Logo Water in de Piramide  


Een Zoektocht Naar De Oudste Beschavingen.


 
WWW.DJEDFORCE.NET
 
  Home
 

26 – Water in de Piramide.

Werd de Grote Galerij in Cheops' Piramide ooit gevuld met water?

Eerste versie 22 mei 2009.
Volledig herwerkt op 19 juni 2010.

We hebben reeds eerder, in het hoofdstuk “Piramiden II”, trachten aan te tonen dat er in de directe nabijheid van de piramide(n) water onder druk voorhanden was, deze druk zou kunnen gediend hebben om de bouwblokken met behulp van hydraulische toestellen op te tillen tot de in aanbouw zijnde laag van de piramide (zonder het bestaan van een stuwdam in de tijd van de piramidebouw is deze theorie enkel geldig tot en met bouwlaag 34).

Hoogte Waterkolom
Water onder druk komende uit de omgeving van Aswan.

We hebben daarbij verondersteld dat het water afkomstig was van een locatie waar de Nijl ongeveer 110 meter boven de zeespiegel vloeit (vloeide), dit moet in de omgeving van Aswan geweest zijn. De veronderstelling is dat het Nijlwater daar werd afgetakt en via een gesloten, ondergronds kanaal naar het Osirion werd geleid. Het Osirion heeft wellicht dienst gedaan als een installatie om het water te ontdoen van luchtbellen en slib (zand), het is best vergelijkbaar met een bezinkingsinstallatie van ons huidig drinkwaternetwerk.
  
Abydos situeert zich zo’n 400 kilometer ten zuiden van Gizeh en ligt ongeveer 80 meter boven de zeespiegel en de basis van Cheops’ piramide op het Gizeh plateau ligt 55 meter boven de zeespiegel. Dit is een hoogteverschil van 25 meter, het maximum drukverschil is dus slechts 2,5 kg’/cm² (ong. 2,5 atmosfeer). Het is duidelijk dat onder deze omstandigheden de druk te klein was om het water 50 meter hoog de piramide in te sturen, dit wil dus zeggen dat het Osirion een gesloten systeem moet geweest zijn. Het water dat er binnenstroomde stond al onder druk en in die gesloten “bezinkingsinstallatie” ging de reeds eerder opgebouwde druk niet verloren.

Vanaf het Osirion stroomde het water verder, weeral in een gesloten kanaal, naar het nog lager gelegen Gizeh plateau. Dit rotsplateau, waarop de grote piramiden werden gebouwd, ligt dus ongeveer 55 meter boven de zeespiegel, het Nijlwater zelf was waarschijnlijk afkomstig van een locatie die grofweg geschat 110 meter boven de zeespiegel was gelegen. Het verschil is dus 55 meter, aan de voet van de piramide(n) kon men dus beschikken over water met een druk van zo’n 5,5 kg’/cm², met andere woorden een waterkolom tot 55 meter boven de basis van Cheops’ piramide.

         
De Piramide van Cheops vullen met water.

 

Communicerende Vaten
Communicerende vaten.

Nu we een mogelijke weg hebben gevonden voor de watertoevoer kunnen we de piramide laten vollopen. Bovenstaande tekening is een voorstelling van twee communicerende vaten, de eigenschap ervan is dat in beide open vaten het water steeds even hoog staat en het maakt daarbij niets uit hoe groot de vaten of leidingen zijn.

 

De Top van de Grote Galerij
De top van de grote galerij ligt op ong. 51,4 meter boven de basis,
dit is dus zo’n 106,4 meter boven de zeespiegel.

De top helemaal bovenaan de grote galerij ligt ongeveer 51,4 meter boven de basis van de piramide, dit is ongeveer het maximale niveau tot waar de piramide werd opgevuld. Om de grote galerij tot in de hoogste top te vullen was er aan de basis van de piramide water nodig met een druk van minstens 5,14 kg’/cm² (hoogte waterkolom minimum 51,4 meter boven de basis van de piramide).

In het hoofdstuk “Piramiden II” daarentegen hadden we ontdekt dat er een druk nodig was van ongeveer 5,7 kg’/cm² om de bouwblokken te kunnen optillen tot op bouwlaag 34. Vanaf hier veronderstellen we een waterkolom van ongeveer 100 cubit (52,36 meter) wat resulteert in een druk van zo'n 5,2 à 5,3 kg’/cm² aan de basis van de piramide, hopelijk zitten we met deze waarde niet al te ver naast. De totale hoogte van de waterkolom zou dan 107 meter boven de zeespiegel gestaan hebben (55+52,36=107,36 meter).

Hoe dan ook, om de grote galerij tot in de top te kunnen vullen diende water aangevoerd te worden vanaf een punt dat minstens 106,4 meter boven de zeespiegel lag. Deze locatie ligt zo’n 200 km ten zuiden van het Osirion. De totale lengte van de ondergrondse “waterleiding” zou dus minstens zo’n 600 km bedragen hebben.

 

Hoogtelijn 100 meter
In de omgeving van Aswan stroomt de Nijl ongeveer 100 meter boven der zeespiegel,
dit heeft niets te maken met de dam. Afbeelding: Google Maps.

 

Juist voorbij (ten noorden van) de lage Aswandam stroomt het water van de Nijl op een hoogte van ongeveer 100 meter boven de zeespiegel. Toen er nog géén van beide dammen was gebouwd kan het waterpeil in de Nijl nog hoger hebben gestaan omdat het debiet mogelijks een stuk groter was. Het zou dus best kunnen dat vroeger, zonder beide dammen, het waterpeil op die locatie al meer dan 107 meter boven de zeespiegel stond.

 

Afstand Gizeh - Aswan
De afstand langs de Nijl van Giza tot Aswan bedraagt 687 km..
Bron: Google Maps – Routebeschrijving.

 

Die “waterleiding” zou dus zijn oorsprong kunnen hebben in de omgeving van Aswan, dit neemt niet weg dat die afstand toch zo’n slordige 700 km bedraagt. We nemen aan dat de Oud Egyptenaren wel degelijk in staat waren een dergelijke afstand te overbruggen met een “pijpleiding”, we zouden er wellicht goed aan doen de omgeving van Aswan eens van dichtbij te onderzoeken, wie weet vertrekt die “pijpleiding” niet onopvallend in een van de Nilometers aan de westelijke oever van de Nijl.

