Osiris, Heer van Rostau  


Een Zoektocht Naar De Oudste Beschavingen.


 
WWW.DJEDFORCE.NET
 
  Home
 

14 – Rostau.

Rostau, een héél oude ziel in een jonger lichaam.

Eerste versie 16 maart 2009.
Bijgewerkt op 30 maart 2009.


Zowel verhaal 1 als verhaal 2 uit de Hitat zijn correct (zie hoofdstuk 13), ze mogen echter niet aan elkaar gekoppeld worden, beide verhalen staan totaal los van elkaar. Koning Saurid is niet dezelfde persoon als Noach (alias Hermes, Idris).

Rostau, de necropolis op het Giza plateau, zou volgens een tekst uit de Hitat enige tijd vóór de zondvloed in 14.345 v.Chr. gebouwd zijn door Henoch, de Bijbelse voorvader uit het oude testament. Henoch, een directe afstammeling van Adam, las in de sterren dat de zonvloed zou komen. Nibiru naderde de aarde en kon opnieuw geobserveerd worden, het werd duidelijk dat omstreeks 14.345 v.Chr. de aarde opnieuw ondersteboven zou keren. Daarop liet hij de piramiden bouwen en bracht daar grote schatten, geleerde teksten en alles wat niet mocht verloren gaan, in onder, om het te beschermen en goed te bewaren.

Plattegrond Gizeh Plateau
Map of Giza Pyramid Complex - Drawing by MesserWoland [1]
Het Giza plateau zoals het er nu uitziet, de verbindingsweg wijst naar het westen.
In feite staat die op de vroegere noordpool gericht.

Neem, denkbeeldig uiteraard, alle piramiden en tempels weg die op de huidige geografische noordpool gericht staan. Ziet u wat er nog overblijft? U heeft zopas de jonge lichamen verwijderd en nog enkel de oude zielen blijven over, enkel Rostau staat er nog. Deze gebouwen hebben een 76° noordwest oriëntatie, ze maken dus een hoek van 14° met een lijn van West naar Oost (evenwijdig aan evenaar). Ze staan uitgelijnd op de vroegere geografische noordpool. Laten we die kaart tevens draaien zodanig dat de vroegere noordpool bovenaan staat (daarvoor moeten we de verbindingsweg van Chefren exact vertikaal plaatsen).

Rostau vóór de zondvloed
Map of Giza Pyramid Complex - Drawing by MesserWoland [1]
De tekening staat uitgelijnd op de vroegere noordpool,
wat er werd bijgetekend was Rostau vóór de zondvloed in 14.345 BC.

Voor zover we weten blijven er slechts twee kleinere piramiden over, de verbindingsweg en een kleine daltempel (oranje rechthoek). De 2é piramide stond ofwel op dezelfde plaats als die van Chefren ofwel stond ze bovenop de Osiris tombe (blauwe rechthoek), dit kan niet met zekerheid bepaald worden. Het meest logische zou zijn dat de 2é piramide nog verborgen zit onder deze van Chefren, exact in het verlengde van de verbindingsweg. Alle bouwwerken die nog overblijven staan op de vroegere geografische noordpool gericht, de locatie nog vóór de aarde omkeerde in 14.345 v.Chr. Bij het opmeten van tekeningen bleek dat er ook nog drie bootputten uitgelijnd staan op de vroegere noordpool, ze zijn aangegeven in de rode cirkel. Indien men die bootputten bekijkt geven die de indruk alsof ze totaal willekeurig werden uitgehakt in de rotsbodem, blijkt nu dat dit zeker niet het geval is.

Het originele Rostau
Dit waren de bouwwerken van Rostau vóór de zondvloed,
bij het maken van deze tekening werd duidelijk dat er ook drie bootputten bijhoren.

Home  

Uit de inventarisstèle, die omstreeks 1400 v.Chr. werd opgericht door Thoetmosis IV, een farao uit de achttiende dynastie, weten we dat de daltempel “van Chefren” alsook de sfinx reeds bestond ten tijde van zijn voorganger Cheops en toen al onvoorstelbaar oud waren. De daltempel zou zijn neergedaald in de “eerste tijd” en zou het werk geweest zijn van de goden die zich in de Nijlvallei hadden gevestigd. De daltempel werd bestempeld als het huis van Osiris, de heer van Rostau, Isis was de meesteres van de grote piramide.

De bouwwerken van vóór de zondvloed omstreeks 14.345 v.Chr.

1 – De verbindingsweg.
Het duidelijkst herkenbaar is de verbindingsweg van de daltempel naar de piramide van Chefren. Van het grootste belang hier is de oriëntatie, de verbindingsweg staat georiënteerd op de locatie van de noordpool waar die stond vóór de zondvloed vóór 14.345 v.Chr. Samen met de uitlijning van de dodenlaan in Teothuacan, Mexico hebben we de locatie van de vroegere geografische noordpool kunnen bepalen (in hoofdstuk 11 bepaald op 51,5°N en 89°W, dit is geen exact gegeven maar slechts een grove benadering).

