bouwstijl vinden we tevens terug in Amerika wat het geheel nog veel raadselachtiger maakt. De daltempel en het Osirion kunnen duizenden jaren ouder zijn dan de huidige generatie archeologen ons voorhouden.
Door de eerste wereldoorlog in 1914 kwamen de opgravingen stil te liggen. De werken werden later, van 1925 tot 1930, verder gezet door Frankfort. Omdat hij in het Osirion een paar cartouches vond met daarin de naam van Seti I en tevens enkele inscripties in verband met deze farao plaatste Frankfort ook het Osirion in het nieuwe rijk omstreeks 1300 v. Chr. Al komen deze beweringen van een archeoloog met hoog aanzien, toch mag gerust gesteld worden dat deze uitspraak nergens op slaat. Het is niet omdat Seti I er zijn naam heeft op aangebracht dat hij het ook gebouwd heeft.
Het zal nog duidelijk worden dat het Osirion op zijn minst even oud moet zijn dan de piramide van Cheops om de simpele reden dat het Osirion er nodig was om de grote piramiden te kunnen bouwen, we komen daar later nog op terug.
Waarschijnlijk heeft Seti I zijn tempel opgetrokken op veel oudere funderingen en heeft hij tevens het Osirion ingepalmd zonder maar enig idee gehad te hebben waartoe dat enorm oud bouwwerk ooit gediend had. Het originele bouwwerk is opgetrokken uit monolieten van roze graniet en de dikke buitenmuren bestaan uit roze zandsteen, er werden geen ornamenten aangebracht en het was totaal naamloos. Voor de verbouwingen of zelfs uitbreidingen aan het Osirion ten tijde van Seti I werd kalksteen gebruikt, bovendien heeft hij er tal van inscripties laten op aanbrengen. De farao kan het Osirion gebruikt hebben als waterreservoir, zwembad of wat dan ook in verband met water maar de ware betekenis van dat bouwwerk was al lang vergeten.
Het internet staat bol van foto’s en beschrijvingen over het Osirion, we laten hier slechts enkele afbeeldingen zien. Meer info kunt u steeds vinden op het net.
Prachtige foto’s vindt u o.a. op onderstaande linken.
http://www.lostchord.org/osireion.html [1]
http://www.egyptarchive.co.uk/index.htm [2]
 
Links een schets en rechts een foto van het Osirion in bovenaanzicht.
In het midden zijn twee rechthoekige gaten,
op beide uiteinden van het verhoog is een trap die naar de gracht leidt.
© Picture May be Copyrighted. [1]
Op de schets links: Onderaan is de gewelfde toegang die uitkomt op een T–splitsing, de uitgang is naar links. Langs weerszijden van het verhoog staan 5 granieten pilaren, daarboven liggen de architraven die het dak hebben gedragen. Omheen dat verhoog is een 3 meter brede gracht en daaromheen is er een 6 meter dikke muur waarin 17 nissen werden uitgespaard.
Op de foto rechts: Helemaal bovenaan in het midden is de gewelfde uitgang, daarachter is de tunnel te zien waarlangs men het Osirion kon binnenkomen. Op het einde van die gewelfde tunnel komt men op een T–splitsing, de enige toegang tot het Osirion was deze lange tunnel die tot buiten de muren van het tempelcomplex van Seti I komt. Hedendaags moet men een houten trap afdalen om op het platform te komen. Meerdere maanden per jaar staat de gracht en het platform onder water.

Centraal op de foto zijn de twee putten (vijvers) te zien,
op de voorgrond is een trap die van het platform in de gracht leidt.
Links en rechts op het platform staan 5 enorme monolieten van roze graniet,
daar bovenop liggen de architraven die het dak hebben gedragen.
De monolieten van dak zelf zijn voor het grootste deel verdwenen.
Helemaal achteraan is de uitgang die naar de gewelfde tunnel leidt.