Maar, we hebben het totaal verkeerd voor indien we veronderstellen dat daarmee alle problemen opgelost zijn, we moeten nog tal van obstakels overwinnen en bovendien gaan we ook nog enkele opmerkelijke voorzorgsmaatregelen tegenkomen die de bouwers hebben genomen om het geheel te doen functioneren zoals ze dat wensten. Een eerste probleem dat we tegenkomen is de ingang van de piramide zelf, deze zit lager dan de grote galerij. Indien de ingang niet potdicht afgesloten werd kon al het water langs daar naar buiten stromen en kwam er geen druppel tot in de grote galerij.

We hebben lange tijd verondersteld dat de ingang van de piramide automatisch werd afgesloten met een granieten plug die in de afdalende gang door de aanwezige waterdruk naar omhoog werd geduwd. Maar, de arbeiders konden de afdalende gang ook van buitenaf hebben afgesloten. We moeten ervan uitgaan dat de ontwerpers steeds gekozen hebben voor de eenvoudigste oplossing, dit hoofdstuk werd om die reden dan ook drastisch aangepast. Uiteindelijk blijkt het manueel afsluiten van de afdalende gang met een granietplaat veel eenvoudiger en logischer, bovendien zijn voor deze oplossing blijkbaar meer aanknopingspunten te vinden.

Home


1 - Een valdeur aan de ingang van de piramide.

Een eerste mogelijkheid zou er kunnen in bestaan hebben de ingang van de piramide af te sluiten met een waterdichte deur.

Volgens Sir Flinders Petrie [1] bestond de mogelijkheid dat er ooit een draaideur of valsteen voor de ingang heeft gezeten waardoor de ingang totaal onzichtbaar werd, de deur zou niet te onderscheiden geweest zijn van de rest van de mantelstenen. Dit idee was gebaseerd op een tekst uit de Geographica van Strabo.

Strabo (Oudgrieks: Strabon) (ca. 64 v.Chr. - 19 na Chr.) was een Grieks historicus, Geograaf en filosoof. Hij schreef een omvangrijke universele geschiedenis, beginnend waar zijn voorganger Polybius ophield. Het werk ging verloren. Wel bewaard bleef zijn Geographika, een rijke en - betrekkelijk - betrouwbare bron van kennis over vele Europese, Aziatische en Afrikaanse volkeren van zijn tijd, waarvan hij de meest interessante gegevens vermeldt, met zijdelingse opmerkingen over geschiedenis, wiskunde en geneeskunde. Al kende hij de beschreven landen niet altijd persoonlijk, hij was toch op de hoogte van goed en betrouwbaar bronnenmateriaal. Strabo schrijft in een aangenaam Koinè-Grieks. (Bron Wikipedia) [2].

 

Valdeur Piramide Dahshur
De ingang van de zuidelijke piramide in Dahshur, met een afbeelding van een valdeur
Naar een idee van Petrie. Die deur zit nu niet meer aan de piramide,
dit is slechts een theoretische voorstelling. Tekening van Sir Flinders Petrie
[1].

 

Valdeur Piramide Cheops?
Theoretische voorstelling van een eventuele deur aan de ingang van Cheops piramide,
in analogie van de Dahshur piramide, naar een idee van Petrie.
Tekening van Sir Flinders Petrie [1].

 

[3] I.E.S Edwards: [Begin citaat] “Er is enige speculatie ontstaan omtrent de manier waarop de toegang tot de piramide was afgesloten, door een uiteenzetting van Strabo. In zijn Geographica, dat ongeveer aan het begin van de Christelijke jaartelling geschreven werd, stelt hij dat de piramide ‘iets omhoog aan een kant, een steen bevat die kan worden weggehaald en zo een hellende doorgang naar de fundamenten laat zien’. Petrie interpreteerde deze uiteenzetting als had de grote piramide een hangdeur bestaande uit één stuk, die aan draaipennen aan weerszijden van de bovenkant opende en sloot. Ter ondersteuning van zijn theorie kon hij onder de aandacht brengen dat zowel in de noordelijke gang van de knikpiramide als in de piramide van Meidoem holtes waren uitgehakt in de zijmuren bij de ingang die blijkbaar bedoeld waren voor de plaatsing van deurpennen. Doordat de buitenlaag verloren is gegaan, is het onmogelijk te zeggen of de ingang naar de grote piramide ook van dergelijke holtes voorzien was.
Het is echter moeilijk te geloven dat de deur die Strabo beschreef, als men zijn woorden goed heeft begrepen, dateerde uit de tijd waarin de piramide gebouwd werd. Als verdere toegang tot de inwendige kamers was overwogen, zou men zeker geen gebruik gemaakt hebben van afsluitblokken en valblokken; een hangdeur zou een dergelijke toegang hebben verondersteld.” [einde citaat]

Het is niet evident te begrijpen wat Edwards schreef in zijn laatste paragraaf (in het geel), we denken dat hij, rekening houdend met de visie uit die tijd, het volgende bedoelde: In de antichambre werd de toegang tot de koningskamer afgesloten met valblokken en de opgaande gang werd afgedicht met grote granietpluggen, dus was het volgens Edwards vrij duidelijk dat verdere toegang tot de piramide werd verhinderd. Logischer wijze zou men dan de ingang kunnen afgesloten hebben met zware kalksteenblokken. Een valdeur die vrij makkelijk kon geopend worden wees er echter op dat de piramide wél toegankelijk zou geweest zijn en dat waren volgens Edwards twee tegenstrijdige gegevens, wellicht ging hij er daarom van uit dat de piramide reeds vroeger werd opengebroken en dat die valdeur er veel later werd aan toegevoegd, mogelijk ten tijde van de Saîten.

Tot zover de visie van Edwards, indien er dan al ooit aan de ingang van Cheops’ piramide een valdeur heeft bestaan zijn we er van overtuigd dat die alleszins bij het oorspronkelijke ontwerp van de piramide hoorde.

 

Valdeur wordt open geduwd
De valdeur wordt opengeduwd door de waterdruk.
Originele tekening van Sir Flinders Petrie
[1].

 

Volgens de interpretatie van Sir Flanders Petrie en van I.E.S Edwards zou Strabo bedoeld hebben dat die valdeur naar buiten draaide. Een dergelijke valdeur zou dus niet voldoen als waterdichte afsluiting, door de waterdruk kon die deur opengeduwd worden en het water zou naar buiten gestroomd zijn.