2 – De piramide van Isis.
Onder de piramide van Mycerinus zit er nog een kleinere. Egyptologen beschouwen dit als het eerste bouwplan van farao Mycerinus, zoals altijd wordt dit verklaard als een wijziging van de bouwplannen. De farao zou dus eerst een piramide volledig hebben afgewerkt om dan van idee te veranderen en een grotere piramide over de eerste te bouwen. Dit is een uitleg die men iemand 50 jaar geleden kon wijsmaken, maar deze tijd is lang voorbij.

Die eerste, kleine piramide in de kern moet vóór de zondvloed vast de grootste van de twee piramiden van Rostau zijn geweest, volgens de inventarisstèle was Isis de meesteres van de grote piramide. De naam “grote piramide” slaat hier niet op de piramide van Cheops maar over de eerste piramide in de kern die nu verborgen zit in die van Mycerinus, deze vroegste kleine piramide werd gebouwd vóór de zondvloed en werd waarschijnlijk vanaf de zondvloed tot aan de komst van Cheops de “grote piramide van Isis” genoemd.

De Piramide van Mycerinus
© Drawing May be Copyrighted. Tekening kolonel H. Vyse. [2]
De piramide van Mycerinus, in de kern zit een kleinere piramide.
1. Hoger gelegen gang van de oorspronkelijke kleine piramide.
4. De onderste kamer met 6 nissen en geheel andere oriëntatie.

Detail bovenaanzicht piramide van Mycerinus
Kamer 4, de onderste kamer met zes nissen, de oriëntatie is duidelijk anders.
Kamer 4 staat blijkbaar uitgelijnd op de vroegere noordpool,
en is dezelfde als bij de verbindingsweg (76° NW).

Die kleinere piramide in de kern van Mycerinus’ piramide werd ontdekt door Perring en Vyse omstreeks 1837. Hij is in de piramide van Cheops binnengedrongen tot in het hart van de piramide en is via de ingang van Isis’ piramide doorgedrongen tot aan de oorspronkelijke buitenwand (1). Daar heeft hij enkele tunnels gegraven waarbij hij heeft kunnen vaststellen dat er inderdaad een kleinere piramide zit onder de grotere massieve mantel. Volgens de schets zou de kleine Isis piramide een (vierkante?) basis gehad hebben van 60 bij 60 meter, de hoogte moet ongeveer 38 meter bedragen hebben (indien de basishoek 52° bedroeg). In verband met de oriëntatie van de kleine piramide is niets bekend maar we zijn er vrijwel zeker van zijn dat bij nader onderzoek zal blijken dat die exact op de vroegere noordpool staat uitgelijnd. Als enig argument om dit aan te tonen is er de onderste kamer in de rotsbodem. Het gaat hier om de kamer met de zes nissen, die zit wellicht juist onder het middelpunt van de kleine piramide en staat waarschijnlijk georiënteerd op de vroegere positie van de polen. Van alle inwendige kamers is de onderste met de zes nissen de enige die deze oriëntatie heeft, dit maakt dus ook al meteen duidelijk welke kamers er origineel tot de piramide van Isis behoorden en welke er werden bijgebouwd door Mycerinus.

3 – Het huis van Osiris, Heer van Rostau.

Daltempel en Sfinxtempel
Origineel het huis van Osiris, nu de daltempel van Chefren.
Enkel de rode lijnen stellen de resterende delen voor van het huis van Osiris.

Bij de daltempel van Chefren treffen we terug hetzelfde aan, volgens de inventarisstèle was de daltempel ten tijde van Cheops reeds onvoorstelbaar oud. Dat klopt, maar die tempel was toen veel kleiner, opnieuw is het zo dat alleen de muren en gangen die uitgelijnd staan op de vroegere polen in aanmerking komen, dit is een (stuk van de) buitenmuur en een enkele gangen. De rest staat georiënteerd op de huidige noordpool en werd gebouwd door Chefren. Bovendien stonden daltempels aan de rand van het water, dit kan het water van de Nijl geweest zijn, van een kanaal, een haven of zelfs van het Moerismeer. De daltempel van Chefren staat aan de rand van het Giza rotsplateau. Als die daltempel op die locatie aan de rand van het water stond, waarom moest de daltempel van Cheops zoveel verder en lager gebouwd worden om aan het water te komen? De verbindingsweg naar de piramide van Cheops is zo’n 925 meter lang [Herodotos] [3] en zijn daltempel zit nu onder het moderne dorp aan de rand van het Giza plateau. Zou de Nijl in 30 jaar zich zoveel verplaatst hebben?
Heel waarschijnlijk niet, tussen de bouw van beide daltempels kunnen enkele duizenden jaren verschil zitten, De vroegste kleine daltempel stond wellicht aan de rand van de Nijl maar toen Cheops ten tonele verscheen was de Nijl wellicht een kilometer naar het oosten opgeschoven of stroomde de Nijl reeds veel verder oostwaarts en heeft men ten tijde van Cheops kanalen moeten aanleggen (of misschien wel het Moerismeer).

