Logo Poolshift  


Een Zoektocht Naar De Oudste Beschavingen.


 
WWW.DJEDFORCE.NET
 
  Home
 

3 – Poolshift en Aardkorstverschuiving.

Zijn de geografische polen meerdere malen verschoven?

Eerste versie augustus 2008.
Bijgewerkt op 23 maart 2009.


Magnetische polen van de aarde.

Alle hemellichamen in het heelal zijn onderhevig aan een onderlinge aantrekkingskracht, dit heeft Newton indertijd vastgelegd in zijn 2é wet. De onderlinge aantrekkingskracht is wat wij de zwaartekracht noemen, deze is recht eveneredig met de massa van die lichamen. De aantrekkingskracht tussen bijv. de zon en planeten onderling heeft hoegenaamd niets te maken met het aards magnetisme. Bij de zwaartekracht is er geen sprake van polen die elkaar aantrekken of afstoten. Tussen hemellichamen of andere voorwerpen is er altijd een onderlinge aantrekkingskracht, nooit een afstoting.

De aarde is wél magnetisch en gedraagt zich als een staafmagneet maar is zelf géén permanente magneet. Het magnetisch veld wordt opgewekt in het binnenste van de aarde zelf. Vroeger was de dynamotheorie [1] dé manier om dit fenomeen uit te leggen, zo was het en niet anders. Hedendaags wordt deze theorie verworpen en zweert men bij de theorie van de convectiecellen in het binnenste van de aarde [1]. Hoe dan ook, onze planeet heeft inderdaad een magnetisch veld en het wordt, zoals de wetenschap het ons voorhoudt, in het binnenste van de aarde opgewekt.

Het merendeel van de magnetische veldlijnen gaan de aardbol uit via één pool en treden de aardbol terug binnen via de andere pool, de magnetische noord- en zuidpool. Deze vallen niet samen met de geografische polen, dit zijn de punten op het aardoppervlak waar de denkbeeldige as van de aarde naar buiten komen, de as waarrond de aarde draait. De magnetische polen liggen daar steeds dicht bij maar vallen er zelden of nooit mee samen, bovendien veranderen ze voortdurend van plaats. De zeevaart gebruikt het kompas om zich te oriënteren, zeekaarten moeten om de vijf jaar herwerkt worden omdat de magnetische polen binnen die periode al te ver zijn verschoven waardoor de zeekaarten te onnauwkeurig zijn geworden. De magnetische Noordpool zwerft momenteel ergens rond op zo’n 1600 km van de echte Noordpool (2001 = 78°18’ N – 104° West). Afstanden tussen de magnetische en de geografische polen tot pakweg 2000 km zijn normaal, véél groter zal die afstand niet worden door de magnetische pooldrift.  

In stollingsgesteenten van vulkanen zitten ferromagnetische elementen. Indien vloeibare lava uit een krater loopt gaan deze elementen zich richten volgens die noord- zuid veldlijnen van de aarde en gaan ze als het ware de locatie aanwijzen van de magnetische polen waar ze zich op dat moment bevinden. De lava gaat stollen en de magnetische elementen worden in die positie vastgehouden. Duizenden jaren later kunnen geologen de ouderdom bepalen van die lavalagen en door de oriëntatie van die magnetische elementen in de gestolde lava kunnen ze tevens bepalen waar de magnetische polen van de aarde zich in die tijd bevonden.
   

Aardkorstverschuiving.

Miljoenen jaren geleden bestond het land uit één groot continent, Pangea genoemd. Door allerlei inwendige krachten in de aarde is Pangea in meerdere stukken opengebroken, ongeveer in de continenten zoals we die nu kennen. De continenten schuiven nog steeds verder uit elkaar, dit mechanisme wordt omschreven als de platentektoniek.

Aardkorstverschuiving heeft daar niets mee te maken, de theorie daaromtrent is héél omstreden en is meer dan waarschijnlijk niet correct. Daarmee zijn we op het terrein gekomen van Immanuel Velikovsky [2], van Rand & Rose Flem-Ath [3] en vooral van Charles Hapgood [4]. Wat is de voorgeschiedenis voor deze theorie? Wel, heel het oppervlak van onze planeet is bezaaid met sporen, zeg maar bewijzen, dat er in het verleden zware catastrofes hebben plaatsgevonden. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat zeer koude gebieden, dat zelfs de huidige poolgebieden in het verleden een veel milder klimaat gekend hebben. Andere streken tonen dan weer een omgekeerd beeld, gebieden die van een warm in een ijskoud gebied zijn terechtgekomen. Daaruit is het idee ontstaan dat het aardoppervlak lang geleden meerdere malen moet zijn verschoven.