Grondplan van het Osirion.
Heel belangrijk is hetgeen de Griekse geograaf Strabo hierover heeft genoteerd [3].
Hij beschreef het Osirion in de eerste eeuw v. Chr. als “een opmerkelijk gebouw van massieve steen met daarin een bron op grote diepte, zodat men daarheen afdaalt door overwelfde galerijen, die zijn gemaakt van monolieten van alle verwachtingen overtreffende grootte en vakkundigheid. Er leidt een kanaal vanaf de grote rivier naar die plaats”.
Voor alle duidelijkheid: De hier beschreven werking van het Osirion is zuiver theoretisch, het is zeker niet bewezen dat deze hypothese correct is. Bovendien werd er tot op heden nog geen enkel kanaal ontdekt, noch een kanaal vanaf de Nijl naar het Osirion noch van het Osirion naar het Gizeh plateau.
Het niveau van het Osirion ligt zo’n 15 meter lager dan de vloer van de tempel van Seti I. We mogen er gerust van uitgaan het Osirion in feite een ondergrondse constructie was. Het centraal thema van dat bouwwerk is water en nog eens water. In het midden van het gebouw is er een stenen verhoog van 12 bij 24 meter, daarop staan 2 rijen van 5 granieten zuilen die de architraven van het dak droegen. Op die draagbalken rustte het dak dat blijkbaar uit nog grotere granietblokken bestond. Dat verhoog (platform) vormt als het ware een rechthoekig eiland dat wordt omringd door een drie meter brede gracht. Die gracht wordt dan weer omsloten door een immense muur van zes meter dik. Deze muur, waarin zeventien cellen werden uitgespaard, is opgetrokken uit roze zandsteen. Die cellen hebben geen vloer maar zijn gevuld met aarde en zand, op een diepte van 3,5 meter vond men water (in 1903). Hedendaags staat de gracht en het verhoog meerdere maanden per jaar blank. In het midden van het verhoog zijn twee putten, vijvers of hoe u het ook noemen wil.
Moeten we ons niet afvragen waar dat water vandaan komt? Gaat het hem hier enkel om opstijgend grondwater of komt dit water nog steeds binnenstromen uit dat oud kanaal van de Nijl? Indien dit kanaal wordt teruggevonden zou men eventueel kunnen nagaan waar en op welke exacte hoogte het beginpunt was gelegen.

A: Luchtfoto van het Osirion in Abydos.
Foto: Google Maps.

Punt A, het Osirion in Abydos. Kaart: Google Maps.
Het Osirion ligt “slechts” 80 meter boven de zeespiegel!
Het water werd van een hoger gelegen punt aan de Nijl in een gesloten leiding tot in het Osirion gevoerd, hoe groter het hoogteverschil was tussen het begin van die “pijpleiding” en het Osirion zelf des te groter de waterdruk was toen het in het daar arriveerde. Eerder hebben we geschreven dat het Osirion een open installatie was, daarmee bedoelden we dat de druk in die leiding volledig verloren ging toen het water het Osirion binnenstroomde omdat dit gebouw als een open vat kon beschouwd worden. Omdat we er eerder, totaal verkeerd, van uitgingen dat het Osirion ongeveer 180 meter boven de zeespiegel lag hielden we enkel rekening met de druk die opnieuw op het water kwam te staan door het hoogteverschil van het volgend stuk “pijpleiding” dat vertrok vanaf het Osirion en afdaalde tot op het Gizeh plateau.
Pas toen we al aan het hoofdstuk “Water in de Piramide” waren begonnen zijn we tot het besef gekomen dat we een grote blunder hadden begaan, het Osirion ligt géén 180 maar “slechts” 80 meter boven de zeespiegel. Het Osirion was dus niet hoog genoeg boven de zeespiegel gelegen om voor de vereiste druk te zorgen. Dit heeft als gevolg dat het Osirion een gesloten installatie moet geweest zijn, dat het ooit fungeerde als een lucht- en waterdicht vat.
In een eerdere poging om de werking van het Osirion (als een open vat) te doorgronden bleven er steeds een paar venijnige details die niet afdoend konden verklaard worden. Zo is er steeds de vraag blijven hangen waarom er niet één maar wel twee putten in het platform zitten, ook in verband met de deuropeningen die toegang geven tot de nissen was geen duidelijke verklaring mogelijk. Door de ommekeer in onze redenering zijn die lastige details nu wél duidelijk geworden.
Het werkingsprincipe van het Osirion.