Stèle met 2 piramiden en Sfinx       
De Sfinx en twee piramiden bij Giza,
op een stèle uit het Nieuwe Rijk (ca. 1.250 v.Chr.).

Home  

Op bovenstaande stèle zijn 2 piramiden te zien alsook de sfinx, dit moet vast de situatie geweest zijn vóór de tijd van Cheops, Chefren en Mycerinus. De sfinx staat er al en ook twéé piramiden, géén drie!! Kan dit een afbeelding zijn gebaseerd op een veel oudere toestand?

4 – Een kleine piramide in de kern de piramide van Chefren?

Piramide van Chefren

Bovenaanzicht, detail piramide Chefren
© Drawing May be Copyrighted. Tekening U. Hölscher. [2]
Bovenaanzicht van de gangen en kamers in de piramide van Chefren.
1. Ingang in de rotsbodem. 2. Deze kamer zou oorspronkelijk bedoeld geweest zijn als koningskamer,
men zou van dit plan afgestapt zijn [alweer!!]. 3. De eigenlijke koningskamer.
4. Ingang in de wand van de piramide. 

Met alle respect, het wordt eentonig steeds maar weer te moeten horen dat de bouwplannen voortdurend werden gewijzigd. Van alle drie de grote piramiden werd verklaard dat de plannen gewijzigd werden, in de piramide van Cheops tot driemaal toe!

Kleine piramide onder deze van Chefren?
Zou er in het inwendige van de piramide van Chefren ook een kleinere piramide zitten?
© Drawing May be Copyrighted. Tekening U. Hölscher. [2]

Opvallend aan de piramide van Chefren is wél dat er ook al twee ingangen zijn, juist zoals dit het geval is bij de piramide van Mycerinus. Er is echter tot op heden in de piramide van Chefren nog géén enkele kamer bekend die georiënteerd staat op de vroegere polen, moeten die soms nog ontdekt worden? Nochtans moeten er twee piramiden gestaan hebben, we weten alleen niet exact waar de tweede zich bevindt of gestaan heeft. De 2é piramide zou in de kern kunnen zitten van de piramide van Chefren, het zou ook kunnen dat ze ooit bovenop de Osiris schacht heeft gestaan. Kamer 2, die ook hier weeral beschouwd wordt als een bouwplan dat werd verlaten, zou de originele grafkamer van de kleine piramide (van Osiris?) kunnen geweest zijn. Om helemaal correct te zijn zou er zich daar nog een andere kamer moeten bevinden met zes nissen die gericht staat op de vroegere Noordpool, wie weet zit die daar nog ergens verborgen.

Gronplan RostauPiramiden van Osis & Osiris?
(Originele tekening links) - Map of Giza Pyramid Complex - Drawing by MesserWoland [1]
Een mogelijke locatie voor de piramide van Osiris?

Home  

Indien we voor het inwendige van de piramide van Chefren op dezelfde manier redeneren als de bouwers dit hebben gedaan bij de piramide van Mycerinus dan zou er ook hier een kleine piramide (van Osiris?) kunnen zitten in de kern. We veronderstellen dat de verbindingsweg van de kleinere, oude daltempel (huis van Osiris) naar de kleine piramide van Osiris leidde, de opgaande weg maakt een hoek van 14° met de piramide van Chefren maar zou loodrecht kunnen gestaan hebben op de piramide van Osiris. Indien we de lijn van de verbindingsweg doortrekken zouden we dus in het middelpunt van Osiris’ piramide kunnen uitkomen. Beide ingangen van de piramide van Chefren zitten op het noorden, niet juist in het midden maar ongeveer 12,5 meter meer naar het oosten. Indien we de ingangen tekenen dan krijgen we een kruispunt met de lijn van de opgaande weg. De grafkamer (2) zit op ongeveer 30 meter van de buitenzijde van Chefren’s piramide. Op de tekening werd een piramide getekend met een grondvlak van 50 bij 50 meter en met een hoogte van 33 meter (bij een hoek van 51 à 52°). Deze is dus wat kleiner dan Isis’ piramide. Dat de piramide van Osiris niet juist onder de top zit van Chefren’s piramide zou eventueel iets kunnen te maken hebben met het bouwplan van de latere piramiden, zoals de auteur Robert Bauval beweert in “Het Orion Mysterie”.  