Hapgood heeft de theorie van “Pole Shift” overgenomen van zijn voorganger Velikovsky en heeft deze verder uitgewerkt [5]. Aardkorstverschuiving is een theorie die tracht te verklaren dat de aardkorst in zijn geheel zou kunnen verschuiven over de dieper gelegen vloeibare kern van de aarde. Volgens deze theorie zou de aardbol alsook de aardas niet in zijn geheel verdraaien maar enkel de bovenste dunne laag aan de oppervlakte.

Zoals anderen [Flem - Ath] het reeds eerder formuleerden, het is zoals de schil van een sinaasappel die los zit en kan verschuiven over het binnenste ervan. Het mechanisme verantwoordelijk voor deze verschuiving van de buitenste aardkorst moest volgens Hapgood gezocht worden in de steeds groter wordende instabiele ijskap op Antarctica. De enorme aangroei van het ijs aan de geografische pool verloopt niet symmetrisch. Dit zou een onstabiel schommelen van de aarde teweegbrengen omheen de aardas en uiteindelijk zou die ijsmassa ervoor zorgen dat de aardkorst in zijn geheel zou verschuiven over de binnenste vloeibare kern. Er zijn genoeg sporen te vinden om te kunnen besluiten dat er in het verleden meerdere dergelijke verschuivingen geweest zijn. De meest recente shift was op het einde van de laatste ijstijd, volgens geologen tussen de 16.000 en 12.000 jaar geleden.

Voor zover geweten heeft Hapgood nooit beweerd dat de aarde en de aardas in zijn geheel kon verdraaien. Toch vertrok hij, om zijn theorie te kunnen bewijzen, van de veronderstelling dat de magnetische- en de geografische polen nooit ver van mekaar verwijderd liggen. Op zijn zachts uitgedrukt is dit een bizar gegeven, toch is hij er op die manier in geslaagd heel belangrijke gegevens te verzamelen. Aan de hand van geomagnetische- en koolstofdateringen heeft hij kunnen aantonen dat de magnetische polen reeds enkele keren over een grote hoek zijn verschoven. Deze verschuivingen waren veel te groot om als normale drift te beschouwen. Nog volgens Hapgood, zou de magnetische Noordpool tussen de 17.000 en 12.000 jaar geleden in de omgeving van de Hudson baai hebben gelegen op 60° N, 73° W. Het is hem zelfs gelukt om drie nog vroegere posities van de magnetische noordpool te bepalen:

Positie 1 - ong. 75.000 v.Chr. - 63° Noord, 135° West .
De Yukon omgeving, dit is Noordwest Canada tegen Alaska.

Positie 2 - ong. 50.000 v.Chr.  – 72° Noord, 10° Oost.
In de Groenland zee, ten noorden van Noorwegen.

Positie 3 – ong. 12.000  v.Chr. – 60° Noord, 73° West.
In de omgeving van de Hudson baai in Canada.

Positie 4 – de huidige positie, 78° Noord, 104° West (in 2001).

In 1958 heeft Charles Hapgood, samen met James H. Campbell, deze theorie gepubliceerd in hun boek “Earth’s Shifting Crust”. In 1970 werd een revisie  van dat boek uitgegeven onder de naam “The path of the pole”. In een introductienota, opgenomen in dat boek en door Hapgood zelf geschreven, heeft hij zijn eigen theorie in twijfel getrokken omdat nieuwe berekeningen aantoonden dat de massa van de ijskap niet groot genoeg was om de aardkorst uit evenwicht te brengen. Hij hield het wél voor bewezen dat de continenten herhaaldelijk zijn verschoven en bleef trouw aan de theorie van aardkorstverschuiving. Het idee van een plotse verschuiving van de aardkorst liet hij evenwel varen en verklaarde dat zo’n verschuiving tot wel 5.000 jaar kon duren. Het plotse karakter was dus door eigen toedoen verdwenen uit zijn theorie, bovendien is dit waarschijnlijk niet de correcte uitleg voor de glacialen. Indien de aardkorst over een hoek van zo’n 30° zou verschuiven, zou op de ene plaats het ijs vlug afsmelten en het op de nieuwe polen opnieuw gevormd worden. Na een paar duizend jaar zou het globale klimaat ongeveer terug hetzelfde moeten zijn. Er wordt door deze theorie géén enkele mogelijke reden gegeven waarom het globale klimaat zo sterk veranderde. Terug naar af dus.