De hoogteligging van het Osirion en het Gizeh plateau.
De afstanden tussen Aswan, Abydos en Giza zijn niet op schaal getekend.

Volgens de routebeschrijving van Google Maps bedraagt de afstand van Gizeh (1) naar Aswan (B) 687 km,
van Gizeh naar Abydos 438 km en van Abydos naar Aswan 255 km.
Deze route beschrijft de wegen die ongeveer de loop van de Nijl volgen,
de totale lengte van de “pijpleiding” moet dus ergens tussen de 600 en 700 km liggen.
Kaart: Google Maps.
We zijn er ons wel degelijk van bewust dat de afstand tussen Gizeh en Aswan 600 à 700 km bedraagt. Zo’n enorm lange “pijpleiding” aanleggen in de kalksteenrotsen lijkt een onuitvoerbaar obstakel, in latere hoofdstukken zou nog moeten duidelijk worden dat dit wellicht niet zo’n onoverkomelijk probleem is geweest.
Water afkomstig uit een veel hoger gelegen punt langs de Nijl werd in een gesloten leiding naar het Osirion getransporteerd, daar aangekomen stond er al een vrij hoge druk op de “pijpleiding”. Het water stroomde het Osirion binnen, de reeds aanwezige druk bleef behouden omdat deze installatie fungeerde als een gesloten vat. Het doel van het Osirion was het water afkomstig uit de Nijl te ontluchten en te ontdoen van slib en zand om nadien opnieuw via een ander gesloten kanaal naar een nog lager gelegen locatie te transporteren. Het ging hem niet zozeer om het water zelf maar om de opgebouwde druk. De “pijpleiding” alsook het Osirion dienden over de volledige lengte volledig lucht- en waterdicht zijn om de waterdruk op te bouwen. Van Strabo weten we dat er inderdaad een kanaal vanaf de Nijl naar het Osirion ging, de vraag is waar ergens langs de Nijl dat kanaal begon en vooral op welke hoogte boven de zeespiegel!

Juist voorbij de kleine Aswan-dam stroomt de Nijl
ong. 95 à 100 meter boven de zeespiegel.
Kaart: Google Maps.
We veronderstellen (puur hypothetisch) dat het water afkomstig was uit de omgeving ten zuiden van Aswan waar de Nijl zich op een hoogte van zo’n 110 meter boven de zeespiegel bevond, momenteel is die locatie moeilijk te bepalen omdat door de Aswan dam het water daar nu veel hoger staat. Het Osirion zelf situeert zich ongeveer 80 meter boven de zeespiegel, vandaar stroomde het water nog verder noordwaarts tot aan het Gizeh plateau tot op een hoogte van 55 meter boven de zeespiegel. Daar aangekomen stond er op het water een druk van ong. 5,5 kg/cm² (Hoogte waterkolom = 110m – 55m = 55 m en 1 kg/cm² per 10 meter waterkolom). Waarom we een hoogte van ongeveer 110 meter aanhouden voor het beginpunt van die “pijpleiding” zal nog in latere hoofdstukken uitgelegd worden.

Verticale doorsnede in de breedterichting van het Osirion.
De veronderstelde kanalen zijn in de correcte richting weergegeven.
Om het Nijlwater te zuiveren kwam het er dus op aan om het toegevoerde water traag in het Osirion te laten stromen en het niet al te veel te beroeren. De luchtbellen die eventueel nog in het water zaten konden opstijgen tot juist onder het plafond, het slib en zand daarentegen kon bezinken en kwam in de grote gracht terecht.

Het Osirion

Het Osirion gezien als een waterzuiveringsinstallatie, een bezinkingsinstallatie.
Verticale doorsnede in de lengterichting van het Osirion,
het snijvlak gaat door het midden van de treden en van de putten in het verhoogd platform.
Voor de eenvoud van de tekening werden de nissen in de buitenmuren weggelaten en zijn de kanalen gedraaid weergegeven.
Het Osirion is een ondergronds bouwwerk (installatie), het zat volledig verzonken in de omgevende rotsbodem, bovenop de dakplaten kan er zelfs nog een metersdikke laag grond (zand?) hebben gelegen.