5 - De tombe van Osiris. [4]
Ergens in het midden van de verbindingsweg tussen de daltempel van Chefren en zijn piramide is een doorgang onder de verbindingsweg. Vanuit deze doorgang daalt er een schacht vertikaal af naar beneden. Dit is de Osiris schacht en staat in verbinding met drie kamers, ze zitten op drie verschillende niveaus onder mekaar. De middelste kamer vertoont zeer veel gelijkenis met de onderste kamer in de piramide van Mycerinus, ze bevat eveneens zes nissen die in de zijwanden werden uitgehakt. In twee van deze nissen staat er een granieten sarcofaag, deze dateren meer dan waarschijnlijk uit een veel latere periode. Vanaf nog een andere nis daalt er een verticale tunnel af naar de derde en onderste kamer, omdat de onderste schacht naar de derde kamer vertrekt vanuit een nis veronderstellen we dat die kamer er later aan toegevoegd werd omdat dit de opzet van de 2é kamer verstoort.
De onderste kamer staat normaal gezien voortdurend volledig onder water. Dr. Zahi Hawass heeft in 1998 de onderste kamer laten leegpompen en heeft die onderzocht. Het gaat om een kamer waar in het midden ervan een verhoog gemaakt is dat als het ware een soort eiland vormt, op ieder van de vier hoeken van dat verhoog staat een pilaar. In het midden tussen die pilaren zit een granieten sarcofaag verzonken in dat eiland, het deksel ervan werd reeds veel vroeger weggeschoven.   

De ontdekkingen van Dr. Zahi Hawass.

Herodotos [3] spreekt bij de beschrijving van de bouw van Cheops’ piramide eveneens over de bouw van onderaardse grafkamers in de heuvel waar de piramiden staan. “Deze vertrekken bevinden zich op een eiland dat Cheops kunstmatig heeft gevormd door de Nijl af te takken” (boek II -124). “ Daar is, zoals ik al zei, door het rivierwater via een gemetselde tunnel een eiland gevormd waar het lijk van de farao begraven zou zijn”. [hier wordt Cheops bedoeld] (boek II – 127).

A – Deze schacht zou bekend geweest zijn ten tijde van Herodotos, volgens de tekst in zijn Historiën zou hem verteld zijn dat dit het graf van Cheops was. Volgens de opinie van Dr. Hawass echter had Herodotos het verkeerd en gaat het om een symbolische tombe van Osiris uit het Nieuwe Koninkrijk.   

B - Het Giza plateau kreeg lang geleden de naam “pr wsir nb rstaw” wat zoveel betekent als “het huis van Osiris, heer van Rostau”. Dr. Hawass heeft, na het verplaatsen van het deksel van de sarcofaag, het teken “pr” ontdekt, dit betekent zoveel als “huis”.  Dat soort van eiland omgeven door pilaren vertoont veel gelijkenis met het inwendige van het Osirion in Abydos, dit wordt de (symbolische) tombe van Osiris in Abydos genoemd. Vanwege die gelijkenis spreekt Dr. Hawass over een (symbolische) tombe van Osiris in Gizeh.      

Osiris en Isis worden beschouwd als mythische goden, er kan op die manier geen sprake zijn van tombes waarin hun echte mummies begraven liggen. Volgens oude mythische verhalen werd Osiris vermoord en in stukken gesneden die overal in Egypte verspreid en verstopt werden. Isis, zijn geliefde, heeft al de delen van Osiris gezocht, terug samengesteld en hem opnieuw tot leven gewekt. Overal waar een deel van Osiris is gevonden werd er wellicht een tombe en/of tempel opgericht. Abydos en Giza zouden dus twee dergelijke locaties kunnen geweest zijn.

Onze mening daaromtrent: 
De 2é kamer, met die zes nissen, vertoont veel gelijkenissen met deze in de piramide van Mycerinus (met in de kern de kleinere piramide van Isis?), deze zou dus kunnen dateren van vóór de zondvloed. Toch denken we dat de 2é piramide (van Osiris?) onder deze van Chefren zit, wellicht zitten er in die piramide nog tal van kamers verborgen waaronder ook een kamer met zes nissen.  

6 – De sfinx.
De Oud Egyptenaren hebben altijd geloofd dat de sfinx “de roemrijke plaats van het begin aller tijden” bewaakte en zij zagen hem als het brandpunt van een “grote magische kracht die over het hele gebied heerste” (Wallis Budge 1902). [5]

Nog volgens de inventarisstèle zou de sfinx er reeds lang hebben gestaan vóór Cheops aan de bouw van zijn piramide begon, dat is best mogelijk maar gezien het feit dat deze perfect uitgelijnd staat op de huidige noordpool kan die niet dateren van vóór de zondvloed. Dit neemt niet weg dat de sfinx inderdaad veel ouder kan zijn dan de piramide van Cheops, in ieder geval zijn er op de stèle, hogerop in dit hoofdstuk, slechts twee piramiden te zien en toch staat de sfinx er ook al. Dit zou kunnen de bevestiging zijn dat de sfinx daar inderdaad al veel langer stond. Indien iemand beweert dat de sfinx er stond vóór de zondvloed zou dit betekenen dat die helemaal opnieuw werd uitgehakt en meteen opnieuw werd uitgelijnd op de locatie van de huidige noordpool. Tijdens het uithakken van een nieuw beeld moest er gelijktijdig voor gezorgd worden dat het ook nog eens 14° gedraaid werd. Dat is wat te veel van het goede, wij denken dat dit niet het geval is geweest. 