Tim Hunkler gaat op zijn website [4] nog wat dieper in op de problematiek van die valdeur. Hij baseert zich daarvoor klaarblijkelijk op het boek van J.P. Lepre [5] waarin deze auteur tot de conclusie komt dat die valdeur evengoed naar binnen zou kunnen gedraaid hebben.
Noot: Tim Hunkler vernoemt op zijn website Herodotos als bron voor de omschrijving van die valdeur waar hij waarschijnlijk Strabo bedoelde, temeer omdat we bij Herodotos zelf daar niets over terugvinden.

Ten tijde van Strabo was de ingang van de piramide en de valdeur heel goed bekend maar toen Machmoen de piramide openbrak was deze kennis alweer verloren gegaan, die ingang was ofwel onzichtbaar vanwege die valdeur ofwel zat de ingang onder het puin bedolven. Het is pas nadat de arbeiders konden doordringen in de gangen van de piramide dat ze in de afdalende gang terug naar omhoog zijn geklauterd en de echte ingang hebben herontdekt.

Op de website van Tim Hunkler valt in het verhaal over Machmoen ook te lezen dat de ingang was afgesloten met een deur die zo goed was uitgebalanceerd dat één arbeider die deur kon openen vanaf de binnenkant (vanuit de afdalende gang) maar dat die deur, in gesloten toestand, vrijwel onzichtbaar was en vanaf de buitenkant [vrijwel?] onmogelijk te openen was. Dit is uiteraard een interessant gegeven, spijtig dat er op de website geen referenties bij vermeld staan zodat we eigenlijk geen enkel idee hebben van de originele bron.

 

Valdeur draait naar buiten
Een valdeur die naar buiten draait zou opengeduwd worden door de waterdruk.

Home

Naadloze aansluiting met de andere mantelstenen
Een valdeur die naar buiten draait kan wél naadloos aansluiten
met de overige mantelstenen van de piramide.

 

Valdeur staat open
Indien de valdeur omhoog staat is de afdalende gang open.

 

Hoe dan ook, we geloven dat de ingang van Cheops piramide origineel afgesloten werd met een valdeur. Of die nu naar binnen of naar buiten draaide valt niet meer met zekerheid te achterhalen, in ieder geval denken we dat die eventuele deur de ingang niet waterdicht kon afsluiten, we moeten dus trachten te achterhalen hoe de ontwerpers dit probleem hebben opgelost.

Home

2 - Een granieten plaat in de afdalende gang.
                     
Laat ons er simpelweg van uitgaan dat op het einde van de bouwfase de werklieden de uitgang waterdicht hebben afgesloten door in een gleuf van de afdalende gang een granietplaat neer te laten.

 

Een granietplaat als afdichting
Een granietplaat werd in een passende gleuf van de afdalende gang geschoven,
deze plaat zorgde voor een (vrijwel) waterdichte afsluiting.

Aan de oorspronkelijke ingang van de piramide zijn vrij veel stenen verdwenen, de rode driehoek in bovenstaande tekening stelt ongeveer het ontbrekend gedeelte voor. Het is daardoor uiteraard onmogelijk te achterhalen hoe dit deel er nu exact heeft uitgezien. Door het feit dat Strabo en mogelijks ook Machmoen melding heeft gemaakt van een valdeur nemen we aan dat deze werkelijk heeft bestaan en zelfs tot het originele ontwerp behoorde.

 

Kleine nis achter valdeur
Een kleine holte achter de valdeur laat toe de granietplaat (rood) te manipuleren.

Waarschijnlijk bleef er achter die valdeur, zelfs in gesloten toestand, nog een kleine holte over zodat arbeiders die granietplaat konden plaatsen maar ook opnieuw konden verwijderen. Het zou later nog duidelijk moeten worden dat de arbeiders, na het afsluiten van de echt geheime kamers, nog in de piramide zijn teruggeweest om bepaalde punten te camoufleren en om de nodige restauraties uit te voeren.

We denken het bestaan van die granietplaat te kunnen aantonen.

Home

De chronologie:

Cheops liet zijn piramide bouwen, nadat deze voltooid was bleef de toegang tot de geheime kamers logisch gezien nog een zekere tijd open. Laat ons, om het simpel te houden, ervan uitgaan dat het bij die geheime kamers om de graftombe van de farao gaat.

Nadat de farao was overleden werd zijn mummie in de piramide overgebracht, daarna werden de echt geheime kamers naar onze mening automatisch afgesloten door het in werking treden van een hydraulisch mechanisme in het binnenste van de piramide.  

Om dit hydraulisch mechanisme in werking te kunnen zetten diende een gedeelte van de piramide gevuld te worden met water. Om die reden was het nodig dat o.a. de afdalende gang werd afgedicht. Om dit te verwezenlijken lieten de arbeiders een granietplaat in een gleuf van de afdalende glijden waardoor die gang waterdicht werd gemaakt.

Nadat het hydraulisch systeem zijn taak had verricht liet men de piramide terug leeglopen, nog later werd die granietplaat weer verwijderd zodat de arbeiders de piramide opnieuw konden betreden om bepaalde delen te camoufleren en om de nodige herstellingen uit te voeren. Eens deze werken waren uitgevoerd werd die granietplaat teruggeplaatst in de gleuf van de afdalende gang, al was het nu eerder met de bedoeling de afdalende gang te beveiligen. Mogelijks werd die granietplaat nu stevig verankerd of vastgezet met mortel. Nadien werd de eventuele valdeur naar beneden gelaten, vanaf dit moment was de piramide definitief (?) afgesloten en van de ingang was er niets meer te zien.

Volgens archeologen werd de piramide niet zo veel later door rovers opengebroken die de piramide helemaal leegplunderden. We verwerpen dit idee volledig, het waarom komt nog in een later hoofdstuk uitgebreid aan bod. Hoe dan ook, aan het begin van onze jaartelling was de ingang van de piramide bekend en Strabo heeft de afdalende gang en de ondergrondse kamer uitgebreid beschreven.