Het is hier de bedoeling de data voor de verschillende posities van de magnetische polen in verband te brengen met die tijdperken van 36.000 jaar die we in de Kali Yuga hebben gevonden.

Poolshift
Data van de magnetische poolshiften volgens Hapgood vergeleken met Kali Yuga.

Home

De gegevens die het verst terug in de tijd liggen verschillen nogal, 75.000 en 86.000 jaar liggen vrij ver uit elkaar. Deze resultaten werden door Hapgood gepubliceerd in 1958, het onderzoek en de metingen gebeurden wellicht een paar jaar eerder. Het verschil zit hem enkel in de oudste gegevens, van alle resterende sporen op aarde moet dit wel de kleinste meetwaarden opgeleverd hebben. Indien we rekening houden met de jaren waarin deze metingen werden uitgevoerd mogen we wellicht een afwijkende meting als normaal beschouwen, eerder dan te moeten besluiten dat het interval van 36.000 jaar niet zou bestaan.

De volgende hypothese wordt hier naar voor gebracht :

De aarde is in het verleden reeds meerdere malen in zijn geheel gekanteld. Het omkiepen van onze planeet gebeurde met intervallen van ongeveer 36.000 jaar, dit zal in de toekomst nog gebeuren. Bij het omklappen komt de aarde bijna ondersteboven te staan, een verplaatsing van de aardas over een hoek van grofweg 150°. Het omkeren van de aarde gebeurt heel vlug, dit duurt maximum een paar uren. Vóór 14.000 v.Chr. lag de magnetische Noordpool op 60° Noord, 73° West en de geografische pool bevond zich in de nabije omgeving van de magnetische. Omstreeks 14.000 v.Chr. kantelde de aarde in zijn geheel over een grote hoek van ongeveer 150°. De aardas kwam daardoor in zijn huidige positie te staan. Het klimaat werd milder over de hele planeet, de aarde warmde op en maakte tijdelijk een einde aan de recentste ijstijd. Die keer heeft het omklappen van de aarde veruit de meest catastrofale gevolgen gehad. Volgens Zecharia Sitchin [6] werd de ijskap van Antarctica de oceaan ingetrokken en dit veroorzaakte de zondvloed. Slechts een duizendtal jaren na het plotse opwarmen van de aarde belandde de planeet opnieuw in een bijna ijstijd (dit staat bekend als de Younger Dryas periode), mogelijks als direct gevolg van de ijskap die in de oceaan dreef. Na een relatief korte periode van "bijna ijstijd" werd het klimaat opnieuw warmer en kwam er definitief een einde aan het koude tijdperk.

Dat dit iedere 36.000 jaar voor enorme catastrofes zorgt hoeft hier vast niet vernoemd te worden, daar zal iedereen het wel mee eens zijn. En toch, hoe erg deze rampen ook mogen geweest zijn, het omklappen van de aarde is slechts een “bijna volledige cyclus”. De volledige cyclus moet nog véél erger zijn, gelukkig komt dit "slechts" eens om de 432.000 jaar voor. In de mariene sedimenten zijn enkel sporen te vinden van die cycli van 432.000 jaar maar géén van die “bijna volledige cyclus” van 36.000 jaar. Sporen van schommelingen in het klimaat veroorzaakt door die quasi complete cyclus van 36.000 jaar werden wél ontdekt in boorkernen genomen uit de ijslagen van Groenland en Antarctica.

De gevolgen van het ondersteboven keren van de aarde, glacialen?

Het enige wat als mogelijke reden kan aangehaald worden is dat de afstand tussen de aarde en de zon mogelijks groter of kleiner wordt vanwege het ondersteboven kantelen van het magnetisch veld van de aarde. Magnetisme wordt opgewekt in het binnenste van de aarde, als deze nu ondersteboven komt te staan dan geldt dit ook voor het magnetisch veld. De zuidpool blijft wel op Antarctica en de aarde zelf draait nog steeds op dezelfde manier verder, maar ten opzichte van de zon en de andere planeten zal de aarde in de andere richting draaien en zullen de magnetische polen ondersteboven staan. Mogelijks zorgt dit voor een verzwakking of versterking van het magnetisch veld en is dit voldoende om de aarde een beetje dichterbij de zon te duwen of om ze er een beetje verder van weg te trekken.