Toch zijn er wetenschappers die beweren dat de sfinx opnieuw werd uitgehakt, deze beweringen zijn voornamelijk terug te brengen op John West en Robert Schoch. De sfinx toont duidelijke sporen van verwering door water, volgens de eerder vernoemde wetenschappers is dit te wijten aan overvloedige regenval. Hevige regenval heeft men in Egypte al in geen duizenden jaren meer gekend, dus zou de sfinx véél ouder moeten zijn. Robert Schoch legt die datum ergens tussen ten minste 5000 en 7000 v.Chr., tijdens de neolithische regentijd. Al is de ouderdom van stenen onmogelijk te bepalen toch kan dit een aanvaardbare datum zijn. John West daarentegen gaat veel verder terug in de tijd en beweert dat de sfinx afstamt van vóór de laatste ijstijd en ouder is dan 10.000 v.Chr. en misschien zelfs ouder is dan 15000 v.Chr. De sfinx kan onmogelijk dateren van vóór de zondvloed omdat hij dan een andere oriëntatie zou gehad hebben, hij zou dan uitgelijnd staan op de vroegere noordpool (evenwijdig met de verbindingsweg).

Wat die erosiesporen door water betreft kunnen Schoch en West gelijk hebben, dit kan inderdaad veroorzaakt zijn door hevige regens. Dit kan evenzeer veroorzaakt zijn door het feit dat de sfinx zich mogelijks aan de rand van het water bevond en gedurende enkele maanden per jaar, tijdens de grote  overstromingen van de Nijl, grotendeels of zelfs helemaal onder water stond. Herodotos heeft de piramiden van dichtbij gezien, nooit heeft hij echter maar één woord over de sfinx geschreven. Dit moet gewoon betekenen dat hij hem niet gezien heeft, zoniet had hij daar zeker een lijvig verslag over gemaakt. Waar was die sfinx dan als Herodotos de piramiden bezocht? Zat hij onder het zand of stond hij helemaal onder water?
 
Een zekere tijd na de zondvloed begon Zep Tepi, “de eerste tijd van Osiris” en Rostau, de necropolis op het Giza plateau, stond in direct verband met Orisis en Isis.
 
Indien het correct is wat Herodotos schreef dan had er, volgens wat de Egyptische priesters hem verteld hadden, gedurende ongeveer 11.340 jaar (vóór de tijd van Herodotos in ca. 460 v.Chr.) géén enkele god de mensengedaante aangenomen. We komen met de uitleg van Herodotos uit op 11.800 v.Chr. (460 v.Chr. – 11.340 jaar). Dit berust slechts op een ruwe schatting van Herodotos, wellicht mogen we aannemen dat de goden vóór de zondvloed zijn vertrokken naar Nibiru en kort na de zondvloed terug zijn neergedaald op aarde maar dat ze na een relatief korte tijd opnieuw vertrokken zijn om (definitief?) elders anders te gaan leven. Het jaar 10.601 v.Chr. lijkt ons een zeer aannemelijke datum omdat Nibiru dan opnieuw ons zonnestelsel kruiste. Indien de goden dan vertrokken zijn dan zou dit meteen de “eerste tijd van Osiris” kunnen geweest zijn, de eerste halfgod in menselijke gedaante die op aarde koning werd en regeerde over de stervelingen.

Koning Saurid (zie hoofdstuk 13).

Véél later in de geschiedenis, omstreeks 3.400 v.Chr. zijn we aangekomen bij koning Saurid. Dit is de koning die vernoemd werd in het verhaal 1 van de Hitat. We moeten het zeker niet moeilijker maken dan het al is, koning Saurid, Hugib en Karuras zijn vast de Arabische namen voor de farao’s Cheops, Chefren en Mycerinus. Dit is alvast wat wij ervan denken.

“De man die deze tekst uit het Koptisch in het Arabisch vertaalde telde alle data op, tot aan de zonsopgang van de eerste dag van Thot, dat was een zondag, in het jaar 225 van de Arabische tijdrekening, en kwam op een totaal van 4.321 zonnejaren. Toen hij daarna uitrekende hoeveel tijd er sinds de zondvloed tot aan deze dag was verstreken, kwam hij uit op 1.741 jaar…Deze uitkomst trok hij van de vorige af, waarna er 399 jaar…overbleef. Daaruit concludeerde hij dat deze gedateerde tekst ….zoveel jaren voor de zondvloed moest zijn geschreven.”