[6] Graham Hancock: [Begin citaat] De afdalende gang en de ondergrondse kamer waren reeds in de klassieke oudheid bekend en over zijn gehele lengte onderzocht. Zo gaf de Grieks- Romeinse geograaf Strabo een duidelijke beschrijving van de grote onderaardse kamer waarop deze gang uitkwam. Ook werd er “graffiti” uit de tijd van de Romeinse bezetting van Egypte aangetroffen, een bevestiging van regelmatig bezoek. [Einde citaat]

Het komt er dus op neer dat zeker al ten tijde van Strabo (hij leefde van 64 BC tot 19 AD), of zelfs nog veel eerder, die granietplaat reeds was verwijderd. Men had ofwel die plaat opnieuw weggeschoven ofwel in stukken gebroken.

Onze hypothese is dat de granietplaat in brokken werd gehakt en dat een groot stuk in de afdalende gang naar beneden is gedonderd. Dat stuk granietplaat is daar eeuwen aan een stuk blijven liggen, zeker tot in het jaar 1906 (20é eeuw) en dit om de simpele reden dat daar nog enkele foto’s van bestaan.

 

Petrie's Granite Block
Petrie’s Granite Block - Locatie van de granietplaat in de afdalende gang.

Omstreeks 820 na Chr. verscheen kalief Machmoen op het toneel en liet zijn arbeiders een tunnel hakken in de piramide, het is duidelijk dat op dat moment de locatie van de echte ingang alweer vergeten was. Het was pas toen zijn ploeg in het knooppunt van de opgaande- en afdalende gang belandde dat ze ze de echte ingang herontdekten. Na weken van hakken en breken waren Machmoen’s arbeiders al vrij diep in de piramide doorgedrongen maar waren nog steeds niet op een gang of een kamer gestoten. Toen ze hun zoektocht al bijna wilden opgeven hoorden ze plots een steenblok in een of andere gang of kamer naar beneden donderen waarop ze in die richting begonnen verder te hakken en uiteindelijk in dat knoopppunt van beide gangen terechtkwamen.

In 1301 werd Gizeh getroffen door een heel zware aardbeving waarbij vrijwel alle mantelstenen van de piramide(n) naar beneden donderden. Vanaf dit moment was de ingang van de piramide duidelijk zichtbaar en zou deze ook nooit meer vergeten worden.

In 1865 trok Charles Piazzi Smyth (hij leefde van 1819 tot 1900) naar Egypte om er gedurende een viertal maanden de grote piramide te onderzoeken en op te meten. In 1874 publiceerde hij zijn bevindingen in het driedelig werk “Life and work at the great pyramid”.

 

Smyth's Kalksteenblok
Smyth’s Kalksteenblok - Tekening met kalksteenblok in situ.
Dit blok werd geplaatst om de granietpluggen en de opgaande gang te verbergen.

 

Sir Flinders Petrie [1] [Begin citaat] "Smyth is in de afdalende gang slechts doorgedrongen tot aan de granietplaat die dus slechts een beetje lager ligt dan het punt waar de opgaande gang begint.” [Einde citaat]

Juist vóór dat blok graniet heeft Smyth een groot stuk kalksteen gevonden waarvan hij uit de vorm en de locatie kon opmaken dat het ooit onder de granietpluggen, die de opgaande gang afsluiten, had gezeten. Dat stuk kalksteen was er (achteraf) bij de bouw van de piramide aangebracht om de granietpluggen te camoufleren en zo het bestaan van de opgaande gang te verbergen. Volgens Smyth was dit blok kalksteen losgekomen, in stukken gebroken en naar beneden gedonderd door het gedreun van de stormrammen en het hakwerk toen Machmoen’s arbeiders een doorgang aan het forceren waren. Sindsdien is men dit blok kalksteen “Smyth’s Limestone Block” gaan noemen.

 

Steenpuin uit Machmoen's Tunnel
Tekening met de positie van de granietplaat (1) + kalksteenblok (2)
+ puin uit Machmoen’s tunnel in de afdalende gang (3).

Home

Niet veel later was het de beurt aan Sir Flinders Petrie [1] om de piramide te onderzoeken (hij leefde van 1853 tot 1942). Hij bestudeerde het Gizeh plateau van 1880 tot 1882 en publiceerde in 1883 zijn boek “The Pyramids and Temples of Gizeh”. Daarin vinden we in verband met dat blok graniet volgende beschrijving:

Chapter 4: Excavations – Section 13 - Inside The Great Pyramid.
[Begin citaat] The first work that needed to be done (and that quickly, before the travellers' season set in) was to open the entrance passage of the Great Pyramid again to the lower chamber. The rubbish that had accumulated from out of Mamun's Hole was carried out of the Pyramid by a chain of five or six men in the passage……
….. In the passage we soon came down on the big granite stone which stopped Prof. Smyth when he was trying to clear the passage, and also sundry blocks of limestone appeared. The limestone was easily smashed then and there, and carried out piecemeal; and as it had no worked surfaces it was of no consequence.

But the granite was not only tough, but interesting, and I would not let the skilful hammer-man cleave it up slice by slice as he longed to do; it was therefore blocked up in its place, with a stout board across the passage, to prevent it being started into a downward rush.

It was a slab 20.6 inches thick, worked on both faces and one end, but rough broken around the other three sides; and as it lay flat on the floor, it left us 27 inches of height to pass down the passage over it. Where it came from is a complete puzzle; no granite is known in the Pyramid, except the King's Chamber, the Antechamber, and the plug blocks in the ascending passage.

Of these sites the Antechamber seems to be the only place whence it could have come; and Maillet mentions having seen a large block (6 feet by 4) lying in the Antechamber, which is not to be found there now. This slab is 32 inches wide to the broken sides, 45 long to a broken end, and 20.6 thick; and, strangely, on one side edge is part of a drill hole, which ran through the 20.6 thickness, and the side of which is 27.3 from the worked end.
This might be said to be a modern hole, made for smashing it up, wherever it was in situ; but it is such a hole as none but an ancient Egyptian would have made, drilled out with a jewelled tubular drill in the regular style of the 4th dynasty; and to attribute it to any mere smashers and looters of any period is inadmissible.