Twee “vijvers” in het verhoogd platform, elk verbonden met een kanaal?
In het verhoogd platform in het midden van het Osirion zitten twee gaten, een rechthoekig en een vierkant. We veronderstellen een kanaal dat vanaf de Nijl arriveert in het Osirion en een tweede kanaal (of pijpleiding) dat vandaar vertrekt naar het lager gelegen Giza plateau. De vraag is welk kanaal bij welke opening in het platform hoort. De rechthoekige opening is groter dan de vierkante, in analogie daaraan durven we te stellen dat beide pijpleidingen ook al ongelijk zijn in grootte. Om er zeker van te zijn dat er steeds voldoende water zou kunnen vertrekken moest ervoor gezorgd worden dat er te allen tijde voldoende water arriveerde, komt daar nog bij dat aan het toestromend water de lucht en het slib werd onttrokken waardoor het aangevoerde volume nog een beetje verkleinde. Indien we zelf mochten kiezen dan maakten we de aanvoerleiding groter dan de afvoerleiding, de toevoer zou op die manier steeds groter zijn dan de hoeveelheid die kon wegstromen. Gezien het Osirion een gesloten vat was kon die installatie vrijwel helemaal vollopen, vanaf dat moment zou de toevoer van water vanzelf stoppen. We denken daarom dat de aanvoerleiding arriveert in de rechthoekige opening en dat de afvoerleiding begint in de vierkante opening.
De aanwezige druk binnenin het Osirion kan aanzienlijk geweest zijn, dit zou kunnen verklaren waarom zo’n enorm zware granietblokken werden gebruikt. Ook het feit dat het Osirion ondergronds werd gebouwd en dat de buitenmuren zes meter dik zijn kan om dezelfde reden geweest zijn. De granieten dakplaten werden enorm dik en zwaar uitgevoerd, bovendien kan daar nog een dikke laag aarde bovenop gelegen hebben, dit alles mogelijks om de druk binnenin het Osirion te kunnen weerstaan.

Het inkomend Nijlwater werd ontlucht en ontdaan van slib.
Er mocht geen slib terechtkomen in het uitgaand kanaal.
Waarschijnlijk fungeerde het Osirion als een bezinkingsinstallatie om het inkomende Nijlwater te ontdoen van het aanwezige slib en eventuele luchtbellen. Beide gaten in het verhoogd platform zitten vrij dicht tegen elkaar, om te vermijden dat het slib in het uitgaand kanaal terechtkwam is het mogelijk dat er een verhoogde boord aan bevestigd was. Het was uiteraard de bedoeling dat alle slib in de diepere gracht terechtkwam en niets in het uitgaande kanaal. De luchtbellen daarentegen konden opstijgen tot juist onder het plafond, of er in de dakplaten nu al dan niet een voorziening zou geweest zijn om die lucht af te laten is uiteraard niet meer te achterhalen, dit was evenwel geen vereiste voor de goede werking van deze installatie.

17 nissen en 1 in/uitgang in de buitenmuren.

Foto van het Osirion, op de achtergrond de toegang tot een van de nissen.
Omheen elke doorgang zit een uitsparing in de buitenmuur.

Bij iedere doorgang naar een nis is er omheen de “deuropening” een uitsparing.
Het is alsof daar ooit een deur of paneel heeft ingestaan.
Zoals reeds eerder vermeld werd de buitenmuur van het Osirion opgetrokken uit roze zandsteen waarin zeventien nissen uitgespaard werden. Die nissen of cellen hebben geen vloer maar zijn gevuld met vochtige aarde en/of zand, op een diepte van 3,5 meter vond men water (in 1903). Hedendaags staat de gracht en het verhoog meerdere maanden per jaar blank.

Werden de nissen afgesloten met waterdichte schotten?
Indien het Osirion waterdicht werd gemaakt dan waren de doorgangen naar die 17 nissen meer dan waarschijnlijk afgesloten, die cellen hebben geen vloer en indien de doorgangen niet werden afgedicht kon wellicht alle druk en ook het water langs daar verdwijnen.