Dit is de passage van een tekst die naar onze mening slaat op de datering van “een vermeende” zondvloed. We verwachten niet dat we uit die berekeningen een correcte datum kunnen destilleren, toch kunnen deze data ons grofweg een idee geven om welke periode het zou kunnen gaan. De tussendatering tot aan de eerste dag van Thot maakt de berekening nog ingewikkelder. De telling start in het jaar 225 van de Arabische telling. De Islamitische kalender is in onze tijdrekening begonnen in het jaar 622 na Chr. Het Islamitische jaar is ongeveer 11 dagen korter dan het onze, hun kalender loopt daardoor ongeveer 3% vlugger dan de onze. Het jaar 225 AH (Anno Hegirae) moet ongeveer overeen gestemd hebben met het jaar 840 n.Chr. Van die datum wordt blijkbaar 4.321 jaar terug geteld wat ons in het jaar 3.481 v.Chr. brengt. Uit het eindresultaat van de berekening besluit de schrijver blijkbaar dat de gedateerde tekst die hij uit het Koptisch naar het Arabisch heeft vertaald 399 jaar vóór de zondvloed was geschreven. Wat we met zekerheid mogen besluiten is dat de hier “verwachte” zondvloed zich zeker niet afspeelt omstreeks 14.345 v.Chr., daarvoor zijn de verschillen veel te groot. Grofweg zou de Koptische tekst kunnen geschreven zijn omstreeks 3.481 v.Chr. en indien dit 399 jaar vóór de “verwachte” zondvloed gebeurde dan komt dit erop neer dat die verwacht werd omstreeks 3.082 v.Chr. (3481 v.Chr. – 399 jaar). Het zal wel al duidelijk geworden zijn dat met die datum de passage van Nibiru werd bedoeld in 3.113 v.Chr.

Nibiru in 3.113 BC ?
Laatste passage van Nibiru tussen Mars en Aarde in 3.113 v.Chr.

Home

Uit de Maya kalender weten we dat Nibiru in 3.113 v.Chr. voor de laatste keer zou passeren tussen de omloopbanen van Mars en de Aarde. Die keer passeerde Nibiru het allerdichtst bij de omloopbaan van de Aarde, mogelijks kruiste hij dan exact de omloopbaan van onze planeet. De aarde draait in één jaar rond de zon, toen Nibiru de aarde naderde hing alles af van de plaats waar de aarde zich op dat moment zou bevinden op haar omloopbaan. Bij het voorbij trekken van Nibiru zou de aarde het veiligst hebben gestaan aan de andere kant van de zon. Stond de aarde echter langs de kant waar Nibiru passeerde dan kon dit een fatale botsing teweeg gebracht hebben, een ietsje verder zou er geen botsing meer zijn maar kon er terug een zondvloed ontstaan. Bij een omloop van 3.744 jaar kwam het er in feite op aan waar de aarde exact zou staan op het moment dat Nibiru tussen de omloopbanen van onze planeten voorbij trok, een verschil van een paar maand kon fataal zijn.

Wat krijgen we nog te horen in het verhaal van koning Saurid?

“Koning Saurid, de zoon van Sahluk, was een van de koningen van vóór de zondvloed die zetelden in de Egyptische stad Amsus. Saurid was de bouwer van de beide grote piramiden bij Misr. De reden voor de bouw van de twee piramiden was dat Saurid driehonderd jaar voor de zondvloed de volgende droom had: “De aarde draaide zich met haar bewoners om, de mensen vluchtten in blinde haast en de sterren stortten neer. Ook zijn raadgevers en waarzeggers werden door afschuwelijke dromen geplaagd. Het einde van de beschaving leek nabij. De koning vroeg de wijzen of Egypte na de zondvloed weer bewoonbaar zou zijn. Toen dat bevestigd werd, besloot hij een piramide te bouwen om alle menselijke kennis van dat moment voor het nageslacht te bewaren.”

De halfgoden moeten zeker nog geweten hebben wat er in 14.345 v.Chr. was gebeurd. Zo’n 300 jaar vóór de “vermeende” zondvloed moet Nibiru zeker al vrij goed zichtbaar geweest zijn en kunnen gevolgd worden door de astronomen uit die tijd. De dromen van de koning kunnen best gezien worden als de angst voor hetgeen er zou kunnen gebeuren, temeer omdat hij vast wist wat er ten tijde van de ware zondvloed was voorgevallen. Dat koning Saurid verwachtte dat de aarde opnieuw zou omdraaien en de sterren zouden neerstortten wijst erop dat de aarde bij dit gebeuren zeer vlug ondersteboven tuimelde, dit zou om een tijdspanne van slechts een paar uur kunnen gaan of wellicht nog minder. Dit verhaal is exact wat er in 14.345 v.Chr. gebeurde, wijzelf zien daar een bevestiging in van onze hypothese. Koning Saurid moet dit geweten hebben en verwachte omstreeks 3.113 v.Chr. terug dezelfde catastrofe. Dit werd hem zelfs bevestigd door zijn astronomen (raadgevers en waarzeggers). Omdat volgens hen de aarde achteraf weer bewoonbaar zou zijn, liet koning Saurid (Cheops) één piramide bouwen om alle menselijke kennis van dat moment voor het nageslacht te bewaren. Dit moet de piramide van Cheops zijn (alias koning Saurid), de kamers in die piramide waar alle menselijke kennis van dat moment ligt opgeslagen is ons beter bekend als “de hal der verslagen”. We denken dat deze “hal der verslagen” zich in het middelpunt van de piramide bevindt, nu alleen nog aantonen waar de deur zich bevindt en het mysterie is opgelost.