What if it came out of the grooves in the Antechamber, and was placed like the granite leaf across that chamber? The grooves are an inch wider, it is true; but then the groove of the leaf is an inch wider than the leaf. If it was then in this least unlikely place, what could be the use of a 4-inch hole right through the slab? It shows that something has been destroyed, of which we have, at present, no idea. [Einde citaat]

---------------------------------------------------------------

Benaderende vertaling: Het eerste werk dat gedaan moest worden (en dat snel, voordat het toeristische seizoen aanvatte) was het heropenen van de afdalende gang in de Grote Piramide tot aan de ondergrondse kamer. Het afval uit Machmoen's tunnel dat zich daar had opgehoopt werd afgevoerd uit de Piramide door een keten van vijf of zes mannen in de [afdalende] gang ...
.... In de passage kwamen we al snel uit op de grote granieten steen, die Prof Smyth stopte toen hij probeerde de doorgang vrij te maken, ook lagen daar diverse blokken kalksteen. De kalksteen werd ter plaatse in stukken gebroken en afgevoerd tot buiten de piramide, omdat er geen bewerkte oppervlakken aan die [stukken kalksteen] te zien waren maakte dit niet veel uit.

Het graniet was niet alleen zwaar, maar ook interessant. Ik liet het niet toe dat een arbeider dit granietblok in stukken hakte zoals hij dat verlangde te doen, het blok werd op zijn plaats geblokkeerd met een stevige plank dwars over de passage, om te voorkomen dat het blok aan een neerwaartse stormloop zou beginnen.
 
Het was een plaat 20,6 inch dik [=52,32 cm of 1 cubit], bewerkt aan beide zijden en aan één zijkant, maar ruw afgebroken rond de andere drie zijden [zijkanten], het blok lag daar plat op de grond en liet ons in de afdalende gang slechts 27 inch [= vertikaal 68,5 cm] ruimte over boven dat blok. Waar het vandaan kwam is een compleet raadsel, met uitzondering van de koningskamer, de antichambre en de pluggen in de stijgende gang is geen graniet bekend in de piramide.
Van deze locaties lijkt de voorkamer de enige plek waar het vandaan zou kunnen komen, Maillet vermeld een groot blok (6 bij 4 voet) [= 72 bij 48 inch = 183 bij 122 cm] te hebben gezien dat in de voorkamer lag, dat is daar nu niet meer te vinden. Deze plaat is 32 inch [81 cm] breed om de gebroken kanten, 45 inch [114 cm] lang tot aan een gebroken einde, en 20,6 inch [1 cubit] dik. Vreemd genoeg wordt een stuk van de zijkant gevormd door een gedeelte van een boorgat, dat dwars door de dikte van de plaat liep en zich op 27.3 inch [69 cm] van de afgewerkte zijkant bevond.

Er zou kunnen gezegd worden dat het gaat om een modern gat, gemaakt om de granietplaat in stukken te kunnen hakken, ongeacht waar die granietplaat origineel dan ook mag hebben gezeten. Maar, het is een gat zoals door niemand anders dan de Oud Egyptenaren werd gemaakt, geboord met een met diamant bezette, buisvormige boor in de typische stijl van de 4e dynastie. Om dit toe te schrijven aan louter enkele vernielers en plunderaars van gelijk welk tijdvak is gewoon onaanvaardbaar.

Wat als het [blok graniet] uit de groeven kwam in de voorkamer en geplaatst werd zoals het [andere daar nog aanwezige] granieten blad in die kamer? De groeven zijn een inch breder, het is waar, maar ook de groef van het [nog aanwezige] granietblad is een inch breder dan het blad zelf. Als het dan, in deze op zijn minst  onwaarschijnlijke plaats, heeft gezeten, wat zou het gebruik van een 4-inch gat dwars door de plaat zijn? Het laat zien dat er iets vernield is, maar wat? Daarvan hebben we op dit moment geen idee.
                       
Home ------------------------------------------

Sedert Petrie die granietplaat zo duidelijk heeft omschreven is men dit “Petrie’s granite block” gaan noemen. Die granietplaat ligt lager in de afdalende gang dan het stuk kalksteen dat, door het toedoen van Machmoen’s arbeiders, uit het plafond van die gang is losgekomen en naar beneden is gevallen. Het is zelfs zo dat het blok kalksteen aanleunt tegen de granietplaat waardoor die kalksteen niet tot helemaal beneden is gedonderd.

Het zou duidelijk moeten zijn dat die granietplaat reeds ten tijde van Machmoen in de afdalende gang moet gelegen hebben. De verklaring van Maillet, als zou dat een blok graniet kunnen geweest zijn dat hij nog in de antichambre heeft zien liggen, is dus onmogelijk.

In 1906 was het dan weer de beurt aan de gebroeders John & Morton Edgar [7] & [8] om de piramide te onderzoeken. In 1910 publiceerden de Edgar brothers Volume 1 van hun werk “De Great Pyramid Passages and Chamber’s”. Het voornaamste belang van het boek vandaag zijn de vele zwart-wit foto's die de kenmerken van de Grote Piramide weergeven vóór de moderne schoonmaak en herstel. Sommige delen, zoals de Grot, zijn zelden gefotografeerd en zelfs vandaag de dag zijn hun opnames nog steeds een van de beste van alle beschikbare.


Onderstaand zijn een paar foto’s opgenomen waarop die granietplaat te zien is.


Foto Petrie's Granite Block
Foto genomen door de Edgar Brothers. [7]
Zie ook website van Jon Bodsworth [8]

Originele tekst bij deze foto: The IRON GRILL DOOR which closes the lower reach of the DESCENDING PASSAGE of the Great Pyramid of Gizeh; showing Judah sitting on the debris which concealed Petrie's granite block; also the lower butt-end of the Granite Plug which blocks the entrance of the First Ascending Passage.

Benaderende vertaling: Het ijzeren hekwerk dat het onderste gedeelte van de afdalende gang van de Grote Piramide van Gizeh afsluit. De foto toont Juda, zittend op het puin dat Petrie's granieten blok verhult. Ook de onderkant van de granietplug die de ingang blokkeert van de eerste opgaande gang is zichtbaar op deze foto.


Foto Smyth's Limestone Block
Foto genomen door de Edgar Brothers. [7]
Zie ook website van Jon Bodsworth [8]

 

Originele tekst bij deze foto: Same as previous plate but with the debris removed, thus revealing Petrie's granite block on which the iron grill-door is fixed, also Smyth's limestone block which lies end-on against the granite block.

Benaderende vertaling: Zelfde als vorige foto, maar nu met het puin verwijderd. De foto toont Petrie's granieten blok waarop het ijzeren hekwerk is bevestigd, ook Smyth’s kalkstenen blok dat tegen de granietblok leunt is nu zichtbaar geworden.