Door de druk van het water werden de schotten in de uitsparingen gedrukt
(blauwe pijl).
De waterdichte schotten kunnen in de uitsparingen van de “deurgaten” gepast hebben, er is echter geen enkel spoor van bevestigingspunten te vinden waarmee die schotten konden vastgezet worden. Dit zal eigenlijk niet nodig geweest zijn, de aanwezige waterdruk zal meer dan voldoende geweest zijn om die schotten, wellicht voorzien van dichtingmateriaal zoals bijv. stroken leder of lood, in die uitsparingen te persen zodat het geheel perfect waterdicht werd afgesloten.
Maar, wat was dan het nut van die nissen?
Hoewel het uiteraard gissen blijft zou het iets kunnen te maken gehad hebben met het volume slib dat steeds maar hoger kwam te staan in die gracht. Dat slib diende wellicht regelmatig verwijderd te worden, beide stenen trappen lijken dus ideaal om in die gracht af te dalen. Indien de watertoevoer werd afgesloten kon het water wegstromen tot op het moment dat het op gelijke hoogte kwam met het verhoogd platform, de gracht zelf zou echter volledig vol water blijven staan. Het is mogelijk dat op dat moment de waterdichte schotten werden weggenomen en dat de gracht kon leeglopen via die nissen, wellicht zijn die met een of andere ondergrondse tunnel verbonden en kon het water langs die weg worden afgevoerd. Achteraf, toen alle water verdwenen was uit de gracht, diende enkel nog het slib te worden verwijderd.
De eindbestemming van die waterleiding:
Die “pijpleiding” moet toch ergens eindigen, laten we aannemen dat dit inderdaad op het Gizeh plateau was in de omgeving van de piramiden. Op dat eindpunt moest men op de een of andere manier dat water kunnen aftappen om die druk te kunnen aanwenden voor een of andere toepassing. Indien we om ons heen kijken dat wordt dit hedendaags opgelost met brandkranen, er wordt zo’n kraan geplaatst op de openbare weg en die wordt aangesloten op de hoofdleiding van het waternet. Daarop kunnen dikke brandslangen aangesloten worden. In onze hedendaagse samenleving gaat het hem om het water zelf, al is het gewenst voor de brandweer dat er tevens voldoende druk aanwezig is.

A B C D E
Zijn het allemaal afbeeldingen van brandkranen?
Al zal deze bewering zeer vreemd overkomen, een soortgelijke toepassing kan bestaan hebben in het antieke Egypte. Wellicht moeten we ons afvragen of figuur C en D niet eerder de voorstelling was van een “brandkraan” in plaats van een watertoren. Het Tyet symbool werd vanaf de 3é dynastie in verband gebracht met de godin Isis, kan dit oorspronkelijk een “alledaags” werktuig of toestel geweest zijn?
Wij kennen afbeeldingen uit het Oude Rijk die niet kunnen gelezen worden als hiërogliefen. Het zijn taferelen die welbepaalde handelingen voorstellen die eigenlijk voor iedereen duidelijk zouden moeten zijn, of wij nu hun taal begrijpen of niet (of al dan niet hun hiëroglyfen kunnen lezen). Deze afbeeldingen kunnen de bedoeling gehad hebben ons bepaalde zaken duidelijk te maken. Eenieder die de nodige kennis had vergaard zou deze taferelen kunnen ontcijferen, zelfs al verstonden we hun taal niet. Diegenen die deze tekens hebben achtergelaten zullen waarschijnlijk nooit vermoed hebben dat het duizenden jaren zou duren eer we het zouden beet hebben. Het spijtige van de zaak is dat wij die uitbeeldingen niet willen begrijpen, we beheersen die technieken reeds geruime tijd maar weigeren pertinent aan te nemen dat diezelfde wetenschap reeds duizenden jaren geleden werd toegepast.
Indien er in het Oude Rijk werkelijk gebruik gemaakt werd van “brandkranen” en waterslangen om water onder hoge druk aan te wenden voor de een of andere toepassing, hoe zou men dit dan voorgesteld hebben?