Op de top van de piramide liet koning Saurid de volgende tekst aanbrengen:
“Ik koning Saurid ….heb de piramide in zes jaar voltooid, wie na mij komt en denkt dat hij een koning is zoals ik, die mag haar over zeshonderd jaar vernietigen. Vernietigen is gemakkelijker dan opbouwen, dat is bekend. Ook heb ik de piramide met brokaat gestoffeerd. Hij mag haar met matten bekleden….”

In 1.301 n.Chr. is er in Cairo en omstreken een heel zware aardbeving geweest, daarbij zijn veel mantelstenen van de piramiden losgekomen en naar beneden gedonderd. Van die mooie kalkstenen werden gretig gebruik gemaakt om gebouwen op te trekken in de stad Cairo. Nu blijkt dat daar ergens in een van die gebouwen stukken mantelsteen zitten waarop een tekst staat, vanwege de gebruikte schrifttekens wordt dit blijkbaar terecht in verband gebracht met een tekst op de top van een van de piramiden. We hebben dit spoor indertijd ontdekt op de "Guardian's Ancient Egypt Bulletin Board", een gerenommeerde site waar onderwerpen op een professionele manier benaderd werden. Spijtig genoeg zijn we dit spoor bijster geraakt en zijn we geen stap verder gekomen. In ieder geval mag dit verhaal als ernstig beschouwd worden, dit wil nog niet zeggen dat nu juist die tekst op de piramide stond.

De tekst in de Hitat zou dus origineel dateren van ongeveer 300 jaar vóór de “verwachte” zondvloed in 3.113 v.Chr. Volgens het verhaal van koning Saurid mocht de piramide 300 jaar na de zondvloed terug afgebroken worden. “Vernietigen is makkelijker dan opbouwen, dat is bekend”. Tot op heden werd het tegendeel bewezen, zelfs met dynamiet lukte het Howard Vyse nog niet. Koning Saurid gebruikte hier vast een zinspeling om ons wijs te maken dat de piramide op een eenvoudige wijze kan geopend worden, dit is een bevestiging van ons idee in verband met de grote piramide (dit zal later nog ter sprake komen). De woorden  “met brokaat gestoffeerd” en “met matten bekleden” is zonder twijfel één van de zovele tips voor het vinden van de oplossing, met deze sleutel zijn we echter nog niets wijzer geworden. Toen Koning Saurid beweerde dat iemand de piramide 300 jaar na de zondvloed mocht openen zal hij wellicht nooit beseft hebben dit zo’n 5.400 jaar later nog steeds niet het geval is. Nu ja, wij zijn dan ook geen halfgoden maar stervelingen. 

Toen koning Saurid ben Sahluk was gestorven, werd hij in de oostelijke piramide [Cheops] begraven, maar Hugib in de westelijke [Chefren]  en Karuras in de piramide die van onderen uit Aswanstenen en van boven uit Kaddanstenen bestaat [Mycerinus]. Deze piramiden hebben ondergrondse poorten die elk toegang geven tot een gewelfde gang. Iedere gang is honderdvijftig el lang. De poort van de oostelijke piramide ligt aan de noordzijde [ja] , die van de westelijke piramide aan de westzijde [??], en de poort van de gewelfde gang in de met wandbekleding versierde piramide ligt aan de zuidzijde [??].

Hier worden wél degelijk de drie piramiden beschreven, het wordt blijkbaar hoog tijd dat we de echte ingangen zoeken. Verder is dit een vrij verwarrende tekst, het enige wat we hieruit kunnen opmaken is dat de drie koningen overleden waren vóór de vermeende zondvloed kwam (omstreeks 3.113 v.Chr.), we vermelden nogmaals dat dit meer dan waarschijnlijk de Arabische namen zijn voor Cheops, Chefren en Mycerinus.            

“De hemel opende zich, een stralend licht werd zichtbaar …. en uit de hemel daalden mannen neer die ijzeren knotsen in hun hand hadden en daarmee op de mensen insloegen.”

Er kwam in 3.113 v.Chr. géén nieuwe zondvloed maar wat er wél gebeurde was al even erg. Deze korte tekst is de beschrijving van wat er wél gebeurde. Het is het verhaal van het gevecht tussen de goden en de halfgoden, waarom nu juist de halfgoden werden gestraft en grotendeels werden uitgeroeid door de goden weten we niet. We mogen er wellicht van uitgaan dat er halfgoden hebben geregeerd tot hun uitroeiing omstreeks 3.113 v.Chr. Cheops, Chefren en Mycerinus zien wij dus nog steeds als halfgoden en we dateren ze omstreeks 3.400 v.Chr., na deze drie farao’s zijn er wellicht nog een paar farao’s in de vierde en mogelijks zelfs in de vijfde dynastie geweest die halfgoden waren. Nadien, na 3.113 v.Chr. waren de halfgoden verdwenen en wij stervelingen stonden er alleen voor. Blijkbaar hebben de stervelingen de halfgoden altijd beschouwd als hun goden.