Aanwijzingen voor deze hypothese?

Het meest recente omkeren van de aarde zou, volgens onze hypothese, hebben  samengevallen met het einde van de laatste ijstijd, omstreeks 14.000 v.Chr. Dit is een tijd waarvan gezegd wordt dat er nog géén enkele beschaving bestond. Verhalen die naar die periode refereren worden steevast als mythische verzinsels geklasseerd, toch vernoemen we er hier een paar.

1 - Een aanwijzing voor het herhaaldelijk optreden van deze catastrofen.
[7] In het Verzameld werk van de Griekse filosoof Plato (427-347 v. Chr.)
deel V – Timaeus, 22-23.    
Critias vertelt het verhaal dat hij van zijn grootvader, die eveneens Critias
noemde, had gehoord van Solon. Die had dit verhaal op zijn beurt dan weer
van de Oud Egyptenaren vernomen.

“De lichamen die zich in de hemel rond de aarde bewegen, vertonen een
afwijking en wat zich op de aarde bevindt, wordt met grote tussenpozen door
een geweldig vuur verwoest".  

“Om te beginnen wist je slechts één enkele zondvloed te vermelden
van de talrijke die in het verleden zijn voorgekomen”.

2 - Een aanwijzing dat de aarde ondersteboven keert.
[8] Herodotos – “Het verslag van mijn onderzoek” – Boek 2 – 142.

“In die lange periode is de zon viermaal van haar gewone baan afgeweken:
twee keer was zij opgekomen op de plaats waar zij normaal ter kimme daalt
en tweemaal was zij in het oosten ondergegaan.”

Als de aarde ondersteboven keert dan draait zij ten opzichte van de zon in de omgekeerde richting.

De oorzaak voor het ondersteboven keren van de aarde.

De oorzaak moet mogelijks gezocht worden in een speciale uitlijning van enkele zoniet alle binnenplaneten in ons zonnestelsel, bijv. alle planeten op één lijn tussen de zon en Jupiter. Een speciale stand waarbij de aantrekkingskracht van de zon op een minimum is ten opzichte van de aarde. Het moet vast een fenomeen zijn dat aan de hemel kan geobserveerd worden. Vanaf het prille begin van de oudste beschavingen die we kennen, op alle continenten van de aarde, werden bewegingen van planeten en sterren heel nauwkeurig geobserveerd. De mens uit die tijd moet vast wel een grondige reden gehad hebben om daar zo veel inspanningen voor te leveren. Maar toch, het is vrijwel onmogelijk dat een speciale conjunctie op zich zou voldoende zijn om de aarde ondersteboven te keren. Daar is meer voor nodig, een speciale stand van onze binnenplaneten alleen kan er niet voor zorgen dat de aarde draait. Daarvoor is “iets” nodig dat tussen de omloopbanen van de aarde en Mars passeert en een vrij grote aantrekkingskracht uitoefent waardoor de planeten meegetrokken worden. U voelt het al komen, Nibiru. Niet dat we daar gelukkig mee waren maar na jaren is gebleken dat we er niet onderuit kunnen. Nibiru wordt nog verder besproken in een volgend hoofdstuk.

Home

____________________________________________________________________

Verwijzingen bij hoofdstuk 3.

[1] - Aardmagnetisme – link naar het KNMI in Nederland.
       http://www.knmi.nl/kenniscentrum/aardmagnetischveld_ontrafeld.pdf

[2] - Velikovsky, Immanuel – boek “Aarde in beroering”.

[3] - Flem – Ath, Rand en Rose.
        http://www.flem-ath.com/

[4]Hapgood, Charles – The earth’s Shifting Crust (1958).

[5] - Science Mysteries – Pole Shifting – algemeen overzicht.
       http://www.world-mysteries.com/sci_2.htm

[6] - Sitchin, Zecharia.
        In zijn boek “De eerste tijd” – uitgeverij Tirion (NL versie)
        Originele titel “When Time Began”.

[7] - Plato - Nederlandstalige vertaling van het verzameld werk van de Griekse filosoof Plato
        (427 - 347 v. Chr.) deel V – Timaeus, 22-23.
        Uitgeverij – Pelckmans/Kapellen en  Agora/Baarn. – 1999.

[8] - Herodotos – “Het verslag van mijn onderzoek” – Boek 2 / 142.
        Uitgeverij SUN – Nijmegem – 2é, gecorrigeerde druk 1996.

Home