Grote hoeveelheid water onder hoge druk? [1]
© Picture May be Copyrighted.

Afbeelding uit een crypte in de tempel van Hathor in Dendera [1]
De luchtgod zit op een “kolom” van waaruit een darm lijkt te komen.
Komt uit die darm water onder hoge druk? (waterbel met sissende slang in het binnenste).
© Picture May be Copyrighted.

Detail van de luchtgod op de “kolom”
en de slang in de waterbel [1].
© Picture May be Copyrighted.
Zijn bovenstaande afbeeldingen duidelijk genoeg? Uit een “kolom” komt een darm of waterslang, dit zou wel eens onze “brandkraan” kunnen voorstellen. Hoe kon men nu nog beter een grote hoeveelheid water voorstellen dan in bovenstaande figuren? In die grote waterbel zit een slang, een slang maakt een sissend geluid. Indien we een tuinslang gebruiken dan maakt het water dat er uit komt gespoten eveneens een sissend geluid, dit door de hoge druk op het water. Als de Oud Egyptenaren een grote waterbel tekenen met daarin een sissende slang dan…. Juist, dan zou dit kunnen betekenen dat het om een grote hoeveelheid water gaat onder hoge druk. Voor alle duidelijkheid werd ook nog de luchtgod bovenop die “kolom” getekend alsof ze ons trachtten wijs te maken dat de luchtgod niet in het water hoort te zitten, dat er zich géén lucht in de leidingen mag bevinden.
Bovenstaande taferelen, en ook nog andere, zijn te zien in een crypte van de Hathor tempel in Dendera, daar staan handelingen afgebeeld die blijkbaar tot op heden door niemand echt begrepen worden. Het is alsof die taferelen in een bepaalde volgorde moeten doorlopen en bekeken worden, alsof we hier te maken hebben met een mysterieuze wetenschap of technologie. Het is pas nadat we er zullen in slagen om alle taferelen in de juiste volgorde te plaatsen en deze helemaal doorgronden dat deze technologie zich volledig zal openbaren.
We zijn er ons wel degelijk van bewust dat bovenstaande afbeeldingen op reeds tientallen verschillende manieren werden uitgelegd door pseudo-wetenschappers en collega’s SF’ers zullen we maar zeggen. De meest gangbare versie is de hypothese in verband met elektriciteit, velen zien in voorgaande reliëfs een elektriciteitskabel die eindigt op een fitting waar een lamp in zit; Licht voor de farao! Dat idee is blijkbaar origineel afkomstig van Krassa en Habeck in hun boek “Licht für den Pharao” [4] maar heeft pas grote aanhang gekregen toen Erich von Däniken dit ook vermelde in zijn boek “De ogen van de sfinx” [5]. Wij van onze kant voegen daar nu nog maar eens een hypothese aan toe, het is aan u om er een eigen mening over te vormen want bewijzen zijn er niet.
------------------------------------------------------------------
Verwijzingen bij hoofdstuk 15.
[1] - Margaret A Murray.
The Osireion at Abydos 1903 - London 1904.
http://www.lostchord.org/osireionmurray.pdf
Prachtige foto’s van het Osirion te Abydos.
http://www.lostchord.org/osireion.html
Prachtige foto’s van de crypte in de Hathor tempel in Dendera.
http://www.lostchord.org/den.html
[2] - Website van Jon Bodsworth
Jon’s eigen foto’s van de piramiden en omgeving.
Foto’s uit het boek van John & Morton Edgar (1910).
Tekeningen uit de boeken van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
Prachtige foto’s van het Osirion te Abydos.
http://www.egyptarchive.co.uk/index.htm
[3] - Geography of Strabo – Wm Heinemann, Londen 1982.
Zie ook Graham Hancock – Het ontstaan en einde van alles – Hfst. 45.
Uitgeverij Tirion – Baarn – Nederland – ISBN 90-5121-600-9 - 1997.
[4] – Krassa, P. en Habeck, R – Licht für den Pharao
Luxemburg 1982.
[5] – Erich von Däniken – De ogen van de sfinx
A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij bv. 1990
ISBN 90-218-0192 – 2
|