Tegenwoordig is er in de afdalende gang geen enkel spoor meer te bekennen van die granietplaat of van het kalksteenblok. Die werden wellicht verwijderd om de afdalende gang toegankelijker te maken en om een soort houten loopbrug aan te brengen op de vloer. Het verwijderen van die blokken moet dus vast gebeurd zijn in een heel recent verleden, zeker na 1906.

 

Petrie's Granite Block?
Een granietplaat aan de ingang van de piramide.
Foto van Jon Bodsworth – zie ook [8]

Verklaring gegeven door John Bodsworth: Now laying outside the original entrance to the Great Pyramid is a granite block that is probably the remains of one of the portcullis stones that once fitted in the grooves in the ante-chamber.

Benaderende vertaling: Het granietblok dat momenteel buiten de originele ingang van de grote piramide ligt is waarschijnlijk een restant van een van de valdeuren die ooit tussen de groeven van de antichambre hebben gestaan.

Home


Afmetingen Granietplaat
Is dit de granietplaat die door Petrie werd beschreven?
Foto geïmporteerd in Autocad
© en de breedte op 32 inch ingesteld.
 Originele foto is van Jon Bodsworth – zie ook [8]


Van dit blok graniet (op de foto) hebben we bitter weinig gegevens teruggevonden, we denken dat de steen inderdaad de granietplaat is die door Petrie uitgebreid werd beschreven maar kunnen dit niet met zekerheid bevestigen.    

Bovenstaande foto hebben we in Autocad© geïmporteerd en de breedte werd zo goed mogelijk op de “correcte” schaal gebracht (32 inch volgens Petrie). De hoogten op de foto afmeten is zinloos omdat het blok tegen een schuine kant van de piramide rust en in de hoogte dus verkleind wordt weergegeven. 

We menen ons echter nog iets te herinneren uit onze schooltijd in verband met beschrijvende meetkunde, indien dit soort wiskunde nog steeds geldig is dan kunnen we, om de correcte vorm te verkrijgen van een figuur die schuin staat, ofwel die figuur neerslaan in een horizontaal vlak ofwel deze figuur oprichten in een vertikaal vlak. We gaan dit blok graniet dus oprichten in een vertikaal vlak en pas dan de “juiste” afmetingen aflezen. De belangrijkste buitenhoek van de piramide is 52° en wellicht ligt dit blok ook al onder diezelfde hoek, dit is in bovenstaande tekening de rode balk. Op die balk brengen we de voornaamste hoogtematen van de granietplaat over, daarna zetten we dat blok mooi vertikaal (blauwe balk) en we noteren nu de “correcte” hoogtematen.

We zien dat er linksboven van de granietplaat een stuk is afgebroken. Inderdaad, die hoek wordt gevormd door een stuk van een boorgat (gele cirkel) met een diameter van zo’n 4 inch, net zoals Petrie het omschrijft. Volgens Petrie zou de afstand van de vlakke zijkant (op de foto de onderkant) tot aan de rand van het gebroken boorgat zo’n 27,3 inch hebben bedragen. Op de bovenstaande tekening komen we uit op 28, 36 inch (dit is een verschil van 2,7 cm).         
Voor de gaten komen we uit op ongeveer 3,5 inch, voor die gele cirkel zijn we omgekeerd te werk gegaan, vertrekkend van 4 inch op het verticale vlak hebben we de lijnen overgebracht op de granietplaat om daar dan die gele cirkel te tekenen. Veel verschil is er niet te zien, het zou dus best kunnen dat het wel degelijk gaat om drie boorgaten met een diameter van 4 inch.
Voor de totale hoogte komen we uit op zo’n 40,8 inch waar het volgens Petrie 45 inch zou moeten zijn. Mogen we dit toeschrijven aan onze meetfouten of zou er tijdens het transport vanuit de afdalende gang tot buiten de piramide nog een stuk zijn afgebroken?

Het grootste probleem zijn die twee extra gaten. Petrie schrijft daar niets over, hoegenaamd niets. Dat hij die niet zou opgemerkt hebben, zelfs al zaten die volledig dicht met vuil, is vrijwel ondenkbaar. Het enige wat we kunnen bedenken is dat die twee extra gaten niet helemaal door die plaat gaan maar ergens op halve dikte ophouden en dat die plaat daarenboven in de afdalende gang ondersteboven lag. Het volume van dat blok graniet is ongeveer 0,5 m³ en weegt om en bij de 1,3 ton. Wat wel met enige zekerheid kan gezegd worden is dat Petrie dat blok vast niet zal ondersteboven hebben gedraaid in die nauwe afdalende gang.              
 
Alles wel beschouwd durven we dus te veronderstellen dat “Petrie’s Granite Block” nu buiten de piramide ligt, naast de oorspronkelijke ingang. Is deze plaat een stuk valdeur uit de antichambre? Het zou kunnen maar we denken eerder dat deze plaat ooit heeft gediend om de afdalende gang waterdicht af te sluiten.

Home

Kunnen we nu eindelijk de piramide verder vullen met water?

OK? Dan kan het water dus verder stijgen tot in de grote galerij.

 

Een waterkolom van 100 cubit
De waterkolom had aan de voet van de piramide een vermoedelijke hoogte van
ongeveer 100 cubit (52,36 meter) en leverde een druk van zo’n 5,2 kg’/cm²


We veronderstellen dat de hoogte van de waterkolom ongeveer 100 cubit moet bedragen hebben, dit komt neer op 52,36 meter boven de basis van de piramide wat dan weer resulteert in een druk van 5,236 kg'/cm². De totale hoogte van de waterkolom zou dan 107,36 meter boven de zeespiegel hebben gestaan (water onder druk afkomstig van een aftakking op de Nijl waar het water ong. 107 meter boven de zeespiegel stroomde).

 
Ophoping van Lucht
De piramide loopt vol met water, lucht stapelt zich op bovenaan de afdalende gang
en in de top van de grote galerij.

De uitgang was (nagenoeg) waterdicht afgesloten door een granietplaat (rood). De grote galerij kon nu helemaal vol water lopen, De “put” (of grot), de horizontale gang en de koninginnekamer laten we voorlopig buiten beschouwing, deze komen nog uitgebreid ter sprake in de volgende hoofdstukken. Tijdens het vullen van de piramide kon het water aan de onderkant binnenstromen en langzaam stijgen, alle lucht in de piramide werd omhoog geduwd en ging zich helemaal bovenaan in de afdalende gang en in de grote galerij opeenhopen.