Er is een punt in de Egyptische geschiedenis waar een abrupte overgang merkbaar is, ineens was alle wetenschap verdwenen en heerste er een lange periode van Chaos. Van in het begin stond de Egyptische beschaving op een zeer hoog niveau. In een ijltempo evolueerden ook de grafmonumenten van een mastaba, over een trappenpiramide met kleine kalksteenblokken (Djoser) naar echte piramiden maar nog met gebreken. Na slechts een zeer korte periode was men al in staat om drie perfecte, grote piramiden op het Giza plateau neer te zetten. Die bouwkunst is slechts een heel korte tijd op dat hoog niveau blijven bestaan. Daarna was opeens alle intelligentie verdwenen, Egypte verkeerde in Chaos en piramiden werden opnieuw opgetrokken met kleitabletten en hadden alle glorie verloren. Dat keerpunt komt vrij kort na Cheops, het kan voor Egyptologen toch niet zo moeilijk zijn om dat keerpunt exact te dateren. Vanaf dan zijn het stervelingen die het land zijn gaan besturen, de meeste kennis was toen al verdwenen. Dit is de reden waarom er vroeger een veel hoger ontwikkelde beschaving bestond, nu kunnen we hoogstens veronderstellen dat onze kennis de dag van vandaag deze van de eerste halfgoden evenaart al is dit mogelijks nog te hoog gegrepen.              

Hoe dan ook, wij plaatsen de drie grote piramiden van Cheops, Chefren en Mycerinus een serieus stuk terug in de tijd, tot bijna wél duizend jaar (van 2.550 naar 3.400 v.Chr.). Aan de chronologische volgorde van farao’s wijzigt niets, het is de gehele geschiedenis die 1.000 jaar naar voor wordt geschoven. Egyptologen gaan dit uiteraard nooit willen aanvaarden, nochtans zou dit hen de mogelijkheid bieden om de regeerperiode van Cheops op 50 jaar te nemen en er van uit te gaan dat Chefren zijn broer was en zesenvijftig jaar regeerde na hem. Dit is wel mogelijk aangezien Cheops, Chefren en Mycerinus nog halfgoden kunnen geweest zijn. De gemiddelde leeftijdsgrens voor halfgoden zou “slechts” dalen tot 120 jaar.

We denken dat we met dit en voorgaande hoofdstukken voldoende hebben aangetoond dat de Egyptische geschiedenis véél verder teruggaat in de tijd dan we vermoeden, dat de echte zondvloed heeft plaatsgevonden omstreeks 14.345 v.Chr. en dat er tevens een “vermeende” zondvloed verwacht werd omstreeks 3.113 v.Chr. Die “verwachtte” zondvloed is er nooit gekomen en er kunnen dus nooit sporen van overstromingen uit die periode teruggevonden worden. Omstreeks die tijd zijn echter de goden op aarde neergedaald en hebben de halfgoden gestraft en grotendeels uitgeroeid, daar kunnen wellicht wél sporen van terug gevonden worden in de vorm van verglaasde rotsen of ruines (Sodom & Gomorra?). Wij achten het alleszins normaal dat we hoogstaande technologieën tegenkomen die duizenden jaren oud zijn. Bovendien zijn we ervan overtuigd dat halfgoden heel goed op de hoogte waren van alle continenten op onze planeet en dat ze die ook regelmatig bezocht hebben.  

Home  

------------------------------------------------------------------

Verwijzingen bij hoofdstuk 14.

[1] - MesserWoland
        Map of Giza Pyramid Complex
        http://en.wikipedia.org/wiki/File:Giza_pyramid_complex_(map).svg

[2] - Edwards I.E.S
        De piramiden van Egypte (1947).
        Uitgeverij Hollandia – Nederlandse vertaling
        Derde druk ISBN 90 6045 559 2

[3] -  Herodotos – Het verslag van mijn onderzoek.
         Uitgeverij SUN – 2é druk 1995 – ISBN 90 6168 442 0
         Boekdeel 2 – 127 pagina 186 en verder.

[4] - Voor verdere info ivm de Osiris Shaft zie onderstaande links:
         http://guardians.net/hawass/osiris1.htm
         http://www.towers-online.co.uk/pages/shaftos1.htm

[5] – Budge, E.A.Wallis
        A History of Egypt, London 1902.

[6] - Diodoros van Sicilië (Diodorus Siculus).
      
Diodorus Of Sicily – The Library Of History – Books I - II.34
       Grieks – met een Engelse vertaling van C. H. Oldfather.
       Harvard University Press – London. ISBN 0-674-99307-1
       Boek I / 63 pagina 217.
       http://nl.wikipedia.org/wiki/Diodoros_van_Sicili%C3%AB

Home