Er moest ten allen tijde vermeden worden dat er lucht in het “hydraulisch systeem” bleef zitten, in eerste instantie diende die lucht op een of andere manier verwijderd te worden uit het hoogste punt van de afdalende gang. Daar deze luchtbel juist onder de granietplaat bleef steken kan dit niet zo moeilijk geweest zijn om die te verwijderen, daar zijn wel meerdere simpele oplossingen voor te bedenken, we sommen er louter als voorbeeld een paar op:

  1. De granietplaat dichte de ingang toch niet ten volle af, de lucht en zelfs een (zeer) kleine hoeveelheid water kon langs die sluitsteen ontsnappen.
  2. Men liet onder die granietplaat een kleine kier tot op het moment dat er water naar buiten stroomde, pas op dat moment liet men de plaat helemaal naar beneden zakken.
  3. Er was een klein gat (4 inch?) in de granietplaat waarlangs de lucht kon ontsnappen, op het moment dat er water begon door te komen heeft men dat gat afgedicht.
  4. Etc, etc.

     
Uiteindelijk werd het overgrote gedeelte van al de lucht samengeperst in het hoogste punt van de grote galerij. Zonder extra maatregelen te nemen zou de tegendruk van die luchtbel op een zeker moment punt zo groot zijn geworden dat er verder geen water meer kon binnenstromen.

Home

Kleine schacht
Een kleine schacht van de grote galerij naar een drukontlastingskamer.

 

De ontwerpers van de piramide waren zich daarvan blijkbaar heel goed bewust en hebben dan ook de nodige voorzorgsmaatregelen genomen. Om er zeker van te zijn dat alle lucht uit de grote galerij zou ontsnappen werd er een heel kleine schacht voorzien bovenaan in de oostelijke wand van de grote galerij, op het hoogste punt en helemaal tegen het plafond. Bij het vullen van de piramide zou het laatste beetje lucht zich ophopen op het allerhoogste punt. Het is dus verre van toeval dat de opening van die schacht exact op die plaats zit. Die schacht mondt uit in de onderste drukontlastingskamer, alle lucht kon uit de grote galerij ontsnappen via die kleine schacht en zich opstapelen in alle ruimten boven de koningskamer.

De begrippen lucht en luchtdruk mogen niet onderschat worden, het heeft geduurd tot in de tijd van Archimedes en zijn tijdgenoten eer men de eigenschappen van lucht (een gas) en luchtdruk ontdekte. Pas vanaf dan kon men verklaren dat lucht “iets” was dat kon samengedrukt worden en evenzeer tegendruk bood. Dat de Oud Egyptenaren er zich al van bewust waren dat lucht materie is die bovendien in de weg kon zitten moet dus als zeer intelligent beschouwd worden. Eigenlijk is dit evenzeer kennis die ze volgens onze huidige zienswijze nog niet eens kunnen gehad hebben, deze constructie bewijst het tegendeel.

Archimedes van Syracuse (287 - 212 v.Chr.) was de grootste wis- en natuurkundige uit de Hellenistische Oudheid. (Bron Wikipedia) [2]

 

Behoorde die kleine schacht tot het originele ontwerp van de piramide of werd die pas veel later uitgehakt?

Petrie [1]: [Begin Citaat] At the top of the N. end is a large forced hole, cut by Vyse in 1837, and still quite fresh-looking. The whole of the top lap of stone is so entirely cut away there that I could not decide to where it had come, and only suppose it to project 3 inches, like the others. [Einde citaat]

Benaderende vertaling: In de top van het Noordeinde is er een groot geforceerd gat, uitgehakt door Vyse in 1837, dat nog steeds heel fris oogt. De gehele top van die steenlaag is er geheel weggehakt zodat ik [Petrie] niet kon uitmaken tot waar hij kwam en veronderstel dat die 3 inches [naar voren] uitsprong, net zoals de andere overkragende lagen.

Iedereen slaat wel eens de bal mis, wij waarschijnlijk het meest van allemaal. Maar toch, hier heeft Petrie het verkeerd voor, toen Vyse op het toneel verscheen bestond dat gat reeds vele jaren. Dat is ook hetgeen Erich von Däniken schrijft. 

Erich von Däniken [9] [Begin citaat] Al 72 jaar vóór Howard Vyse had de Britse diplomaat Nathaniel Davison (overleden in 1783) aan het einde van de grote galerij een gat in het plafond ontdekt, en daar kroop hij op 8 juli 1765 doorheen. Hij kwam in de onderste van de zogenaamde “ontlastingskamers” terecht, die vlak boven de koningskamer liggen. Natuurlijk was Howard Vyse op de hoogte van het bestaan van deze ruimte, want in zijn dagboek schreef hij dat hij vermoedde dat zich boven de “Davison-kamer” nog een verborgen grafkamer bevond …… Met behulp van buskruit verschaften Vyse en zijn hoofdingenieur John S. Perring zich toegang tot de vier holle ruimten boven de “Davison-kamer”, die zij in volgorde de Wellington-, Nelson-, Arbuthnot-, en Campbell- kamer doopten. [Einde citaat] 


Edwards [3]: [Begin citaat] Toegang tot het onderste bijvertrek [Davison kamer] krijgt men via een doorgang vanaf een gat aan de bovenkant van de oostelijke muur van de grote galerij. Wanneer of door wie deze doorgang is uitgehakt weet men niet, de eerste Europeaan die er gewag van maakte was een reiziger, Davison, die de piramide in 1765 bezocht. De vier bovenste vertrekken werden pas in 1837-38 ontdekt, toen kolonel Vyse en J.S. Perring zich er een weg naartoe baanden door van beneden af een schacht uit te hollen [einde citaat]

 

Kleine opening in de top van de grote galerij
Een kleine opening in de oostelijke wand,
helemaal in de top van de grote galerij.
Originele foto van Jon Bodsworth – Zie ook [8]

Home

Was dit origineel een luchtschacht?
Er bestaat een nauwe schacht tussen de top van de grote galerij,
vertrekkend vanaf een gat in de oostelijke wand, en de onderste “drukontlastingskamer”.

 

Zo nu en dan stoten we op een detail in de piramide dat als het ware een bevestiging is dat we op het goede spoor zitten. Die kleine tunnel in de top van de grote galerij is zo’n detail. We hebben dat in feite in de omgekeerde volgorde ervaren: We wilden de piramide opvullen met water maar de lucht zou zich helemaal bovenaan in de grote galerij opstapelen, in de weg zitten en tegendruk bieden. Die lucht kon ons parten spelen en dus was het wenselijk dat die kon ontsnappen, dus moest er daar ergens een schacht zijn. En ja, die schacht is er wel degelijk! Waar Edwards schrijft dat het niet geweten is wanneer of door wie dat gat werd uitgehakt kunnen we er vrijwel met zekerheid aan toevoegen dat die kleine schacht deel uitmaakte van het ontwerp van de piramide. Davison heeft die schacht enkel uitgeruimd of mogelijks vergroot om er door te kunnen kruipen om zo de eerste kamer [Davison] boven de koningskamer te bereiken.

Daarmee is het verhaal nog niet ten einde, indien alle aanwezige lucht in de ruimte(n) boven de koningskamer werd geperst was dit slechts een verschuiving van het probleem. Hoe groot zou de tegendruk van die lucht daar geworden zijn en was dit wel voldoende om de piramide helemaal te vullen? Blijkbaar was dit inderdaad niet het geval.

 

ONTluchtingskanalen?
De kleine luchtschachten, zijn dit in werkelijkheid twee ONTluchtingskanalen? 
  

Kort na de bouw was de piramide wellicht potdicht, de tot in de perfectie afgewerkte mantelstenen waren bijna naadloos aaneengezet met zelfs een heel dun laagje mortel tussen de voegen. Wellicht kon er nergens ook maar het kleinste beetje lucht ontsnappen, indien men echter wou dat de samengeperste lucht wél naar buiten kon dan moest men daartoe minstens één opening in de piramide laten. De piramidebouwers hebben er zelfs twee voorzien, wat we tot op heden als verluchtingskanalen zien dienden meer dan waarschijnlijk om de piramide te ontluchten. Alle samengeperste lucht boven de koningskamer kon uit de piramide stromen via de zogenaamde luchtschachten.
  

Het was niet echt nodig dat er twee luchtkanalen waren, hebben de bouwers dit gedaan om er zeker van te zijn dat er toch minstens één zou intact blijven of was het eerder om die speciale punten van de piramide aan te duiden? Waarschijnlijk gaan we de exacte beweegredenen nooit kunnen achterhalen, het enige wat we met enige zekerheid durven beweren is dat ze gediend hebben om de piramide te ontluchten.

 

Waterkolom in de piramide
De waterkolom in de piramide, maximale hoogte ongeveer 100 cubit.

                
Op het moment dat alle lucht uit grote galerij was verdwenen was er wellicht niets dat het water belette om nog hoger te stijgen. Het water kwam in de piramide exact even hoog te staan als de hoogte van de beschikbare waterkolom, deze hebben we reeds eerder op een hoogte van ongeveer 100 cubit geschat. De bovenste top in de grote galerij zit op een hoogte van 97,4 cubit, met de beschikbare waterkolom kon de grote galerij dus zondermeer helemaal opgevuld worden. In latere hoofdstukken zal de grote belangrijkheid van het middelpunt van de piramide duidelijk worden, het is wel al interessant om nu op te merken dat dit punt (M) op een hoogte van 107,3 cubit is gelegen. Het is een goed teken vast te stellen dat het maximum waterniveau blijkbaar onder dat punt bleef.        
 
Rudolf Gantenbrink verklaarde reeds jaren geleden dat hij het een absurd idee vond te veronderstellen dat er in de verluchtingsschachten ooit water zou gestaan hebben. Op zijn website legt hij uit dat die schachten vol barsten zitten en dat het water langs alle kanten zou wegstromen [en de piramide helemaal zou verzadigd raken]. Hij weet uiteraard waarover hij praat omdat hij deze kanalen grondig onderzocht heeft. Eerlijkheidhalve moeten we meegeven dat we daar lange tijd heel anders over gedacht hebben. Nu, jaren later, moeten we toegeven dat hij gelijk heeft, meer dan gelijk.
Men doet er dus steeds goed aan te luisteren naar mensen….die het kunnen weten.    

Home

------------------------------------------------------------------

Verwijzingen bij hoofdstuk 26.

[01] - Petrie W.M. Flinders - The Pyramids and Temples of Gizeh - 1883.
          http://nl.wikipedia.org/wiki/William_Flinders_Petrie
          Dit boek kan online geraadpleegd worden op onderstaande link.
          http://www.ronaldbirdsall.com/gizeh/index.htm

[02] -  Wikipedia, de vrije encyclopedie.
           Teksten, tekeningen en afbeeldingen onder GNU Licentie.  
           http://nl.wikipedia.org/wiki/Wikimedia_Commons
           http://nl.wikipedia.org/wiki/Creative_Commons
           http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.nl

[03] - Edwards I.E.S – De piramiden van Egypte (1947).
          Uitgeverij Hollandia – Nederlandse vertaling
          Derde druk - 1985 - ISBN 90 6045 559 2

[04] - Tim Hunkler
          Zie zijn website www.hunkler.com

[05]J.P. Lepre
          “The Egyptian Pyramids” 1990 - herdruk in 2006

[06] - Hancock, Graham
          Het ontstaan en einde van alles
          Uitgeverij Tirion - Baarn - Nederland.
          ISBN 90 5121 600 9 – 1997 - vierde druk.

[07] - John & Morton Edgar
          “The Great Pyramid Passages and Chambers” Volume 1 – 1910
          Zie ook bij [8]

[08] - Website van Jon Bodsworth
          Jon’s eigen foto’s van de piramiden en omgeving.
          Foto’s uit het boek van John & Morton Edgar (1910).  
          Tekeningen uit de boeken van Charles Piazzi Smyth (1819 – 1900).
          http://www.egyptarchive.co.uk/index.htm

[09] - Erich von Däniken,
          De ogen van de sfinx
          Luitingh-Sijthoff 2é druk 1990
          ISBN 90 218 0192 2

[10] - Rudolf Gantenbrink
          Zie zijn website www.cheops.org

Home